www.verbodengeschriften.nl
Brief
aan de kinderen
"Aanklacht"
Lang
geleden en
in een land hier ver vandaan hadden alle mensen boter op hun hoofd en
iedereen
vond dat normaal. Er waren mensen met roomboter, kruidenboter,
halfvolle boter
en ontelbare andere botermelanges op hun hoofd, maar ieder vond alleen
zijn
eigen boter de ware. Daar maakten ze ruzie over, vochten oorlogen uit
en
verketterden elkaar met vele scherpzinnige argumenten.
Het
merkwaardige
was dat de kinderen die er werden geboren helemaal niets op hun
hoofdjes hadden en dat alle boterhoofden dat toch prachtig vonden.
Misschien
herinnerde het hen aan hun kindertijd, hun verloren kinderparadijs,
waar ze
heimelijk wel eens naar terugverlangden en toch droomden ze van een
kind dat
zou opgroeien tot een waardig en aangepast lid van de boterhoofden.
Daartoe
zetten ze al spoedig alles in het werk om het kinderhoofdje van een
passende
laag boter te voorzien.
Nou
was er
in dat land een bewoner die niet gelukkig was. Hij had over zijn
onbehagen veel
en lang nagedacht en was tot de konklusie gekomen dat dat ongetwijfeld
door
zijn beboterde hoofd kwam. De enige zinnige oplossing opperde hij was
om zich
van zijn boterlast te ontdoen. Zijn landgenoten waarschuwden hem: doe
niet zo
gevaarlijk, pas je aan, doe normaal, zonder boter ben je niets meer.
Hij was
vastberaden en zette door. En zie, hoe meer hij zich van zijn boter
bevrijdde
hoe helderder het hem werd maar hoe eenzamer zijn worsteling. Tot op
een dag,
hij was de wanhoop nabij, als bij toverslag het laatste restje boter
verdwenen
was. Tegenwoordig zou men zeggen dat de schellen hem van de ogen
gevallen
waren. Toen zag hij pas echt in wat voor rare wereld hij leefde en hoe
merkwaardig zijn landgenoten zich gedroegen. Hij probeerde erover te
praten. Ze
lachten hem uit of werden boos. Om niet op te vallen deed hij weer
boter op
zijn hoofd en speelde het spel mee maar het leven van een ongeboterde
tussen
boterhoofden valt niet mee. Wat hem het meest aan het hart ging waren
de
kinderen waar hij zoveel van zichzelf in herkende en die hij overal om
zich
heen tot boterhoofden zag verworden. Hij werd argeloos als een duif en
listig
als een slang en schreef uiteindelijk deze korte handleiding over hoe
je van
boterhoofd weer mens kunt worden.
Aan de kinderen
Jullie
hebben
niet gevraagd om geboren te worden in deze dolgedraaide
grotemensenwereld. Ooit
zag de wereld er zo niet uit. De grote mensen hebben voor jullie de
aarde en
het leven verknoeid. Heel lang geleden, voordat de mensen rare ideeën
in hun
hoofd kregen, was de aarde prachtig. Het was een paradijs om in te
leven. Er
was voor iedereen genoeg eten. Er was geen ruzie en geen oorlog. Alles
was voor
iedereen. Niemand hoefde te werken want iedereen had altijd vrij.
Kinderen
hoefden niet naar school want leven hoef je niet te leren.
Iedereen
ging slapen als hij moe was en at als hij honger had. Verder
hoefde er
niets. Het was altijd vakantie. Mensen woonden niet in huizen, er waren
geen
steden en fabrieken en kantoren. Iedereen was gelukkig en tevreden. De
mensen
maakten een schuilplaats voor de nacht en gingen slapen als de zon
onderging.
Als de zon opging ontwaakten ze en trokken weer verder. Er was nooit
iemand
ziek want tevreden en gelukkige mensen worden niet ziek. Kinderen
hoefden ook
niet gezond te eten want dat is onzin. Gelukkige kinderen kunnen eten
wat ze
willen zonder ziek te worden. Van kou vatten, vitamines en tanden
poetsen had
nog nooit iemand gehoord. Toch was nooit iemand verkouden en had nooit
iemand
kiespijn. Mensen leefden dus heel anders dan jullie denken dat normaal
is. Ze
hadden ook geen kleren aan want niemand schaamde zich voor een ander en
iedereen zag er prachtig uit van zichzelf. Niemand hoefde zich mooi te
maken
want iedereen vond zichzelf mooi genoeg. Mensen hielden van zichzelf en
de
anderen met een onvoorwaardelijke en belangeloze liefde. Mensen hadden
geen
namen en praatten ook niet want dat was nergens voor nodig. Praten
hoeft alleen
als mensen het niet met elkaar eens zijn en als ze iets van elkaar
willen. Toen
was iedereen het met elkaar eens en niemand wilde wat van een ander.
Iedereen
was voor elkaar gelijk. Er waren geen meerderen en geen minderen.
Ouders
voedden hun kinderen niet op maar waren er gewoon voor ze en keken toe
hoe hun
kinderen opgroeiden. Iedereen wist hoe hij gelukkig moest leven. Ouders
waren
nooit boos want ze wilden niets van hun kinderen. Er was niemand die
het beter
wist. Schrijven en lezen deed ook niemand want dat is helemaal niet
nodig om te
leven. Bovendien had niemand een mening en niemand hoefde dus na te
denken. De
aarde was zonder wegen, zonder auto's en treinen. Geen vliegtuigen of
schepen
waren er. Niemand had ooit haast. Er gebeurden nooit ongelukken, want
gelukkige
mensen overkomen geen nare dingen. Mensen dachten niet aan verleden of
toekomst. Iedereen leefde gewoon. Elke dag was weer een nieuwe dag en
mensen
genoten alleen maar van elkaar en van de prachtige aarde die zij
gekregen
hadden. De aarde was bedekt met wouden, alle rivieren waren zo schoon
dat je
eruit kon drinken en overal groeiden vruchtbomen en eetbare gewassen.
De dieren
hoorden bij het schouwspel waar de mensen van genoten. Toen dacht
niemand eraan
dat je dieren ook kon slachten en opeten of dat je ze kon temmen en
gebruiken.
Niemand haalde dat in zijn hoofd en niemand vond dat nodig. Dat dieren
wild waren
of gevaarlijk was nooit in hun hoofd opgekomen. Mensen zwierven over de
aarde.
Ze volgden de seizoenen zoals nu de trekvogels nog doen. Geen grenzen
hielden
hen tegen en met alle mensen die ze onderweg tegenkwamen konden
overweg. Er
waren nog geen talen, want aan de buitenkant van mensen kun je alles
aflezen.
Angst en verdriet was iets dat ze niet kenden. Kinderen huilden nooit.
Er was
geen geld en niemand had iets voor zichzelf. Mensen hadden niets, ze
waren er
gewoon. Soms vergiste iemand zich wel eens, maar dan voelde hij zich
niet
prettig of had pijn en dan wist hij dat hij dat niet meer moest doen.
Dat
hulpmiddel hadden de mensen gekregen om te zorgen dat ze gelukkig
zouden
blijven. Mensen dachten niet, ze voelden en genoten.
Zo
was
de aarde aan in de oorspronkelijke tijden. Zoals de aarde nu is
hebben zij hem zelf gemaakt. Dat is nooit de bedoeling geweest. Grote
mensen
zijn zo dom en kortzichtig. Heel lang geleden is het fout gegaan met de
grote
mensen. Als ze zich niet gelukkig voelden gaven ze de schuld aan andere
mensen
of aan de omstandigheden. De een ging de baas spelen over de ander. Ze
hadden
woorden nodig om macht over elkaar uit te oefenen. Er kwamen leiders en
volgelingen. De leiders bedachten van alles en het volk vertrouwde
daarop. De een
ging zich beter voelen dan de ander. Ze raakten het spoor bijster en er
kwamen
priesters die goden uitvonden. Zij wisten in het vervolg wat goed en
kwaad voor
de mensen was. Zij wisten wat de bedoeling van hun goden was. Mensen
begrepen
zichzelf en de wereld niet meer. Ze werden bang voor elkaar en bang
voor de
wereld om zich heen. Ze dachten dat het toeval was of hun lot als ze
ziek
werden Ze durfden niet meer rond te zwerven over de aarde en sloten
zich op in
hun huizen en dorpen. Ze verloren het contact met zichzelf en de
natuur. Hun
leven werd kunstmatig. Er kwamen ruzies en oorlogen. Mensen luisterden
niet
meer naar zichzelf maar naar hun leiders. Mensen werden ziek en er
gebeurden
ongelukken. Er kwamen medicijnmannen, die allerlei verklaringen en
geneesmiddelen
bedachten. Er kwamen meesters en knechten. Taken werden verdeeld en
iedereen
werd van andere mensen afhankelijk. Mensen gingen zich voor elkaar
schamen en
daarom dragen mensen kleren. Ze gingen voedsel produceren en dieren
temmen en
slachten. Niemand wist meer wat vrijheid en geluk was. Generaties
kwamen en
generaties gingen. De mensen raakten steeds verder van huis. Zo
verdreven ze
zichzelf uit het paradijs en zo ontstaat er een wat grote mensen
beschaving
noemen. Daar leven jullie nu in en ze hebben jullie geleerd dat dat
normaal is.
Mensen die niet zijn zoals zij noemen grote mensen primitief of
onderontwikkeld. Dat zijn jullie voor hen ook en daarom doen ze hun
best om
jullie hun manier van leven bij te brengen. Jullie kunnen zelf zien wat
de grote
mensen met de aarde hebben aangericht. In hun hebzucht en egoïsme
vernielen ze
de natuur. Ze praten ingewikkeld en hun verhalen kloppen niet. Ze
willen dat
jullie net zo worden als zij en daarom voeden ze jullie op. Ze worden
boos op
jullie en straffen jullie want jullie moeten je aan hun wereld
aanpassen. Als
jullie niet luisteren worden ze nog bozer en straffen nog harder.
Jullie kunnen
geen kant op want jullie zijn van hen afhankelijk. Daar maken ze
misbruik van.
Jullie mogen niet blijven zoals jullie zijn want jullie moeten
beschaafde en
volwassen mensen worden. Ze verwachten zelfs dat jullie hen daar
dankbaar voor
zijn want ze doen het allemaal voor jullie bestwil. Ze vergiftigen
jullie met
hun meningen en overtuigingen. Zij bepalen wat goed en kwaad voor
jullie is.
Zij maken jullie ziek en vertellen jullie dat je gezond moet eten.
Jullie
moeten naar school omdat jullie een radertje in hun maatschappij moeten
worden.
Ze vullen jullie hoofden met hun rare gedachten. Jullie worden er ziek
van maar
ze gaan met jullie naar de dokter zodat ze gewoon door kunnen gaan met
het
veranderen van jullie. Ze zadelen jullie op met hun eigen angsten en
onzekerheden. Ze leren jullie wat leuk is en mooi. Ze doen leuke dingen
met
jullie omdat het leven zelf niet leuk meer is. Ze proberen het gezellig
te
maken om dat rare leven dat ze leiden dragelijk te maken. Ze geven
jullie
cadeaus om jullie in te palmen. Jullie hebben geen keus. Ze kunnen
jullie maken
en breken. Als ze het een niet kunnen doen ze het andere. Langzaam maar
zeker
worden jullie net zo als zij en weer is er een generatie verknoeid.
Neem het
hen niet kwalijk want ze weten niet wat ze doen. De grote mensen hebben
de
wereld op hun kop gezet. Ze hebben alles omgedraaid. Terwijl jullie een
voorbeeld voor de grote mensen zijn denken zij dat zij een voorbeeld
voor
jullie moeten zijn. Neem ze niet serieus, speel hun spel maar mee maar
wordt
nooit als zij. Jullie hebben zo weinig te verliezen en zij zoveel. Laat
ze maar
kletsen en vertrouw ze niet. Er is er geen een die deugt. Ze zijn niet
eerlijk
en zeggen nooit wat ze denken. Het is zo'n chaos in hun hoofden dat ze
niet
eens weten wat ze denken. Ze begrijpen zichzelf en de wereld niet en
zeggen hoe
jullie moeten leven. Ze zijn allemaal gestoord door hun ingewikkelde en
vreemde
gedachten. Zij hebben het leven voor zichzelf en voor jullie
ingewikkeld
gemaakt. Ze gaan nog liever dood dan dat ze jullie hun ongelijk
bekennen.
Laat ze maar.
Aan alle mensen
De
aarde kreunt
onder jullie onrecht en egoïsme. In jullie dolgedraaide wereld heerst
de wet
van de sterkste en is kennis macht. Jullie denken dat jullie je
ongestraft over
de ruggen van anderen kunnen verrijken. Jullie straffen jezelf en weten
niet
hoe. Jullie maken jezelf en anderen kapot en weten niet waarom.
In
gevangenschap
geboren weten jullie niet wat vrijheid is. Alleen in jullie
kinderen is nog een glimp van onbevangen mensen te zien. Jullie zijn de
bouwers
van jullie eigen gevangenis. Jullie hebben een onbegrensde aarde
gekregen om op
te leven. Jullie hebben de aarde verdeeld. Rassen, volkeren en naties
zijn
jullie eigen hersenspinsels. Er zijn alleen maar mensen die denken dat
ze wat
anders zijn dan mensen. Jullie hebben vele maskers. Opgesloten leven
jullie
binnen jullie grenzen, binnen jullie eigen regels en wetten en in
jullie
overtuigingen en meningen. Jullie wetten en normen hebben niets met het
leven
te maken maar zijn jullie eigen bedenksels. Jullie spreken geen recht
maar
houden onrecht in stand. Jullie gaan gebukt onder de last van jullie
beschaving.
Wat een gruwel heeft de cultuur met jullie lijven aangericht. Met
jullie kleren
verhullen jullie je mismakingen. Krampachtig houden jullie met kunst en
vliegwerk de schone schijn op. Jullie lijven verraden jullie
onwaarachtigheid.
In jullie keurslijf voelen jullie je vrij en gelukkig. Jullie weten
noch wat
vrijheid noch wat geluk is. Jullie leven niet. Jullie lijden aan het
leven,
overleven en doden de tijd. In het zweet van jullie aanschijn werken
jullie. Ik
zeg jullie dat werken voor de dwazen is. Jullie hebben een wereld
gemaakt
waarin jullie slechts elkaar bezig houden. Jullie zitten allemaal in
hetzelfde
schuitje. Jullie hebben dat zelf gebouwd. Zonder zin of doel drijft het
voort.
Jullie houden elkaar zoet met brood en spelen. Met jullie kunsten
kalefateren
jullie het schuitje op. Het is jullie gevangenis waarin jullie om
vrijheid
vechten. Wanhopig houden jullie elkaar voor hoe goed jullie het hebben.
Jullie
zijn slaven van het werk van jullie handen en hoofden. Jullie leren
elkaar wat
mooi en leuk is. Samen bepalen jullie wat normaal is. Alles went.
Altijd zijn
jullie bezig om rijker, beter en geslaagder dan de ander te zijn.
Jullie
gedragen je als kuddedieren. Jullie vechten om grenzen en verleggen
die. Nooit
zijn jullie klaar. Jullie vergaren meningen en bezit. Nooit zijn jullie
tevreden. Altijd gespannen en verkrampt moeten jullie je ontspannen.
Nooit
zeggen jullie wat jullie denken. Beschaafd noemen jullie dat. Oorlog
noemen
jullie vrede. Ruzies in het klein, oorlogen in het groot. Jullie hebben
allemaal
vuile handen. Jullie ontwikkelen je kinderen en andere
onderontwikkelden. Zij
houden jullie een spiegel voor. Jullie zien alleen jezelf. Jullie
hebben jullie
zelf en jullie wanen als een pest over de wereld verspreid. Iedereen is
ermee
besmet. Overal zie ik hoe de een macht uitoefent over de ander. Ouders
over
kinderen, mannen over vrouwen, vrouwen over mannen, bazen over
knechten,
machthebbers over het volk. Jullie weten niet beter. De ene mens is van
de
ander afhankelijk. Jullie noemen dat vrijheid. Jullie zwoegen en
presteren.
Jullie zijn slavendrijvers van jullie zelf en van elkaar. Jullie hebben
geen
tijd om te leven. Jullie leven is een lijdensweg, jullie wereld een
tranendal.
Jullie overkomen rampen en ongelukken en jullie begrijpen het niet.
Niets leren
jullie ervan. Jullie hoofden zitten vol tegenstrijdigheden. Jullie
volle
hoofden laten jullie nooit met rust. Zelfs in jullie slaap malen ze
door.
Geschonden door jullie verleden maken jullie plannen voor de toekomst.
De
geschiedenis herhaalt zich keer op keer. Nooit leren jullie van jullie
verleden. Jullie vertrouwen op kennis. Jullie zijn niet wijs. Jullie
meningen
zijn vooroordelen. Jullie zijn er trots op. Met jullie meningen hebben
jullie
een oordeel over anderen. Jullie vechten met elkaar om jullie gelijk.
Niemand
heeft gelijk. Jullie leven is een grote beschamende vergissing. Er zijn
geen
mensen meer. Er zijn slechts toneelspelers in een door henzelf
geschreven
en geregisseerd toneelspel. Het is een grote maskerade. Jullie noemen
dat leven.
Jullie hebben de aarde gekregen als schouwtoneel. Jullie breken dat
toneel af
en spelen jullie eigen door mensen bedacht spel. Jullie vechten voor de
vrijheid van meningsuiting. Onbeschaamd komen jullie voor jullie
vooroordelen
uit. Jullie hebben jullie talen uitgevonden om macht over elkaar en de
dingen
uit te oefenen. Het is het onbeholpen gereedschap waarmee jullie het
spel
spelen. Jullie praten je hele leven en het louter geleuter. Het gaat
alleen
maar over jullie avonturen in jullie gevangenis, over jullie verleden
en jullie
plannen en dromen en jullie schrijven het ook nog op. Jullie zijn
pratende
maskers. Mensen die het met zichzelf eens zijn denken niet. Mensen die
het met
elkaar eens zijn praten niet. Gelukkige mensen schrijven niet. Nooit
zeggen
jullie wat jullie denken. Jullie lijven verraden jullie. Jullie praten
met
dubbele tong. Als iedereen zou zeggen wat hij dacht zou jullie spel
snel
afgelopen zijn. Jullie doen dat niet. Jullie zijn beschaafd.
Beschavingen
komen
beschavingen
gaan. Nog nooit is de mensheid zover afgedwaald.
Jullie zieke gezinnen zijn de bouwstenen van een zieke maatschappij.
Jullie
leven in oorlog met jezelf en met elkaar. Jullie ziekenhuizen liggen
vol met
slachtoffers van die gevechten. Allen dragen jullie littekens van de
strijd om
het bestaan. Jullie denken dat dat bij het leven hoort. Het hoort bij
jullie
manier van leven. Jullie leven is een grote klucht. Jullie zijn bang
voor de
dood omdat jullie nooit geleefd hebben. Jullie hebben de
verantwoordelijkheid
voor jullie eigen leven weggegeven. Jullie vertrouwen op jullie leiders
en
andere betweters. Willoze volgelingen zijn jullie in hun handen. Wie
niet
gelooft in hun praatjes over vooruitgang is een pessimist. Zij
geloven
niet in zichzelf maar in hun meningen. Zij dichten het ene gat met het
andere.
Hoe kunnen jullie jullie kinderen wegwijs maken in jullie absurde
maatschappij?
Hoe kunnen jullie bij jullie kinderen verantwoording afleggen over wat
jullie
met de aarde hebben aangericht? Jullie hebben een aarde gekregen om te
bewonen.
Jullie verwoesten de schepping. Jullie plegen roofbouw op de aarde.
Gedreven
door jullie hebzucht en egoïsme roven jullie de aarde leeg. Jullie
vergaren
bezit en hechten daaraan. De rijken verrijken zich terwijl de armen
verpauperen. Jullie feesten terwijl elders jullie medemensen creperen.
Jullie
vervuilen het aardoppervlak met het werk van jullie godvergeten handen.
Jullie
hebben een overvloed aan voedsel gekregen. De vruchten en gewassen
waren jullie
tot voedsel. Het was jullie niet genoeg. Jullie moorden de dieren uit.
Overal
vloeit bloed. Zij horen bij het schouwspel dat jullie gekregen
hebben.
Overal hebben jullie het evenwicht in de natuur verstoord. Rampen
roepen jullie
daarmee over jullie af en jullie begrijpen het niet. Jullie wereld is
jullie
eigen schepping. Jullie hebben de wereld op zijn kop gezet. In de
oorspronkelijke wereld was alles anders. Wat toen dwaas was is knap
voor
jullie. Wat arm was is rijk voor jullie. Jullie denken dat jullie
wat
zijn omdat jullie karakter, overtuigingen en bezit hebben. Als kind
waren
jullie niets. Jullie moesten iets worden. Jullie hebben je opgezadeld
met
nutteloze bagage. Het is jullie angst om zonder bagage weer niets te
zijn.
Degenen die dat willen noemen jullie nihilisten, anarchisten,
cultuurbarbaren
en onpraktische dwazen.. Alles is al zo vaak gezegd. Jullie hebben
nooit
geluisterd. Jullie zijn horende doof en ziende blind.
Jullie
zijn
gedoemd om gelukkig te zijn. Met hand en tand verzetten jullie je daar
tegen.
Keer op jullie heilloze weg. Geef al jullie meningen, overtuigingen,
vooroordelen en eigenwijsheid op. Ontdoe je van alle bezit en
verworvenheden en
van al het werk van jullie hoofden en handen. Zet jullie maskers af.
Reinig de
aarde van de sporen van jullie beschamende werken. Doorzie je verleden
en je
geschiedenis als een keten van vergissingen. Wordt weer als de kinderen
en ga
eindelijk leven. Het is alles of niets. En als jullie daar niet toe
bereid
zijn, zeur dan niet meer als je ziek wordt of pijn en verdriet hebt.
Weet dan dat
je daar zelf verantwoordelijk voor bent. Zeg nooit dat jullie het niet
geweten
hebben. Jullie hebben het altijd geweten.
Aan de ouders
Aan
jullie zijn
de kinderen toevertrouwd. Jullie hebben het vertrouwen beschaamd.
Jullie
verkreukelen jullie kinderen zoals jullie zelf verkreukeld zijn van
generatie
op generatie. Met beloning en straf leiden jullie hen jullie zieke
grotemensenwereld in. Opvoeden noemen jullie dat. Onder het juk van
jullie
regels en wetten moeten ze door. Jullie noemen dat ontwikkeling. Zij
hebben
geen aard want ze moeten een karakter krijgen, denken jullie. Hun
karakter is
jullie produkt. Jullie beschadigen en misvormen hen. Jullie doen dat
voor hun
eigen bestwil, zeggen jullie. Hun hoofden vullen jullie met jullie
meningen en
vooroordelen. Zij moeten later medespelers worden in het absurde spel
wat
jullie leven noemen. Ze zijn nog niets en ze moeten iets worden. Ze
moeten hard
worden om te kunnen overleven in jullie harde wereld. Met belonen en
straffen
dwingen jullie ze in het gareel. Ze zullen zich aanpassen. Jullie
bepalen de
regels van hun spel zoals jullie ouders dat voor jullie deden. Zij
wisten wat
goed voor jullie was. Jullie weten wat goed is voor jullie kinderen.
Zij hebben
niet gevraagd om geboren te worden. Jullie hebben gewild dat zij in
jullie
gevangenis ter wereld kwamen. Jullie kneden hen naar jullie beeld en
gelijkenis. Met jullie bagage zadelen jullie hen op. Met jullie angsten
en
onzekerheden, met jullie geloof in autoriteiten, met jullie pijn en
verdriet,
met jullie schaamte en beperkingen. Jullie leren hen wat normaal en
mooi en
leuk is. Jullie beschaven en ontwikkelen hen. Jullie sturen ze naar
scholen
omdat ze iets moeten worden. Zij moeten hun hoofden vullen met dezelfde
tegenstrijdigheden die in jullie hoofden woelen. Ze moeten meelopers
worden in
jullie wereld. Opvoeden is dresseren. Jullie zijn gedresseerden die hun
kunsten
doorgeven. Jullie beroven hen van hun onschuld en onbevangenheid.
Jullie
kinderen hebben geen keus. Ze moeten gehoorzamen aan jullie regels en
wetten,
zoals jullie geleerd hebben om aan meerderen te gehoorzamen.
Opstandigheid
wordt de kop ingedrukt, gedweeheid beloond. Daar en nergens
anders worden
jullie kinderen ziek van. Jullie gaan met ze naar de dokter en leren er
niets
van. Jullie maken je kinderen ongelukkig omdat jullie zelf niet
gelukkig zijn.
Jullie zijn vreemden voor jullie kinderen. Zij begrijpen jullie en
jullie
wereld niet omdat jullie jezelf en de wereld niet begrijpen. Toch
moeten ze
jullie gehoorzamen. Ze vragen waarom en jullie hebben geen antwoord.
Jullie
hebben geen antwoord omdat jullie zelf niet gezocht hebben. Jullie
hebben niet
gezocht omdat jullie leiders zeiden dat er geen antwoord was. Jullie
willen
zoveel van ze en ze moeten zoveel. Jullie hebben verwachtingen
waaraan ze
moeten voldoen. Jullie zijn trots op hen als ze presteren,
teleurgesteld en
boos als ze dat niet doen. Jullie dreigen en waarschuwen. Ze zijn bang
voor
jullie. Ik zie ze onder jullie handen verworden. Als onbeschreven
bladen komen
ze ter wereld. Jullie schrijven ze vol met jullie rare ideeën. Jullie
krijgen
kinderen en produceren karakters. Alles wat ze van jullie leren moeten
ze weer
afleren om gelukkig te worden.
Aan de godgeleerden en geestelijk leiders
Jullie
spreken
waarover je niet spreken kan. Jullie leiden jullie gelovigen en weten
weg nog
doel. Jullie heilige boeken zijn maar mensenwerk van onrustige geesten.
Wat een
waanzin om te denken dat jullie eerst taal en schrift uit moesten
vinden
om te weten hoe jullie moeten leven. De echte handleiding voor
het leven
zijn jullie kwijt en jullie hebben je eigen handleiding geschreven.
Jullie
hebben een geweten gekregen maar jullie luisteren niet naar jezelf. In
jullie
heilige boeken lezen jullie wat goed en kwaad is. Jullie nemen jullie
fabels en
sprookjes letterlijk. Jullie hebben zelf de spelregels opgesteld voor
het
bizarre toneelspel wat jullie leven noemen. Jullie hebben een
ongeschonden
aarde, een aards paradijs gekregen. Jullie hebben daarop je eigen hel
geschapen. Jullie zijn blinden die blinden leiden. Voor jullie eigen
glorie
hebben jullie je kerken en tempels gebouwd. Niemand heeft
daarom
gevraagd. Het is de angst en onzekerheid die jullie doen bidden en het
is
jammer dat jullie goden nooit antwoorden. Wie naar zichzelf luistert
weet hoe hij
gelukkig kan leven. Jullie hebben een god geschapen naar jullie eigen
beeld en
gelijkenis. Ontaarde mensen met een ontaarde god. Tot hem bidden
jullie. Hem
dienen jullie in jullie erediensten. Nooit heeft die god van jullie
zijn zoon
noch profeten gestuurd. Wie daar voor doorgaan hebben de klok horen
luiden maar
wisten niet waar de klepel hing. Jullie allen zijn in wezen
volmaakte
zonen en dochters, maar jullie leven als gedresseerde huisdieren een
leven naar
jullie eigen wetten. Nooit is er een messias gestuurd nooit zal er een
messias
komen. Ieder van jullie zou slechts zijn eigen gelijk willen
horen. Hij
zou slechts vertellen wat jullie eigenlijk allemaal weten en niet
willen weten
en jullie zouden hem afmaken. Jullie hebben van de aarde en je leven
een
puinhoop gemaakt. Vanaf die puinhoop bidden jullie tot je eigen god en
smeken
om hulp. Alle ellende doen jullie jezelf aan. In jullie erediensten
voor die
god van jullie voeren jullie je rituelen op. Het is een grote
poppenkast. In de
naam van jullie god voeren jullie oorlogen en verketteren elkaar.
Jullie denken
de waarheid in pacht te hebben. Het zijn slechts jullie eigen
bedenksels. De
natuur en de mens zijn niet ondoorgrondelijk. Wie zichzelf begrijpt
begrijpt de
wereld en de natuur. Want alleen gelijk begrijpt gelijk. Jullie
gelovigen
vertrouwen op jullie en jullie uitleg van die heilige boeken. Jullie
passen
jullie uitleg aan aan de tijd. Jullie zijn zelf gelovigen omdat jullie
niet
weten. Jullie zijn geen leiders maar misleiders. Met het boek in de
hand dwalen
jullie doelloos rond en hoeden het kerkvolk. Altijd hebben jullie de
mensen de
weg uit jullie hel versperd. Wie dreigden te ontsnappen hebben jullie
als
ketters vermoord of monddood gemaakt. Hun woorden hebben jullie
verdraaid en
aangepast aan jullie eigen belangen. Altijd zijn jullie gezwicht voor
jullie
ijdelheid en eigenbelang. Jullie heiligheid is schijnheiligheid. Jullie
heiligen zijn schijnheiligen. Jullie religies zijn gegrond op angst.
Jullie
leven daarvan. Van God hebben jullie een karikatuur gemaakt zoals
jullie dat
van jezelf gemaakt hebben. Jullie dreigen en straffen zoals jullie
denken dat
jullie god dreigt en straft. Schuld en boete zijn jullie
uitvindingen.
Jullie hebben van het leven een zoektocht gemaakt. Nooit hebben jullie
gevonden.
Jullie zijn het met elkaar en jezelf niet eens. Jullie dwaalweg
heeft
vele zijwegen. Allen lopen dood. Jullie prediken naastenliefde en
houden niet
van jezelf. Jullie denken dat de mens tot kwaad geneigd is. Zoals de
waard is
vertrouwd hij zijn gasten. De weg in en naar de hel is geplaveid met
jullie
goede bedoelingen. Jullie proberen de kloof tussen jullie wereld en de
wereld
zoals die zou moeten zijn te overbruggen. Jullie houden daarmee de
kloof in
stand. Voor jullie werken en praatjes is geen plaats in een
rechtvaardige
wereld.
Aan de wetenschappers
Jullie
zijn de
uitvinders en constructeurs van de coulissen waartussen de mensen hun
toneelspel spelen. De ooit ongerepte aarde hebben jullie veranderd en
vervuild
met jullie maaksels. Jullie zijn het spoor bijster maar kraaien over
vooruitgang. Jullie denken de natuur te kunnen verbeteren. Jullie
hebben de
doos van Pandora geopend. Alle rampspoed die jullie zelf over de
mensheid
afroepen proberen jullie te beteugelen en te verklaren met jullie
bedenksels.
Met jullie door theorieën vertroebelde blikken proberen jullie de
natuur te
doorgronden. Uit het verleden construeren jullie de toekomst. Jullie
verklaren
alles maar begrijpen niets. Jullie vinden maar uit, steeds
ingewikkelder.
Jullie construeren het wapentuig. Mensen verdedigen daarmee hun bezit
en hun
overtuigingen. Jullie construeren de gereedschappen en de apparaten.
Mensen
worden daar afhankelijk van. Jullie beloven de mensen macht. De tol die
zij
betalen is slavernij en onmacht. Bij elke stap die jullie zetten denken
jullie
dichter bij de oplossing te komen. Wie het knapst is krijgt een
prijs.
Jullie bepalen wat waar is. Jullie zijn kortzichtig. Met oogkleppen op
buigen
jullie je over problemen zonder het geheel te overzien. In de door
jullie zelf
gecreëerde babylonische spraakverwarring vechten jullie om je eigen
gelijk.
Jullie hebben jullie bizarre maatschappij zelf bedacht. Jullie wereld
van
meerderen en minderen, van leiders en volgelingen en van betweters en
gelovigen. Dat hebben jullie zelf gedaan. Het zijn jullie eigen wetten
en
regels waarmee jullie de gevangenis geschapen hebben waarbinnen de
mensen
moeten leven. Elke uitvinding en elke theorie brengt de mensheid verder
van
huis. Jullie zijn niet de oplossers van problemen maar de
instandhouders ervan.
Jullie zijn de scheppers van nieuwe problemen en zelf een probleem.
Jullie
hebben het leven zelf ingewikkeld gemaakt. Alleen eenvoudig leven
is
eenvoudig. Alles wat jullie hebben uitgevonden en bedacht heeft het
leven
alleen maar ingewikkelder gemaakt. Jullie blijven uitvinden om jullie
ingewikkelde manier van leven te vereenvoudigen. Jullie bereiken het
tegendeel.
Met jullie uitvindingen scheppen jullie nieuwe behoeften. Nooit
tevreden met
zichzelf. Nooit tevreden met de wereld. De mens is jullie weerloos
slachtoffer.
Jullie besmetten iedereen met jullie wanen. Met jullie eigen theorieën
bewijzen
jullie wat waar is. Altijd moet het meer en groter en sneller. Normen
en
waarden veranderen en jullie onderbouwen dat wetenschappelijk. Overal
hebben
jullie een verklaring voor. Jullie verleggen grenzen en het eind is
zoek. Op
jullie universiteiten, die bolwerken van dwaasheid en kortzichtigheid,
vergiftigen jullie je discipelen met jullie wanen. Zij moeten straks op
jullie
dwalingen voortborduren met jullie gereedschap. Jullie hebben jullie
eigen
werkelijkheid en waarheid geconstrueerd. Met de werkelijkheid heeft dat
niets
te maken. In jullie waardevrije wetenschap kijken door jullie door je
wetenschappelijke bril en zien jullie eigen waarheid. Iedereen kan zien
hoe de
oorspronkelijkheid, de aarde en de natuur vernield en misbruikt wordt
door
ontaarde wezens. Ze zijn bezeten door waanideeën en hebzucht. Jullie
zijn
plannenmakers zonder visie. Jullie hebben een ideaal huis gekregen om
te
bewonen. Jullie breken het steen voor steen af en bouwen al ruziënd een
eigen
onbewoonbaar bouwsel. Jullie hypothesen zijn de fundering. In jullie
bouwsel
leven mensen niet maar voeren een strijd om het bestaan. Jullie
hebben
daar jullie theorieën over. Generatie na generatie bedenken jullie
oplossingen
voor alle problemen die jullie jezelf op je hals gehaald hebben. Nooit
zijn
jullie klaar. De goedgelovigen bezweren jullie met jullie praatjes. Er
moeten
meer wetenschappers komen en meer onderzoek en dan zal het allemaal
goed komen.
Ik zeg jullie dat het op jullie manier nooit goed zal komen. Het is
allemaal
ijdelheid en zelfbedrog. Jullie zeggen dat er geen weg meer terug is.
Ik zeg
jullie dat er wel een weg terug is. Zeg niet dat deze woorden niet
wetenschappelijk zijn. Het leven is niet wetenschappelijk. Het is te
groot voor
jullie theorieën. Alleen binnen jullie denken is meten weten. Reinig de
aarde
van jullie bouwsels. Leeg je hoofden van alle kennis. Draai de film in
versneld
tempo terug. Het einde zal zijn als het begin. Alle kennis die jullie
gebruikt
hebben om jullie eigen hel te maken kunnen jullie ook gebruiken om het
oorspronkelijke paradijs voor jullie te laten herleven. Het heeft lang
genoeg
geduurd.
Aan de artsen en alternatieve genezers
In
alle revoluties
en oorlogen zijn jullie en jullie praktijken altijd buiten schot
gebleven.
Jullie boden jullie diensten aan aan daders en slachtoffers. Jullie
horen, zien
en zwijgen. Jullie hebben geen oordeel. Jullie arbeid is altijd amoreel
geweest. Jullie hebben met elkaar gemeen dat jullie in een zieke wereld
zieke
mensen willen genezen zonder je om de wereld te bekommeren. Jullie
houden de
wereld ziek. Zonder jullie was het nooit zover gekomen.
Jullie
bedoelen
het ongetwijfeld goed. Vol mededogen buigen jullie je over het leed
van jullie medemens. Al jullie inspanningen berusten op een vergissing.
Jullie
hebben zelf jullie theorieën bedacht. Al eeuwen lang is jullie kennis
de vrucht
de dwalingen van jullie voorgangers. Zo is jullie wetenschap steeds
verder uitgedijd
en ingewikkelder geworden. Met het leven hebben jullie werken niets te
maken.
Toch denken jullie dat jullie op de goede weg zitten. Helaas. Wie ooit
de
verkeerde weg inslaat zal blijven dwalen. Als het fundament niet deugt
deugt
het bouwwerk niet. Jullie zijn de gelovigen van jullie eigen
bedenksels. De
zieken zijn jullie gelovigen. Al jullie oplossingen roepen nieuwe
vragen op.
Jullie stoppen het enen gat met het andere. Jullie proberen het leven
te
doorgronden, maar jullie kennen jezelf niet. Met jullie theorieën
bedenken
jullie verklaringen voor de klachten waarmee de zieken tot jullie
komen. Zij
geloven in jullie. Zij hebben het geloof in zichzelf ingeruild voor
jullie
wilde verhalen. De dokter weet wat goed en kwaad voor hen is. De dokter
weet hoe
ze gezond moeten leven. Ze vertellen jullie wat ze denken dat jullie
willen
horen. Jullie hebben hen geleerd dat ze zomaar ziek worden. Jullie
bedachten
hun drogredenen en uitvluchten: verminderde weerstand en aanleg en
jullie
erfelijkheidsleer. De zieke heeft zich niet gehouden aan jullie
opvattingen van
goed en kwaad. Nooit is iemand zelf verantwoordelijk voor zijn
kwaal. De
mensen willen bedrogen worden. Jullie zijn de bedriegers en jullie
bedriegen
jezelf.. Jullie zijn de nieuwe hogepriesters van de mensheid.
Willoos
geven de mensen zich aan jullie en jullie bedenksels over. Van jullie
verwachten ze het heil. Nog nooit is er door jullie bemoeienissen ook
maar een
mens een beter mens geworden. Jullie bestrijden slechts symptomen en
weten niet
waarvan. Jullie snijden het kwaad weg. Met chemicaliën roeien jullie
het uit.
Jullie stralen het dood. Jullie schaden en verminken. Jullie verklaren
alles en
begrijpen niets. Leven kan zo eenvoudig zijn maar jullie hebben het
zelf zo
ingewikkeld gemaakt. Vroeg of laat gaan jullie ook zelf aan jullie
eigen
dwaling ten onder. Jullie genezen niet maar verlengen slechts het
lijden.
Jullie zijn altijd de instandhouders van de beschavingen geweest en
zorgen
ervoor dat het leven steeds decadenter kan worden. Jullie versperren de
weg
naar een rechtvaardige samenleving.
Niemand
heeft
gewild dat de mens zich van zijn natuur af zou wenden. Jullie hebben de
beschaving zelf bedacht. Nooit is het de bedoeling geweest dat de mens
iets
anders zou zijn dan een mens. Meningen en overtuigingen, theorieën en
kennis,
maken een karikatuur van de mens zoals de mens bedoeld is. Gebukt
onder
het juk van de beschaving gaan de mensen door het leven. De ziekte is
niet als
straf bedoeld. Dat vertellen jullie geestelijk leiders. Elke ziekte en
elk
symptoom is een waarschuwing voor de mens die zijn aard verloochent.
Ziekten
hebben geen oorzaak. Ziekten zijn een waarschuwing. Alle ziekten zijn
beschavingsziekten. Mensen zijn gedoemd om gelukkig en vrij te leven.
Jullie
verhinderen dat. Jullie gaan als blinden door op de ingeslagen weg en
zeggen
dat er geen weg terug meer is. Koortsachtig zoeken jullie oplossingen
voor de
problemen die het beschaafde leven met zich meebrengt. Alle ziekten
wijzen de
mens terug naar zijn natuur. Jullie verhinderen die terugweg. Jullie
zeggen dat
de mens geen natuur heeft. Met jullie bedenksels hebben jullie dat
verband
versluierd. Jullie zijn blinden die blinden leiden. Ieder buigt zich
over zijn
eigen vakgebied. Niemand ziet het geheel en het geheel is meer dan de
som der
delen. Jullie bezweren de mensen dat jullie op de goede weg zijn.
Jullie hebben
de oplossing bijna gevonden. Ze moeten nog even geduld hebben. Tegen
beter
weten in geloven ze jullie. Jullie zijn hardleers maar in de verkeerde
leer.
Jullie hebben de klok horen luiden maar weten niet waar de klepel
hangt. Jullie
denken de waarheid in pacht te hebben maar het is slechts jullie eigen
bedenksel. Jullie weten geldt slechts in jullie eigen denken. Jullie
zijn hoog
geklommen in de maatschappij en wie hoog klimt zal diep vallen. Altijd
hebben
jullie geweten dat er een kloof was tussen jullie theorieën en de
praktijk.
Jullie hebben je geweten en jullie twijfels gesust en zijn slachtoffers
geworden van jullie ijdelheid. Jullie hebben je gezond verstand
verkwanseld aan
jullie kennis. Het geloof in de autoriteit van jullie leermeesters
heeft jullie
misleid en steeds verder van huis gebracht. Met jullie valse verbanden
zaaien
jullie angst en verwarring en jullie verrijken je daaraan. Samen met
jullie
zieken zitten jullie in hetzelfde stuurloze schuitje. Jullie beseffen
het niet.
Met jullie verhalen verhinderen jullie mensen dat schuitje te verlaten
en te
leven. Jullie hebben geen benul van het leven en gezondheid maar
pretenderen
ervoor te vechten. Wat jullie vertellen is onzin, hoogmoed en
ijdelheid. De
mens is volmaakt geschapen in een volmaakte natuur. Slechts een
voorwaarde is
hem gesteld. Dat de mens als mens zou leven. Gelukkig, zonder ziekten
en pijn,
zonder angsten en verdriet. Jullie denken dat ellende bij het leven
hoort.
Jullie vergissen je. Jullie zijn geen leiders maar misleiders. Steeds
verder
leiden jullie met je verhitte denken de mensen het moeras in. In hun
onwetendheid zijn zij dankbaar voor jullie hulp. Zij hebben jullie op
een troon
gezet. Jullie hebben erop plaats genomen. Er zijn geen somatische en
psychische
ziekten. Er zijn alleen maar zieke mensen met hoofden vol
overtuigingen,
vooroordelen en eigenwijsheid. Vol boosheid en angsten, zorgen en
begeerten,
bedrog en oneerlijkheid en verleden en toekomst. Alleen daar worden
mensen ziek
van. Alle aandoeningen komen uit het denken. Hun ontregelde lijven zijn
een
ideale voedingsbodem voor ziektekiemen. Jullie werken de symptomen weg.
De
hoofden blijven even vol. Jullie dweilen met de kraan open. Jullie zijn
de
tovenaarsleerlingen die de spreuk van de Meester verkeerd verstaan
hebben.
Jullie verhinderen dat mensen veranderen en keren op hun schreden.
Jullie
ontnemen de mensen de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven. Jullie
hebben
het over verminderde weerstand, stress, verkeerd eten, toeval,
omstandigheden,
het weer, aanleg en erfelijkheid of de anderen. Voor jullie komt het
kwaad
altijd van buiten. Maar het kwaad komt nooit van buiten .
Gestoorde
breinen gestoorde mensen. Zieke breinen zieke mensen. Iedereen is ziek.
Wie
jullie gezonden noemen zijn slechts symptoomloze zieken. Onbeschaamd
praten de
zieken over hun kwalen. Zij oogsten bij jullie begrip en medelijden.
Jullie
houden karakters en afwijkingen in stand. Jullie zorgen ervoor
dat die van
generatie op generatie worden doorgegeven. Niemand ontsnapt aan jullie.
Vroeg
of laat komt iedereen bij jullie terecht tot de dood erop volgt. In een
zieke
wereld passen geen gezonden. In een beschaving passen geen
onbeschaafden.
Jullie vonnissen mensen tot chronische zieken omdat jullie de betekenis
van de
klachten niet begrijpen. Zij moeten van jullie met hun kwalen leren
leven. Als
valse profeten spreken jullie je doodvonnissen en noemen hen
ongeneeslijk. Uit
hun verleden voorspellen jullie hun toekomst. Jullie berekenen hun
kansen en
drukken het leven in cijfers uit. Jullie helpen de zieken van de regen
in de
drup. Al eeuwen tieren jullie verblinding, jullie ijdelheid en
hoogmoed
welig, De zieken gaan niet vrijuit. Jullie verschaffen hen het alibi
waardoor ze
op dezelfde weg door kunnen gaan. Liever nog gaan ze dood dan dat ze
hun
ongelijk erkennen of hun overtuigingen en meningen opgeven. Jullie en
hun
eigenwijsheid maakt en houdt mensen ziek. Kinderen groeien op in zieke
moeders
in zieke gezinnen in een zieke maatschappij. Dat levert zieke kinderen
op.
Jullie zien dat niet. Jullie hebben daar jullie eigen theorieën over.
Nooit
zijn in jullie ogen de ouders verantwoordelijk voor de ziekte van hun
kind.
Altijd zijn alle ouders daar verantwoordelijk voor en gezamenlijk is
het hele
mensdom verantwoordelijk voor elke kindertraan, voor elke kinderangst
en voor
elk ziek kind. Alle mensen zijn medeverantwoordelijk voor deze
krankzinnige
maatschappij want met z'n allen bouwen en handhaven ze deze hel.
Iedereen is een
radertje in deze enorme machinerie en die kan alleen blijven draaien
als ieder
radertje draait ten behoeve van die machinerie. Niemand weet wat hij
doet. De
kinderen dragen de symptomen van de volle hoofden van hun ouders. Zij
zijn de
enige echte slachtoffers in deze wereld. Jullie hadden het kunnen
weten. Jullie
zorgen ervoor dat dit zieke spel gecontinueerd wordt. Ooit heetten
zieken
zondaars. Het is slechts een ander woord.
Uit de Wijsheid van Salomo, hoofdstuk 2
Laat
ons de
arme rechtvaardige overweldigen en de weduwe niet sparen en de grijze
haren van
de ouden niet ontzien.
Laat
onze
kracht de maatstaf van de gerechtigheid zijn, want wat zwak is blijkt
niet van
waarde te zijn.
Laten
wij
daarom de rechtvaardige belagen, want hij is ons niet welgezind en hij
is
zuiver in tegenstelling tot onze daden.
Hij
verwijt
ons dat wij de Wet overtreden en houdt ons de schanddaden voor die wij
plegen
door onze opvoeding te overtreden.
Hij
beweert
God te kennen en noemt zichzelf een kind van de Heer.
Hij
is gekomen
om onze gedachten te berispen
Alleen
al
zijn aanblik is pijnlijk voor ons, want zijn leven is niet zoals dat
van
anderen, zijn wegen zijn anders.
Hij
beschouwt
ons als onecht; hij mijdt onze wegen alsof ze smerig zijn.
Hij
prijst
het uiteindelijke lot van de rechtvaardige als gelukkig en bluft dat
God zijn
vader is.
Laten
we
eens zien of zijn woorden waar zijn en laten we eens zien wat er zal
gebeuren
als hij heengaat.
Want
als de
rechtvaardige werkelijk Gods zoon is dan zal Hij hem helpen en hem
redden uit
de handen van zijn vijanden.
Laten
wij
hem op de proef stellen met beschimping en mishandeling om zijn
zachtmoedigheid
te leren kennen en om zijn geduld te meten.
Ja,
laten
wij hem tot een schandelijke dood veroordelen want naar zijn eigen
woorden zal
hij gespaard worden.
Toelichting:
Waar
bovenstaand
stukje over gaat is hoe gevaarlijk het is om mensen op hun
dwalingen te wijzen, te laten zien dat ze zich vergissen, dat ze
zichzelf en
anderen belazeren en hoe bedreigend mensen het ervaren als je daar niet
aan
meedoet. Dat je uitgestoten wordt als je eerlijk bent en dat de
gevestigde orde
je monddood wil maken, zoals dat de hele mensengeschiedenis met ketters
en
anderen die zich ingezet hebben voor een rechtvaardige wereld, met alle
klokkenluiders
en mensen die misstanden aan de kaak stelden gebeurd is, vermoord,
verbannen en
op brandstapels aan hun eind gekomen. In de Psalmen en bij de profeten
vind je
eigenlijk precies dezelfde verhalen. Mensen vinden het prachtig als je
zoekt,
maar wee je gebeente als je gevonden hebt, ze maken je nog liever af.
Er staat
niet voor niets dat je dan voorzichtig als een slang en argeloos als
een duif
moet zijn. Alle echte wijsheidsgeschriften zijn altijd door anonieme
mensen
geschreven omdat die altijd beseft hebben hoe gevaarlijk het was om dat
openlijk te verkondigen omdat het altijd tegen de gevestigde orde
inging en
allen die dat niet hebben gedaan zijn jammerlijk aan hun einde gekomen.
"laat ons de rechtvaardige uit ons midden wegdoen, want hij is ons
onaangenaam".
Alle ketterse stromingen zijn altijd te vuur en te zwaard bestreden en
er is
geen enkele reden om aan te nemen dat dat nu anders zou zijn. Als
"Jezus" zegt "ik ben niet gekomen om vrede te brengen, maar het
zwaard", zegt hij dat omdat hij heel goed begreep dat als zijn
boodschap
begrepen zou worden de pleuris uit zou breken, er een scheiding der
geesten zou
plaats vinden, omdat de helft van de mensen zich nu eenmaal liever dood
vecht
dan dat je ze hun ongeluk afneemt.
Je kunt het een generaal pardon noemen
Wij
hebben ons
allemaal vergist en wir haben es nicht gewusst, allemaal zonder
uitzondering.
Niemand zal een ander iets kunnen verwijten, omdat we allemaal een balk
in ons
eigen oog hebben gehad. Niemand kan zich beter voelen omdat zijn balk
kleiner
of dunner was. Niemand zal een ander van vuile handen kunnen
beschuldigen omdat
zijn eigen handen ook vuil waren. Niemand kan zeggen dat hij beter
geweest is
dan anderen. Niemand zal zich op de borst kunnen kloppen. Iedereen is
medeverantwoordelijk, maar niet schuldig. Niet schuldig maar wel
mededader in
deze baaierd van onrecht. En dan ook nog onbedoelde dader,
medeverantwoordelijk
en medeplichtig uit onwetendheid, onwetend van de onwetendheid en dus
nooit
schuldig.
* * *
|