| www.verbodengeschriften.nl
BRIEVEN V
Onderduiken, je afzonderen, niet meedoen heeft allemaal geen zin, want je kunt je nooit echt aan het raderwerk onttrekken, want dat laat “men” nooit toe. Iets anders is het als je beseft dat je ongewild een radertje bent, in een mechaniek waarin vrijwel geen enkel radertje weet dat hij een radertje is, dat alleen de kant op kan draaien die door de radertjes om hem heen wordt bepaald. En het meest tragische is dat mensen dat “het leven”noemen, dat nou eenmaal zo is, waar je niet aan kunt ontsnappen, en dus alleen maar kunt proberen om van het draaien iets leuks te maken. Die mallemolen wordt inderdaad draaiende gehouden door ego’s, die allemaal vinden dat ze in de mallemolen een hele belangrijke taak vervullen, en hoogstens ruzie met elkaar maken over het tempo, de versiering van de molen en andere onbenulligheden. In die mallemolen zitten dus ook allemaal goeroes, die mensen vertellen hoe ze gelukkig kunnen worden in de mallemolen, revolutionairen die de hele mallemolen willen opblazen en dan een nieuwe mallemolen willen bouwen, waar zij dan een belangrijke rol in moeten spelen, actiegroepen, die zich richten tegen onderdelen van het mechaniek die volgens hen anders moeten draaien, en tot slot mensen die zich ergens in een uithoekje terug willen trekken en daar hun eigen raderwerkje willen construeren. Binnen dat raderwerk gebeuren natuurlijk de meest vreselijke dingen. Zo is er bij jullie onlangs een radertje dolgedraaid dat vervolgens met een mes drie andere radertjes uit het mechaniek heeft verwijderd. En nu zie en hoor ik net de hoofdredacteur Pieter Vandermeersch van jullie eigen Standaard op de TV verkondigen dat het een “gek” is en dat hij de enige schuldige is. Wat heeft die man een boter op zijn hoofd! Het lijkt mij vanzelfsprekend dat als in een raderwerk een radertje doldraait alle andere radertjes daar medeverantwoordelijk voor zijn, maar nee hoor, al die andere radertjes weten van niets, vragen zich af hoe zoiets vreselijks kan gebeuren, huilen krokodillentranen en wijzen met hun vinger naar “de schuldige.” Iedereen, behalve de kleine kinderen, is medeverantwoordelijk voor alle ellende in de wereld, zolang hij meedoet aan deze kutwereld, daar een functie in vervult, al staat hij aan de lopende band en verpakt koekjes en dat betekent dus dat Kim de Gelder door de hem omringende radertjes en dus uiteindelijk door het hele raderwerk tot deze daad is gekomen. Maar hij is “gek” oordeelt het raderwerk, maar beseft niet dat alleen een ziek raderwerk zieke radertjes kan produceren, en door hem het etiket “gek” op te plakken denken alle anderen hun vuile handen schoon te wassen. Zo gaat dat in deze wereld en de mensen zien het niet. Zo zitten in de mallemolen ook dokters die radertjes die het tempo niet meer kunnen volhouden, zich niet kunnen aanpassen, beschadigd raken en doldraaien, weer oplappen, bijspijkeren en repareren zodat ze weer mee kunnen draaien, en als dat niet lukt worden ze ergens in een uithoekje opgesloten, wat ze overigens ook doen met radertjes die versleten zijn, het hele mechaniek niet meer begrijpen (die noemen ze dan dement) of gewoon te oud zijn, en dan mogen uitrusten in huizen voor bejaarde radertjes, waarin ze dan door verse radertjes worden verzorgd, die daarmee een hele belangrijke functie vervullen in het geheel. Jij denkt dat culturen langzaam verteren, maar dat is in de hele geschiedenis nooit het geval geweest. Culturen zijn nooit ingezakt maar altijd binnen zeer korte tijd ingestort en daar zijn wij nu ooggetuige van. Iedereen ziet het momenteel onder zijn ogen gebeuren, maar ze doen allemaal of er niets aan de hand is en ze bezweren zichzelf, tegen beter weten in, dat het allemaal niet zo’n vaart zal lopen en dat het wel weer goed zal komen. Wat dat betreft is er ook niets nieuws onder de zon, want dat zeiden ze in de dertiger jaren van de vorige eeuw ook en vervolgens waren ze stomverbaasd toen de pleuris uitbrak. Inderdaad heeft tot nu toe altijd het recht van de sterkste gegolden, en datzelfde recht heeft ervoor gezorgd dat ze een toren van Babel hebben gebouwd, die nu gaat instorten. Het zal gruwelijk en fascinerend tegelijk zijn. Er is nooit geluisterd, net als in de dertiger jaren, naar mensen die zeiden dat wij onze eigen ondergang tegemoet gingen en nog steeds niet. Nooit is er naar kinderen geluisterd, nooit is er geluisterd naar alles wat van waarde en dus weerloos was. Deze wereld draait op hebzucht, hoogmoed en angst. Het is toch te krankzinnig voor woorden dat deze manier van leven alleen in stand kan worden gehouden door steeds meer consumeren, hebben, kopen, onvrede, steeds meer, duurder en sneller. En diezelfde radertjes die op cruciale punten in het raderwerk zitten en ervoor hebben gezorgd dat de boel nu vastdraait zouden dan de boel weer in gang moeten zetten? Mensen zijn echt niet goed bij hun hoofd als ze dat geloven. Het zijn spannende tijden,
* * *
Jij wil duidelijk dat de wereld verandert en niet aan de zijlijn blijven afwachten wat er allemaal gaat gebeuren en je wil dus jezelf en je kinderen redden. Dat is nou net de reden waarom we in deze zieke maatschappij leven, waarin ieder voor zich en God voor ons allen geldt en niemand dus een enkele boodschap aan zijn medemensen heeft. Waarschijnlijk wil je niet alleen jezelf maar ook je verworvenheden, bezittingen en je pensioen veiligstellen. Daar is dus inderdaad iedereen mee bezig. Dus als ik het goed begrijp wil je ergens ver weg van de boze buitenwereld een veilige enclave creëren, waarin je jouw manier van leven kunt voortzetten en met leedvermaak toekijken hoe de anderen ten onder gaan. Dat is al eeuwenlang geprobeerd, daar hebben alle utopisten hun tanden op stuk gebeten, hebben communes gesticht, kleine raderwerkjes, die allemaal aan onderlinge verdeeldheid ten onder zijn gegaan. Het begint er al mee dat jij best, wat jij beschouwt als overbodigheden, wil opofferen, maar het grote probleem is dat mensen prima weten wat de overbodigheden van anderen zijn, maar niet hun eigen bagage kennen, dat mensen prima weten wat de vooroordelen van anderen zijn, maar niet hun eigen vooroordelen. En die mensen moeten dan volgens jou een denktank vormen die een nieuw raderwerk moeten construeren. Een onderling verdeelde groep die andere mensen dan gaat vertellen hoe ze moeten leven. Met andere woorden, jij wil het huis slopen en met het sloopmateriaal een nieuw huis bouwen. Ook dat is in de hele mensengeschiedenis al vele malen geprobeerd, en heeft nooit iets opgeleverd. Jij wil een nieuw leefboek, een nieuwe Bijbel dus, of een nieuw wetboek, opgesteld door een elitaire groep, weliswaar met volksraadpleging, maar dat is nou precies de maatschappij die wij nu hebben en dat noemen mensen gewoon een democratie. Misschien is het zinnig als je een keer Utopia van Thomas More leest, dat lijkt me wat jij eigenlijk wilt. Jij koestert het vooroordeel dat mensen “nu eenmaal regels nodig hebben” en dan ga ik ervan uit dat dat ook voor jou zelf geldt, dat jij dus kennelijk regels nodig hebt, die dus ook door anderen voor jou moeten worden vastgesteld, omdat jij niet zonder regels kunt leven. Ik begrijp dus helemaal niet waarom jij een andere wereld zou willen, tenzij jij in die gedroomde wereld van jou een grote rol wilt spelen. Ik ken geen enkel diersoort met een leefboek, met tien geboden, met regels die andere dieren voor hen hebben bedacht en toch denk jij dat mensen dat wel nodig hebben. Ik vraag me af hoe je daarbij komt. Wat ik dus mis in je hele houding is enig mededogen, enige vorm van rechtvaardigheid, een glimp van bescheidenheid. Ik proef eigenlijk alleen maar egoïsme, dus ik begrijp niet waarom je je niet uiterst behaaglijk in deze maatschappij voelt. Ik vindt het allemaal vreselijk ondoordacht en kortzichtig,
* * *
Wat ik je heb geprobeerd duidelijk te maken is tot wat voor merkwaardige conclusies je moet komen als je een bepaalde manier van denken, bepaald door geloofsartikelen zoals bv de evolutietheorie, consequent doortrekt. Je had dat natuurlijk ook zelf kunnen doen, maar om een of andere reden ben je ergens blijven steken. Laat ik toch ook maar even duidelijk maken dat ik geen creationist ben, want dat is ook een geloof dat op een boek is gebaseerd, dan wel niet The Origin of Species, maar een ander fabelboek. Ik vind het namelijk niet verstandig om mijn leven te laten beïnvloeden door wat anderen hebben bedacht en de verantwoordelijkheid voor mijn doen en laten, dus mijn leven, af te schuiven op theorieën van anderen. De natuur laat alles toe, want om met de mooie woorden van Lucebert te spreken: “alles van waarde is weerloos,” maar dat geldt ook voor kinderen, die worden opgevoed door wat jij noemt “geïndoctrineerde, gebrainwashte en geknede” volwassenen, die “de fouten van vorige generaties herhalen” en ook de kinderen laten dat toe. Ook zij zijn daar volmaakt weerloos tegen. Ik weet niet hoe je erbij komt om de natuur “wild” te vinden, waarin alles zou draaien om het overleven. Er is geen enkel “wild” dier dat zomaar een mens aanvalt, nooit, nergens en niemand. Als dieren agressief zijn, is dat altijd te wijten aan het gedrag van de mens, die ze probeert te temmen, hun leefgebied verstoort, ze uitmoordt, maar nooit omdat welk dier dan ook de mens als een prooidier zou zien. In een onverstoord ecosysteem heerst een wonderbaarlijk evenwicht, waarin nooit een dier uitsterft, en alle diersoorten van elkaar afhankelijk zijn en elkaar in stand houden, totdat de mens dat evenwicht verstoort en niet eerder. Er is geen enkel dier dat zijn best doet om te overleven, maar dieren leven gewoon. Ik las net een artikel over Marc van Roosmalen, die meer dan twintig jaar in de jungle heeft doorgebracht (dat is die man die in Brazilië een aantal nieuwe aapjes heeft ontdekt) en tegen de verslaggever vertelt: “hartverlammingen en kanker komen niet voor bij apen. Als er een aap sterft komt dat door ouderdom,” en “masturberen komt in het wild niet voor, dat zie je alleen in gevangenschap, in dierentuinen” en bij mensen natuurlijk. De wilde natuur is een bedenksel van de beschaafde westerling. Zoals het Siouxopperhoofd 150 jaar geleden zei: En het Oglala-opperhoofd Luther Staande Beer sprak ergens in de 19e eeuw die prachtige woorden: “Wij beschouwden de grote oppervlakten, de prachtige golvende heuvels en de kronkelende stromen met hun wirwar van plantengroei niet als ‘wild’. Alleen voor de blanke man was de natuur een woestenij en voor hen was het land ‘vergeven’ van ‘wilde’ dieren en ‘wilde’ mensen. Voor ons waren ze tam. De aarde was weldadig en we waren omringd door de zegeningen van het Grote Mysterie. Pas toen de harige man uit het Oosten kwam en met brute razernij ons en de mensen die ons dierbaar waren onrechtvaardig behandelden, werd het voor ons ‘wild’. En toen de dieren uit het woud voor zijn komst op de vlucht gingen, begon voor ons het ‘Wilde Westen.’’’ Dieren hoeven zich niet aan te passen, maar passen volmaakt in de ongerepte natuur. Als dieren zich aan moeten passen komt dat omdat de mens zijn leefgebied verstoort en dan krijg je dus ijsberen, vossen en wasberen die uit vuilnisbakken gaan eten, zoals mensen zich steeds weer moeten aanpassen aan een milieu dat zij zelf veranderen. Ik ben helemaal niet ontgoocheld, noch vind ik mensen verdorven en slecht, integendeel zelfs. Ik verbaas me er nog steeds over hoe prachtig het leven en de mens in elkaar zit. Zelfs dat mensen zo goedgelovig zijn en achter allerlei theorieën aanlopen, wijt ik niet aan domheid, want uiteindelijk heb ik dat ook jaren gedaan, en weet dus dat ze dat alleen uit angst doen. Ik weet dus ook dat een discussie met een gelovige absoluut zinloos en vruchteloos is. En voor mij maakt het geen enkel verschil of iemand gelooft dat ene Jezus voor zijn zonden is gestorven of dat iemand gelooft in de evolutietheorie of het creationisme. Nogmaals, ik vecht geen verbeten strijd, ik heb geen enkele pretentie, noch behoefte om mensen te bekeren. Het enige wat ik probeer duidelijk te maken is dat geloven in anderen per definitie inhoudt dat je niet in jezelf gelooft,
* * *
Je bent dus een aanhanger van de evolutietheorie, met andere woorden, een gelovige die op gezag van anderen iets gelooft, zonder dat hij daar zelf over heeft nagedacht. Nou is dat allemaal niet zo erg, maar het houdt wel in dat je daardoor een mensbeeld hebt dat gekleurd wordt door je geloof. Wat dat betreft onderscheidt je je dus niet van welke andere gelovige dan ook, die wat hij gelooft voor waar houdt, en alles wat niet met zijn geloof strookt negeert. Dat houdt dus ook in dat jij, tegen beter weten in, kennelijk ziet dat de mens evolueert, en ik vermoed dan dat je daar de ongebreidelde fantasie van de mens mee bedoelt, die ervoor heeft gezorgd dat hij voortdurend zijn leefwereld verandert en zich daar vervolgens weer aan aan moet passen om te kunnen overleven. Er is geen enkel dier dat zoiets flikt, maar helaas is het wel zo dat ze massaal uitsterven omdat de mens zo nodig hun leefwereld moet vernietigen en daarmee uit kortzichtigheid de kip met de gouden eieren slacht. Jij noemt dat eufemistisch “aanpassings-evolutie”, wat inhoudt dat onze kinderen, net zoals wij dat ook hebben moeten doen, zich moeten aanpassen aan een absoluut kunstmatige en dus onnatuurlijke wereld en het leven inderdaad overleven is geworden. Overleven in wereld vol tegenstrijdigheden, vol eisen die door anderen worden gesteld, en voor al die mensen die het gevecht niet aankunnen hebben wij dus een uitgebreide gezondheidszorg in het leven moeten roepen, die zich ontfermt, tegen betaling natuurlijk, over alle slachtoffers die het raderwerk in een niet aflatende stroom uitbraakt. Misschien noem jij dat wel vooruitgang en eigenlijk moet je dat ook als je in een evolutie gelooft. Je hebt inderdaad een heleboel kennis nodig om in deze door mensen gecreëerde wereld te overleven, maar geen enkel dier heeft kennis nodig om te leven. Jij gelooft dat de mens “bushcraft” nodig heeft om te leven en dat dat iets is wat hij niet van nature heeft. Ik heb nog nooit een albatros gezien die “know-how” nodig had om te overleven, maar jij gelooft dus dat mensen dat wel nodig zouden hebben. Jij gelooft dat de mens geen instinkt, natuur of hoe je het ook wil noemen, heeft en dat wij slechts over een “scholingsinstinct’ beschikken, maar voor mij geldt dat “scholingsinstinct” alleen voor onze kunstmatige manier van leven. Jij gelooft dat de mens niets met de natuur heeft te maken, dat hij louter als een straffeloos programmeerbaar wezen ter wereld komt, wat je tot elk soort robot kunt omvormen, die geschikt is om achter de lopende band te staan, zich te prostitueren, oorlog te voeren, kantoorslaaf te worden, kortom om als radertje te dienen dat deze gedrochtelijke wereld draaiende moet houden. Jij gelooft dus dat alle dieren een instinct hebben, maar dat de mens dat niet heeft en geen geweten heeft, en dat hij dus geprogrammeerd moet worden, nota bene door mensen die zelf ook geprogrammeerd zijn, dus robots die robots produceren en jouw nageslacht moet jij dus leren om in deze jungle te overleven. Het lijkt mij een uiterst merkwaardig vooroordeel om te denken dat iemand zich pas gelukkig kan voelen als hij weet wat ellende is, want dat zou bijvoorbeeld inhouden dat je je kinderen toch regelmatig in elkaar zou moeten slaan om ze te laten voelen hoe gelukkig ze zijn als ze niet in elkaar geslagen worden en dat geluk dus iets relatiefs is. Als opvoeder lijkt mij daar een grote taak voor je weggelegd. Ik gun je natuurlijk ook die zonderlinge gedachte dat het om de reis gaat en niet om de bestemming, en het genoegen dat je beleeft aan de “volle emoties van het leven”, waar verdriet, haat, kanker en het hele scala van alle mogelijke ellende onlosmakelijk mee verbonden zijn, want dat hoort daar nou eenmaal bij. Dus nogmaals, ik begrijp echt niet waar je je druk over maakt, omdat uit alles blijkt dat je zeer tevreden bent met jezelf en je manier van leven, maar dat het eigenlijk alleen maar al die domme mensen zijn, die niet zo denken als jij denkt, die jouw fantastische leventje verstoren en die jij met jouw denktank wilt herprogrammeren, omdat zij alles wat jij gelooft niet delen,
* * *
Helemaal niets van wat er op de websites staat is nieuw, geen woord. Alles is in de hele mensengeschiedenis al vreselijk vaak gezegd. In de crisis van de dertiger jaren van de vorige eeuw waren er in Duitsland, maar ook elders, kritische geesten die zich niet afsloten voor wat zij zagen en wanhopige pogingen hebben gedaan om het tij te keren. Ze werden uitgelachen, belachelijk gemaakt, vervolgd en verbannen en met open ogen ging de wereld WO-II in. De websites zijn dus niet meer dan een compilatie van alle ketterse geluiden, die de wereldgeschiedenis hebben begeleid, die hebben gepoogd om de mensheid te laten keren op een heilloze en doodlopende weg. Dat is het grote verschil tussen van Roosmalen, en al die andere schrijvers die op de websites worden geciteerd en Darwin. Voor de elite was en is Darwin nog steeds een geschenk uit hun hemel, waarmee ze hun status, bezittingen en verhevenheid boven het volk theoretisch konden en kunnen onderbouwen op dezelfde manier waarop de geslaagde christelijke zakenman zijn rijkdom als een gave van zijn God ziet. Gelukkig hebben mijn kinderen nooit gevraagd waar ze vandaan komen, niet omdat ik ze daar geen antwoord op kan geven, maar omdat het in mijn ogen een volstrekt onbelangrijke en onzinnige vraag is, omdat het op geen enkele manier bijdraagt aan het leven. Het is een even onbeantwoordbare vraag als de vraag waarom wij vijf vingers hebben en geen zeven. Voor mij is de verwondering voldoende. Ook met de uitspraak dat de aarde om de zon draait en er vele melkwegstelsels bestaan kan ik helemaal niets. Ik ben, net zoals ieder mens, het middelpunt van mijn wereld en daar verandert de uitspraak dat de aarde om de zon draait helemaal niets aan. Het weten daarvan verandert helemaal niets aan de manier waarop ik mijn bestaan ervaar en het is dus voor mij absoluut absurd dat de ‘ruimte’ verkend wordt, of de bedoeling daarvan zou moeten zijn dat mensen over een Tom Tom kunnen beschikken. Met andere woorden, als ik van het eten van een appel geniet, is het volstrekt overbodig dat ik weet dat het een appel wordt genoemd, hoeveel koolhydraten, calorieën en vitamine C die bevat, laat staan dat hij in het Latijn Malus pumila heet. Als ik de krant lees, het journaal bekijk en de ellende lees, hoor en zie, die de in jouw ogen geëvolueerde mens aanricht, hoe hij zijn eigen nest bevuilt, zijn medemensen afslacht, en dan bedenk dat ze allemaal als een prachtige onbevangen schepseltje ter wereld zijn gekomen, dan kan ik op geen enkele manier enige evolutie ontdekken, maar alleen ontaarding, bederf of hoe je het ook wil noemen. Dan zie ik hoe elk kind als een alien in deze krankzinnige wereld terechtkomt en daar in een paar jaar Haeckeliaans de hele ontaarding doorloopt, die het mensdom collectief in millennia heeft doorgemaakt. Mensen zijn niet wat ze zijn, maar wat ze denken dat ze zijn en denken dat ze zijn wat ze denken. Ik gebruik geen kwalificaties zoals goed en slecht, maar als bijvoorbeeld een varken zich als een struisvogel gedraagt, zie ik dat het niet klopt. Dus als een mens een uniform aantrekt en soldaatje speelt, en vervolgens zegt dat hij soldaat IS, dan overvalt mij een gevoel van verbazing. Of als iemand bepaalde denkbeelden aanhangt en vervolgens beweert dat hij een “vrijzinnig humanist” IS, dan begrijp ik echt niet hoe hij dat zelf kan geloven.
* * *
Er zijn vele mensen die zich filosoof hebben genoemd, die bedacht hadden dat de mens evolueert en dat hij al evoluerend op zijn voltooiing afstevent, op zijn volmaaktheid, zelfs als er overal om hen heen oorlogen woedden, en ze konden zien hoe mensen elkaar afmaakten. Dan moet je toch wel heel blind zijn. En terwijl wij midden in de grootste crisis van de laatste honderd jaar zitten, denken de wetenschappers dat ze bijna de Theorie van Alles hebben gevonden, en dat het nog maar even duurt voor het zover is. Terwijl de mensen steeds zieker worden, geloven de medische wetenschappers dat ze binnen afzienbare tijd alle ziekten kunnen genezen, dat ze goed bezig zijn, doorbraak naar doorbraak boeken, maar dat het klootjesvolk nog even geduld moet hebben. Dan ben je niet alleen blind, maar ook nog doof en op zijn minst kortzichtig. Voor mij is een mens een mens en als hij leeft zoals hij zou moeten leven leeft hij als een mens, zoals een spin als spin behoort te leven en geen vegetariër moet zijn. Is hij dat toch dan zou je in jou terminologie van een “slechte” spin kunnen spreken. Een mens die niet als mens leeft, verloochent dus zijn menszijn en ook dat zou je in jouw woorden “slecht” kunnen noemen. Jij gelooft in de oerknal, en kennelijk is dat voor jou “het begin”, maar ik ben dan vreselijk benieuw, wat er dan vóór die oerknal was en of die oerknal iets was dat uit het niets voortkwam en hoe dat niets iets kon worden. Ik ben het helemaal met je eens dat wij een product, een emanatie van het heelal zijn, dat de hele kosmos zich samenbalt in ieder van ons en ons doet bestaan, waarmee elk mens dus een microkosmos van de macrokosmos is, zonder begin en zonder einde. Ik beweer niet dat de mens goed van kwaad kan onderscheiden, maar dat de mens voelt wat schadelijk voor hem is, zoals een kind dat de kachel te dicht nadert voelt dat het hem kan schaden als hij nog dichterbij komt. Met andere woorden dat mensen voelen aan onrust, pijn, spanning, koorts, kortom alle signalen die ze voelen, dat ze zichzelf schaden, maar daarmee gaan ze naar de dokter of nemen een pijnstiller, wat oxazepam of drinken een borrel. Dat is de kern van het hele verhaal op de websites, namelijk dat mensen die zich als mens gedragen niet ziek kunnen zijn, geen pijn kunnen hebben en “hun” lichaam niet voelen. Een aap in het Amazonewoud past zich niet aan aan zijn omgeving, omdat hij gewoon in zijn eigen habitat wordt geboren en daar naadloos in past en zijn natuur of instinct laat hem doen wat hij moet doen en daar is inderdaad helemaal geen scholing voor nodig. Dat dieren andere diersoorten kunnen imiteren staat daar helemaal buiten. Ik ben het ook met je eens dat muizen in een overvolle muizenkooi tot agressiviteit en kannibalisme overgaan, maar in de vrije natuur gebeurt dat niet omdat bijvoorbeeld een overbevolking van muizen meteen een halt wordt toegeroepen door een toename van het aantal uilen, vossen en andere natuurlijke vijanden, dat weer afneemt als er minder muizen zijn en het geheel zo altijd tendeert naar het natuurlijke evenwicht. De vraag is natuurlijk waarom het aantal mensen zo epidemisch is gestegen en nog steeds stijgt en ook dat heeft met gevangenschap te maken; gevangen in relaties, families, groepen, huizen, landen en meningen en overtuigingen en hun rollen, zijn mensen niet gelukkig en copuleren of masturberen is voor gevangenen een aangename manier om even vergetelheid te zoeken, met andere woorden, het libido is een product van gevangenschap. Daarnaast hebben mensen kinderen nodig om hun leven op te leuken, als verzekering voor hun oude dag, als bezit, als speeltje, als iets waar ze macht over kunnen uitoefenen, waar ze iets van kunnen maken en daar vervolgens trots op kunnen zijn, mee kunnen pronken, iets waar ze hun eigen gemiste kansen in kunnen projecteren en die hen gelukkig kunnen maken. En dan hebben ze het over natuurlijke drang, moederinstinct, en al die andere drogredenen, waar nooit het kind zelf in voorkomt. Gelukkige mensen copuleren hoogstens om de mens niet uit te laten sterven, maar daar heb je geen achteneenhalf miljard mensen voor nodig. Maar ook daar draagt de evolutietheorie erg veel aan bij, met allerlei voorbeelden uit het dierenrijk, die in haar kraam te pas komt, bij voorkeur konijnen en bonobo’s. Misschien zou je nu kunnen denken dat het allemaal een theoretisch verhaaltje is, maar zo ervaar ik het leven en zo leef ik het, en natuurlijk is er een tijd geweest waarin dat nog niet zo was, (met alle consequenties van dien).
* * *
Het is inderdaad zo dat iedereen uit een tekst net datgene haalt wat zijn wereldbeeld bevestigt en daar gaat zelfs aan vooraf dat hij eerst de keuze maakt van welke kranten en boeken hij leest en naar welke TV-programma’s hij kijkt. Zo kon het dus gebeuren dat mensen in de dertiger jaren en in de huidige crisis oprecht konden en kunnen zeggen dat ze het niet hebben zien aankomen, dat ze Es nicht hatten gewüsst. Er zijn heel veel mensen die onze websites bezoeken en alles stuitend, belachelijk en beledigend vinden en dat is het ook voor hen omdat het op geen enkele manier te rijmen valt met hun onaantastbare wereldbeeld, waar zij geen twijfel in toelaten. Met dat eigenmachtig geconstrueerde wereldbeeld spelen zij namelijk hun spel in deze wereld, verdienen daar hun boterham mee, ontlenen hun gevoel van eigenwaarde daaraan en verdedigen dat dus met hand en tand tegen alles wat dat ook maar zou kunnen bedreigen. Christenen zijn dus doof en blind, en moeten dat ook zijn voor alles wat, vanaf het ontstaan van die collectieve waan, gewezen heeft op alle tegenstrijdigheden en inconsequenties die hun doctrine bevat. Mensen mogen niet twijfelen, want dat zou kunnen inhouden dat ze aan hun wereldbeeld gaan twijfelen en tot de conclusie zouden kunnen komen dat ze zich hebben vergist en dus hun hele leven tot dan toe op een vergissing berust en dat is heel begrijpelijk het laatste wat mensen, al is het maar zichzelf, durven toe te geven. Dat gebeurt ook bij elke paradigmawisseling in de wetenschap, waarbij de nieuwlichters de euvele moed hebben om te beweren dat het allemaal anders is, en de aanhangers van het oude paradigma verweesd achterblijven: zij hebben zich namelijk hun leven lang vergist. Mensen gaan dus liever dood dat ze toegeven dat ze zich hebben vergist en daarom is het verdedigen van een “eigen” mening dus een gevecht op leven en dood. Een tweede en zwaarwegende reden om het wereldbeeld niet te veranderen is dat de omgeving, de peergroep, dat niet toestaat en alles zullen aangrijpen om de desbetreffende weer in zijn hok te krijgen. In gezinnen met opgroeiende kinderen wordt dat puberen genoemd, het wereldbeeld van de ouders ter discussie stellen, het morrelen aan hun zogenaamde zekerheden en het verwoorden van ketterse ideeën. Ze proberen uit het gareel te breken. Een aardig voorbeeld in België is Professor Steven de Batselier geweest, die het lef had om de zekerheden van zijn medebroeders onderuit proberen te halen. Hij schreef dus in 1974 in zijn boek “De zachte moordenaars”:
Bij wijze van inbeschuldigingstelling...
Laatst had ik een wondere droom... Ik was afgereisd naar een heel ver land waar eens in het jaar de kinderen het voor het zeggen hadden op alle gebieden van het leven. De volwassenen lieten het zich voor één dag welgevallen het dagelijks lot van de kinderen zelf te ondergaan en hen te gehoorzamen. Doorgaans was dit een karnavalesk gebeuren vol kinderpret. Bij het invallen van de duisternis werd de ontmaskering stopgezet, waarna alles terugviel in de stevige plooien van het monotone bestaan. Dit jaar was het anders, héél anders. De kinderen waren druk in de weer en, - de ernst op hun gezichten loog er niet om -, er zou iets heel belangrijks gaan gebeuren. Plots hoorde ik tromgeroffel dat mij deed denken aan een middeleeuwse terechtstelling. Toen zag ik een stoet voorbijtrekken, een heel lange stoet volwassenen met handboeien aan en weerszijden begeleid door kinderen die fakkels droegen. Zij waren op weg naar een onmetelijk groot marktplein. Aan de weerkaatsing van de fakkels in de ogen van de kinderen zag ik dat dit geen spel was, maar dodelijke ernst. Dit leek een definitieve afrekening. Op het marktplein stond een tribunaal, ineengetimmerd met zware oude eiken balken. Het bleef mij een raadsel waar kinderen de macht vandaan haalden om een dergelijk bouwwerk op te trekken. Omdat ik uit een vreemd land kwam en de kinderen de gastvrijheid hoog in ere hielden en ik intussen ook kennis had gemaakt met de Voorzitter van de Rechtbank, - een meisje van 11 jaar -, kreeg ik een observatieplaats toegewezen van waaruit mij geen enkel detail kon ontgaan. Toen heb ik de stoet geschouwd. Op kop de Minister- President, zwaar geboeid met een aparte lijfwacht. Dan volgden, wat zij noemden, de Hoogwaardigheidsbekleders kerkvorsten, prinsen, ministers, magistraten, hogere legerofficieren-in-gedekoreerde-uniformen. Dan een kleinere groep met wit-grijs-gestreepte broeken, stijve boorden en hoge hoeden dit bleken geld- en andere magnaten te zijn, bankiers, naamloze vennootschappen, multinationals. Dan volgden verschillende groepen ordebroeders : de Orde der Geneesheren, de Tuchtraad der Advokaten, zelfs kopstukken van Vakbewegingen. Ook de technokraten : ingenieurs, ekonomen, sociologen, psychologen, pedagogen,... En tenslotte een heel lange rij van ouders en anderen die verantwoordelijk zijn voor kinderen onderwijzers, direkteuren van weeshuizen en heropvoedingsgestichten,... Na het wegsterven van het laatste tromgeroffel werd lezing gegeven van de Akte van Inbeschuldigingstelling. Deze, - voorgelezen door een knaap van 12 jaar met de stem van een prokureur -, begon ongeveer als volgt :
‘Mijnheer de Minister-President, u bent een moordenaar. Omwille van de ekonomische belangen van uw vrienden hebt u dood en vernieling gezaaid in een godvergeten landje in de uithoek van de wereld. Aan de jeugd in dit land wordt in opleidingskampen geleerd dat er ‘vijanden’ zijn die moeten worden gedood voor de veiligheid van het ‘dierbaar’ vaderland. Mijnheer de President, u wordt beschuldigd van moord. U en uw Regering worden beschuldigd van massa-moord. Uw politieke strukturen grijpen naar het wapen van de oorlog wanneer de ‘binnenlandse zaken’ er niet goed voorstaan. Zelfs heiligschennis is u niet vreemd, met uw zogenaamde heilige beginselen, het heilig vaderland, de heilige grond, de gewijde aarde, de heilige natie... Niets van dat alles, Mijnheer de President, is heilig...’
In die stijl vervolgde het rekwisitoor tegen alle vertegenwoordigers der maatschappijstrukturen de taal was scherp, de logika glashelder, de beschuldiging onverbiddelijk. De moeilijkheid tijdens deze procesvoering was dat de volwassenen hoofdschuddend luisterden en niets schenen te begrijpen van de wijsheid en het doorzicht der kinderen... Wat de grond van de zaak betrof, - allen werden beschuldigd van een of andere variante van moord -, bleek de verdediging maar niet van de grond te komen. Zij nam een ekskuserende, onwetende en wederzijds beschuldigende houding aan en pleitte een hele reeks van verzachtende omstandigheden. Uiteindelijk werd alles op de rug der strukturen geschoven, alsof strukturen onveranderlijke grootheden waren, los van de konkrete mensen... Het Hof trok zich terug om de uitspraak voor te bereiden... Toen ik wakker werd, had ik een smaak van bloed in mijn mond.
Maar hij is natuurlijk verketterd, belasterd, zwartgemaakt en belachelijk gemaakt, want wetenschappers houden niet van klokkenluiders uit hun eigen gelederen, die ze ervan beschuldigen dat ze de vuile was buitenhangen.
* * *
Zo heeft het merendeel van de wetenschappers zich al decennialang tot het evolutiegeloof bekeerd en alles wat zij beweren is doordesemd door dat geloof, waarmee zij hun status en boterham verdienen. Het is dus vanzelfsprekend zij met alle macht gezichtsverlies proberen te voorkomen en geen middel schuwen zij als zij hun positie moeten verdedigen. Zoals je weet wordt de christelijke theorie met grote souplesse gebruikt om van alles goed te praten en te verdedigen. Augustinus en Thomas van Aquino hebben met allerlei spitsvondigheden de “rechtvaardige oorlog” verdedigd, nota bene met behulp van een godsdienst die verkondigt dat je je vijanden lief moet hebben en de andere wang moet toekeren en onze christelijke wereldleiders maken daar nog steeds graag gebruik van en zijn hen uiterst dankbaar. Zo wordt dat ene boek van Darwin al sinds het verschijnen ervan te pas en te onpas gebruikt, ja ook om kasten, klassen en slavernij te verdedigen.
* * *
De maatschappij zit inderdaad vreselijk ingewikkeld in elkaar en is eigenlijk door niemand meer te overzien en te doorzien, maar dat mag ook niet en daarom hullen wetenschappers zich in een slechts voor ingewijden toegankelijk jargon dat dient om hun eigen vakgebied te verdedigen tegen buitenstaanders. Maar het gaat er ook niet om om het hele raderwerk te beschrijven, maar om het doorzien van de principes die eraan ten grondslag liggen en dat zijn macht en bedrog, het exploiteren van angst, hebzucht; houdt mensen dom en leidt ze af met brood en spelen.
Er zijn de hele wereldgeschiedenis door mensen geweest die beseften hoe heilloos deze manier van leven is, hoe ze gebukt gingen onder een fnuikende last en die het spel niet meer wilden spelen en uiteindelijk tot de ontdekking kwamen hoe bevrijdend dat is, omdat je als je niets meer hebt, ook niets meer hoeft te verdedigen. Het waren per definitie eenlingen, waarvan de meesten wijselijk hun mond hielden, maar anderen, die in de illusie verkeerden dat ze iets heel nieuws hadden ontdekt, (terwijl ze zich hoogstens hadden moeten generen omdat ze eerst zo laf waren geweest om tegen beter weten in mee te doen) zichzelf dus als uitverkoren beschouwden, de goeroe gingen uithangen en leerlingen om zich heen verzamelden en zo ontstonden de religies. In je eentje alles opgeven om je eigen ziel te redden, is een egoïstische bezigheid, die op dit moment erg in is bij al die heilzoekers, die zo nodig ten koste van anderen in het “hier en nu” willen leven, die hun geluk proberen te bereiken ten koste van het ongeluk van anderen. Bevrijding kan dus alleen massaal, wat in deze woelige tijden waarin er steeds meer mensen zullen komen die vrijwel niets meer te verliezen hebben, individueel steeds vaker zal voorkomen. Natuurlijk zal de natuur evenwicht brengen, dat is namelijk het wezen van de natuur, dat zij altijd en voortdurend naar evenwicht streeft, als de mens zich daar maar niet tegen verzet,. De mens kan genieten, zich verwonderen, over alles wat leeft en bloeit, over zijn eigen bestaan, over een prachtige wereld, heeft geen natuurlijke vijanden, maar is wel het enige schepsel dat kan afwijken van zijn natuur, maar daar gelukkig ook weer naar kan terugkeren.
* * *
Het lijkt inderdaad alsof mensen zich met het grootste gemak in een systeem laten schikken, zich in een korset laten persen, zich op een procustusbed tot de gewenste vorm laten rekken, kortom zich laten aanpassen aan alle normen en regels die hen door andere mensen worden opgelegd, maar daar komt altijd bij dat ze het toelaten, dat ze zwichten en zich niet verzetten. Dat hebben ze namelijk al heel, heel vroeg geleerd, onderdanig zijn, gehoorzamen, weten dat ze gestraft worden als ze dat niet doen, leren dat er autoriteiten zijn die het beter weten, ouders, schoolmeesters, clerus, deskundigen en zo is het voor iedereen een automatisme geworden om zich aan te passen, zich te schikken naar een systeem, een bepaalde manier van leven en met elkaar omgaan. Mensen die nooit geleerd hebben om onderdanig te zijn laten zich niet aanpassen. Het kastesysteem wat beschreven wordt in White Tiger, laat dus ook duidelijk zien dat knechten beroerde bazen zijn omdat ze hun frustraties botvieren op degenen die onder hen staan en dat zijn natuurlijk weer op de eerste plaats de kinderen en is het dus heel vanzelfsprekend dat de onderdrukte heel graag onderdrukt, om nog daar nog enig gevoel van eigenwaarde aan te ontlenen. Zo zie je bijvoorbeeld aan de manier waarop een baas met zijn hond omgaat, hoe hij thuis onder de plak zit. Dus de broedplaats waar de onderdanigen worden gekweekt en daarmee klaar worden gestoomd voor de grote wereld, zijn de gezinnen, die dus heel terecht de hoekstenen van deze maatschappij zijn. De mini-apenrots is het gezin.
* * *
Het is inderdaad fascinerend om te zien, hoe de verschillende diersoorten de mens een spiegel voorhouden en hen laten zien hoe absurd ze zich kunnen gedragen en vervolgens praten diezelfde mensen hun gedrag goed met het verwijzen, naar juist die diersoort die hun gedrag kan excuseren. “De bavianen doen het ook!” Ik vind dat toch erg armoedig en ook nog een uiterst zwak argument, want de ander kan daar meteen aan toevoegen dat de sprinkhaan het juist niet doet. Het grote verschil is dat de baviaan zich niet als mens kan gedragen maar de mens zich wel als baviaan of nog duidelijker: een varken kan zich niet als mens gedragen, maar een mens wel als een varken. Een varken kan zich namelijk uitsluitend als varken gedragen, tenzij hij door de mens wordt gedresseerd. Zo kan een klein kind zich uitsluitend als een klein kind gedragen, tenzij het door zijn opvoeders tot slaaf wordt gedresseerd, die uiterst bruikbaar is voor elk denkbaar systeem
* * *
Jij hebt een verklaring gevonden voor het onrecht in deze wereld en zegt dat je daar niets aan kunt veranderen, omdat deze mens en deze wereld nu eenmaal zo in elkaar zitten. Jij hebt voor die verklaring een theorie nodig, die jouw idee over de mens (en dus jezelf) en de wereld bevestigt. Ik zie dat mensen alleen maar bang zijn, dat ze zich voor de gek laten houden en voor de gek worden gehouden, door mensen die zichzelf ook weer voor de gek houden, die met hun hoofd leven en niet naar hun geweten, die collectief net als jij zeggen dat ze nou eenmaal zo zijn en dat ze niet kunnen veranderen, en als ze dat wel zouden willen, dat de ander moet beginnen, dat mensen geleerd hebben om alles en iedereen de schuld te geven voor hun ellende, altijd de reden buiten zichzelf zoeken, omdat iedereen dat doet, en collectief de verantwoordelijkheid voor hun eigen leven uit handen geven. Maar nogmaals de kern van het hele verhaal, misschien het cement dat jij bedoelt, wat het systeem in stand houdt, is dat als mensen zich anders dan als mens gedragen, als ze dus niet zijn wat ze eigenlijk zijn, ze dan vroeg of laat ziek worden en elk symptoom is een waarschuwing, die uitsluitend daarop wijst. Als namelijk een bepaalde manier van leven een symptoom of probleem oplevert, kun je het symptoom onderdrukken of het probleem proberen op te lossen, maar de enige zinnige manier is om je leven zo te veranderen dat het symptoom of het probleem verdwijnt. Mijn ouders geloofden natuurlijk ook in de dokter, de pastoor, en al die andere autoriteiten en niet dankzij dat, maar ondanks dat hebben zij en ik het overleefd. Tot slot draai je de zaak om als je zegt dat vervolmaking (ik zou gewoon zeggen, gewoon als mens leven) betekent dat er een eind komt aan het oneindige en eeuwige, want voor mij is dat het echte leven in het oneindige en eeuwige. Dan wordt inderdaad eindelijk het overleven leven, een Zijn in het eeuwige Nu,
* * *
Elke diersoort heeft wat wij een instinct noemen, wat hen precies laat doen wat ze moeten doen, en hen doet laten wat niet in hun belang is. Ze voelen wanneer ze moeten eten, voelen wanneer ze moeten rusten en slapen, voelen wanneer ze moeten paren, en wanneer ze beschutting moeten zoeken en zo speelt hun leven zich af. Het zou dus uiterst merkwaardig zijn als mensen geen instinct, geen natuur, zouden hebben en inderdaad voelen mensen ook wanneer ze moeten eten, moeten rusten en slapen en beschutting moeten zoeken en waarschijnlijk ook wanneer ze zouden moeten paren. Kleine kinderen doen dat ook (behalve dat laatste natuurlijk) en bij echt primitieve volkeren speelt dat gevoel ook de hoofdrol. Bij ons is dat omgekeerd, daar bepaalt niet het gevoel maar het hoofd wat “goed” en “kwaad” is. Wat heeft een mens nou echt nodig, niet om te overleven, maar om te leven? Wat voedsel als hij honger heeft, rust als hij moe is en beschutting als het bijvoorbeeld regent. Dat is echt alles en al het andere zijn valse behoeften. De natuur levert alles wat hij nodig heeft in overvloed en voor de rest kan hij dan genieten van het altijd wisselende schouwspel. Er is dan ook geen enkele reden om te werken, want werken dient alleen om valse behoeften te bevredigen, alleen dwazen werken, en wie werkt moet ook meer eten. Vlees eten is een uiterst merkwaardig aanwensel en zoals dat bij alles gaat, gaan mensen het ook nog “lekker” vinden, zoals ze wijn ook lekker zijn gaan vinden en niet meer weten hoe smerig ze hun eerste glas vonden en uiteindelijk zeggen ze zelfs niet dat ze het lekker vinden, maar dat het lekker is. Als iedereen voor het vlees dat hij zo nodig moet eten zelf de dieren zou moeten slachten, zou het snel afgelopen zijn, hoewel moorden ook went. De mens hoort net als elk dier in de natuur en leeft alleen gelukkig als hij naar zijn natuur leeft. Maar hij is meer dan een dier. Hij heeft geen natuurlijke vijanden, kan genieten en zich verwonderen en dat geeft hem in de natuur een absolute uitzonderingspositie. De bevolkingsgroei hoeft helemaal niet beperkt te worden, want mensen maken elkaar wel af en anders gaan ze letterlijk en figuurlijk kankerend ten onder, in hun zelfgecreëerde en in stand gehouden rattenkooi, waarin ze inderdaad niet leven, maar alleen maar met overleven bezig zijn, niet in een gevecht met de natuur, maar in een onderling gevecht en een gevecht met zichzelf. Om die zieke manier van leven in stand te houden hebben ze een ongelofelijk ingewikkelde en dus kwetsbare infrastructuur gecreëerd, die nu overal op instorten staat. Maar die infrastructuur levert ook alle hulpmiddelen waarmee mensen, die leven op een manier die niet met het leven verenigbaar is, dat leven kunstmatig continueren. Honderden miljoenen mensen kunnen nog alleen maar in leven worden gehouden met medicijnen, met chemotherapie, met inentingen, met tranquillizers, hulpverleners, die alleen gegarandeerd kunnen worden met een intacte infrastructuur. En er is nog iets. In China maakt de regering zich op dit moment ernstig zorgen over het razendsnel stijgen van het aantal werkelozen en niet omdat ze mededogen hebben met die mensen, maar omdat ze bang zijn voor opstanden en dat geldt echt niet alleen voor China maar overal, ook in België en met name in Wallonië, de vraag is niet of maar wanneer. Als ze het niet kunnen krijgen komen ze het halen.
* * *
Binnen een groot marmeren blok zit een volmaakt beeldhouwwerk. Ik laat mensen dat blok zien en vertel hen dat. Ze zullen mij meewarig aankijken en stilletjes denken dat ik een beetje maf ben en overgaan tot de orde van de dag. Ook als ik hen vertel dat ze om dat beeld te vinden wel eerst een hoop werk moeten verrichten, en dat ik zelf ook zo’n blok had en daarin uiteindelijk gevonden heb wat ik zocht, zullen ze niet van gedachten veranderen. Zo kan ik ook tegen iemand zeggen die geslagen is door het leven, teleurgesteld is in zichzelf en zijn medemensen, dat hij een “vrij en volstrekt onafhankelijk kosmisch verschijnsel is en zelfs het meest verfijnde organisme dat er is,” hij zal me verbijsterd aankijken en mij toevoegen dat ik maar eens naar een psychiater moet. Het is een juiste uitspraak van Jan Börger, en die uitspraak is al door heel veel mensen onafhankelijk van hem en de hele mensengeschiedenis door gemaakt, maar helaas kunnen mensen daar niets mee. Dat is namelijk een eindconclusie; dat kun je pas ervaren als je je van al je bagage hebt ontdaan, zoals het beeld uit het blok marmer ook pas tevoorschijn komt als je alles wat dat beeld Niet is, hebt verwijderd. Hoe krankzinnig de vorm ook is waarin de evangeliën zijn gegoten, maar in wezen staat daar precies hetzelfde in, namelijk dat je, als je je van alles ontdoet, zult ervaren wat voor prachtig wezen je bent, maar je moet wel geloven dat je dat zult ervaren als je dat doet. “Eerst zien en dan geloven,” zei de ongelovige Thomas dus! “Ik weet wat ik heb en niet wat ik krijg, je kunt me nog meer vertellen en ging over tot de orde van de dag.” Mensen moeten zich ontwikkelen maar in de letterlijke betekenis van het woord, en niet in de betekenis waarin jij het schrijft. Mensen zijn namelijk ingewikkeld geworden, hebben zich gewikkeld in een cocon van meningen, bezittingen, en moeten die cocon weer helemaal afwikkelen (“ont”wikkelen), voordat ze zich ontpopt hebben en de wijde wereld in kunnen vliegen, uit hun kooi kunnen ontsnappen, maar als ze daar alleen al aan beginnen zullen al die andere poppen hem toeroepen dat hij normaal moet doen, zich keurig aan de poppenwereld moet aanpassen, dat hij gevaarlijk doet, dat zij daar ook wel eens over hebben gedacht, maar dat ze al gauw tot de conclusie waren gekomen dat het hen toch niet zou lukken, en dat ze nu maar van het leven in hun cocon het beste proberen te maken en dat ze best wel gelukkig zijn zo. En dan nemen ze een borrel en roken een joint, waardoor het leven in de cocon wat vrijer lijkt te worden, maar het helpt maar voor even,
* * *
Die website biedt een aardige oase onderweg, waar je lang en redelijk prettig kunt toeven, maar eigenlijk biedt het alleen een manier om het leven in de kooi wat rooskleuriger te maken. Wat Judith Hamerlinck van andere goeroe’s onderscheidt is dat zij voor haar inzichten geen geld vraagt en dat is op zich al lovenswaardig. Maar uiteindelijk komt het er bij haar op neer dat ze het allemaal niet zo precies weet, dat ze een heleboel vragen heeft waar ze het antwoord niet op heeft en toch mensen de weg wijst, hoe ze bijvoorbeeld een goede manager kunnen worden, maar niet hoe ze weer mens kunnen worden. Het verhaal gaat dat Democritus overdag met een brandende lantaarn over het marktplein liep en toen hem gevraagd werd, waarom hij dat deed zei: “Ik zoek een mens.” Hij zag namelijk alleen burgers, kooplieden, mannen en vrouwen, soldaten, maar geen mensen. Wat ik bij haar mis is enig gevoel van rechtvaardigheid of mededogen. Het is een website voor hoogopgeleiden, die ze leert hoe ze het spel in de rattenkooi beter kunnen spelen en zoals je weet gaat dat spel altijd over de ruggen van anderen. Het gaat er niet om, zei Wittgenstein, hoe je het spel moet spelen maar óf je het spel wel moet spelen. Gelukkig zijn in een kooi met ongelukkigen is onmogelijk. Judith Hamerlinck zit zelf in de kooi, heeft daar een heleboel meegemaakt zoals ze zelf schrijft en is tot de conclusie gekomen dat ze het spel anders moet spelen. Maar elke revolutie, elke wisseling van de macht, elke verandering van de spelregels, levert alleen een ander spel op met andere verliezers en andere winnaars, maar wezenlijk verandert er niets. Zij leert managers het spel beter spelen, waardoor het bedrijf misschien beter loopt, maar omdat de koek verdeeld is, houdt dat per definitie in dat het met een ander bedrijf minder moet gaan. Dat is de wet van behoud van ellende, die in de kooi geldt. Je kunt nooit verder komen dan de beperkingen van je therapeut, dus er komt inderdaad een moment dat je alleen verder moet en dan kom je weer andere mensen tegen, die je verder op weg kunnen helpen, maar waar je ook weer afscheid van moet nemen omdat je het uiteindelijk allemaal zelf moet doen en je weet dat het mogelijk is,
* * *
Geloven wil dus zeggen dat je iets niet zeker weet, maar dat houdt ook in dat je zolang je in dingen blijft geloven en aan de hand daarvan je leven leidt, er een enkele reden en behoefte is om zekerheid te krijgen. Je kunt dus je hele leven van alles geloven, dat wil zeggen, dingen die je niet met je zintuigen kunt waarnemen en die je niet ervaart, als leidraad aannemen. Immanuel Kant, die overigens ook vreselijk veel onzin heeft geschreven, gebruikt in zijn artikel Wat is Verlichting? het motto sapere aude, wat betekent “durf te weten”. Maar je kunt niet iets weten als je het gelooft en het echte weten is dus dat je weet dat je iets gelooft en dat dat dus per definitie onzin is, de waan van de dag. Kleine kinderen geloven nog niets, maar worden opgevoed door menen die van alles geloven, wat ze niet zien, dus hun kinderen ook niet kunnen laten zien, die moeten dat ook maar moeten geloven. De strekking van de websites is geen aanklacht, want dat heeft iets van een beschuldiging. Ze verduidelijken alleen, onthullen van alles dat niet klopt, ontdekt dingen, haalt daar dus het dek van af, laat verbanden en patronen zien, en dat laatste is iets wat veel mensen niet durven omdat ze geleerd hebben dat je appels niet met peren kunt vergelijken. Mensen hebben namelijk geleerd om naar de verschillen te kijken, terwijl je als je naar de functie kijkt alles met alles kunt vergelijken. Net zoals je appels met peren kunt vergelijken en zelfs met kastanjes of tuinbonen, omdat hun functie het kunnen voeden is, kun je ook alle godsdiensten met elkaar vergelijken en alle relaties tussen mensen, met alle problemen van dien en die komen dan ook allemaal op hetzelfde neer. Alle politieke systemen kun je moeiteloos over elkaar heen leggen omdat het altijd over macht gaat, over mensen die bepalen hoe anderen moeten leven, terwijl ze hun eigen leven niet op orde hebben. Alle relatieproblemen zijn communicatieproblemen, doordat de een zich andere meningen “eigen” heeft gemaakt dan de ander, andere dingen lekker, leuk en belangrijk heeft leren vinden dan de ander, en dat kan alleen maar tot conflicten leiden en compromissen, die altijd twee verliezers opleveren. Het is eigenlijk gewoon een kwestie van uiterst consequent doorredeneren en dan kom je uiteindelijk uit bij het punt waarop je beseft dat je helemaal niets kunt weten en het klinkt paradoxaal, maar als je beseft dat je niets kunt weten, weet je opeens alles, of liever begrijp je alles. Dan begrijp je ook dat in deze wereld relaties tussen mensen helemaal niet kunnen en dat het altijd behelpen blijft. Dat je met behulp van de taal geen contact kunt maken met iemand anders, omdat je bij god niet weet wat er zich in die blackbox van de ander afspeelt, laat staan dat je weet wat er zich in je eigen blackbox afspeelt. Dat er altijd een discrepantie is tussen wat mensen laten zien en wat ze zeggen en dat is waar kinderen nog zo en dieren altijd ongelofelijk sterk in zijn om dat te onderkennen. Je kunt dus bij jezelf een heleboel meningen ontzenuwen als dingen die je gelooft, maar zolang je ook nog maar een enkele mening koestert, zal dat altijd je blik en je motieven verstoren. Het opmerkelijke is dat als je iemand erop wijst dat hij een mening verkondigt, hij zal zeggen dat jij de mening verkondigt dat hij een mening verkondigt en dat je dat vrijwel niemand kunt duidelijk maken dat hij een denkfout maakt.
* * *
Natuurlijk ben je niet en nooit alleen, want je hebt nog altijd jezelf en als je uiteindelijk vrede met jezelf hebt gesloten ben je voor jezelf altijd een heel aangenaam gezelschap. Bovendien heb je altijd en overal de kinderen die je woordeloos zullen begrijpen en last but not least lopen er acht miljard gewetens op deze aardkloot rond die het dan allemaal met je eens zullen zijn. Ga er maar rustig vanuit dat behalve de kleine kinderen nauwelijks iemand zich bewust is van wat er zich in zijn hoofd en de wereld afspeelt, dus daar kun je niet op rekenen. Je kunt nooit weten wat al die factoren en omstandigheden zijn geweest die ertoe hebben geleid dat je geworden bent wat je nu bent, waarom je geboren bent in het nest waar je geboren bent, waarom je je zo vaak een buitenstaander hebt gevoeld, waarom het je niet gelukt is om gewoon oogkleppen voor te doen en je af te sluiten van wat al die andere mensen niet durven te zien, maar dat is ook eigenlijk heel onbelangrijk. Het is niet zinnig als iemand in een kooi zit dat hij zich afvraagt hoe hij in die kooi is terechtgekomen, maar het enige belangrijke is dat hij eruit komt, dat hij nagaat hoe die kooi in elkaar zit en vervolgens zich een weg baant naar de uitgang. Je moet bedenken dat als je eenmaal uit de rattenkooi bent ontsnapt en al je medemensen daar hun eenzame gevecht ziet voeren om te overleven, er nog maar één taak is. En dat is het rampzalige van mystici. Die hebben ooit een keer “het licht” gezien en besteden de rest van hun leven aan het kwelen over hoe prachtig het was. Tot slot zijn al je medemensen in een nest geboren dat ze niet zelf hebben uitgekozen, onder omstandigheden waar ze niet om hebben gevraagd, en zijn geworden tot iets wat ze nooit hebben willen worden. Bij elke ontmoeting met een medemens is het zinnig om je te realiseren dat als jij in dat nest was geboren, jij die ander zou zijn geweest. Dat maakt bescheiden en ontneemt je elke reden om iemand te veroordelen,
Er komt een tijd dat je, trots en uitgelaten, jezelf zal groeten als je aankomt bij je eigen deur, in je eigen spiegel en jullie beiden zullen glimlachen bij de begroeting,
en zeggen, ga zitten. Eet. Je zult die vreemdeling weer liefhebben die je eens was. Geef wijn. Geef brood. Geef je hart terug aan zichzelf, aan die vreemdeling die van je heeft gehouden,
je hele leven, aan hem die je verliet voor een ander, aan hem die je door en door kent. Pak de liefdesbrieven van de boekenplank,
de foto’s, de wanhopige krabbels, pel je eigen beeltenis van de spiegel. Zit. Geniet van je leven. Derek Walcott
Die laatste regel klopt natuurlijk niet omdat je pas echt vrij bent als iedereen vrij is,
* * *
Er is een gedicht van de Engelse dichter Milton, “Paradise Lost, Paradise Regained.” De Rooms Katholieke kerk had het ooit over “De Gemeenschap der Heiligen” in “het Koninkrijk Gods” maar ik ben het met je eens dat als je het tegenwoordig over “Een Nieuwe Hemel, Een nieuwe Aarde” hebt, je moet oppassen dat je niet bij de psychiater terechtkomt. De wereld wemelt van zoekers, die allemaal op zoek zijn, die niet weten wat ze zoeken en net als jij zeggen dat ze het toch nooit zullen vinden. “Der Weg ist das Ziel” zei Goethe, en de hedendaagse pseudo-goeroes praten hem na en zeggen “Het doel is de reis, niet de bestemming” In mijn ogen is iemand die iets gaat zoeken, en weet niet wat, en dan ook nog vertelt dat hij het toch nooit zal vinden, niet goed bij zijn hoofd. Stel je voor dat ik tegen jou zou zeggen, ga eens iets zoeken en je vraagt mij, maar wat dan, en ik zeg vervolgens, dat weet ik niet, en jij dan toch te deur uit gaat en vervolgens tegen iedereen vertelt dat het je alleen maar om het zoeken gaat, want dat je niet weet wat je moet zoeken. Ik denk dat iedereen je terecht voor gek zou verklaren. Als wij over een kiezelpad zouden lopen en ik zeg tegen jou: “zoek eens wat” dan zul je me terecht verbaasd aankijken. Het wordt opeens heel anders als ik tegen je zeg: “zoek eens een zwarte kiezelsteen.”
* * *
Jij gaat ervan vanuit dat ik weet dat ‘De ideale gemeenschap’ of paradijselijke omgeving toch nooit realiteit zullen worden. Als ik dat zou denken zou ik me vandaag nog opknopen. Ik denk namelijk helemaal niet wat jij denkt dat ik denk. De hele geschiedenis door zijn er mensen geweest die “Het” gevonden hebben, zichzelf hebben gevonden, het Nirvana, Koninkrijk of hoe je dat ook maar wilt noemen. Die uit de wereld zijn gevallen, uit het systeem zijn geduwd, door de spiegel zijn gevallen, uit de razende trein zijn gesprongen, de altijd openstaande deur zijn doorgegaan, de enge poort, Plato’s grot zijn uitgelopen, paradise regained. En dat is voor iedereen mogelijk en daarnaast ook nog verschrikkelijk eenvoudig. Jij hebt je ticket voor die razende trein geërfd, ziet dat je onherroepelijk naar de klote gaat en vindt vervolgens dat uit die rijdende trein springen geen optie is. Ik begrijp dat niet, tenzij ik bedenk dat jij ongetwijfeld eerste klas reist, het met je medereizigers naar Nergenshuizen in je coupé heel gezellig hebt, met je natje, je droogje, je I-pod en MP3-speler. Maar was het maar naar Nergenshuizen. Zoals je weet rijdt jouw trein in razende vaart naar de afgrond, maar gelukkig is er voldoende ontspanning aan boord, TV-s, bioscopen, scholen, winkels, kortom, eigenlijk is die trein een metafoor van deze wereld. Lees “Het Narrenschip” van Kaczynski maar eens, het staat op de downloadpagina. Verder schets je een heel subjectief, merkwaardig en naïef beeld van de ontwikkeling die deze wereld zou hebben doorgemaakt. En wat je, zoals iedereen vergeet, zijn de kinderen, die aan deze wereld aangepast moeten worden, dag in dag uit overal ter wereld uit het paradijs verdreven worden, moeten buigen en barsten, moeten worden wat grote mensen niet eens willen zijn, omdat ze nodig op zoek moeten naar dat verloren paradijs, waar zo ooit zelf uit werden verdreven, ja, jij ook. Volgens mij kun je alleen iemand wakker schudden als je zelf wakker bent,
* * *
Nogmaals over de metafoor van de trein. Zoals ik begrepen heb zit jij dus in de trein en vindt je het eigenlijk prima zo. Je hebt die trein nog nooit echt gezien en kent dus eigenlijk alleen het interieur en het merkwaardige spel dat de reizigers spelen. De hele geschiedenis door zijn er mensen geweest, die het niet prettig vonden in de trein, af en toe (terwijl dat verboden was) uit het raam hadden gekeken en daar een prachtige wereld dachten te zien, en het onzalige idee kregen om een uitweg uit die trein te zoeken, die trein uit wilden, hoezeer daar ook voor werd gewaarschuwd. Er zijn in al die eeuwen heel veel mensen ontsnapt en sommigen is het gelukt om weer op de trein te komen, niet omdat ze het buiten niet uiterst aangenaam vonden, maar omdat ze hun voormalige medereizigers wilden vertellen hoe prachtig het buiten was en dat ze niet die praatjes moesten geloven van al die geleerden, deskundigen en beterweters, die nooit een poging hadden ondernomen om naar buiten te komen, maar gewoon vertelden dat dat toch niet kon. Voor die praatjes werden (en worden) die knappe koppen namelijk betaald en daar ontleenden zij hun status aan en werden door hun medereizigers op een voetstuk geplaatst, waar ze redelijk lekker zaten. Die mensen dus, die weer teruggekomen waren, schreven hun verhalen op over die andere wereld, hoe je kon ontsnappen de trein en hoe fantastisch het leven buiten de trein was. Dat is dus die verzameling geschriften die op de websites staat, een beschrijving van het leven in de trein, gezien door een buitenstaander, een toeschouwer, een voormalige treinreiziger. Dat is dus vloeken in de trein. En dat hebben ze geweten. Vermoord, gehangen, verband, gekruisigd, gemarteld, doodgezwegen, verbannen, opgesloten, je kunt het zo gek niet denken, zo furieus kon en kan de woede van de treinreizigers worden. Er zijn ook treinreizigers die zeggen dat het allemaal wel mooi klinkt, maar die eigenlijk alleen maar willen weten hoe ze in die verdomde trein terecht zijn gekomen. Die vinden dat het allemaal wel meevalt en zijn gewend aan het leven in de trein met al zijn aspecten, verdriet, vreugde, oorlog, kanker, kredietcrisissen, ellende, en alles wat zich in die trein afspeelt. Die zitten kennelijk in een eersteklasse coupé en niet in de gesloten gekkencoupé, de oorlogscoupé, de hongercoupé, de vluchtelingencoupé, want die ellende willen ze hoe dan ook buiten de deur houden. Dat kunnen ze volhouden omdat ze van alles geloven, geloven in theorieën en verhalen die ze van anderen gehoord hebben. Sommigen geloven zelfs dat de mens een speling van de natuur is, en dat is nog allemaal niet zo erg, maar dat leren ze hun kinderen ook nog eens. Die vertellen dat het leven in de trein nu eenmaal hun lot is, dat er overal gevaren loeren, dat van alles zomaar kan gebeuren, want dat krijg je als je gewoon een lusus naturae bent, een gemankeerde bonobo, een evolutionair proces, deel uitmaakt van het dierenrijk, een voetnoot in de wereldgeschiedenis. Arme kinderen!
* * *
Toch maar even verder met de door jou zelf aangedragen metafoor van de trein. Jij zit dus, zoals jezelf zegt, in die trein, die met sneltreinvaart op de afgrond afdavert. Jij beseft dat. Maar kennelijk de enige vraag die dat bij je oproept is hoe je in die trein terecht bent gekomen. Dat gaat echt boven mijn pet. Dat is net zoiets als wanneer iemand die met zijn hoofd in de strop zit, hij zich niet afvraagt hoe hij uit die strop moet komen, maar alleen maar bezig is met de vraag hoe hij in die strop terecht is gekomen. Dat lijkt me uitermate onpraktisch en daarbij nogal dodelijk. Die vraag is pas zinnig als het je gelukt is om uit de trein te komen, tenminste als je daar nooit meer in terecht wilt komen. Jij zit in die trein en waarschijnlijk ben je een van de weinigen die naar buiten kijkt, naar de wereld waar je best in zou willen leven, maar ja, jij zit je alleen maar af te vragen hoe je samen met al die reisgenoten in die maar voortdenderende trein gekomen bent. In die trein wordt wetenschap bedreven, daar lopen allerlei deskundigen rond, die het leven in trein verklaren met allerlei ingenieuze theorieën. Ze hebben ook een evolutietheorie bedacht, die een antwoord op jouw vraag geeft. Wij zijn namelijk in die trein door een evolutionair proces ontstaan en dat verklaart waarom mensen zijn zoals ze zijn en dat ze langzaam, maar heel geleidelijk naar de ideale treinreiziger evolueren en dan zijn er weer andere wetenschappers die daar een handje bij zullen helpen. Er zijn natuurlijk ook allemaal kerkgenootschappen in die trein met geestelijken van allerlei pluimage. Die vertellen de treinreizigers, dat het echte leven pas begint als ze dood gaan en de trein uitgegooid worden. Maar er zijn ook dokters, natuurlijk zijn er dokters, dokters voor de geest en dokters voor het lichaam. Die eerste zijn vreselijk nodig want een heleboel reizigers worden gek in die trein en dat kunnen ze in die coupé’s niet hebben, maar daar hebben ze weer pillen voor (er zijn natuurlijk ook pillenfabrieken in die trein) en ze praten ook met die gestoorde reizigers, (dat zijn reizigers die uit het raam hebben gekeken of gewoon gek worden van het hele gedoe) om hen duidelijk te maken dat het leven als treinreiziger de bestemming van de mens is, en dat ze toch die trein niet uit kunnen. Als dat allemaal niet lukt worden ze in aparte coupé voor geflipte reizigers opgesloten. En dan heb je nog dat tweede soort dokters, want er zijn natuurlijk ook veel zieken in die trein, dat krijg je namelijk als iedereen zich met iedereen bemoeit, die vertellen wat de normen en waarden zijn die in de trein heersen, wat gezond en ongezond is, en vooral wat normaal is. Natuurlijk zijn er ook ziekencoupé’s waar mensen die ziek van de reis zijn geworden weer opgelapt worden, zieke onderdelen worden weggesneden, worden bestraald en gechemoot. Iedereen vindt dat normaal. Natuurlijk moet er vreselijk hard gewerkt worden, om de trein op snelheid te houden, op te lappen, doorlopend het interieur nog meer te verfraaien, leuke dingen voor de mensen te doen. Kortom het lijkt net de echte wereld. En het enige wat jij je afvraagt is hoe je in die trein terecht bent gekomen!!! Ik vind het verbijsterend,
* * *
Zoals zovelen heb je je laten indoctrineren door het causaliteitsdenken, een uiterst merkwaardig en kortzichtig resultaat van het reductionisme, het eerste vereiste om wetenschap te bedrijven. Je pikt daartoe uit de werkelijkheid, waarin alles met alles samenhangt, een stukje en vindt een oorzaak. Dat die oorzaak weer een oorzaak heeft, die een oorzaak heeft enzovoort ad infinitum, moet je dan vergeten, want dan loop je het gevaar dat je bij de Eerste Oorzaak terechtkomt en het hele causaliteitsdenken dus een fictie blijkt te zijn. Symptomen hebben voor jou een oorzaak, maar voor mij een betekenis. Met jouw kokerblik, die inherent is aan jouw manier van denken, vindt je dus altijd een oorzaak, waar mijn enige vraag bij is wat die oorzaak van die oorzaak dan is. Er komt een vrouw bij de dokter met, laten we zeggen, keelpijn. Die dokter, gekneed in het causale denken, heeft geleerd dat dat “veroorzaakt” wordt door een bacterie en vertelt dus aan die patiënte dat dat de “oorzaak” is en dat het symptoom bestreden moet worden met een antibioticum. Maar het is een slimme patiënte, die daar geen genoegen mee neemt en vraagt Waarom die bacterie die ontsteking veroorzaakt. Dan vertelt die dokter dat dat komt omdat haar weerstand verminderd is, waar die bacterie gebruik van heeft gemaakt. Maar ook daar neemt zij geen genoegen mee en vraagt dus heel terecht Waarom haar weerstand dan verminderd is en dan moet die dokter zijn toevlucht nemen tot een van zijn theorieën, dat het bijvoorbeeld door het eten komt. Maar de patiënte is vasthoudend en vraagt vervolgens Waarom ze, terwijl ze altijd al zo eet, ze dan nu opeens keelpijn krijgt, en dan moet de dokter weer een troef uit zijn repertoire trekken, constitutie, erfelijkheid en meer van die rotsmoezen, maar het eind van het verhaal is dat de patiënte gewoon met het recept naar de apotheek gaat. Dat is nou het tragische, onbevredigende, symptoombestrijdende resultaat van het causaliteitsdenken. Maar die dokter kan niet anders, hij zit op een behaaglijke plek in de trein, goedbetaald, mooi huis, status, heeft het gemaakt in de trein, en kan moeilijk tegen zijn patiënten vertellen dat al hun symptomen, klachten, ziekten te maken hebben met het opgesloten zitten in een gevangenis. Dat is namelijk niet de Oorzaak van de symptomen, maar de betekenis, die verwijst naar het feit, dat mensen niet leven zoals ze eigenlijk zouden moeten leven, dat de enige oplossing is dat ze de trein uit komen en nog lang en gelukkig kunnen leven, zonder ziek te worden, want dat is natuurlijk een heel logische conclusie. Nu zijn er de hele geschiedenis door ook artsen geweest, die dat begrepen hebben, die begrepen hebben dat het enige wat de treingeneeskunde kan doen symptoombestrijding is, dat symptomen passen in het levensverhaal van patiënten, dat het gaat om de context, waarin het symptoom een betekenis heeft, ergens naar verwijst, dat het geen oorzaak heeft. Een van hen, Victor von Weizsäcker schreef in zijn ketterse, maar heldere en zeer leesbare boek De Zieke Mens http://thepiratebay.org/torrent/5244704/Victor_von_Weizsacker__-_De_Zieke_Mens “Wanneer men de zin niet vindt, vindt men een oorzaak,” maar ook “De mensen begrijpen niet waarom de ziekte hen treft, omdat ze het verborgen Waartoe niet kennen. Komt er een dokter die zich verbeeldt het Waartoe te kennen, dan merkt men in de regel dat de zieke het niet begrijpt, er niets van horen wil of verontwaardigd is.” Mensen willen namelijk helemaal niet horen dat ze medeverantwoordelijk zijn voor hun ziek zijn en dat van hun kinderen, dat het met hun manier van leven te maken heeft, dat het lichaam spreekt omdat zij zwijgen, want mensen vertellen tegen de dokter altijd maar de helft van het verhaal, omdat zij ook gevangen zitten in het causaliteitsdenken dat zij van de medische stand geleerd hebben, die vervolgens tegen betaling oogst wat ze zelf gezaaid heeft. Het is een uitermate lucratief systeem. En wat geldt voor de geneeskunde, geldt voor de hele zogenaamde hulpverlening, voor de wetenschap en dus voor heel het treindenken,
* * *
De natuur zorgt niet voor mij, de natuur biedt mij alleen van haar overvloed, een volle dis en beschutting voor de nacht. Maar de mens heeft bedacht dat voedsel geproduceerd, “veredeld”, gekleurd en bereid moet worden en heeft dus tussen de natuur en mij vele tussenleveranciers bedacht, zodat wij elkaar allemaal kunnen bezighouden. Overigens vraag ik me af hoe de aardbeving op Haïti in jouw beeld van die zorgende natuur past, hoe je dat in godsnaam kunt rijmen met die zorgende Moeder? Dieren vermijden geen risico’s, want ze kennen helemaal geen risico’s. Hun instinct laat hen dingen doen en laten. Zeggen dat dieren risico’s vermijden is het dier denken toeschrijven en dat is een antropomorfisme. Dieren bedenken niets van tevoren, zeker niet dat ze wel eens een poot zouden kunnen breken. Dat het feit dat dieren onderlinge variaties vertonen is een gegeven, waar jij een theorie op toepast, die je aan Darwin ontleent, waarbij jij iets probeert te verklaren. Jij gelooft dus ook dat mensen huidkanker kunnen krijgen van teveel in de zon zitten, want dat heb je je aan laten praten. Wetenschappers denken dat, dus jij gelooft het. Het feit dat ongelooflijk veel blanken mensen zich overvloedig aan zonlicht blootstellen en nooit huidkanker krijgen en mensen die dat veel minder doen wel, roept kennelijk niet eens twijfel bij je op. Er is een heel oude Duitse volkswijsheid, die luidt: Ein glücklicher Mensch bekommt kein Krebs, een gelukkig mens krijgt geen kanker, maar dat is niet wetenschappelijk, want geluk is niet te meten, dus bestaat het wetenschappelijk niet. Lichtgekleurde dieren in Afrika zijn dus een vergissing van de natuur, want volgens jou had de natuur beter alle dieren in warme landen zwart kunnen maken. Ketterse geschriften zijn allesbehalve populistische en zeker geen populaire geschriften, want anders zouden ze niet ketters zijn. maar ze laten alleen zien dat er helemaal niets nieuws onder de zon is, dat alles al vele malen gezegd is. Je hoeft inderdaad niet te bewijzen dat de huidige melkkoe er gekomen is door selectie, maar daar heeft Darwin het helemaal niet over gehad, zijn onbewezen theorie gaat alleen over natural selection. Overigens wil ik je er wel nog even op wijzen dat koeienmelk door de natuur voor kalfjes is bestemd en dat de natuur beschikt heeft dat het de bedoeling is dat uit een kippenei een kuikentje komt. Maar jij gelooft natuurlijk dat melk gezond is, want dat zegt de melkindustrie. Ik heb nog nooit als ik de dierentuin loop, ook maar enig moment het idee gehad dat ik bij mijn familieleden op bezoek ging, noch als ik daar een gorilla zag, noch bij het zien van een nijlpaard. Wat moet zo’n bezoek voor jou een gezellige familiebijeenkomst en herkenning zijn. Toch niet bij een luiaard? Oorzaken zijn alleen te “bewijzen” met een niet bewezen theorie. Wat jij realistisch noemt zegt alleen iets over jouw merkwaardige wereld- en zelfbeeld, wat jij namelijk voor realistisch houdt. Een betekenis verwijst ergens naar, laat iets zien, zonder gebruik te maken van enige theorie en kan dus geen interpretatie zijn, want daar heb je een bekrompen denkraam voor nodig. Natuurlijk maakt de mens deel uit van de natuur en natuurlijk heeft de mens zoals elk levend wezen een instinct, maar hij leeft, behalve het kleine kind, niet naar zijn instinct maar naar opgelegde regels en verloochent daarmee zichzelf. De mens komt niet uit de natuur, maar plaatst zichzelf buiten de natuur, buiten zichzelf, en wordt zo een gespleten wezen, die iets anders doet dan hij denkt. Dat wil niet zeggen dat hij uit het dierenrijk komt, want het dierenrijk is maar een facet van de natuur. Er zijn dieren die termietenheuvels bouwen, nesten, maar dat is toch echt iets fundamenteel anders dan een cultuur of een huis bouwen. Daar heb je meerderen en minderen voor nodig, meesters en knechten, mensen die kunstjes leren, zoals stukadoren, stenen bakken, bomen in planken zagen. Mieren bouwen gewoon een termietenheuvel. Daarnaast gebruiken dieren ook geluiden, om elkaar iets duidelijk te maken, maar ze gebruiken geen begrippen, een onmisbaar iets voor taal. De verzameling protest-boeken, zoals jij dat noemt, zijn geschreven door mensen, die zelf gekeken en geluisterd hebben, die zagen hoe krankzinnig mensen met elkaar omgaan, die zeiden wat niet gezegd mocht worden, die taboes overtraden, die niet meer mee wilden doen met het bizarre spel, die ontsnapt zijn uit de trein waar jij zo behaaglijk Darwin in zit te lezen en daar je grote Meester in ontdekt, die je eindelijk heeft kunnen vertellen dat je niet alleen familie bent van de bonobo, maar ook van het nijlpaard en je keek in de spiegel en dacht, hè nu begrijp ik mijzelf. Nu begrijp ik dat mijn geilheid van de bonobo komt, mijn hunkering naar macht van de gorilla, mijn liefde voor het eten van vlees van de wolf, mijn zin om mijn huis gezellig in te richten van de prieelvogel. Alles werd opeens duidelijk, alles viel te verklaren, alle emoties waren aangeboren en erfelijk. Fantastisch.
* * *
Wie iemand wil wekken moet wakker zijn, wie iemand de weg uit de trein wil wijzen, moet de uitgang gevonden hebben en buiten de trein geweest zijn. Wie wil weten hoe een gevangenis eruit ziet, kan dat niet weten zolang hij in zijn cel zit opgesloten, hij moet de hele gevangenis van binnen verkend hebben, ontsnapt zijn en de gevangenis van buiten bekeken hebben. Wie het systeem wil begrijpen, moet zich eerst van het systeem losgemaakt hebben. Wie de wetenschap wil ontmaskeren moet wetenschappelijk geschoold zijn en zich vervolgens van alle wetenschap ontdoen door het als een geloof te ontmaskeren. Jij hebt een degelijk roomse opvoeding gehad, met priesters, dogma’s, geloofsartikelen, rituelen, encyclieken, catechismus, hiërarchie, geboden en de bijbel, die alles verklaart. Jij hebt dat ingeruild voor een nieuwe religie, de wetenschap, met nieuwe priesters, de wetenschappers, hiërarchie, hypothesen, theorieën, paradigma’s en in jouw specifiek geval, Darwins Origin als je nieuwe bijbel, die alles verklaart Je hebt je oude geloof afgezworen en klakkeloos en kritiekloos een nieuw geloof omarmd. Je zou je dus kunnen voorstellen dat jouw kinderen jou ooit een gelijkluidende brief als die jij aan je vader hebt gestuurd, zullen schrijven. En dan zal je deemoedig moeten vertellen dat je dat echt allemaal geloofde en dat iedereen dat deed en als je dat niet deed je voor een ketter werd uitgemaakt. In de jaren zeventig was het ook opvallend hoeveel jonge roomsen, na vaarwel gezegd te hebben tegen hun kerk, zich in Nederland aansloten bij de communistische partij. Dat was natuurlijk heel vertrouwd, nieuwe dogma’s, een nieuwe hemel op aarde, een nieuwe hiërarchie, en een nieuw boek, Das Kapital. En dus nog steeds niet zelf denken, niet naar jezelf luisteren, maar achter andere autoriteiten en andere vlaggen aanlopen, een ander heil prediken, dat als waarheid verkondigen omdat het door de ‘theologen’ bewezen is, volgens regels die de theologie zelf opstelt. Nieuwe regels, nieuwe verboden, nieuwe waarschuwingen. Dat is niet alleen gelovig, maar zelfs goedgelovig. Werken is inderdaad voor de dommen. Nota bene de schoonzoon van Karl Marx, Paul Lafargue, schreef een fraai pamflet “Het recht op Luiheid” en “La Dolce Far niente” is al eeuwen een gevleugelde uitspraak. Uiteindelijk is dat werken in wezen niets anders dan elkaar bezig houden in een vicieuze cirkel, waarbij de deelnemers hebben bepaald dat wie niet werk ook niet zal eten. Alle arbeid staat uitsluitend in dienst van oneigenlijke, valse, aangeprate behoeften. Er is geen familielid in jouw dierenrijk dat werkt om valse behoeften te bevredigen.
Je moet bedenken dat zelfs het Thomasevangelie een ongelukkige maar goedbedoelde mix is van berichten uit twee werelden en daarom poly-interpretabel. De schrijvers hebben begrippen en ideeën gebruikt die ze onvoldoende nader omschreven hebben, neologismen als Het Koninkrijk, jezus, de Vader, die zoals de geschiedenis ons geleerd heeft, alleen maar verwarring gezaaid hebben. Logion 30 is daar een voorbeeld van omdat het op geen enkele manier, hoe dan ook, bijdraagt aan de, in wezen, eenvoudige boodschap. Het ego kun je inderdaad omschrijven als de gedachtewereld of de ideeënwereld, zoals Plato dat noemt. Het is de wereld van onze geconditioneerde overtuigingen, meningen, conclusies etc. gebaseerd op onze onbegrepen ervaringen. Het is een virtuele wereld, een niet bestaande wereld, waardoor mensen hun leven laten bepalen en de basis is angst. Als je begrippen als ego, ziel en entiteiten introduceert begeef je je hoe dan ook op glad ijs want in wezen is dat speelgoed van het ego, waarmee het onbeperkt kan goochelen en ruziën en dat zei Heraclites al. Hij beschouwde de menselijke opvattingen als bouwsels zoals kinderen die maken om mee te spelen (Fragm. 8, cit. Iamblichus) De hele hulpconstructie van God, de eniggeboren zoon (de Logos) en de Geest werkt alleen maar verwarrend omdat het een beeld creëert waar ieder ego zijn eigen interpretatie aan kan geven. Het gaat er niet om om je ego te ontrafelen, maar de bedoeling is dat je verlost raakt van je ego, het beetje voor beetje de nek omdraait totdat het helemaal verdwenen is. Dan kost het geen moeite meer om het programma stil te leggen, want dan is er geen programma meer. “Je bent pas omgeturnd als je eruit stapt” zijn de legendarische woorden van Timothy Leary. In mijn ogen is “Jezus” eenzelfde hulpconstructie, een mythologische personificatie van de Logos ( het geweten) en het evangelie een knap, maar niet foutloos, sprookje. Mijn Logos is altijd bij mij, spreekt door mij, het is mijn Zelf, dat zich heel lang voor de gek heeft laten houden door mijn ego, en desalniettemin altijd gelijk had en heeft en tegen beter weten in heb ik jarenlang mijn leven door datzelfde ego laten bepalen, omdat ik dacht dat ik niet beter wist. Het is allemaal nog veel eenvoudiger dan je denkt. Uiteindelijk is het gruwelijk wat er op de site staat, zeker als je je realiseert dat de kern van het verhaal is, dat eerlijke mensen niet ziek zijn en zieke mensen niet eerlijk.
* * *
Misschien is het juist het feit dat jij een ander beeld van een dialoog hebt dan ik, wat doet lijken alsof ik niet geïnteresseerd zou zijn in wat jij te zeggen hebt. Als twee mensen dezelfde mening delen of hetzelfde standpunt is een dialoog of discussie overbodig. Als beiden van mening verschillen kunnen ze het over wat anders hebben dan over hun mening en dat zou je dan een dialoog kunnen noemen. Als ze hun mening verdedigen, kan de een de ander proberen te overtuigen van zijn “eigen gelijk” en dan heb je een discussie, waarbij er uiteindelijk een winnaar en een verliezer is, of er een compromis uit komt met dus twee verliezers. Een win-win situatie noemen ze dat tegenwoordig. Er is nog een derde mogelijkheid en dat is dat beiden hun mening ter discussie stellen en uiteindelijk tot de conclusie komen dat ze allebei een vooroordeel of schijnzekerheid hebben gekoesterd en dat opgeven. Ze hebben dan geen meningsverschil meer omdat ze geen mening meer hebben. En zij leefden nog lang en gelukkig. Stel je nou eens voor dat in de dialoog tussen de Islam en het Christendom beiden tot de conclusie komen dat het allemaal onzin is waardoor ze zich hebben laten leiden en dat hun overtuigingen slechts op misverstanden gebaseerd waren, dan zouden ze zich dus kunnen losmaken van hun juk en eindelijk lang, vreedzaam en gelukkig kunnen leven. Karl Marx schreef in 1843, naar aanleiding van Bruno Bauers Die Judenfrage, waarin hij stelde: Niemand in Duitsland is politiek vrij. Wij zelf zijn onvrij. Hoe moeten wij u bevrijden? een reactie en schrijft daarin: Wanneer de jood van de christelijke staat bevrijd wil zijn, dan verlangt hij, dat de christelijke staat zijn godsdienstig vooroordeel opgeeft. Geeft hij, de jood, zijn godsdienstig vooroordeel op? Heeft hij dus het recht van een ander die afdanking van de godsdienst te verlangen? Dat geldt onverminderd voor christendom en islam. Of ze hebben allebei gelijk, of ze verkondigen allebei onzin. Meer of minder gelijk, of meer of minder onzin is natuurlijk ook onzin. Beiden drijven, zoals alle godsdiensten, op overtuigingen, die ze eufemistisch ‘geloof’ noemen, maar het blijft een tuig, een juk, dat ze zelf op hun nek hebben gehaald en dat vrijheid noemen. Het is gewoon een kwestie van macht, territoriumdrift en ‘eigen’ gelijk en allemaal gebaseerd op angst. Stel je verder eens voor dat je iemand tegen zou komen, die zich van alle vooroordelen en overtuigingen bevrijd heeft en dus geen mening meer heeft (dat moet toch mogelijk zijn) en je wil met hem een dialoog aangaan of een discussie, dan zou je toch op een vacuüm stuiten? Zo iemand is toch niet meer beïnvloedbaar, omdat hij alle meningen en overtuigingen juist als zinloze ballast heeft ontzenuwd? Het is dus niet zo dat hij niet wil vergiftigd worden met invloeden van buitenaf, maar het heeft gewoon geen vat meer op hem, omdat er niets meer is waarop het zou kunnen aangrijpen en dat leeft ongelofelijk behaaglijk.
Wat The Matrix betreft: zij repeteren niet alleen maar wat andere mensen al eens eerder bedacht hebben, maar zij delen hetzelfde inzicht en dat wil zeggen dat ze hetzelfde ervaren hebben. Er is inderdaad niets nieuws onder de zon er zal nooit iets nieuws verschijnen en daar is ook geen enkele reden voor. Alles is al zo vreselijk vaak gezegd, maar er is nog nooit geluisterd.
Dat Jezus een mens was die 2000 jaar geleden geleefd heeft, is een mening, die nergens in de geschiedschrijving gestaafd wordt. Wij gaan ervan uit dat jezus, boeddha, de gelaarsde kat en sneeuwwitje nooit bestaan hebben, maar dat het slechts mythologische ( of sprookjes-) figuren zijn geweest, gecreëerd om een boodschap aan op te hangen en het gaat inderdaad niet om de woorden maar, zoals in elke mythe, om de bedoeling, waar de mythe naar verwijst. In elke metafoor zit een verwijzing en je kunt die alleen begrijpen (en niet interpreteren) als je dezelfde ervaring deelt. De schrijvers van het Thomasevangelie waren ontsnapt aan The Matrix, maar dan begint pas het echte werk. Je kunt het ontcijferen van The Matrix vergelijken met de zwerftocht van Odysseus, die uiteindelijk thuiskomt en daar een ongelofelijke puinhoop aantreft en eerst nog de 100 vrijers om zeep moet helpen en dat is misschien wel de grootste klus. Jij bent uit de maatschappij gevallen en staat er nu buiten, je hebt de toren van Babel verlaten en kijkt met verbazing naar al die mensen die in het gebouw gevangen zitten, elkaar daar bezig houden met onzinnige zaken in een gevecht op leven en dood met alleen maar slachtoffers, en probeert ze duidelijk te maken dat het ware geluk in het verlaten van het gebouw ligt. Maar ze zijn horende doof en ziende blind en de vraag is waarom mensen dat zijn. Waarom durven ze niet? Waarom laten ze zich hun ongeluk niet afnemen? Waarom volharden ze, tegen beter weten in, in hun eigen gelijk tot de dood er op volgt? Waarom klampen ze zich zo verbeten vast aan hun schijnzekerheden? Waarom vinden mensen het zo moeilijk om toe te geven dat ze zich vergist hebben? Waarom praten ze elkaar na en durven ze niet naar zichzelf te luisteren? Waarom is deze maatschappij geworden tot wat hij is? Waarom nemen mensen geen verantwoordelijkheid voor hun eigen doen en laten? Waarom vinden mensen de meest bizarre dingen normaal? Waarom praten en denken mensen na? Waarom laten ze anderen bepalen hoe ze moeten leven? Waarom geloven ze in een vrije wil, terwijl ze slaaf zijn van hun software? Waarom hebben ze zo’n min beeld van zichzelf? Waarom geloven ze in theorieën die anderen bedacht hebben? Waarom houden ze zich voor dat ze het zo goed hebben? Waarom spelen ze een spel waar ze zelf de spelregels niet van bedacht hebben? Waarom lopen ze achter leiders aan, die het ook niet precies weten? Waarom kruipen mensen in relaties bij elkaar en willen ze dan ook nog kinderen? Waarom zijn ze slaven van hun libido? Waarom zijn ze zo gehecht aan hun bezittingen? Waarom streven ze ernaar om gewaardeerd te worden door anderen? Waarom passen mensen zich aan aan wat anderen van hen willen? Waarom zijn mensen op zoek en wat zoeken ze? Waarom klampen ze zich vast aan hun religies? Waarom zijn de boodschappen van die mensen die thuisgekomen waren verworden tot religies? Waarom bevuilen mensen hun eigen nest? Waarom hebben mensen emoties en wat betekenen die? Waarom maken mensen ruzie en voeren ze oorlogen? Waarom zeggen mensen nooit wat ze denken? Waarom is er zoveel eenzaamheid terwijl we boven op elkaar wonen? Waarom vluchten mensen in hun kortstondige genot? Waarom werken mensen en vinden ze dat normaal? Waarom geloven mensen in toeval? Waarom vinden mensen dat anderen hun problemen kunnen oplossen? Waarom sluiten mensen zich op in hun huizen? Waarom zoeken mensen het geluk buiten zichzelf? Waarom vinden mensen dat ze iets moeten worden? Waarom maken mensen kunst? Waarom hebben mensen zoveel oneigenlijke behoeften? Waarom koesteren en idealiseren ze hun verleden? Waarom maken ze plannen en hebben ze verwachtingen? Pas als je het antwoord hebt gevonden op al die vragen en al die andere waaroms, dan pas ben je echt klaar. Dan pas is je hoofd echt leeg en heb je geen mening meer. Dan besef je ook dat je pas echt vrij en gelukkig bent als alle mensen vrij en gelukkig zijn, of zoals de Boeddhisten zeggen pas als de laatste grashalm bevrijd is. Je kunt niet gelukkig zijn in een onrechtvaardige wereld waarin elke kindertraan en elk kinderverdriet je er met de neus op drukt dat het moet veranderen.
* * *
Over dialogen het volgende. Stel dat je twee mensen hebt, waarvan de een zegt dat de zon groen is en de ander dat die paars is en zij gaan daarover in dialoog, dan is het niet waarschijnlijk dat ze tot de conclusie komen dat de zon gewoon de zon is en dat alles wat je erover kunt zeggen niets bijdraagt aan het leven en dat ze zich beiden vergist hebben. Het lijkt me dat hetzelfde geldt voor een dialoog tussen het christendom en de islam.
Over Krishnamurti: ik heb onlangs een aantal boeken van hem gelezen, omdat ik wilde weten waarom en waarop mensen zich beroepen als ze het over hem hebben. Ik heb gelezen dat hij in Ojai overleden is (aan kanker), ongetwijfeld teleurgesteld omdat hij niet heeft duidelijk kunnen maken wat hij precies bedoelde en ik zal je proberen te verhelderen waarom dat mislukt is. Misschien is het belangrijkste wel dat hij geen eschatologie had, geen voorstelling van hoe de wereld eruit zou gaan zien als mensen hem wel zouden begrijpen. Hij heeft zelf niet het revolutionaire van zijn verhaal begrepen. Hij heeft niet begrepen dat als je het verleden loslaat je ook de toekomst loslaat. Hij haalt de begrippen waarheid en werkelijkheid door elkaar. Hij stelt geen beloning in het vooruitzicht, terwijl die er wel is, namelijk de apateia, de onkwetsbaarheid en bevrijd zijn van lijden en verdriet. Hij doorziet niet het verraderlijke van de taal en dat het een onbeholpen instrument is, wat onzinnig geworden is als je in het nu leeft. Hij heeft het nergens over de rol en betekenis van ziek zijn, terwijl dat essentieel is. Hij zegt dat seksuele begeerte geenszins verkeerd is, terwijl dat juist de grote valstrik is. Hij heeft niet gezien dat juist de kleine kinderen het voorbeeld zijn van wat hij nastreefde. Hij vraagt zich maar terloops af waarom mensen zijn zoals ze zijn. Hij realiseert zich niet dat je een outcast wordt als je hem navolgt. Zijn tragiek is geweest dat hij door de elite als een goeroe werd beschouwd, terwijl dat juist de mensen zijn die het meest te verliezen hebben en het verst afstonden van wat hij nastreefde. En last but not least heeft hij zich niet gerealiseerd dat wijsheid onlosmakelijk met rechtvaardigheid verbonden is.
Verder zegt hij prachtige dingen, heeft het over een krankzinnige, wrede en onbarmhartige wereld, veegt de vloer aan met alle religies, tradities, goeroes en leiders, maar hij is niet radicaal genoeg geweest en is daardoor slechts een rimpeling in de geschiedenis geweest, hoe goed hij het ook bedoeld heeft.
Waarom zeggen mensen nooit wat ze denken: mensen zijn zich er niet eens bewust van wat ze allemaal denken. Al die mensen die jij kent en waarvan jij denkt dat ze zeggen wat ze denken, hebben geen enkele zicht op wat er zich allemaal in hun hoofd afspeelt. Als zij wat zeggen en jij dan vraagt waarom ze dat zeggen, staan ze met hun mond vol tanden. Mensen zijn geprogrammeerd, hebben een scala van reactiepatronen ontwikkeld, zich eigen gemaakt, wat hen laat zeggen wat ze zeggen. Zij hebben in de loop van hun opvoeding een wereld- en zelfbeeld gecreëerd, wat hen het spel laat spelen om hun hoofd boven water te houden en alles wat er in hun hoofd omgaat passeert eerst dat onbewuste filter. Zij zijn inderdaad ongevaarlijk voor de maatschappij omdat de maatschappij juist op deze mensen drijft. Al die mensen die nog steeds het schouderklopje willen dat ze thuis nooit gekregen hebben, die zich daarom doorlopend moeten bewijzen, moeten presteren en afhankelijk zijn van de waardering van anderen.
Misschien vind je het niet aardig wat ik over Krishnamurti geschreven heb, maar ook hij heeft altijd benadrukt dat hij geen goeroe was en wilde zijn, en dat je wijsheid niet uit boeken, dus ook niet uit zijn boeken kunt halen, maar alleen uit het leven en door het te leven, onvoorwaardelijk.
* * *
Toch eerst nog maar even over de dialoog. Het is inderdaad juist dat als twee mensen ingezien hebben dat de zon gewoon de zon is, er voor hen in ieder geval daarover niets meer te zeggen valt. Als de een weet en de ander een mening heeft, kun je inderdaad een Socratische dialoog krijgen, waarbij de weter de onwetende zijn eigen mening laat ondergraven en uiteindelijk laat opgeven, zodat het resultaat twee weters is. Het is in deze wereld niet mogelijk om woorden als discussie, gesprek, dialoog, debat en tweespraak dezelfde betekenis te geven, omdat iedereen vanuit zijn eigen belangen en dus standpunt de woorden die betekenis wel moet geven, die zijn standpunt bevestigen. Gisteren zag ik de film Labyrinth van David Bowie. Sprookjesachtig en vol symboliek. De kern van het verhaal is dat de hoofdrolspeelster het kind moet terugvinden, wat zich in het kasteel van Jareth (vergelijkbaar met de duivel van Faust) bevindt. In het begin van haar queeste ziet zij heel in de verte haar einddoel, het kasteel, dat omgeven is door een enorm labyrint, waar ze eerst doorheen moet. Ik zie dan dat Krishnamurti het kasteel bereikt heeft, zijn eigen Jareth onschadelijk heeft gemaakt en vervolgens vanuit het kasteel de dwalenden in het labyrint roept, de weg probeert te wijzen, zich niet kan voorstellen dat ze het niet luisteren en het niet begrijpen. Dat is zijn tragiek en teleurstelling geweest, het niet begrijpen waarom zijn “vrienden” hem niet begrepen en het al die jaren dat hij zich daarvoor ingezet heeft ook niet duidelijk kunnen maken. Daar zou ik ook maagkanker van krijgen. Dan over de 12 tenlasteleggingen:
1) Als je begrijpt waarom de wereld is zoals die is, waarom mensen met zichzelf en anderen omgaan zoals ze dat doen, kun je je ook een voorstelling maken hoe de wereld eruit zou gaan zien als mensen daar massaal mee zouden ophouden. Je bent het met me eens dat K. mensen voorhield om in het nu te leven en dat hij de weg daar naar toe wees. Stel je nu eens voor dat alle mensen over de hele wereld in het nu zouden leven, dus geen plannen meer zouden hebben, geen verwachtingen, geen angsten, geen zorgen voor de dag van morgen, geen ziekten, geen regels, geen wetten, geen vooruitzichten, geen kinderen die iets moeten worden, geen grenzen, geen gedachten, geen taal, kortom wat de roomschen de gemeenschap der heiligen, noemen. Wie zou er dan nog iets fabriceren, wie zou dan een voedselvoorraad aanleggen, wie zou er een bouwwerk bouwen, wie zou er geschoold willen worden, wie zou er nog seks nodig hebben, wie zou het dan in zijn hoofd halen dat kinderen iets anders zouden moeten worden dan ze zijn, wie zou dan bedenken dat iets van hem was, wie zou er bang zijn voor de dood of voor anderen, wie zou zich schamen, in een wereld waar slechts vrijheid, gelijkheid en broederschap zou heersen? Zouden in die wereld mensen die zich iets zouden toe-eigenen, die ziek zijn, die plannen maken, die praten, en al die dingen doen die in deze wereld normaal zijn, niet met deernis en mededogen bekeken worden? Dat is de ultieme consequentie van wat K. voorstond en niet begrepen heeft. Ondanks alle ingenieuze oplossingen die de mensheid vindt om deze krankzinnige maatschappij in stand te houden, kan iedereen zien we op deze manier niet verder kunnen, dat de maatschappij in al zijn voegen kraakt en kreunt, en dat er maar vreselijk weinig nodig is voor een totale desintegratie. Dat is wat je nu kunt zien en iedereen kan voorspellen, dat het hoe dan ook een keer mis moet gaan. Was bij de grote spoorwegstaking van 1903 de leus: “Heel het raderwerk staat stil als uw sterke arm dat wil”, de onze zou kunnen zijn: “heel het raderwerk staat stil als u niets meer wil”. 2) Het blijft naar mijn ervaring uiterst belangrijk om elk woord dat je gebruikt helder te gebruiken, geen polyinterpretabele begrippen te hanteren. Dat is geen kwestie van woordenneuken, maar alleen bedoeld om misverstanden te voorkomen. Het is verbijsterend als je ziet hoe vaak woorden als waarheid en werkelijkheid door elkaar gehaald worden en als je dan ook nog constateert dat ook “grote filosofen” zich daaraan bezondigd hebben, dan is het te begrijpen dat niemand meer precies weet waarover hij praat. Er is een universele taal en dat is de lichaamstaal, die is namelijk voor alle mensen en in alle culturen hetzelfde en dat is de taal waarmee kleine kinderen feilloos met elkaar communiceren. Verder gaat het er voor mij niet om als ik iets lees wat iemand zegt maar wat hij bedoelt. 3) Het was juist de essentie en kracht van “jezus”, dat zij mensen lieten zien hoe ze konden genezen. De canonieke evangeliën zijn propagandageschriften, waarbij de genezingen, zoals dat hoort in reclameboodschappen, sterk overdreven worden. Ik ben het met je eens dat iedereen zichzelf moet ontdoen van zijn juk, maar dan moet hij wel eerst weten waar zijn juk uit bestaat, wat aangeleerd is en niet, wat nurture is en dat is de belangrijkste inhoud van de websites. Overigens ben ik van mening dat een dialoog met een zaal vol toehoorders geen dialoog is. 4) Iedereen kan inderdaad weer worden als een kind, het kind dat hij ooit was, maar het is alleen maar angst voor het onbekende wat mensen weerhoudt 5) Als je leeft in het eeuwige nu, voel je je lichaam niet, dan is het inderdaad slechts een voertuig, maar wel een volmaakt en prachtig voertuig. Elk pijntje, elk onbehagen, elke spierspanning, is een signaal dat je van het rechte pad afgedwaald bent en een aansporing daar weer op terug te keren. Aan yoga doen om het lijf soepel te houden is het paard achter de wagen spannen. Ontspannen mensen zijn per definitie soepel. 6) In deze maatschappij van ongelukkige gekooide mensen is seks inderdaad een kortstondige escape net zoals alcohol en drugs en allemaal met een kater. K. heeft inderdaad benadrukt dat seks een te grote impact op het leven heeft, maar teveel, minder of meer creëert altijd discutabele grenzen. En als hij stelt dat er niks mis is met verlangen dan maakt hij een cruciale vergissing. Verlangen heeft inderdaad niets te maken met leven in het nu. 7) Kant, Schopenhauer, Nietzsche, Spinoza, Wittgenstein, allemaal geen gezin gehad, niet gezien wat er met kinderen gebeurde in hun opvoeding, niet de onmogelijkheid en valstrikken van een huwelijk ervaren, allemaal de mist in gegaan. 8) Rechtvaardigheid en wijsheid zijn ook maar begrippen, die in ieder geval in deze maatschappij geen bestaansrecht hebben. Ook van die begrippen kun je alleen maar zeggen wat het niet is.
Krishnamurti heeft prachtige dingen gezegd, veel juiste dingen, veel waars, maar dat hebben alle filosofen. Als iemand een gids, voorbeeld en leraar wil zijn, mag hij geen fouten maken, want daar wordt hij altijd op afgerekend. Dat hij aan maagkanker gestorven is dus zeer relevant. Want zijn critici zullen triomfantelijk zeggen: “kijk nou wat het resultaat is van zo’n leven”, en overgaan tot de orde van de dag. Alle woorden van Krishnamurti kunnen slechts bakens op je pad zijn, tekenen dat je op de goede weg zit, maar je zult toch echt verder moeten dan hij gegaan is, om het kasteel te bereiken.
* * *
Eerst even wat over Blade Runner. Zowel Blade Runner, Total Recall,The Matrix, Existenz, Minority Report en The Truman Show ( ook een must), zijn gebaseerd op scripts van de SF-schrijver en mysticus Philip Dick, waarvan het prachtige citaat:
“The basic tool for the manipulation of reality is the manipulation of words. If you can control the meaning of words, you can control the people who must use the words.”
Overigens was hij niet gelukkig met de verfilming van zijn novelle “Do Androïds Dream of Electric Sheep” tot Blade Runner, waarover hij zei: “A completely commercialized thing aimed at twelve-year-olds” en “They had cleaned up my book of all the subtlities and of the meaning. The meaning was gone. It had become a fight between androids and a bounty hunter”. Nu weer terug naar waar het echt over gaat: “Waarom zijn mensen geworden zoals ze zijn” en “Waarom zijn mensen zoals ze zijn” Volgens mij is K. niet eens aan het WAAROM toegekomen. Hij heeft het erover HOE mensen zijn en dat ze anders kunnen worden, maar niet waarom mensen dat niet kunnen en durven. Verder denk ik dat je jezelf tekort doet als je denkt dat je de uitgang van het Labyrinth gevonden hebt door de kern van K’s verhaal te doorgronden. Niemand kan je iets duidelijk maken wat je eigenlijk al niet weet en het ervoor open staan is niet de verdienste van de schrijver, noch je eigen verdienste. De hele mensengeschiedenis door zijn er mensen geweest, die op heldere momenten zichzelf en de wereld doorgrond hebben en daar uitspraken over gedaan hebben en als je daarmee resoneert verwoorden en bevestigen ze alleen wat je zelf ook ziet. Het is dan geen leren maar herkennen. Elke kanker is een verkapte en onbewuste suïcide, hoe hard en wrang dat ook moge klinken. Kanker is onlosmakelijk verbonden met kankeren, zo eenvoudig is dat. Het lichaam kan allen “worn out” zijn als de “ziel” dat ook is en dat heeft niets met reizen, lichamelijke inspanning of wat dan ook te maken. 2) Eschatologie. Als je in het eeuwige nu leeft, wil dat zeggen dat je je heden niet meer laat bepalen door je verleden, want dat is dan helemaal weg, dan ben je om zo te zeggen, uit jezelf en uit de wereld, uit het systeem gestapt. Dan laat je je eschatologie ook niet meer bepalen door het verleden, maar door het ervaren van hoe het is als het systeem( The Matrix) geen vat meer op je heeft. Dan pas kun je zien hoe de wereld eruit ziet als het Systeem verslagen is. Deze cultuur, deze toren van Babel, heeft zo langzamerhand zijn grenzen bereikt en culturen zijgen niet in decennia in elkaar, maar de geschiedenis heeft ons geleerd dat culturen altijd instorten en je moet wel blind zijn als je niet ziet dat het instorten al begonnen is. Als ratten verlaten mensen het zinkend schip en al dat zoeken van de laatste jaren is alleen uit het intuïtieve besef van de onontkoombaarheid daarvan. Mensen springen uit wanhoop overboord omdat ze het zieke spel niet meer mee kunnen spelen. Anderen zeggen in hun verblinding dat het allemaal wel meevalt en dat het maar een dipje is en allemaal wel weer goed zal komen. 3) Over waarheid en werkelijkheid. Ik kijk, luister, ruik en voel de werkelijkheid, alles wat IS en gezeten voor mijn PC, in mijn huis, de radio aan besef ik de krankzinnigheid van deze wereld, dat is de waarheid. De waarheid is gruwelijk, stuitend, weerzinwekkend en krankzinnig. Mensen de krankzinnigheid laten zien van de zelfgeconstrueerde wereld waarin zij leven, dat is mensen met de neus op de waarheid drukken. Je kunt natuurlijk alleen de collectieve waarheid in kaart brengen als je eerst met je eigen waarheid in het reine gekomen bent. Als mensen alleen maar mensen zouden zijn zou voor iedereen de werkelijkheid hetzelfde zijn. De collectieve werkelijkheid is niet de optelsom maar de grootst gemene deler, gedomineerd door de machtigste en dus meest invloedrijke, van alle percepties die de verschillende culturen hebben van de werkelijkheid, zoals ze die zien door de bril van hun waarheid. Dat zegt niets over de werkelijkheid, maar slechts iets over hun waarheid.
Overigens een prachtige metafoor, dat blind vinden van de uitgang zoals je dat hebt geleerd. Altijd maar consequent links (of rechts) aanhouden. Stug doorgaan en weten dat je de uitgang hoe dan ook zult vinden, geen ingewikkelde theorieën, geen eindeloze plannen, maar op weg gaan.
* * *
1) “Waarom zijn mensen zo geworden” en “waarom zijn mensen zo”, Misschien is een van de grootste struikelblokken op weg naar de eenvoud dat mensen geleerd hebben om op te zien tegen de “groten” der aarde en niet de autoriteit van bijvoorbeeld Plato, Spinoza (tuberculose), Wittgenstein (kanker) en Krishnamurti( kanker) durven aan te tasten en dus zich niet durven realiseren dat zij helderder kunnen zien dan zij. Het klinkt ook vreselijk arrogant als je tot de conclusie komt dat je alles begrijpt omdat je niets meer weet en dat je dus ook hun tegenstrijdigheden, omkeringen en vooroordelen kunt ontzenuwen. Uiteindelijk waren dat ook allemaal gewone mensen, zoals jij en ik en in het land der blinden is eenoog koning. Ik zie niet in waarom jij de wereld niet helderder zou kunnen zien dan zij? Het is eigenlijk bizar dat de psycholoog en psychiater zoveel boeken nodig hebben om de ziel te doorgronden, terwijl ze hun studieobject altijd bij zich hebben. Om de ander te begrijpen moet je toch eerst jezelf begrijpen en een psycholoog die zijn eigen ziel niet kent kan weliswaar een aantal zaken verhelderen, maar blijft uiteindelijk altijd steken bij zijn eigen beperkingen. Onlangs hoorde ik een gerenommeerd psycholoog zeggen dat wij toch allemaal een duistere kant hebben en ik vroeg me af wat zijn duistere kant bij zijn cliënten aanricht. Mensen zijn niet zo geworden door de angst voor het onbekende, maar mensen durven niet te veranderen door hun angst voor het onbekende en daarom zeggen ze dat ze nu eenmaal zo zijn. Mensen leven niet in een illusionaire wereld omdat ze bang zijn, maar omdat ze in een illusionaire wereld leven zijn ze bang. Gedachten zijn illusies, je kunt ze noch voelen, ruiken, tasten of zien en toch laten mensen daardoor hun leven bepalen. Zij laten dus hun illusionaire wereld hun gedrag bepalen en de discrepantie tussen leven naar hun gedachten en naar hun natuur roept problemen en angsten op. Angsten worden dus opgeroepen door fantomen die buiten de werkelijkheid staan. Dus gedachten brengen angsten teweeg en die vervolgens lichamelijke reacties en die zijn wel reëel en als mensen hun angsten wegrationaliseren krijgen ze lichamelijke klachten, want het lichaam spreekt als de mens zwijgt. Omgekeerd is het dus zo dat als iemand een lichamelijke klacht heeft, dat verwijst naar een verborgen emotie en die emotie naar gedachten. Klinkt toch heel logisch en consequent. Het is niet zo dat bij een vrij mens lichaam en gedachtewereld weer één worden, maar een vrij mens heeft geen gedachtewereld meer. Het is dus ook niet zo dat om vrij te zijn de waarnemer zich niet bewust moet zijn van de scheiding tussen waarnemer en waargenomene, maar er is geen scheiding meer tussen waarnemer en waargenomene, omdat hij zich een voelt met de wereld en het waargenomene. Hij staat niet meer tegenover de werkelijkheid maar ervaart zich als een deel van de werkelijkheid, hij is zoals als ze dat ooit noemden “verzonken in God”, als druppel opgegaan in de oceaan. Laat ik eerst even een definitie geven van wat ik onder cultuur versta. Allereerst is de oorsprong van het woord al aardig als je bedenkt dat het van het Latijnse colere afstamt wat nota bene “omdraaien, ploegen of bebouwen” betekent. Cultuur is per definitie: “niet natuur” en in wezen wordt de cultuur bepaald door het zelfbeeld wat mensen hebben, dus ook het beeld van de ander en de manier waarop mensen met zichzelf en de anderen en dus ook met hun wereld omgaan. Daaruit vloeien alle handelingen van de mens en alle cultuurproducten voort. Dat wil dus logisch en in alle consequentie doorredenerend zeggen, dat als een mens zich van zijn culturele bagage ontdoet en dus weer samenvalt met zijn natuur, hij buiten de cultuur staat, buiten het systeem en daarvandaan toeschouwt. Zoals in het Thomasevangelie staat: weest voorbijgangers. Voor je zelf betekent dan vernietiging van de cultuur, vernietiging van de oude mens, van het oude zelfbeeld, van het beeld dat je van anderen en van de wereld hebt. Een totale breuk met het verleden. Tegenwoordig noemen ze dat de vernietiging van het “ego”, je oude ik, want het is niet juist om nieuwe wijn in oude zakken te doen. Het is niet het einde van de mens maar het einde van het ik en het begin van de mens. Collectief betekent da, als alle mensen dat doen, het niet het einde van de mensheid is maar juist het begin en hoe ziet de wereld er dan uit, consequent en logisch doorredenerend: Vrije mensen zijn onafhankelijk van anderen Vrije mensen zijn geen slaaf van hun driften en begeerten, want die hebben ze niet meer Vrije mensen laten hun leven niet bepalen door verleden en toekomst Vrije mensen laten niet door een ander bepalen hoe ze moeten leven, noch bepalen hoe anderen moeten leven. Vrije mensen zijn aan geen enkel bezit gebonden. Vrije mensen kunnen dus geen cultuurproducten maken, geen jacht, hebben geen veeteelt, geen landbouw, kunnen geen steden, gebouwen, machines en wat dan ook fabriceren. Het zou niet eens in hun hoofd opkomen, want er zit niets meer in hun hoofd. 2) Eschatologie. Voortbordurend op het voorgaande: ik las net een kop in de krant: “de Amerikaanse reus wankelt”, en dat bedoelen wij. En dan gaat het niet alleen om de Amerikaanse reus. Deze hele manier van leven loopt overal vast, alle onderdelen van het systeem en dat wil zeggen dat overal mensen vast lopen en daarmee alle onderdelen van het systeem, de politiek, de gezondheidszorg, industrie, economische systemen en de arrogante macht zegt dat het systeem niet te vernietigen is en dat het allemaal weer goed zal komen. Overal barst de natuur uit door de door mensen gecreëerde ‘ordening’ en vroeger noemden ze dat de tekenen des tijds die je moest verstaan. Het is een beetje het verhaal van Noach met zijn ark, een prachtige metafoor, die zag dat het overal mis ging en als Truman in The Trumanshow met zijn boot het spel ontvluchtte. Vroeger zouden de verhalen van Philip Dick onder de apocalyptische geschriften zijn gevallen, zoals de Openbaring van Johannes en het Boek van Henoch dat ook zijn. Het einde van de wereld is niets anders dan het einde van de cultuur, van alle onechtheid, onrechtvaardigheid, oneerlijkheid, zelfbedrog en dan blijft de ware wereld over. Je kunt de Matrix of het Systeem alleen verslaan als je het ontcijferd en in kaart gebracht hebt en dat kan pas als je je er eerst van losgemaakt hebt. Eerst een visioen van Chief Black Elk:
Then I was standing on the highest mountain of them all.... And round beneath me was the whole hoop of the world, And while I stood there I saw more than I can tell And I understood more than I saw. For I was seeing in the sacred manner the shape of all things of the spirit And the shapes as they must live together like one being. And I saw that the sacred hoop of my people, was one of many hoops that make one circle, wide as daylight and starlight. And in the center grew one mighty flowering tree. To shelter all the children of one mother and one father. And I saw that it was holy.
Toen hij dat zag, was hij niet met de toekomst bezig en was niet in gedachten maar juist buiten zijn gedachten. Hij was toen de waarnemer die buiten het Systeem stond, ervoer zichzelf een met alles en zichzelf als middelpunt van de schepping. Dat is egocentrisch, ergo buiten het systeem. Egoïstisch is onderdeel van het Systeem, omdat het daar een wezenlijk onderdeel van is. T.a.v de kip en het ei: zonder de aanwezigheid van de mens is er nog steeds een werkelijkheid. Alles is inderdaad zoals het is, maar de geconditioneerde mens is ziende blind en horende doof en ziet dus niet wat is, maar ziet wat hij denkt dat het is en hoort wat hij denkt dat hij hoort. Als ik belangeloos, dus gedachteloos de werkelijkheid waarneem, verandert die werkelijkheid niet. Dat bedoelden die wetenschappers namelijk niet toen ze aantoonde dat de werkelijkheid veranderde door hun waarneming. Zij bedoelden dat als je de natuur onderwerpt aan hun instrumentele vorm van waarneming, je niet ziet wat je ziet. Het is echt allemaal nog veel eenvoudiger dan je denkt,
* * *
Ik ben het helemaal met je eens dat het Labyrint niet bestaat, net zomin als Amerika, gedachten, regeringen, patiënten of Irakezen. Die horen allemaal tot de fictieve ideeënwereld, de wereld die zich in de hoofden van mensen afspeelt en zijn voor onze zintuigen niet waarneembaar. In de werkelijke wereld is alles zoals het is, is zichtbaar, hoorbaar, voelbaar en ruikbaar. Ik kijk dus gedachteloos om mij heen en zie de onverdeelde werkelijkheid. Vervolgens schakel ik mijn oude harde schijf in en zie de berkenboom, ik hoor het geluid van een overvliegende helikopter en met het benoemen, verdeel ik de werkelijkheid, in mijn hoofd, in delen, maar de werkelijkheid verandert daar niet door. Het probleem voor mensen is dat ze hun manier van leven door hun virtuele wereld laten sturen. Onze stellingen luiden dus: Door je gedachten zie je de werkelijkheid niet Met inzicht doorgrond je de waarheid Gelukkige kinderen worden niet ziek
Ik zou niet weten hoe een discussie/dialoog/conversatie over de werkelijkheid eruit zou moeten zien. Discussiëren over wat IS lijkt mij onmogelijk.
* * *
Gedachten vinden niet alleen hun oorsprong in de kennis waarmee we ons hoofd hebben moeten vullen. Dat zijn de gedachten waarmee we geprogrammeerd zijn om ons werk te doen. Het is zo’n mooie volkswijsheid: “de wens is de vader van de gedachte,” maar dat wil ook zeggen “geen wensen meer, geen gedachten meer.” Dus al die onvervulde wensen, die van kinds af aan de breinen van mensen gevuld hebben, de teleurstellingen, de frustraties, kortom wat wij het onverwerkte verleden van mensen noemen, zijn dus de belangrijkste bron van de gedachten en die bepalen het leven van mensen.
Begrijpen waarom mensen zich gedragen zoals ze zich gedragen, zeggen wat ze zeggen, dingen gebeuren waarop ze gebeuren, kortom het antwoord op de vraag WAAROM, is inzicht. Jij schrijft dat inzichten hun oorsprong vinden in de oneindige bron van intelligentie/energie van de werkelijkheid. De Joodse wijsgeren noemden die bron de Logos, de vormgever van de werkelijkheid en dat komt eigenlijk op hetzelfde neer. Inzichten zijn dus geen eigenmachtig verworven zaken, maar een gave van de werkelijkheid.
Als je klaar bent is de werkelijkheid altijd nieuw maar je inzichten veranderen niet meer. Het prettige is dan dat je gewoon het labyrint weer in kunt, die grote boze mensenwereld en toch gedachteloos blijft en gewoon het spel kunt spelen, zonder je te laten beïnvloeden. Als je eenmaal afstand hebt genomen van je ego komt het echt nooit meer terug, hoe graag je soms ook zou willen, gewoon je oogkleppen weer opdoen, je afsluiten voor alle ellende en doen alsof er niets aan de hand is, maar er is geen weg meer terug.
* * *
Eerst nog even een antwoord op je luchtig tussendoortje over Philip Dick, Hij was een van die ontsnapten, maar op zijn tocht naar buiten gepakt door de psychiater en de hulpverlener, geëtiketteerd als schizofreen, en zijn verdere leven blijven verhalen van zijn ontsnappingspoging. In “The politics of experience” in Nederland verschenen onder de titel “Strategie van de ervaring” schrijft de psychoanalyticus Ronald Laing daar heel heldere verhalen over, maar werd dus verguisd, verketterd en doodgezwegen door zijn collegae. Het aardigste stukje wat je citeerde vond ik the metafoor: “It’s like the story of the old lady who takes a ring into a jeweler to have the stone reset. And the jeweler scrapes all of the patina of years and years and shines it up, and she says: “my god, that was what I loved the ring for the patina!” Mensen zijn zo gehecht aan hun gekooide leven dat ze dood zouden gaan van ellende als iemand hen zou bevrijden. Verder blijf ik jouw hantering van de begrippen waarheid en werkelijkheid uiterst verwarrend vinden en eigenlijk gezegd kan ik je niet meer volgen als bijvoorbeeld schrijft dat “de werkelijkheid groter dan de waarheid is”. Ik kan me daar niets bij voorstellen. Verder vraag ik me af waarom de werkelijkheid door de taal beschreven zou moeten worden. Wie is daar mee gediend? Kinderen hebben de taal toch ook niet nodig om te leven? Onze plattegrond dient er alleen maar toe om alle beletselen die het ervaren van de werkelijkheid in de weg staan in kaart te brengen. Wittgenstein verwoordde dat als ‘waarover je niet kunt praten, daarover dien je te zwijgen.’ Ter afsluiting: om de oneindige werkelijkheid te beschrijven zou je een oneindig grote bibliotheek moeten hebben met een oneindig aantal boeken, die vanuit een oneindig aantal standpunten de werkelijkheid slechts zouden kunnen benaderen. De wetenschap is per definitie reductionistisch en het geheel is meer dan de som der delen. De wetenschap zal altijd niet meer dan de werkelijkheid op het spoor zijn. Ik las in de krant een stukje van Kees Fens, waarin hij de universiteiten de beademingsafdelingen van de cultuur noemt en ik ga ervan uit dat hij niet beseft heeft hoe waar dat is. De universiteiten houden inderdaad die grote luchtballon in stand. Toch nog een citaat van Kwang-Dze ( voor mij zelfs helderder dan Lao Tzu): “There is a limit to our life, but to knowledge there is no limit. With what is limited to pursue after what is unlimited is a perilous thing; and when, knowing this, we still seek the increase of our knowledge, the peril cannot be averted”.
* * *
Als je geen meningen meer hebt, heb je dus eigenlijk niets meer om over te praten. Twee van die mensen hebben dus geen enkele behoefte meer om elkaar te overtuigen van hun eigen gelijk, omdat er geen meningsverschil meer is (dat is het prettige als je geen mening meer hebt), omdat zij op dezelfde manier de werkelijkheid ervaren en daar heb je taal helemaal niet voor nodig. Zij hebben geen behoeften meer, zijn onthecht van bezit en status, hebben hun oude kennis louter als instrument voor deze maatschappij en volslagen overbodig voor het doorzien van het leven en dan blijft er slechts een genieten van een fascinerend leven over. Zij bekommeren ons zogezegd niet om de dag van morgen. Hun geheugen is leeg en ergens draait nog een harde schijf met weetjes, die ze inschakelen als zij het spel in de buitenwereld moeten spelen. In hun eschatologie gaan mensen met elkaar om zoals kleine kinderen met elkaar omgaan, niet gehinderd door enige kennis, vrij, niet manipulerend met taal, onbevangen, verwachtingsloos, zonder angsten, pijn of verdriet. Ik blijf jouw definitie van waarheid uiterst verwarrend vinden met name omdat die zo anders is dan wat het merendeel van de mensen daaronder verstaat. De waarheid is per definitie iets wat mensen niet graag horen. Iemand de waarheid vertellen, vertellen dat hij een spel speelt, dat zijn mening op lucht is gebaseerd, dat de hele wetenschap een luchtkasteel is, dat wat hij liefde noemt slechts voor/wat hoort/wat is, is pijnlijk en mensen sluiten zich daarvoor af. Ouders vertellen dat zij zelf verantwoordelijk zijn voor het gedrag van hun kind, is de waarheid en dus taboe. De waarheid beschrijft al datgene waarin de mens afwijkt van zijn natuur (oorspronkelijke toestand) en de aarde van de oorspronkelijke toestand. In de metafoor van het labyrint is het dus de plattegrond van het labyrint, in The Matrix de ontcijferde code.
Als je echt ontsnapt bent aan het Systeem kun je niet meer gepakt worden, maar tijdens het losmakingsproces ben je een prooi voor de psychiater en hulpverlener, die maar één doel hebben en dat is om je weer aan het Systeem aan te passen, daar zijn ze namelijk voor ingehuurd. Je haalt zelf het citaat van George Orwell aan waarin hij schrijft: “To see what is in front of one’s nose requires a constant struggle” en vervolgens zeg je dat de werkelijkheid niet gezocht hoeft te worden. Moet die dan veroverd worden en vergist Orwell zich omdat er wel een eind is aan de struggle? Het is uiteindelijk ook een verbijsterende ontdekking dat het zo eenvoudig en zo voor de hand liggend was. Mensen zitten inderdaad niet in een kooi, hebben geen echte rugzak op hun rug, zijn niet geplugd in The Matrix, maken geen zoektocht, en jij weet net zo goed als ik dat mensen met deze alsof-fen hun toestand beschrijven, dat zijn de beelden die in hen opwellen als je ze vraag om hun toestand of hun pijnen te beschrijven. Je hoeft geen beschrijvingen te maken van iemands waarheid, die vertellen zij zelf wel en het zijn allemaal medemensen en als je aan de kant staat en ze ziet worstelen om hun hoofd boven water te houden kun je jezelf gelukkig prijzen omdat je lekker op het droge staat en hen toeroepen dat het hun probleem is en dat je daar niet in geïnteresseerd ben. Je kunt ook een huisje in Drenthe kopen en daar lekker van de werkelijkheid genieten, je afsluiten van alle ellende in de wereld en schamperen om het domme klootjesvolk dat niet ziet wat zo voor de hand ligt en zich bezighoudt met pietluttige relatieproblemen waar ze ziek van worden. Kun je je voorstellen wat er zou gebeuren als je tegen iemand zeg dat zijn kanker van het kankeren komt en dat hij daar zelf medeverantwoordelijk voor is? Als je de Tractatus Logico-Philosophicus van Wittgenstein leest begrijp je dat hij zich bevond waar jij je nu bevindt en dat dit boek een poging is geweest om het Labyrinth te ontcijferen. Zijn tragiek is dat hij dácht dat hij het hem gelukt was en daarom schreef hij dat je de ladder, zijn boek, weg kon gooien als je het begrepen had.
Gedachtekracht Ik kan me niet goed voorstellen hoe je in het nu kunt leven en toch nog gedachten kunt hebben. Als je in het nu leeft is en geen verleden en geen toekomst meer en dus geen gedachten, zoals een klein kind ook geen gedachten heeft omdat het in het eeuwige nu leeft.
Egocentrisch heeft helaas ook twee betekenissen: 1) zichzelf als middelpunt van de wereld beschouwen 2) het eigen ik steeds vooropstellen. Een vrij mens kan zichzelf niet anders zien dan als middelpunt van zijn werkelijkheid. Zijn wereld draait om hem. Hij is, zoals iedereen overigens, het middelpunt van zijn heelal, zoals elk klein kind dat ervaart, maar wat dan afgedaan wordt als grootheidswaan. The Trumanshow is wat dat betreft een prachtige metafoor. Voor ieder mens zijn alle andere mensen slechts figuranten in zíjn wereld, dus dat geldt ook voor die figuranten, die weer het middelpunt zijn van hún wereld.
Individuele bevrijding in deze ingewikkelde maatschappij is een gigantische klus en dat lukt maar sporadisch aan een enkeling en heeft geen enkele invloed op het Systeem, integendeel. Mensen als Krishnamurti, de Baghwan en andere goeroes hebben alleen maar voor een tegenreactie gezorgd, het Systeem versterkt, zijn beschouwd als virussen, die onschadelijk gemaakt moesten worden en hun tegenstanders hebben daar boeken vol over geschreven om de status quo te consolideren.
* * *
De gedachten zelf hebben geen enkele fysieke invloed op de werkelijkheid. Het is wel zo dat de gedachten van al die generaties de wereld en dus de werkelijkheid veranderd hebben. Als mensen geen gedachten hadden gehad, en altijd in het nu hadden geleefd, was de wereld nog zoals die oorspronkelijk is geweest, een ongerepte natuur, niet vervuild door cultuurproducten. Als jij de zon beschrijft als een ster waar ons leven vanaf hangt, of iets dergelijks, beschrijf je niet de werkelijkheid, maar jouw concept van de werkelijkheid. Alleen al door het benoemen van de zon als ster, reduceer je wat je ervaart.
De chaostheorie laat zien hoe alles met alles samenhangt, iets waar alle wijzen uit alle tijden geen theorie voor nodig hadden, omdat ze de werkelijkheid zo ervoeren, en dat wil zeggen dat de hele schepping en alle mensen deel uitmaken van hetzelfde geheel, waarvan ik ook een deel ben. Je zou de schepping kunnen zien als een gigantisch organisme, zoals de Gaia-theorie-adepten dat ook zien, alleen vergeten zij dat de mens daar ook gewoon een onderdeel van is. Als de rest van de mensheid van de werkelijkheid een puinhoop maakt, onze lucht vervuilt, onze zeeën leegvist, onze regenwouden kapt en onze aarde vernietigt, lijkt het me kortzichtig om te stellen dat je niet geïnteresseerd bent in de “waarheid” van anderen.
Met gedachten manipuleer je de werkelijkheid: Het merkwaardige is eigenlijk waarom al die wetenschappers zo nodig de werkelijkheid moeten doorgronden en in cijfers en tabellen en theorieën uit willen drukken. Daar is nog nooit een mens wijzer of beter van geworden, integendeel en desondanks gaan ze er gewoon mee door. Het heeft nog nooit bijgedragen aan de kwaliteit van het leven, integendeel en toch gelooft de mensheid dat ze ooit de oplossing van alles zullen vinden. Toch ben ik van mening dat het verhaal over de wetenschapper die het licht beschouwt onjuist is. Lees het nog maar eens in de “De dansende Woeli-meesters” van Gary Zukav.
* * *
Er is een wezenlijk verschil tussen wat de mens is en wat hij denkt dat hij is. Het merkwaardige fenomeen doet zich namelijk voor dat mensen het idee hebben dat ze zijn wat ze denken en dus doen, dat ze van mening zijn dat ze een persoonlijkheid hebben en dat ze dat dan ook zijn. Met andere woorden, dat ze gestuurd worden door iets wat ze zich eigen gemaakt hebben, maar wat helemaal niet van hen is. Bovendien is een hardnekkig misverstand dat als iemand een ander wijst op het feit dat hij een mening verkondigt, die ander dat als de mening van de constateerder ziet. Als de mens denkt omdat hij de gedachte van anderen formuleert, wil dat zeggen dat hij daardoor geen mens meer is maar een geprogrammeerde robot, die zich laat sturen door meningen van anderen. “Wir sind nur Original”, schreef Hölderlin, “weil wir nichts wissen”, waarmee hij wil zeggen dat zolang je een mening koestert niet origineel bent en niet zelf kijkt en luistert, maar je laat leiden door hersenspinsels van anderen. In de Volkskrant van afgelopen vrijdag stond een boekbespreking van “De spraakmakers – Van pratende aap naar bewust denkend mens” van Gerard Westendorp, met de fraaie uitspraak “Dieren kunnen communiceren, maar zij kunnen geen woorden en zinnen produceren waarmee ze verwijzen naar zaken die buiten het hier en nu liggen” en dat geeft weer wat de functie van de taal is, namelijk slechts gegoochel met imaginaire denkbeelden, die niets met het zijn te maken hebben. In zijn Lecture on Ethics schrijft Wittgenstein: “Ik kan alleen mijn gevoel beschrijven met de metafoor, dat als iemand een boek over Ethiek zou kunnen schrijven, dat werkelijk een boek over Ethiek zou zijn, dit boek, met één explosie alle andere boeken ter wereld zou vernietigen”, waarmee hij wil zeggen dat de hele wereldlitteratuur slechts in het teken staat van en zijn bestaansrecht ontleent aan de non-ethiek.” Literatuur”, schrijft Frans Kellendonk in “De Veren van de Zwaan”, “is het debat tussen het ik en het zelf”, nadat hij daarvoor Yeats aangehaald heeft die stelde dat “Uit het debat met jezelf poëzie ontstaat en uit het debat met anderen retoriek”. Dus literatuur kan uitsluitend ontspruiten aan mensen die het met zichzelf niet eens zijn en het is mij volslagen onduidelijk wat ik daar dan mee zou kunnen, behalve constateren dat ze zichzelf niet begrijpen. Het is me dan ook een raadsel wat je bedoelt met het verwerken van gevoelens. Verwerken van gevoelens met behulp van gedachten van anderen staat voor mij als het draaien van je eigen meningen door de gehaktmolen van anderen, maar of dat tot meer begrip kan leiden lijkt mij zeer arbitrair. Wat mensen doorgaans in hun ogen goede boeken noemen zijn die boeken waaruit ze hun “eigen” gelijk kunnen halen en waarin ze hun “eigen” mening bevestigd zien.
* * *
Het is inderdaad een tragische omissie dat mensen hun geslachtelijke identiteit niet aan zichzelf ontlenen maar aan hun denkbeelden, hun frustraties en hun ervaringen uit hun verleden, wat inderdaad alleen maar onoplosbare problemen en onbeantwoordbare vragen oproept. Dat het zogezegde weten van de volwassenen nergens op stoelt, dat het eigenlijk allemaal onzin is, een imaginaire wereld van hersenspinsels, die niets met de werkelijkheid te maken heeft. De vraag blijft dan waarom mensen daarin tegen beter weten in blijven geloven en zich daar niet gewoon van ontdoen. Mensen zeggen dan dat er geen antwoord is op al die vragen. “Bij een antwoord dat men niet uit kan spreken”, schrijft Wittgenstein in zijn Tractatus Logico-philosophicus, “kan men ook de vraag niet uitspreken. Het raadsel bestaat niet. Als een vraag gesteld kan worden, kan zij ook beantwoord worden.”
* * *
Eerst nog iets over de leugenachtigheid en bedrieglijkheid van de taal. In het “Voorbericht voor de Fransen” schrijft Ortega y Gasset in zijn “La Rebellion de las Masas” : “Is het dus niet buitengewoon onwaarschijnlijk dat mijn woorden, nu ze tot andere oren worden gericht, de Fransen vermogen te zeggen hetgeen zij bedoelen uit te drukken? Ik kan bezwaarlijk een beter lot verwachten, daar ik er immers van overtuigd ben dat spreken een veel bedrieglijker handeling is dan men gewoonlijk meent – zoals trouwens bijna alles wat de mens doet.......de zuivere waarheid is namelijk dat het de mens onmogelijk is zich met zijn gelijken te verstaan omdat hij gedoemd is tot volstrekte eenzaamheid en hij zich dus uitput in vruchteloze pogingen zijn naaste naderbij te komen......wanneer de mens begint te spreken doet hij zulks omdat hij meent dat hij zal kunnen zeggen wat hij denkt. Welnu, dat is het bedrieglijke. Zover reikt de taal niet.......duo si idem dicunt non es idem. Helderder had ik het niet kunnen zeggen en als je je dan ook nog realiseert dat 90% van de communicatie non-verbaal is, kun je niet anders concluderen dat de verwarring compleet moet zijn. Ger Groot schrijft in een artikel in De Groene “In de filosofie is het taboe taboe” want “De vraag hoe de filosofie kan leven met onleefbare waarheden (zoals Arnold Heumakers ze heeft genoemd) is dezelfde als die welke vraagt naar de mogelijkheid van het ‘niet mogen spreken.’ Misschien voelt de filosofie haar eigen ongemak pas echt wanneer zij beseft dat zij deze vraag — die zij zou moeten stellen — eigenlijk helemaal niet kan stellen. Spreken en zwijgen zijn zo innig verstrengeld dat haar pretentie voor geen enkele kwestie terug te schrikken bij voorbaat al gecompromitteerd is. Dat is niet alleen het probleem van de filosofie. Wat voor haar geldt, geldt des te meer voor het alledaagse spreken en schrijven, dat zich niet op een roeping tot radicaliteit kan beroepen. Geen enkel spreken kan of mag alles ter sprake brengen. Ook al is dit spreekverbod in de praktijk onafdwingbaar, het taboe vormt een logische en morele zwarte vlek in het glanzende universum van het vrije woord.” Want het zou wel een tot een grote wereldbrand kunnen leiden, verzucht de schijterd dan en dat zou zijn behaaglijk leventje kunnen verstoren. Het doet mij denken aan de uitspraak van Tertullianus, die weliswaar vond dat het Koninkrijk Gods er moest komen, maar dan wel graag ná zijn tijd. Kennelijk is dus de functie van het leugenachtige vrije woord niets anders dan het handhaven van de status quo en daarom beweren sommigen dat het kind in het sprookje van de Nieuwe Kleren van de Keizer een eikeltje is omdat namelijk het bedrog van vitaal belang is voor deze maatschappij en de onschadelijke hofnarren van deze maatschappij zijn Theo Maassen en Youp van ‘t Hek.
* * *
Hölderlin en Socrates identificeerden zich niet met het niet-weten, maar realiseerden zich dat Die Fröhliche Wissenschaft over het leven niets te melden heeft. Uiteindelijk zal je tot de conclusie komen dat het allemaal onzin is. Dan identificeer je je dus niet met het niet-weten, maar ervaart dat Kweetal een illusionist is. Overigens wel een wrange conclusie als je je hele vaste schijf gewist hebt en buiten elke traditie en erfenis staat en ziet dat de keizer inderdaad geen kleren aan heeft. Dieren “zijn” en alleen mensen hebben zich opgesloten in de tijd, tussen hun verleden en hun toekomst, in hun waren en worden en kunnen dus per definitie niet hun “zijnsvolheid” realiseren, zolang zij hun heden door hun verleden en toekomst laten bepalen. Tijd en Zijn gaan onmogelijk samen, omdat Zijn eeuwigdurend is; zoals Kierkegaard in “Het Begrip Angst” terecht opmerkt dat “het eeuwige ook het heden zonder verleden en toekomst betekent en dat dat de volmaaktheid van het eeuwige is.” Het uit de tijd stappen leidt inderdaad tot het einde van de infinitische metafysica en ik kan alleen maar zeggen dat het leven in het hier en nu, zoals jij dat noemt, allesbehalve een psychotische nachtmerrie is, maar een vita beata. Wittgenstein heeft zich niet gerealiseerd dat het boek over Ethiek eigenlijk slechts één richtlijn hoefde te bevatten en dat is de Gulden Regel en deze hele wangedrochtelijke maatschappij is dus alleen maar het resultaat van het veronachtzamen daarvan. Wittgenstein had inderdaad geen direct antwoord op de vraag hoe te leven, maar beschrijft wel de manier om dat te bereiken als hij zegt (in Vermischte Bemerkungen): “de oplossing van het probleem dat je in het leven ziet is te leven op een manier die al het problematische doet verdwijnen. Dat het leven problematisch is, betekent dat je leven niet in de vorm van het leven past. Je moet je leven veranderen en wanneer het in de vorm past, verdwijnt het problematische”, maar hij merkt ook op dat: “de mensen onder een volstrekte, voelbare tirannie zullen leven, zonder echter te kunnen zeggen dat ze niet vrij zijn”, waardoor Bush kan zeggen dat hij de vrijheid verdedigt en dat Reagan een licht was dat niet onder de korenmaat gezet was. “Du sollst dein Leben ändern” zegt Rilke. Een boek over Ethiek doet niet de menselijke conditie teniet, maar maakt een eind aan de onrechtvaardigheid en de macht van de ene mens over de ander, en zo’n boek is niet onmenselijk maar een bedreiging voor “onmensen”. Frans Kellendonk is inderdaad niet de norm, maar zijn net dat de werkelijkheid overspande was dermate grofmazig dat er prachtige brokstukken doorheen geslipt zijn. Maar het in twee werelden leven, zwervend tussen hemel en aarde, het handhaven van het niet samen laten vallen van zijn ik en zijn zelf, omdat hij daarmee zijn brood en waardering verdiende, is hem zoals je weet noodlottig geworden. De menselijke tweespalt is namelijk zeer productief. Zoals de metableticus Jan Hendrik van de Berg in zijn “Dubieuze liefde” schrijft : “Je moet kinderen ambivalent opvoeden want anders presteren ze niets”. Ik veronderstel dat je onder gevoelens emoties verstaat, hoewel er velen zijn die daar lichamelijke gewaarwordingen onder verstaan. Ik zou me overigens bij beide sensaties geen verband met talige articulaties kunnen voorstellen en ik hoef maar naar kleine kinderen te kijken om te constateren dat Lacan onzin uitkraamt als hij stelt dat de preverbale emotie een mythe is. En verder ben ik van mening dat “le sentiment ment, sauf le sentiment d’angoisse” ook niet klopt omdat het niet de emotie de liegt maar dat de leugen aan de emotie voorafgaat. Helaas moet iedereen zich het kunstje van de taal eigen gemaakt om te overleven en aan het leugenachtige spel mee te doen. Elke identiteit is een geleende identiteit is, zoals achter elk masker (persona) het ware gezicht schuilgaat, maar die de ontmaskerde Mann ohne Eigenschaften dus niet meer heeft. Helaas is het tonen van karakter een deugd in deze maatschappij en geldt de Mann ohne Eigenschaften als een slappeling die over zich heen laat lopen, geen mening heeft en met alle winden meewaait. “Niets is meer in strijd met onze manier van denken”, schrijft Cioran (in Het Bestaan als Verleiding) “dan de dingen te laten zoals ze zijn, er de essentie van te doorgronden, ze te bekijken zonder ze te willen vormen”. De apatheia is in deze maatschappij een krankzinnige toestand en als katatonen kom je ze tegen in de psychiatrische inrichting.
* * *
Als je uit het systeem gevallen bent zie je overal om je heen alleen maar mensen die lijden onder het beeld dat ze van zichzelf hebben, maar je houdt onvoorwaardelijk van jezelf en anderen, omdat wat je bent en zij zijn en niet om wat ze denken of doen. Wel nog even over Kafka’s Proces. In mijn ogen is “Het proces” een fraaie metafoor voor het leven in dit door mensen zelf gecreëerde tranendal en labyrint, waarin doorlopend iedereen door iedereen en door zichzelf ter verantwoording geroepen wordt, maar niemand de vraag naar het “waarom” durft te stellen. “Het was niet onmogelijk, dat hij van hem een beslissende en bruikbare raad kreeg, die hem bijvoorbeeld zou wijzen, niet hoe het proces te beïnvloeden was, maar hoe hij er uit los kon breken, hoe hij buiten het proces kon leven”, schrijft Kafka. Met andere woorden, hoe onttrek je je aan “l’enfer” die “les autres” is en aan het super-ego, die geïnternaliseerde “men”. De man die de toegang zoekt tot de wet, stelt helemaal geen vraag en met name niet de essentiële vraag WAAROM hij niet naar binnen mag. De wachter is de personificatie van alle autoriteiten, sofisten, die zich filosoof noemen, ouders, clerus, Sickbocken en Prlwytzkofski’s, die zelf niet naar binnen durven en de toegang voor anderen belemmeren. Het is echt allemaal veel eenvoudiger dan je denkt. Mensen zijn helaas van mening bent dat de wachters niet te verschalken zijn.
* * *
Ik heb rondgezwommen tussen je woorden, je gedachteschotsen, de lange versluierende windsels ontweken en heb geprobeerd uit die eendimensionale verwoording van je beelden, die beelden weer op te roepen en te ontcijferen wat je nu precies wilt zeggen. Met een onbevangen en leeg hoofd roept dat geen woorden maar slechts beelden op, metaforen, analogieën, en ergens draait een harde schijf, vol met boeken, citaten en spreuken, die met die beelden corresponderen, getriggerd worden en dan zomaar in mij opwellen. Mijn denken bestaat dus uitsluitend uit beelden, die om vertaling en verwoording vragen en dat gebeurt dan zomaar, ongewild en ogenschijnlijk uit het niets. Het welt op een wonderlijke en inderdaad onwaarschijnlijke manier in mij op en ik heb daarbij het gevoel dat ik slechts doorgeef. Ik voel me dan een polyfone spreekbuis en verbaas en verwonder mijzelf telkens weer over wat eruit komt. Het gulpt er onstuitbaar uit, mijn vingers roeren het toetsenbord en ik begrijp niet wat er gebeurt, lees het resultaat en zie dat het goed is. Van Arnout Geulinx, de wegbereider van Descartes en Spinoza, die nederigheid als de enige ware deugd beschouwde, is de prachtige en geniale uitspraak: “Dat waarvan je niet weet, hoe het gebeurt, dat doe je niet zelf”. Eigenlijk zie ik jouw schrijfsels als een apologie, vermengd met twijfels en vragen aan jezelf, zonder de durf de antwoorden onder ogen te zien. Het mag niet waar zijn, dus het is ook niet waar. Je beschrijft je gedachtespinsels en je angsten en manier van leven, je verwachtingen en zorgen daarover en realiseert je niet hoe onlosmakelijk die met elkaar verbonden zijn. Je zwerft tussen hemel en aarde, zonder de keuze te kunnen en durven maken en dat volle en rommelige hoofd is daar het resultaat van. Die botsende tegenstrijdigheden die je hoofdpijnen bezorgen, die spanningen oproepen, die de behoeften tot orgastische ontladingen noden, het kortstondig wegvlieden uit de tijd en weer landen in je eigen hoofd. “Tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren” schrijft Elschot in zijn gruwelijke gedicht “het Huwelijk”:
Toen hij bespeurde hoe de nevel van de tijd in de ogen van zijn vrouw de vonken uit kwam dooven haar wangen had verweerd, haar voorhoofd had doorkloven, toen wendde hij zich af en vrat zich op van spijt.
Hij vloekte en ging te keer en trok zich bij den baard en mat haar met den blik, maar kon niet meer begeeren, hij zag de grootsche zonde in duivelsplicht verkeeren en hoe zij tot hem opkeek als een stervend paard.
Maar sterven deed zij niet a zoog zijn helsche mond het merg uit haar gebeente, dat haar tòch bleef dragen. Zij dorst niet spreken meer, niet vragen of niet klagen, en rilde waar zij stond, maar leefde en bleef gezond.
Hij dacht: ik sla haar dood en steek het huis in brand. Ik moet de schimmel van mijn stramme voeten wasschen en rennen door het vuur en door het water plassen tot bij een ander lief in eenig land.
Maar doodslaan deed hij niet, want tussen droom en daad staan wetten in den weg en praktische bezwaren, en ook weemoedigheid, die niemand kan verklaren, en die des avonds komt, wanneer men slapen gaat.
Zoo gingen jaren heen. De kinderen werden groot en zagen dat de man dien zij hun vader heetten, bewegingloos en zwijgend bij het vuur gezeten, een godvergeten en vervaarlijk’ aanblik bood
en zo leggen mensen zich neer bij het compromis, het haalbare, schikken zich in hun vergulden kooien en maken er het beste van, tot de dood erop volgt. Ik kan bij niemand de poten onder de stoel vandaan zagen. Ik kan alleen laten zien hoe ze dat zelf kunnen doen, als ze eerst begrepen hebben dat het onbehagen in het leven door het stoelzitten wordt veroorzaakt en niet door omstandigheden of de ander. Zo te lezen heeft jouw stoel nog maar twee poten, je wankelt, weet niet of je op zoek moet naar twee andere poten of dat je de zaag in de resterende poten moet zetten en ik kan je nauwelijks duidelijk maken hoe behaaglijk het is als je uiteindelijk op de grond zit. Ik wil je best laten zien, waar je apologie niet klopt, maar je moet dat zelf echt willen. Ik ben bereid je illusies door te prikken, maar ik weet niet hoe groot je weerstand daartegen is. Zeg het maar. Tot slot, ter illustratie, wat kanttekeningen bij je overtuiging dat kleur- en smaakstoffen in het voedsel gevaarlijk zijn. Twee mensen eten van dezelfde eigenbereide bavarois. De een wordt ziek, de ander niet. Drie mensen volgen hetzelfde dieet, de eerste valt ervan af, de tweede blijft op hetzelfde gewicht, de derde wordt alleen maar dikker. Twee mannen gaan naar dezelfde prostitué, de een loopt een druiper op de ander niet. Twee mensen roken, de een krijgt longkanker, de ander niet. Twee mensen zien hetzelfde tafereel, de een ergert zich daaraan, de ander doet het niets. Twee mensen slikken hetzelfde medicijn, de een ervaart geen enkele bijwerking, de ander heeft alle bijwerkingen die in de bijsluiter staan. Twee mensen doen hetzelfde kantoorwerk, de een doet het op zijn sloffen, de ander raakt er overspannen van. Op zijn sterfbed sprak Louis Pasteur de memorabele woorden: “Claude Bernard avait raison: ce n’est pas la bactérie, c’est le substrat” (die dat overigens weer van Antoine Béchamp had), maar het was al te laat. Er was een oorzaak gevonden, het kwaad kwam van buiten en kon bestreden worden en de voedingsbodem kon buiten beschouwing gelaten worden, terwijl elke microbioloog kan vertellen hoe moeizaam het vaak is om een geschikte voedingsbodem te componeren, waarin een virus of bacterie kan groeien. Je haalt, hoewel je weet dat geleerden niet wijs zijn, een heuse professor aan om je verhaal te adstrueren. Additieven zijn volslagen ongevaarlijk en daar worden kinderen niet door vergiftigd, net zomin als ooit iemand door roken longkanker gekregen heeft, door autorijden een ongeluk, door een hoog cholesterol een hartinfarct, door Softenon een gehandicapt kind, door masturbatie ruggenmergtering, door te zout eten hypertensie, door suikergebruik cariës, door teveel lezen een bril, door een serotoninetekort een depressie, door een bacterie of virus een ziekte of door een doorbloedingsstoornis impotentie. Dat hoort allemaal bij die gigantische mystificatie waar mensen zo graag in geloven om zelf buiten schot te blijven.
* * *
Zo zie je maar weer hoe verhelderend subtiele omkeringen kunnen zijn en hoe je als Narcissus geleerd hebt je spiegelbeeld te beminnen, waardoor alles projectie wordt, omdat het afstuit op je glinsterend pantser.
“Als kind vreesde ik dat de spiegel Me een ander gezicht zou laten zien of een blind en onpersoonlijk masker Dat stellig iets gruwelijks zou verhelen Evenzo heb ik gevreesd dat de stille tijd van de spiegel af zou wijken van de dagelijkse loop van de uren van de mens en binnen zijn vage, denkbeeldige contouren onbekende wezens, vormen en kleuren zou herbergen (dat heb ik nooit aan iemand verteld; kinderen zijn verlegen) Al vrees ik dat de spiegel Het ware gezicht van mijn ziel ontsluit Door duisternis en schuld geschonden Het gezicht dat God ziet en wellicht de mensen.” (Jorge Luis Borges)
Alle ouderlijke huizen zijn vreemde en verbannen thuizen, waar verbannen en dolende ouders hun kinderen in hun ballingschap en hun labyrint meevoeren. Waar kinderen leren dat Zijn niets en Worden het hoogste goed is. Waar ledigheid zo gespiegeld wordt dat het des duivels oorkussen schijnt, waar kinderen leren dat ze nog niets zijn en iets moeten worden en daardoor wel moeten splijten en schizoïde worden. Zo zijn we allemaal verworden van homo ludens tot homo laborans, snakkend naar waardering en bevestiging, naar een schuilplaats in het labyrint, die wij opsieren met kunstwerken, want ontsnappen is verboden.
“And the Raven,
never flitting, still is sitting, still is sitting And his eyes
have all the seeming of a demon’s that is dreaming,
en in de vertaling van Malta uit 1893:
En de vogel, nimmer wijkend en geen enkle veer verstrijkend, Zit nog altijd, ernstig kijkend, op het borstbeeld als weleer. Somtijds schijnt hij ook te droomen; en als de avond is gekomen, En zijn schim wordt waargenomen bij het lamplicht telkens weer, Voelt mijn ziel van ‘t zware schijnsel, dat haar schrik geeft telkens weer, Zich ontslagen nimmermeer!
The raven, K’s wachter aan de poort, “Welnu, veel mensen zijn als de oude man uit Kafka’s verhaal. Zij hopen, maar het is hun niet gegeven te handelen naar de ingeving van hun hart, en zolang de bureaucraten hun toestemming niet hebben gegeven blijven ze wachten en wachten. Indien de man echter meer zou hebben gehad dan alleen maar die passieve en afwachtende hoop, zou hij gewoon de poort zijn binnengegaan en zijn moed de bureaucraten te trotseren zou de bevrijdende daad zijn geweest die hem binnen het schitterende paleis zou hebben gevoerd” schrijft Erich Fromm in “De revolutie van de Hoop”. Aan deze zijde van de poort hangt het vol kunstwerken, maar je kunt ze niet meenemen als je naar binnen wilt om je “nulliteit te assumeren”, zoals jij dat zo ingewikkeld schrijft. Schilderen is een kijken door een gesloten raam waardoor je niet naar die andere wereld kunt vliegen, maar er slechts een hunkerende glimp van op kunt vangen, vertekend en vervaagd door het matglas en kunstwerken zijn dus per definitie slechts een vertekende en vervaagde afbeelding van de werkelijkheid.
* * *
De gezinnen waar onze ouders in geboren zijn, waren getekend door oorlog, dood, wanhoop, taboes, geheimen, het grote zwijgen, kerk, angsten, gehoorzaamheid, altijd bang voor het oordeel van de ander, en door al die levens heen ziekten en dokters, in een voor hen onbegrijpelijke samenhang. Denken dat deden anderen voor hen en daar hadden ze zich bij neergelegd. Eigenlijk is het onvoorstelbaar dat ze het overleefd hebben, maar ze zijn daar wel verkreukeld uitgekomen, producten van de wereld waar ze in moesten leven, die slechts de plaats konden innemen, die hen was toebedeeld. Ook zij hadden er niet om gevraagd om geboren te worden, ook zij hadden hun nest niet uitgekozen, ook zij hebben het masker niet uitgezocht, waarachter zij hun rol in hun wereld moesten spelen. Ook hun leven en keuzes werden bepaald door angst, bang voor de ander, bang voor autoriteiten, bang voor de toekomst, bang om er niet bij te mogen horen, bang om hun nek uit te steken, bang om anders te zijn en opgezadeld met de bagage van generaties met als enige doel te overleven en het er “beter” af te brengen dan hun ouders. Levend in een voor hen volstrekt onoverzichtelijke en onbegrijpelijke wereld, speelbal van duistere krachten, in en buiten henzelf. Gehard door teleurstellingen, vernederingen en onbegrepen verdriet. Met bizarre ideeën over seksualiteit en goed en kwaad, ziekte en gezondheid, aangedragen door clerus, wetenschap en filosofen. En ze hadden gezien wat het lot was van degenen die niet bij machte waren zich aan te passen, van degenen die hun nek uitstaken en anders waren en zij durfden niet, want de verantwoordelijkheid voor hun gezin drukte als een loden last op hen. Mensen die verleerd hadden om zelf te denken en te kijken, die allemaal rondliepen met hun geheimen, die zorgvuldig daaromheen communiceerden, die niet meer wisten wat er in hen zelf omging, laat staan in de ander, die hadden geleerd dat ze zich moesten beheersen, zichzelf niet laten kennen, die in één huis vreemden voor elkaar waren, die hun geheugen selectief moesten maken en die jou en mij het voorbeeld gegeven hebben hoe mensen met zichzelf en elkaar omgaan. De lieve vrede, leugens om bestwil, voor wat hoort wat, de ander gelukkig maken, terwijl ze dat zelf beiden niet waren, onuitgesproken bedoelingen en verwachtingen, met evenzoveel teleurstellingen en boosheid en verdriet. En als ze daar ziek van werden, dan kwam de dokter en gaf het een naam en pillen en dus veranderde er nooit wat en woekerde alles gewoon door, tot de dood erop volgde. Jij laat wat ontsnappen en voelt je belachelijk en gêne, maar dat voel jij je niet, maar dat is je vader die dat belachelijk en beschamend vond en jouw moeder liet het gebeuren en jij denkt dat dat de genen van je vader zijn. Er is niets rampzaliger en verlammender dan het idealiseren van een van de of beide ouders. Dan blijf je stilstaan en hangen. Dan sta je jezelf niet toe te zien hoe ze werkelijk waren en dan blijf je wanhopig je best doen om uiteindelijk hen nog steeds te bewijzen dat je wél deugt en dat je hun nooit gegeven schouderklopje wél verdient en dat ze wél trots op je moeten zijn. Daarom staat er geschreven: Verlaat uw vader en moeder.” Dat wil niet zeggen letterlijk, maar figuurlijk. Als je niet wilt dat de historie zich herhaalt, dat hun spel blijft spelen, zul je je toch moeten ontdoen van de bagage die zij op je schouders hebben gelegd, van hun meningen en overtuigingen, van het juk waaronder zij hun leven leven. Kinderen worden geboren als prachtige, gave schepseltjes en verworden onder de handen van hun goedbedoelende, maar verkreukelde ouders tot bange, onzekere, flinke, stoere en aangepaste wezens. Als je achter de coulissen kijkt, in de krochten van ‘s mensens ziel (in je eigen, niet te vergeten) is er wezenlijk nooit wat veranderd. Dan leer je verbanden en patronen zien en de gruwelijke rol die de geneeskunde overal in speelt en als je het eenmaal ziet is het verbijsterend en eigenlijk beschamend dat je dat nooit hebt gezien. Bij iedereen die je tegenkomt, moet je je realiseren dat als je in het nest waar zij uit komen geboren was, jij in hun plaats zou zitten, met hun hoofd, hun bagage en hun problemen en dan veroordeel je nooit iemand meer. Als je wilt zien wat niemand ziet moet je dus Niemand worden, zo eenvoudig is dat, maar dan niet als Jules Verne’s Kapitein Nemo, de mensenhater, die van zichzelf zei: “Ik ben de rechtvaardige, ik ben het recht. Ik ben de verdrukte, dáár is de onderdrukker! Daardoor is al wat ik heb liefgehad, bemind en geéérd, vernietigd! Vaderland, vrouw en kinderen, vader en moeder. Al wat ik haat is daar vóór mij!” en boorde de Abraham Lincoln in de grond. Of zoals Lou de Palingboer zei: “Wie kent God? Niemand. Je moet dus niemand worden om God te kennen.” Dan heb je een eindeloos geduld en voelt je verantwoordelijk voor iedereen, allemaal medemensen, die nog niet zien wat jij ziet. Dan steek je iedereen een hand toe, maar hebt er geen enkele invloed op of mensen je uitgestoken hand al dan niet grijpen.
* * *
In “20.000 mijlen onder zee” is Kapitein Nemo (“Niemand” dus in het Nederlands) de man die afscheid genomen heeft of uitgestoten is door zijn medemensen, die alles verloren heeft en in de illusie verkeert dat het hem ontnomen is, het slachtoffer, die eenling geworden is, de suïcidale die op wraak zint. Hij is zoals Nietzsche zegt: degene die de kudde kamelen verlaten heeft en leeuw geworden is, maar niet gehoord wordt en zoals al degenen die niet gehoord worden uiteindelijk naar geweld grijpen en terrorist worden. Ik kapot, dan ook zij kapot en dat is mij vreemd. Overigens is Jules Verne veel meer dan de avonturenschrijver waar hij voor doorgaat. In “L’Eternel Adam” schrijft hij: “De ware superioriteit van de mens schuilt niet in het overwinnen van de natuur, niet in de overheersing, maar schuilt, voor de denker, in het begrijpen, in het bevatten van het onmetelijke heelal in de microkosmos van zijn brein”. De ware Nemo, niemand, der Mann (Mensch) ohne Eigenschaften, de alien, de uit-het-systeem-gevallene, is ook voorbij goed en kwaad, en dus de haat voorbij. Er rest slechts mededogen en dat is iets fundamenteel anders dan medelijden, wat volgens Nietzsche de laatste ondeugd van de mens is en slechts gebaseerd is op een superioriteitsgevoel. “Ik wil maar zeggen: je treft op aarde een aantal dorpse omstandigheden die flink belemmerend zijn, leven is behelpen immers, en je zou het daar wel eens over willen hebben met iemand van buiten het dorp die wat meer ruimte om zich heen heeft. Iemand die niet zo vast zit in die kluwen, die het leven op aarde, in ons dorp, nou eenmaal is. Je zou het met iemand buiten de mensheid willen hebben over de mensheid. Niet met een mens, want die woont in hetzelfde dorp en wat mensen over mensen vinden, dat weten we nou wel. Maar met een type van buiten, die niet zo vastzit in die kleinheid van onze plaatselijke problemen. Je zou je kop door die korst van menselijkheid heen naar buiten willen steken om daar te roepen: is hier iemand? Ook kosmisch gesproken willen we weten waar we zijn en daar is een gesprek voor nodig”, schrijft de verpleeghuisarts Bert Keizer, in een column in De Volkskrant, en “Ik zie bijna alles en probeer niet te gillen”…. “Ik claim het recht om mij te vergissen al was het maar omdat ik de waarheid en werkelijkheid twijfelachtige goederen vind” en dat ben ik met de schrijver eens. Wat alle sofisten over waarheid en werkelijkheid schrijven is inderdaad uiterst discutabel. Dat zijn begrippen die net zo verwaterd zijn als het begrip vrijheid waar Bush het over heeft. In mijn ogen beschrijft de waarheid wat de werkelijkheid NIET is. Je vertrouwt iemand anders pas als je jezelf vertrouwt, tot zolang blijft er achterdocht.
* * *
Wat er op de websites staat is het eindresultaat van een absoluut consequent logisch en rationeel redeneren. Het is in wezen een ontmaskering van de verbale communicatie als de grote stoorzender. Misschien geeft Paul Watzlawick in “De pragmatische aspecten van de menselijke communicatie” de meest heldere beschrijving van het destructieve en afstandscheppende karakter van de verbale communicatie. “Feitelijk”, schrijft hij, “zou de door mens bereikte civilisatie grotendeels, zo niet geheel, ondenkbaar zijn, indien hij geen digitale (verbale) taal had ontwikkeld.” en “Waar het bij communicatie speciaal om de betrekking zelf gaat, merken we trouwens dat de digitale taal bijna geen betekenis heeft”. De verbale communicatie staat in het teken van de leugen, de verhulling, ideeën en begrippen en de schone schijn. De verbale communicatie kan ons niets leren over het leven. Het enige dat je van je ouders meegekregen hebt is de manier van communiceren, de manier van op elkaar reageren, taalspelletjes, grapjes, versluiering, selectief zwijgen, met daarnaast een scala van non-verbale middelen, afhankelijk van de plaats die jou in het gezin is toebedeeld door je medespelers. Dat noem jij eigenschappen, maar dat heeft helemaal niets eigens. Het vervelende is dat dat het enige spel is dat je geleerd hebt, dus het enige spel dat je kent en dat houdt in dat de zogenaamde keuze van vrienden en partners uitsluitend gebaseerd is op het feit dat die eenzelfde merkwaardig spel geleerd hebben, zodat je het familiespel kunt verder spelen. Met als gevolg dat onherroepelijk l’histoire se répète. De oplossing van het verleden ligt in het heden en niet andersom. Je hebt door het gedrag van je vader een vertekend beeld gekregen van ‘de man’, want hij was toch je “Voorbeeld” ? Net zozeer als je moeder dat overigens was en van hen samen heb je geleerd hoe mensen met elkaar omgaan. Jij was een toneelspeler in het spel waarin hij de hoofdrol speelde, zoals hij een toneelspeler was in het spel waarin jij de hoofdrol speelt. Hij wou jou regisseren en jij hem. The Truman Show is een film die daar een beeldschoon beeld van schetst en als er in het evangelie staat dat je je vader en moeder moet verlaten, dan wordt daar niets anders mee gezegd dan dat je het spel wat je geleerd hebt op moet geven om zoals Boeddha zegt het eeuwige rad van wederkeer, het l’histoire se répète, stop te zetten, omdat je anders op dezelfde manier de mist ingaat. Dat noemen de wetenschappers dan erfelijk. Maar er worden uitsluitend communicatiepatronen overgedragen, het is geen kwestie van genen maar van memen. Je gedachten zijn het resultaat van de manier waarop je leeft, van de discrepantie tussen wat je bent en wat je denkt dat je bent. “Wat moet ik dan doen” zeggen mensen dan en dan is het enige wat je kunt antwoorden dat je zeggen wat ze moeten laten. Want doordat ze allerlei dingen doen, raken ze in de problemen
* * *
Het is een merkwaardig fenomeen, dat mensen kennelijk hun brein moeten ontlasten en daar ook nog exhibitionistisch anderen mee lastig moeten vallen en daarmee zin aan hun leven proberen te geven. Als ze iets te zeggen hebben, waarom zeggen ze dat dan niet gewoon? Wat hebben anderen, behalve wellicht de herkenning dat ze in hetzelfde schuitje zitten, aan hun excreties? De celibataire Newman miste vanzelfsprekend de orgastische ontlading en je moet het toch ergens in kwijt kunnen, niet? Even een intermezzo. Zoals je weet zijn er steeds meer mannen met prostaatklachten, wat dan de oude-mannen-kwaal heet. Het is verbijsterend te constateren, dat vrijwel niemand weet waar die klier voor dient. Prostaatvocht het vervoermiddel van het sperma is, dat gezamenlijk, tijdens die wonderlijke kleine dood, ritmisch zijn uitweg naar buiten vindt. Elke geile gedachte zet de prostaat tot excretie aan en doet hem zwellen. “Of je moet het vaker doen, of je moet er minder aan denken”, hoorde ik laatst iemand zeggen, maar dan zie je in deze oversekste wereld al het probleem levensgroot opdoemen. Het is dus wrang en gênant te bedenken dat Paus Pius XII aan zijn prostaat geopereerd werd en dat wil dus zeggen dat hij zijn libido toch niet helemaal heeft kunnen sublimeren en dus uiteindelijk aan zijn gefrustreerde geilheid ten onder is gegaan. Het gênante is dat mensen niet doorhebben wat ze over zichzelf vertellen, als ze met hun kwalen te koop lopen. Kennelijk is je geest zo geïnfecteerd, dat ie bloedzweren produceert en je kunt dan wel elke keer de etter eruit drukken, maar het infectieuze laat je daarmee onaangeroerd en dat woekert en woelt gewoon verder. Daar moet dan de scalpel in. Er heeft kennelijk iets kwaad bloed gezet en stinkend ontlaadt zich dan het kwaad. Karl Marx was overigens een notoire zwerenlijder. Je beseft niet half hoe onthullend mensen zijn door wat ze wel en niet vertellen, wel en niet op reageren, over wat ze exhibitionistisch in hun weblogs ventileren, waar ze verontwaardigd over zijn, wat ze allemaal geloven, over de schrijvers die ze aanhalen, waardoor ze een aardig overzicht geven van wat ze allemaal in hun rugzak meetorsen. Het is allemaal angst en hardste schreeuwers zijn altijd het bangst. Ouders kunnen je alleen laten zien hoe het niet moet, maar als kind heb je geen keuze. In dit tranendal zijn geen gelukkige kinderen, geen gelukkige jeugd, geen kind dat zichzelf mag blijven. “Als ik later groot ben wordt ik lekker niks” zong Kinderen voor Kinderen, maar dat mag niet.
Wat heet “gezond” en wat is voor zichzelf denken? Er zijn alleen maar gelovigen, gelovigen in wetenschappelijke theorieën, in godsdienstige rimram, in sofistisch abracadabra, gestoord door van allerlei schijnzekerheden die ze zich “eigen” gemaakt hebben, goochelend en spelend met hun hersenspinsels als in een caleidoscoop, schavend aan hun meningen en overtuigingen, als hun wereld- en zelfbeeld maar onaangetast blijft. Recalcitrantie en afzetten hoort evenzeer bij het familiespel. In minstens één van de spelers hoort het onbehagen naar buiten te komen, de onleefbaarheid van het systeem en daar zitten onze psychiatrische inrichtingen en kunstacademies vol mee. Met de klokkenluiders, de rebellen, de familiezondebokken, maar ook dat is slechts afgeleid gedrag. Degene, die blijft voelen, die durft te blijven kijken, die het spel blijft doorzien, die zich niet in laat pakken, die zoveel mogelijk zijn kind-zijn kan bewaren, de twijfelaar, de onaangepaste, de niet dresseerbare, redt het niet in deze wereld.
* * *
In het gevecht heeft jouw moeder al snel geleerd om nooit meer te zeggen wat ze dacht, krampachtig de lieve vrede te bewaren, en dat bedoel ik met oneerlijkheid. De schone schijn handhaven, flink zijn, jezelf nooit meer laten kennen, conflicten uit de weg gaan, niet openlijk partij voor haar kinderen kiezen, slikken, en allemaal uit angst. Angst voor zijn reactie, angst voor niets-oplossende ruzies, maar iets anders zeggen dan wat je denkt is oneerlijk en dan krijg je een uiterst ingewikkelde schijncommunicatie, met impliciete bedoelingen en verwachtingen, met een discrepantie tussen verbale en non-verbale communicatie, en dat is voor kinderen gekmakend. Ziek worden is dan nog de enige escape, want het lichaam spreekt als de patiënt redenen heeft om niet te spreken en wie zwijgt stemt toe, denkt de ander dan. “Ik krijg geen maagzweer”, zegt de directeur, “ik zorg wel dat anderen ze krijgen” en zijn bedrijf floreert. Om het even eenvoudig te zeggen: als je je woede, ergernis en haat niet uit, slaat het naar binnen en wordt het zelfdestructief, dan wordt het zelfwoede, zelfergernis en zelfhaat en daar gaan mensen aan kapot.
Nog steeds geldt bij de orthodoxen dat de Heere de ziekten over de mensen uitgiet, vanwege hun zondigheid, maar dat Hij in zijn ondoorgrondelijke goedheid de dokter stuurt. Het zou op zijn minst zinnig zijn als de kerk, als ze er zo’n bizarre ideeën op nahoudt, dan ook zou vertellen waar die zondigheid dan uit bestaat, maar daarin doen ze er het zwijgen toe. Dat krijg je met zo’n oud-testamentische God der Wrake en Vergelding. Ik ben het met Nietzsche eens als hij zegt dat het christendom het grootste bedrijfsongeval van de afgelopen 2000 jaar is. Pijn als vergelding is fundamenteel anders dan als waarschuwing, dan heeft het de betekenis dat het niet zó moet maar anders. Het boek Job is een kunstmatig samengesteld geheel, verdraaid door de elite, met een later toegevoegd eerste en laatste hoofdstuk, om de machthebbers ter wille te zijn en goed te praten. Het hele boek Job draait, net als het boek Prediker en het Evangelie om de vraag of je lot van je morele gedrag afhangt en allemaal komen ze tot de conclusie, net als de Taoïsten en de Stoïcijnen dat die vraag bevestigend beantwoord moet worden. Het feit dat dat verband in deze maatschappij een taboe is, doet aan die waarheid niets af. De oplossing ligt in de rede van Elihoe, die zeer begaan is met het lot van Job, in tegenstelling tot zijn drie zalvende vrienden, die een typisch christelijke houding tentoonspreiden. Hij besefte dat zachte heelmeesters stinkende wonden maken. In mijn ogen is het een dooddoener als je erbij neerlegt dat de zin van het lijden een mysterie is, want dan hoef je je daar ook niet meer in te verdiepen.
* * *
Je zit áchter je masker en ín je oude huis, er was een mannetje dat was niet wijs, dat bouwde zijn huisje op het ijs, het zucht en kraakt in zijn voegen, maar het raam staat op een kier. Je hoeft het huis niet te slopen, maar je kunt er alleen uit, als je alles achterlaat. Het vasthouden geeft een steeds weer terugkerende levenslange pijn, maar het losrukken is maar even, als een woekerend abces, waar mensen tijden mee rondlopen, vóór ze moed hebben om het te laten incideren. Het is als de rijstebrijberg om luilekkerland, waar je je korrel voor korrel doorheen moet eten. Je moet ergens beginnen en zolang je in de berg zit is het stug dooreten, moeizaam, met een hunkering naar het oude vertrouwde, maar met een weten dat er een eind aan komt.
Van de CD “Van een afstand”, van Boudewijn de Groot:
De Zwemmer
Een zwemmer zwemt, hij zwemt in zee Hij zwemt weg van het strand Maar hij neemt bepaalde beelden met zich mee Van wat hij achter liet op het strand
Hij zwemt en denkt niet aan later Hij heeft geen angst of aarzeling Boven hem lucht, onder hem water Een zwemmer is een enkeling
Hij baant zich een weg door het water Hij is al flink op weg naar Engel(l)and Achter zich hoort hij geschater Iemand die achter bleef op het strand
Wat meegaat, dat laat hij ook achter Wat in de war van een herinnering Kijkt hij eens om zich heen en zwemt wat zachter Verdriet is een vertragend ding
De kust is een vage belofte Het koude water de verzekering Dat hij alles waarin hij geloofde Niet zonder reden voor iets anders verving
Was het maar waar dat mensen bezig zijn van hun blinde vlekken, remmingen en tekortkomingen af te komen. “Ik ben nu eenmaal zo”, zeggen ze dan, en dat wil wel zeggen dat ze ook, “nu eenmaal zo doodgaan”. Wie benauwd leeft, zal benauwd sterven, wie moeilijk leeft zal moeilijk sterven. Mensen zeggen dat ze driftig, rancuneus, van karakter zijn. Dat wil dus zeggen dat zij het niet zelf zijn, maar dat er kennelijk iets in het zit die hen zo laat zijn. Ze zijn boos op iemand of haten hem. Maar je haat de eigenschappen in een ander die je in jezelf haat. Je haat de bagage van een ander, als je diezelfde bagage hebt. Je haat je vader omdat hij je met zijn bagage heeft opgezadeld. Je haat wat je denkt en doet, wat hij dacht en deed. “Haat”, schrijft Spinoza in zijn Ethica, “is Droefheid, vergezeld door de voorstelling van een uitwendige oorzaak.” Als de Genestet schrijft: “Wees jezelf, sprak ik tot iemand, maar hij kon niet hij was niemand”, vergist hij zich, omdat iedereen iets is en alleen iemand die niemand is is zichzelf. Er zijn ook mensen die denken dat ze dominee zijn, dus parafraserend zou je kunnen zeggen “wees jezelf, sprak ik tot iemand, maar hij kon niet, want hij dacht dat hij dominee was, en vader, Groen Linkser, homofiel, christen, kortom verscholen onder een lappendeken van toneelkostuums. Neuroses en psychoses zijn inderdaad overlevingsstrategieën, ongelukkige manieren om je plek te handhaven en om aan het spel mee te blijven doen. Mensen kiezen daar niet voor (je gelooft toch ook niet in dat merkwaardige hersenspinsel van de vrije wil?), maar worden door hun omgeving daar ingedrukt. Voor dieren geldt inderdaad de fight/flight/fright-reactie. Als er gevaar dreigt, wat ze niet bedenken, maar wat hun instinct registreert, maken ze zich klaar voor het gevecht of de vlucht. Hun lijf maakt zich gereed: ze ontlasten zich, de bloeddruk en hartslag stijgen, net als de bloedsuiker en dan doen ze wat ze moeten doen, vechten of vluchten en als het gevaar geweken is, keert alles weer terug tot de rusttoestand. Maar mensen worden niet bedreigd, maar voelen zich bedreigd, zijn niet in gevaar maar hebben het gevoel dat er gevaar dreigt en precies dezelfde mechanismen als bij het dier treden dan in werking. Het verschil is dat mensen daar niets mee doen, maar dat met hun aanmatigende brein wegrationaliseren. Ze gaan niet het gevecht aan, ze gaan niet op de vlucht maar nemen pillen tegen de hoge bloeddruk, de te hoge suiker en pijnstillers en geven zich kritiekloos over aan de artsenkaste, tot de dood erop volgt. Het aangepaste leven in deze maatschappij is inderdaad een ziekte zonder Zijn, een Worden, een leven in de tijd, drijvend op je verleden en toekomstverwachtingen. Het is het geïsoleerd zijn van het universum, dat pijn doet en dat mes dien je dus te gebruiken om je van die ziekte los te snijden. Als ik citeer, citeer ik de ketters, de doodgezwegenen, de rebellen, de verliezers, de maatschappijcritici, de onaangepasten, de roependen in de woestijn, degenen die bij de Slegte liggen, en degenen die weliswaar een groot denkraam hadden, waar fraaie brokken van de waarheid door konden, maar ik laat ook zien waar de randen van het denkraam hun blik vertekenden. Deze wereld is vergeven van blinden die blinden leiden, van zielknijpers, goeroes, deskundigen, consultants en adviseurs, gidsen in het labyrint, wier enige effect is dat hun volgelingen sektarisch samenklitten en gezamenlijk verder dwalen. Juist zij doen mensen flippen, leiden ze de psychoses in, zetten mensen op een ander dwaalspoor, drijven hen tot wanhoop en suïcide, verstoren wankele gezinssystemen, zonder een oplossing te bieden. Dat wordt op de websites aan de kaak gesteld en erop gehamerd niemand te volgen, niemand na te praten, niemand te geloven en consequent en compromisloos naar zelf te kijken en te luisteren. Maar er is nog iets groters en belangrijkers. Overal in het labyrint stagneert het, zijn onlusten aan de gang, komen mensen in opstand, lopen vertwijfelden als levende kruitvaten rond (kort lontje heet dat) die elk moment kunnen exploderen, crisis, de roep om meer macht, harder straffen, meer gevangenissen en meer controle, om het zieke dwalen in het gedrochtelijke labyrint te continueren. Het zijn woelige tijden, het avondrood straalt als nooit tevoren, de Gotterdämmerung lijkt ondoordringbaar, mensen rukken aan hun ketens, zijn massaal op zoek naar een uitweg en dan gebeuren er onverwachte dingen. In de schemering vliegen Minerva’s uilen uit. Alles waar mensen mee bezig zijn gaat over het niets, Maya, de wereld van de ideeën, het valse bewustzijn, de monsters en draken in je hoofd, het Ik, de valse software. Er is geen dier dat doodsangst kent, omdat zij geen enkel idee van dood hebben. Baby’s kennen geen angst, dus is angst niet menselijk, maar onmenselijk, des humanoids. Michel Foucault, universeel, schuwde de rol van de seksualiteit niet, schreef “Naissance de la clinique”, een voor de medische stand vernietigend boek. “Wie anders moet de tirannen bij de mensheid aan de kaak stellen dan de artsen die van de mens hun enige studie maken en elke dag bij de arme en de rijke, bij de eenvoudige burger en de machtigsten van het land, onder strodak en in het paleis de menselijke ellende overdenken, die geen andere oorsprong dan tirannie en slavernij heeft.” Er zijn velen, waaronder Foucault, die die nonsens niet meer mee konden spelen en er dus uitstapten, omdat ze geen echte uitweg zagen. Op het moment dat je de nonsens doorzien hebt rest er nog maar één taak en dat is een einde maken aan die nonsens. Je bent uiteindelijk pas echt vrij als alle mensen vrij zijn.
Kinderen worden in de opvoeding gereduceerd tot halve mensen, die hun wederhelft zoeken en dan de illusie hebben dat ze samen één zijn, elkaar aanvullen, aan elkaar vast zitten en dat noemen ze dan houden van. Maar wee, als een van de twee verandert, dan passen ze niet meer op elkaar en zoeken ze opnieuw een wederhelft en zo l’histoire se répète. Belangeloze en onvoorwaardelijke liefde kan alleen tussen twee hele mensen, die elkaar niet aan hoeven aan te vullen, elkaar niet nodig hebben en die niet meer hoeven te bakkeleien over de franje.
Wittgenstein : “De filosofie is een gevecht tegen de beheksing van ons verstand door de middelen van de taal,” en “Vandaag schoor mij te binnen, toen ik over mijn werk in de filosofie nadacht, I destroy, I destroy, I destroy’, schrijft hij ook, maar hij was niet radicaal genoeg en Popper, de hielenlikker, heeft gewonnen.
Foucault citeert de Girondijn François Lanthenas, die in 1973 op de lijst van vogelvrij verklaarden geplaatst werd en er vervolgens weer van afgevoerd werd, nadat hij door Marat als een “arme van geest” was betiteld: “Eindelijk zal de geneeskunde zijn wat ze moet zijn, de kennis van de natuurlijke en maatschappelijke mens.” Hij droomde “van een feestvierende gemeenschap, van een mensheid onder de vrije hemel, waar de jeugd naakt is en het leven geen winter kent en waar het gezicht van de arts in vergetelheid zal raken en het zou hoogstens in de herinnering van de mensen een spoor achterlaten van de tijd van de koningen en de rijkdommen, waarin de mensen arme en zieke slaven waren.”
* * *
Eigenlijk is het uiterst merkwaardig dat mensen geleerd hebben om zo gebiologeerd te zijn door de manier waarop anderen de lucht in trilling brengen, waarmee ze vreselijk onbeholpen boodschappen pogen over te brengen. Mensen kunnen honderd maal tegen iemand zeggen dat ze van hem/haar houden, maar dat zullen ze toch echt moeten ervaren en voelen en dan zijn er geen woorden meer nodig. Je ervaart pas dat mensen van je houden als ze je accepteren om wat je bent en niet zoals ze je willen hebben en niet om wat je doet of zegt. Onvoorwaardelijk houden van kinderen wil dus zeggen dat je ze accepteert zoals ze zijn, maar dat doet niemand, want ze moeten nog iets worden. Waarom spelen mensen zulke vreemde spelletjes met zichzelf en met anderen? Omdat ze bang zijn om onder ogen te zien dat ze zich vergist hebben, omdat ze zich gewapend hebben en bang zijn weerloos te zijn als ze zich ontwapenen en omdat ze zich niet aan het spel durven te onttrekken Alles wat van waarde is, is weerloos, niet opgewassen tegen de leugen, het bedrog, het harde spel, en je ziet ze sneuvelen, mensen waar geen plek meer voor was, die eruit stapten, “zomaar” deze wereld verlieten, de achterblijvenden vol schuldgevoelens achterlatend, omdat al die achterblijvenden diep in hun hart wisten, dat zij er iets mee te maken hadden. De weg naar boven en de weg naar beneden is dezelfde, maar de weg naar boven wordt steeds killer en naar beneden steeds warmer. Juist omdat je dan nergens meer bij past, pas je overal bij, kun je alle spelen moeiteloos meespelen, en anderen vinden je ook nog aardig om dat je aardig (veelzeggend woord overigens) bent. Zoals Nietzsche schreef: “de mens die een waarom heeft zal bijna ieder hoe kunnen verdragen.” Dat wordt er inderdaad niet eenvoudiger op. Mensen vinden het namelijk zeer bedreigend als je ze door hebt, als ze merken dat je ze niet nodig hebt, als je ze door hun eigen mand laat vallen, als je gewoon onvoorwaardelijk van ze houdt, terwijl ze dat niet van zichzelf doen. Er is één groot Plan, een alomvattende samenhang, waarin niets zomaar gebeurt, waarin alles een betekenis heeft, maar dat mensen niet kunnen overzien omdat ze een kokerblik hebben. “Zelfs de mussen verliezen geen veertje, dat niet door de vinger God’s is weggestreken”, noemt Thornton Wilder dat.
* * *
Je hebt geleerd om niet te kijken en niet te luisteren, maar te interpreteren vanuit het mens-beeld en wereldbeeld dat je werd opgedrongen. Ik kan het niet laten om Watzlawick weer te citeren (alles is immers al zo vaak gezegd) in zijn meesterlijke beschrijving van het wereldbeeld: “Wij moeten ons een wereldbeeld dus voorstellen als de meest uitgebreide en veelomvattende, meest complexe synthese van de myriaden ervaringen, meningen en invloeden, hun interpretaties, en de hieruit voortvloeiende betekenissen en waardeoordelen van voorwerpen van onze waarneming, waarmee een individu geconfronteerd kan worden. In zijn meest directe en concrete betekenis is het wereldbeeld het resultaat van communicatie. Het is niet de wereld, maar een mozaïek van individuele beelden die vandaag zó en morgen weer ánders geordend kunnen worden; een patroon van patronen; een interpretatie van interpretaties; de uitkomst van voortdurende, buitenzinnelijke beslissingen over wat wél en wat niét zal en kan worden opgenomen in deze duidingen, die op zichzelf de uitkomst zijn van voorgaande beslissingen (Wat zijn ‘redenen’ ook mogen zijn, de gedeprimeerde patiënt maakt een keuze uit dezelfde ellende in de wereld die ook wij zouden kunnen (maar niet willen) gebruiken voor de opbouw van onze realiteit van de tweede orde. Daarentegen leven mijn hond en mijn kat met wereldbeelden die hun uit een oogpunt van overleving én algemeen welzijn schijnen te bevredigen, maar die voor mij volledig ontoereikend zouden zijn.)”. en “...een beschrijving van de wereld vóóronderstelt iemand die hem beschrijft (waarneemt). Wat we dus nodig hebben is een beschrijving van de ‘beschrijver’ of, met andere woorden een theorie over de waarnemer. Daar naar ons beste weten alleen levende organismen voor deze waarnemende taak in aanmerking zouden komen, geloven wij dat hij toevalt aan de bioloog. Maar hij is zelf een levend wezen, hetgeen betekent dat hij niet alleen zichzelf moet rechtvaardigen, maar ook het schrijven van een theorie.”
Als je eenmaal gezien hebt, kun je daar nooit meer je ogen voor sluiten. Dus kun je nog alleen maar verder en het enige wat je dan op mijn woord moet geloven is dat er een eindpunt is, dat er leven vóór de dood is en niet zoals Hank Williams zong:
Now you’re lookin’ at a man that’s gettin’ kind-a mad I had lot’s of luck but it’s all been bad No matter how I struggle and strive I’ll never get out of this world a- live.
My fishin’ pole’s broke the creek is full of sand My woman run away with another man No matter how I struggle and strive I’ll never get out of this world alive.
A distant uncle passed away and left me quite a batch And I was livin’g high until that fatal day A lawyer proved I wasn’t born I was only hatched.---
Ev’rything’s agin’ me and it’s got me down If I jumped in the river I would prob’ly drown No matter how I struggle and strive I’ll never get out of this world alive.
These shabby shoes I’m wearin’ all the time Are full of holes and nails And brother if I stepped on a worn out dime I bet a nickel I could tell you if it was heads or tails.
I’m not gonna worry wrinkles in my brow ‘cause nothin’s ever gonna be alright nohow No matter how I struggle and strive I’ll never get out of this world alive.
Wat gebeurd is is gebeurd, je kunt het verleden niet teniet doen, maar je kunt wel de gevolgen van dat verleden teniet doen. Elke emotie en elke lichamelijke sensatie heeft een betekenis, hoe duister die soms ook is, en het zijn al die automatismen, die ooit nodig waren om te overleven, maar een eigen leven zijn gaan leiden. Automatismen die aspecifiek geprikkeld worden en reacties opleveren die dateren uit een verleden toen ze om te overleven nog zin hadden.
Eigenlijk is het heel pijnlijk dat iemand als Derrida, die door zichzelf en door anderen als filosoof beschouwd wordt kennelijk zo weinig van zichzelf en het leven begrijpt. Hij mag dan wel deconstrueren, maar zolang hij niet alles gedeconstrueerd heeft, geen reductio ad absurdum heeft gepleegd, is alles wat hij schrijft per definitie tegenstrijdig. Filosofie is een manier van leven en niet een cerebrale activiteit van spelen met begrippen en bouwen van systemen. Op de Apollotempel in Delphi stond zoals je weet de inscriptie “Ken Uzelve” en niet “probeer uzelve te kennen, maar het lukt toch niet”. Er stond overigens nog een inscriptie op diezelfde tempel, het is wellicht veelbetekenend dat daarover nooit geschreven wordt. Plutarchus schrijft daarover in zijn Moralia. Er stond namelijk ook EI, wat betekent “gij zijt” of “wees”. Dus als je beseft dat je alleen maar kunt zijn, dan ken je jezelf en de rest is sofisterij. Je doet jezelf vreselijk te kort door op te kijken tegen mensen, die uiteindelijk alleen maar andere bagage hebben en die daar kunstig en ingewikkeld over kunnen schrijven. In mijn ogen zijn Bunyan en Marten Toonder onvergelijkbaar helderder dan Derrida.
Als je zo opgesloten zit in jezelf, als je zo’n scherm om je heen hebt gebouwd, als je zo bang bent voor anderen, kun je je toch niet overgeven, kun je toch niet opeens alle controle opgeven, kun je toch niet opeens alles loslaten waarvan je geleerd hebt dat je het om te overleven krampachtig vast moest houden, kun je toch niet je naaktheid en weerloosheid tonen? En het aardige is dat als je met jezelf klaar bent, als je alles losgelaten hebt, je geen enkele behoefte meer hebt om klaar te komen. Waar mensen behoefte aan hebben is veiligheid, geborgenheid, een aai, een arm om hen heen. Seks verbreekt elke betovering, de behoefte aan seks komt slechts voor onbehagen en frustratie en er wordt onvoorstelbaar veel afgeleden door die merkwaardige onnatuurlijke en dus kunstmatige behoefte. Het levert een bonte caleidoscoop van problemen op: frigiditeit, impotentie, recepten voor Viagra, libidoverlies, ejaculatio precox, vaginale schimmels en andere infecties, gezwollen prostaten, kankers, SOA’s en nog meer angst voor SOA’s, en allemaal even symbolisch, maar gelukkig beseffen mensen dat niet. Wat een gedoe en alleen omdat mensen niet gelukkig zijn en seks gebruiken als een kortstondige escape, net als alcohol of een joint, helemaal passend bij het machtspelletje wat ze met elkaar spelen. Maar post coitum omne animal triste est. Het weten dat het niet helemaal klopt en niet weten wat, het in stand houden van een software-circuit, wat weer begeerte oproept, de tol die je betaalt door je levend te begraven in een relatie, met alle consequenties van dien.
Orgasme: heel even zonder angstgevoel
Van onze verslaggeefster
AMSTERDAM
Klaarkomen in een PET-scan? De Groningse neuroanatoom Gen Holstege heeft al tientallen vrijwilligers bereid gevonden hun hersenactiviteit te laten meten, terwijl hun partner hen seksueel activeerde. En wat blijkt? Vrouwen die klaarkomen, kennen op dat moment geen angst. De activiteit in hersengebieden die het angstniveau regelen, is nihil op het moment dat een vrouw haar hoogtepunt bereikt. Ook de alertheidscentra in de hersenen liggen tijdens het orgasme eventjes stil. Vermoedelijk geldt voor mannen hetzelfde, maar dat moet nog door onderzoek bevestigd worden. ‘Seks is voor iedereen belangrijk’, meent Holstege. ‘Toch weet niemand wat er tijdens een orgasme precies gebeurt.’ Inmiddels hebben 24 mannen en vrouwen in de PET-scan van Holstege een orgasme bereikt. En wat Holstege opvalt, is dat er tijdens een orgasme in de hersenen niet veel gebeurt. ‘Juist de afwezigheid van activiteit, vooral dus van angst, valt ons op.’ Vrouwen die een orgasme voorwenden, vallen in de PET-scan dan ook direct door de mand. ‘Hun hersenen laten juist erg veel bewuste activiteit zien. Dat is een teken dat de vrouw heel druk bezig is te doen alsof.’ De afwezigheid van angst tijdens het orgasme, is voor Holstege een belangrijke vondst. ‘Het helpt ons te doorgronden waarom sommige mensen niet kunnen klaarkomen. Daar spelen angstgevoelens vaak een grote rol bij. We beginnen zelfs voorzichtig te denken dat geluksgevoel hetzelfde is als het niet hebben van angst. Maar dat is speculatie.’ Overigens lukt het ongeveer de helft van de vrijwilligers niet om een orgasme te bereiken terwijl hun hoofd zich onbeweeglijk in een PET-scan bevindt. Vooral mannelijke proefpersonen die in gebreke bleven, hadden daarover flink de pest in. Om het risico uit te sluiten dat vrouwen een orgasme simuleren, heeft Holstege ook de hersenactiviteit gemeten van vrouwen die doen alsof. Een complicatie was dat een PET-scan pas iets registreert als het zich ten minste twee minuten voordoet. Een orgasme duurt niet zo lang. Voor vrouwen wist Holstege daar een oplossing voor te vinden. Voor mannen nog niet.
Vanmorgen weer eens naar de kerkdienst gekeken en ik vind het elke keer weer verbijsterend en fascinerend hoe mensen prachtige dingen zeggen en zingen, zonder dat ze beseffen waar ze het nu eigenlijk over hebben. Ze scheren er vaak rakelings langs, maar elke keer wordt dan weer als een duveltje uit een doosje hun fantoom Jezus tevoorschijn getoverd, ze zingen en smeken dat hun God hun mag helpen, hun wensen zal verhoren en gaan vervolgens over tot de orde van de dag.
Mensen die denken dat ze iets hebben, terwijl ze het zijn, verkreukelde kinderen, die niet mogen weten wie hun verkreukelaars zijn, vastgelopenen die wijzen naar de anderen, depressieven die in deze beste van alle werelden niet begrijpen wat het neerdrukt, allemaal mensen die hun levensproblemen verdringen, omdat de Sickbocken en Zielknijpers hen dat zo geleerd hebben, en omdat ze verdringen, spreekt hun lichaam, maar het tragische van verdringen is dat het juist daarom niet bespreekbaar is, een patstelling dus, waarin iedereen elkaar in vasthoudt. Mensen in hun onderlinge afhankelijkheid zijn als ballen in een ballenbak. De positie van elke bal wordt bepaald door alle andere ballen. Verandert ergens in het midden één bal van plaats dan moeten alle andere ballen hun positie aanpassen. Het wonderlijke is dat die ballen in de bak geleerd hebben dat ze een vrije wil hebben en keuzes kunnen maken, dat ze zelf hun weg kunnen kiezen en dat ook nog geloven. Maar waar ze ontstaan in de bak, door welke ballen ze omringd worden, door welke motieven hun omringende ballen zich laten sturen, is nooit hun eigen keuze. Er is geen bal die erom gevraagd heeft ter ballenbak te komen, die zijn omringende ballen uitgekozen heeft, die de vrije keuze maakt om zich te schikken en aan te passen aan die merkwaardige Brownse beweging die de grote ballen “het leven” noemen. Er zijn ook ballen die boos worden en zich ergeren aan ballen in hun omgeving, die ook maar de plaats innemen die hen wordt toebedeeld, omdat ze denken dat het allemaal door hen komt als ze zich onvrij, gestuurd, gekwetst en beschadigd voelen. Het lijkt wel een “samenzwering van idioten” zoals Peter O´Toole dat noemde en als je buiten de bak staat en kijkt naar het moeizame gekrioel levert dat een bizarre aanblik. Jij beschrijft je belevenissen in de bak, de ballen waartussen jij geboren bent, misvormden die hun stempel op je gedrukt hebben, die je geleerd hebben hoe je op hun manier moest overleven, die jou hebben laten doen wat je gedaan hebt en waar je nog steeds wat boos over bent, omdat je nog niet begrijpt, dat alle ellende die je overkomen is, maar één betekenis had en dat was en is, dat je in die bak niet thuishoort, zoals niemand daarin thuishoort. Natuurlijk is je verleden pijnlijk, is het anders geweest, dan het had kunnen zijn, maar dat geldt voor iedereen, hoe knap mensen dat ook kunnen verdringen en selectief kunnen vergeten. Wij hebben allemaal geleerd dat we van onze ouders moesten houden en dat zij van ons hielden, dat het onze schuld was als zij niet gelukkig waren, zoals zij dat ook geleerd hadden, maar wij zijn niet anders dan slachtoffers van slachtoffers, die niet wisten wat ze deden, die alleen geprobeerd hebben om niet te stikken in de ballenbak. Jouw familieleden zijn in dezelfde mate vreemden voor je als ze dat voor zichzelf zijn. Zij zijn de illusie- en droomlozen, die zich gevoegd hebben naar het spel en jij kunt ze evenmin bereiken als ik de mijnen kan bereiken. Rebellen in de familie zijn zelden lichamelijk ziek, maar lopen wel een grote kans om bij de psycholoog of psychiater terecht te komen, omdat ze zich niet aan de regels van het spel houden. Het zijn de aangepasten, die ziek worden, de onaangepasten zijn in de ogen van de onaangepasten gek. Mensen kunnen alleen zelf ontdekken dat ze prachtig zijn, niet om wat ze doen of denken, maar om wat ze zijn. Kijk in de spiegel, kijk naar jezelf, zie hoe fascinerend prachtig alles functioneert, verwonder je alleen maar over het feit dat je bent, los van alles wat je van jezelf denkt of van wat je denkt dat anderen van je denken, zie jezelf en kom tot de slotsom dat dat genoeg is, dat er geen enkele behoefte is om iets anders te zijn, dan gewoon mens. Maar durf ook te zien wat het keurslijf met je aangericht heeft, hoe het prachtige kind vervormd is en verlittekend.
* * *
“Wij zijn allemaal ballingen”, schrijft Fernando Pessoa, “En ongetwijfeld is de hele zin van onze Ballingschap deze: dat men ons speelgoed van vóór het leven heeft ingepakt, dat men het op een plank heeft gelegd die net buiten ons bereik en onze mogelijkheden ligt. Zou er ooit gerechtigheid bestaan voor de kinderen die wij zijn?” en Aleid Truijens, die in de Volkskrant van afgelopen zaterdag zijn “Brieven 1905-1919” recenseert, concludeert: “naar dat speelgoed kunnen we fluiten, maar gelukkig hebben we de poëzie!”. Maar het is natuurlijk zo dat mensen door kunst te creëren, zichzelf in de weg staan, en verscholen achter hun kunsten het speelgoed zelf niet meer kunnen bereiken, paradise lost and never regained. En toch is het mogelijk.
Wie op de mestvaalt geboren is en geleerd heeft daar te overleven, zal zich buiten die mestvaalt niet kunnen handhaven, omdat daar een ander spel gespeeld wordt, waar ze de spelregels niet van kennen. Zij hebben zich een merkwaardige en aparte verbale en non-verbale communicatie eigen gemaakt, en zijn inderdaad zo gehecht aan die shit, dat ze zelfs vinden dat ze gelukkig zijn, omdat kommer en kwel nou eenmaal bij hun leven horen, (genetisch bepaald zeggen de Sickbocken dan) en ze zich niet op hun gemak voelen bij anderen die een voor hen onbekend spel spelen.
Iedereen is zelf verantwoordelijk voor zijn huidige gedrag en het is niet eerlijk en het werkt bovendien verlammend om ouders daar nog steeds de schuld van te geven. Het verleden kun je niet veranderen, maar je kunt wel de manier waarop je tegen het verleden aankijkt veranderen, maar dat kun je alleen als je anders tegen jezelf en je medemensen aan zult kijken. Dat je in de ballenbak geboren bent, net als iedereen, daar kun je niets aan doen, maar dat je in die ballenbak blijft klagen getuigt van morele laksheid! Dat iedereen geworden is wat hij denkt dat hij is, is geen excuus om zo te blijven.
Oorspronkelijk zijn onze beiden hersenschorshelften even groot en onze rechter-lichaamshelft wordt bestuurd vanuit de linkerhersenen en andersom. Er zijn verschillen tussen psychische processen die zich links en die zich rechts afspelen. De linkerschors blijkt vooral een functie te hebben bij het begrijpen en produceren van gesproken en geschreven taal. De rechterhemisfeer is gespecialiseerd in ruimtelijke oriëntatie en speelt bovendien een belangrijke rol bij het appreciëren van muziek en bij tastgewaarwordingen. Aangename emoties en het willen hebben vooral met de linkercortex te maken, onprettige als verdriet en angst met de rechterhelft. Die taakverdeling ontstaat geleidelijk en is pas voltooid rond de tien jaar. Dat wil dus zeggen dat het van alle ervaringen, angsten, en andere emoties die kinderen in hun jonge jaren meemaken, afhangt welke hersenhelft gestimuleerd en welke onderdrukt wordt, waardoor zogenaamde talenten ontstaan. Allemaal resultaat van programmering.
Ik heb mij nog even door wat Lacan heengeworsteld. Wat een warhoofd, wat een ingewikkelde man, wat een ondoorzichtig gegoochel met vage begrippen. “Een filosoof is iemand die in zichzelf vele ziektes van het verstand moet genezen, eer hij kan toekomen aan de noties van het gezonde mensenverstand”, schrijft natuurlijk Wittgenstein weer. En wat lijdt die Lacan nog aan veel ziektes! Een aardige leidraad om te weten of je iemand serieus moet nemen is om te constateren dat hij zich achter een theorie verschuilt. Iedere denker die gelooft in de evolutietheorie, praat per definitie onzin, Iedere gelovige, of dat nou in de here Jezus, Karma, reïncarnatie, God, hemel of hel gelooft, is bevooroordeeld en daardoor gestoord. Je zult het dus echt allemaal zelf uit moeten zoeken, want op toneelspelers kun je niet vertrouwen,
* * *
Misschien heeft de prent van “De Brede en de Smalle Weg” ook wel bij jullie thuis gehangen, zoals ik die hier ook op menig orthodoxe wand nog steeds zie. “Gaat in door de enge poort”, heet het dan en het is pijnlijk om te zien dat de christenen die poort abusievelijk aan het begin van de smalle weg geplaatst hebben, terwijl die aan het eind van die weg behoort te staan en dan wordt het een fundamenteel ander verhaal. Al die kerken met al die gelovigen staan langs de brede weg, de wereld, die tot verderf voert en ze begrijpen niet dat die God van hen hen in zijn goedertierenheid zoveel ellende bezorgt, maar er zijn daar ook zoveel verleidingen. Afscheid nemen van de wereld en de smalle weg betreden, levert een moeizame en eenzame reis op, maar er is een glorieus einde.
Anarchisme, (van an=zonder en archein=heersen) is net zo’n gecorrumpeerd woord als God, vrijheid en liefde en het is gênant te lezen wat mensen onder het mom van anarchie, God, vrijheid en liefde allemaal durven te beweren. Heersen heeft met controle en macht te maken en al die anarchisten reduceren dat tot de macht van de staat, terwijl dat slechts een uitvloeisel is van de macht en de controle die mensen op zichzelf en elkaar uitoefenen. Ze zien het bouwwerk, maar niet de stenen waar het uit is opgebouwd. Ze vergeten dus naar zichzelf te kijken en denken dat als ze de structuren maar veranderen, de mensen ook wel zullen veranderen en dat is een illusie. De echte anarchist, die de evangelisten hebben proberen te schetsen in de personificatie van Jezus, is degene die zoals in The Lord of the Rings zijn ring teruggebracht heeft naar Mordor, die afstand heeft gedaan van alle macht en controle in welke vorm dan ook, over zichzelf en zijn over medemensen, dus ook kinderen.
Als iemand ergens in gelooft, wil dat zeggen dat hij dat op gezag van anderen doet en het niet zelf ervaren heeft. Als iemand gelooft dat je door bacteriën ziek kunt worden, praat hij alleen anderen na. Als iemand gelooft dat de Jezus door zijn kruisdood ons vrijgekocht heeft, kan hij zich daar niets bij voorstellen, bovendien ervaart hij die vrijheid helemaal niet en daarom praat hij slechts anderen na. Als iemand gelooft in de evolutietheorie of een creationist is, heeft hij een theoretische constructie in zijn denkraam ingebouwd, waardoor hij naar de werkelijkheid kijkt en waardoor hij niet meer kan zien wat hij ziet. Als iemand seks als een primaire behoefte ziet, zal dat zijn hele manier van leven en denken mede bepalen.
Er is een wezenlijk verschil tussen geloven in een God en het ervaren van het onuitsprekelijke. Als er in Exodus 20:4 staat: “Gij zult u geen gesneden beeld maken, noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is”, wil dat in wezen zeggen dat het niet mogelijk is een beeld te maken van “God”. Verder is het een het een merkwaardig gebod, zoals elk gebod overigens, want je kunt pas een gesneden beeld maken als je in je hoofd een beeld hebt gecreëerd, zoals jij ook alleen wat op het canvas kunt zetten als het zich eerst in je hoofd gevormd heeft en wat er eigenlijk mee bedoeld wordt is dat je van het Al een beeld probeert te maken, je onherroepelijk de mist in gaat. “God” is voorbij het denken en kun je alleen ervaren en ik weet dat ik me op glad ijs begeef als ik je toch probeer uit te leggen wat dat betekent, maar het is zoiets als je één voelen met alles, je geborgen weten, je onkwetsbaar voelen. “God” ervaren is “God” zijn. Ik geloof dus niet in God.
Het is inderdaad zelfs zo dat kinderen niet blanco geconcipieerd worden. In ontregelde mannen worden zaadcellen geproduceerd, in ontregelde vrouwen worden eicellen door die ontregeling beïnvloed en daaruit groeit een kind, in een baarmoeder, waarin het milieu verstoord wordt door angsten, onrust, spanningen, en emoties van de moeder, waar het gevoed wordt via de navelstreng die alle hormonale ontregelingen op de groeiende foetus overdragen. Het is eigenlijk ongelofelijk dat er nog ogenschijnlijk gezonde kinderen worden geboren. En dan komen ze ter wereld in een gezin, een gezinssysteem, waar de koek al verdeeld is en er plaats gemaakt moet worden voor de boreling, waar het al dan niet gewenst is, waar een andere plaats wordt ingeruimd als het een jongetje is dan wanneer het een meisje is, waar de kinderen die er al zijn, moeten opschuiven, aandacht moeten delen, waar een complex systeem van regels en een rangorde heerst en waarin het gedrag van elk individu afhankelijk is van het gedrag van alle andere leden. Alle gedrag is communicatie en beïnvloedt derhalve de andere gedragingen en wordt erdoor beïnvloedt en gedragspatroon dat de leden van het gezin gaan vertonen noemen wij dan hun karakter. Het gezin is de hoeksteen van de maatschappij en met al die zieke hoekstenen hebben wij deze zieke maatschappij gebouwd.
* * *
Nog een aardig gedichtje dat voor mij de wereld van mijn medemensen weerspiegelt:
“Gelijk in ‘t koortsig walend brein De wilde hersenspoken Met uitgelaten schatergrijns ontvlammen en verroken Zo zweept de dolle noodorkaan Met hartontzetbaar grimmen Langs ‘t opgeruide wolkenzwerk Zijn rosse solferschimmen” (Didymus, Thomas Johannes Werndly 1860)
In deze wereld bestaat geen “wij”. Mensen zijn zoals Aldous Huxley dat schrijft in “The Doors of Perception”: eilanduniversums. “Wij leven samen, wij handelen naar en reageren op elkaar; maar altijd en in alle omstandigheden zijn wij op onszelf. De martelaren gaan hand in hand de arena binnen; alleen worden zij gekruisigd. In hun omarming trachten de geliefden wanhopig hun afzonderlijke extases in één enkele zelf-transcendentie te doen opgaan; vergeefs. Uit de aard van zijn natuur is elke belichaamde geest gedoemd in eenzaamheid te lijden en te genieten. Sensaties, gevoelens, inzichten, fantasieën - deze zijn alle privé, en behalve door symbolen en tweedehands, niet communiceerbaar. Wij kunnen informatie over onze ervaringen bijeenbrengen, maar nooit de ervaringen zelf. Van gezin tot staat is elke menselijke groep een gemeenschap van eiland-universums.” Hij maakt daarin weliswaar de vergissing dat hij er vanuit gaat dat het uit de aard van de natuur van de mens is, terwijl het uit de aard van de het verbreken van de band met de natuur is dat mensen zichzelf en elkaar niet meer kunnen bereiken. En daarom zijn mensen conglomeraten van vele ikken, die in wezen wezensvreemd zijn, wilde hersenspoken, die mensen laten doen en zeggen, wat ze eigenlijk helemaal niet willen doen en zeggen. Ieder mens is het middelpunt van zijn eigen universum en in dat universum waant hij zich zijn eigen regisseur en de regisseur over alle toneelspelers die hun spel spelen in het toneelstuk waar de regisseur tevens zijn eigen hoofdrol speelt en dat geldt evenzo voor alle toneelspelers afzonderlijk. Allemaal regisseurs en hoofdrolspelers in hun “eigen” toneelstuk, waar de ander dan weer een speler in is. Allemaal mensen die een spel spelen waar ze zelf het scenario niet van hebben geschreven. Niemand kiest in welke situatie dan ook uit al die ikken die ik die het spel met de ander speelt, maar het is het ik dat het spel van de ander kent die zich dan op de voorgrond dringt. De rol die de ander speelt bepaalt dus welk ik boven komt drijven, maar het blijft een spel, een machtsspelletje, waarin beiden de ander de rol willen laten spelen die in hun toneelstuk past, in hun verwachtingen, hun plannen, hun ingebeelde toekomst, in hun streven naar controle, naar handhaving van hun zelf- en wereldbeeld en daar hebben ze anderen voor nodig en daardoor blijven mensen afhankelijk en onvrij. Als mensen zeggen dat ze de ander respecteren, bedoelen ze daar doorgaans mee dat ze de ander zijn rol gunnen, zijn meningen, overtuigingen, en alle andere wanen, en verlangen als tegenprestatie dat de ander dat ook bij hen doet. Als mensen zeggen dat ze elkaar aanvoelen, bedoelen ze daar doorgaans mee dat ze het scenario van het spel van de ander kennen, weten wat de ander van hen verwacht en wil. Alle conflicten tussen mensen zijn terug te voeren tot het banale feit dat de ander zich niet aan de spelregels houdt die de een voor hem in petto heeft. Alle boosheid, ergernis, jaloezie, en alle andere emoties zijn daarop terug te voeren. Hartstocht en verliefdheid blazen inderdaad het eigen controlesysteem tijdelijk omver en maken mensen blind voor de consequenties van hun gedragingen, laat ze van de ander accepteren, wat ze anders nooit zouden accepteren, maar het bezit van de zaak is het eind van het vermaak en eenmaal weer teruggekeerd tot de orde van de dag, neemt het machtsspel weer zijn oude vorm aan met alle consequenties van dien.
* * *
Als je het helemaal met jezelf eens zou zijn, zou je niets meer te vertellen hebben. Als je het helemaal met mij eens zou zijn zouden wij elkaar niets meer te vertellen hebben. Als je jezelf zou begrijpen zou je mij begrijpen. Je luistert naar jezelf zoals je naar mij luistert en waar je het niet met jezelf eens bent, ben je het ook niet met mij eens. Je bent helder en duidelijk in de beelden die je beschrijft en je gaat de mist in waar je je op “men”, de anderen, beroept, de talking-heads, die denken dat ze de problemen die het volgen van hun hoofd oproept, met hun hoofd kunnen oplossen. De mysticus Johannes Ruusbroec heeft het over “het sieraad der geestelijke bruiloft”, waarin Christus onze bruidegom is, “de Wijsheid des vaders, die spreekt en gesproken heeft, inwendiglik” en nog steeds dragen Roomsche nonnen een trouwring, als teken van dat verbond, hoewel het tragisch is dat ze er niets van begrijpen. “Felle pijn kwelt mij dag en nacht en rooft mij den slaap. Ik smacht naar het ontmoeten van de Liefste en ik vind geen vreugde meer in het huis mijns vaders” schreef de Soefi-mysticus Kabir. En als hij het dan begrepen heeft: “zijn er nog woorden nodig als het hart dronken is van Liefde?” Dat is het erotiserende, het zinderende van het ontmoeten van jezelf..
Ik verbaas me er altijd over hoe weinig christenen weten van de geschriften, waar ze hun leer op baseren, hoe slecht ze op de hoogte zijn van de geschiedenis van het oorspronkelijke christendom, hoe weinig ze weten van wat al diegenen die door hen verketterd zijn gezegd hebben. Als jij zegt: “Mijn leven is met Christus verborgen in God”, kan ik me niet voorstellen dat je daar een beeld bij hebt en als je er geen beeld bij hebt, zijn het loze woorden.
Hans Goedkoop, tot voor kort literatuurcriticus bij NRC/Handelsblad heeft net “Het verhaal dat het leven moet veranderen” geschreven. Hij begint de inleiding met:
“Voor wie het leven in de werkelijkheid vreest, is er, zoals bekend, de uitweg van een leven in de kunst. Dat biedt een beetje afstand tot de dingen en een ongewone vrijheid om te doen en laten waar je zin in hebt. maar ook die vrijheid blijkt vervolgens weer vreeswekkend, want een leven in de kunst vraagt om het maken van een kunstwerk en geen mens is zo alleen als wie een kunstwerk maakt. Zij wordt omringd door haar obsessies, raakt in de ban van wat pas zal bestaan als zij het heeft geschapen en komt daarmee dicht bij een definitie van krankzinnigheid. Zij wordt beheerst door wat er niet is. De mens kan weinig werkelijkheid verdragen, zoals T.S. Eliot al zei. maar dat wil nog niet zeggen dat hij beter tegen de verbeelding kan.”
Scheppen is dus helemaal niet zo leuk en het is dus waar dat mensen zich dood werken omdat ze bang zijn voor het leven. En Paul Lafargue, schoonzoon en secretaris van Karl Marx schreef in zijn boek “Het recht op luiheid”: “Een zonderlingen waanzin heeft de arbeidersklasse bevangen van de landen waarin de kapitalistische beschaving overheerst. Deze waanzin is de liefde voor de arbeid, de woedende hartstocht om te werken... In plaats van tegen deze afwijking in te gaan, hebben de economen de arbeid als allerheiligst verklaard.” Werken is dus voor de dwazen.
Wat ik goed noem, heeft niets met zedelijke voorschriften te doen, maar is eenvoudig het goed zijn van de eigen natuur. Wat ik goed noem, heeft niets met menselijkheid en plichtsbetrachting te doen, maar is eenvoudig het vrij laten uitwerken van de oorspronkelijke aard. Wat ik goed horen noem, heeft niets met het vernemen der buitenwereld te doen, maar is eenvoudig een luisteren naar het innerlijk zelf. Wat ik goed zien noem, heeft niets met het waarnemen der dingen buiten te doen, maar is eenvoudig een schouwen van het innerlijk zelf. Wie zichzelf niet ziet, maar de buitenwereld, wie zich zelf niet bezit, maar de dingen buiten zich, die bezit slechts het vreemde en niet het eigene bezit, die bereikt het andere en niet zichzelf. Maar wie aldus het andere en niet zichzelf bereikt, die dwaalt gelijkelijk, hetzij in overmaat of in tekortkoming, en ik schaam mij over hem ten aanzien van Tau en de Deugd. (Tsjwang-Tze)
* * *
“Kan onwetendheid bestaan, waar kennis is? Waar onwetendheid is, daar moet kennis sterven. Hoe kan liefde zijn waar begeerte is? Waar liefde is, daar is geen begeerte” schrijft Kabir. Je moet bedenken dat het citaat van Kabir ook maar een vertaling is, van woorden en begrippen die helaas niet eenduidig zijn. Misschien is het duidelijker als er zou staan: “Kan er begrijpen zijn, waar kennis is? Waar begrijpen is, daar moet kennis sterven. Hoe kan belangeloosheid zijn waar ik iets van de ander wil? Waar belangeloosheid is, is geen begeerte.” Kennis of geleerdheid heeft te maken met constructies en systemen van begrippen, afspraken gebaseerd op hypothesen, waar mensen ongebreideld mee kunnen spelen en dat noemen ze dan nadenken. Begrijpen of wijsheid heeft te maken met ervaren. Zo kan ik met kennis van prijstheorieën verklaren, waarom mijn hand pijn ervaart als ik ermee tegen een hete kachel kom, maar ik begrijp, mijn gevoel zegt, dat ik dat de volgende keer niet meer moet doen. Het is verbijsterend als je in de bijbel leest hoe vaak die twee zaken door elkaar gehaald worden, overigens net als in de Taoïstische geschriften. Hoewel dat eigenlijk zeer begrijpelijk is als je je realiseert dat al die geschriften opgeschreven, vertaald en aangepast zijn door geleerden. Als het niet anders kon is het een enkele keer ontsnapt, zoals bij Lao Tze, die schrijft dat geleerden niet wijs en wijzen niet geleerd zijn en in Prediker, waar staat dat wie kennis vermeerdert, smart vermeerdert. Wijsheid en kennis zijn dus per definitie tegenstrijdig. Hoe meer kennis hoe dwazer, hoe minder kennis, hoe wijzer. Daarom is het uitermate kwetsend als je een geleerde wijsheid toewenst.
Jeremia (17:7) Hij wil geen halfheid Geen half hart, ook geen half vertrouwen. Zijn begeren, dat wij ons op Hem zullen verlaten, heeft zijn oorsprong in Zijn heilige liefde die ons weder tot onze rang van Koningskinderen wil opheffen Vandaar dat zoveel teleurstellingen tot deel zijn voor degenen die op mensen blijven hopen. Doe weg dat alles, zegt de Here Durf alleen staan als een koningseik. Waag het alleen met Uw God in alle dingen, ook in het moeilijkste
Wat er in wezen staat is dat het niet en/en is maar of/of. En de bijbel staat daar vol van. Of je vertrouwt de anderen of je vertrouwt op jezelf (je eigen daimon, zoals de Stoïcijnen dat noemden, je eigen Logos, je geweten, je Natuur, die Jezus in je hartje, maar het is óf het een óf het ander, want “waart gij maar koud of heet. Zo dan omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal Ik u uit mijn mond spuwen (Openb. 3:16).Of je kiest voor de hemel of voor de hel, voor wijsheid of geleerdheid, voor die andere of voor deze wereld, voor werkelijkheid of schijn, voor eerlijkheid of de leugen. Durf je los te maken, houdt op met het sluiten van compromissen, durf alleen te staan als een koningseik. Waag het alleen met jezelf, hoe moeilijk het ook lijkt. Dat en niets anders staat daar.
Met hetzelfde gemak zeggen mensen dat ze nu eenmaal crimineel zijn, homofiel, manisch-depressief, verlegen, onzeker, een vat vol tegenstrijdigheden, erfelijk belast en ze halen dan de wetenschap aan om te verklaren waarom ze nu eenmaal zo zijn. Zij blijven dus op mensen hopen. Er is geen enkele reden om je wilde tuin te wieden, als je je daar gelukkig en behaaglijk bij voelt en weer met door mensen geconstrueerde theorieën te verklaren dat die wilde tuin jou nu eenmaal toebedeeld is en dat je het daarmee moet doen, maar dat houdt in dat je een selectief geheugen moet koesteren, dat doorlopend je onverzoenlijke tegenstrijdigheden met elkaar moet proberen te verzoenen en daar wordt een mens heel moe van. Maar wat is het begrip harmonie? Wat mensen doorgaans onder harmonie verstaan is het compromis, de gewapende vrede, het evenwicht tussen enerzijds en anderzijds, ze noemen het zelfs de Gulden Middenweg, de kool en de geit sparen, op twee paarden rijden, maar dat heeft niets met harmonie te maken.
Wat de psychiaters, depersonalisatie en derealisatie noemen zijn symptomen van een ontwakend nieuw bewustzijn, hoe angstig mensen dat verlies van controle ook mogen vinden. Psychiaters hebben daar dus ook medicijnen tegen, opdat mensen niet zouden ontwaken.
Rousseau was een ziener, heeft gezien, maar is was niet radicaal genoeg en heeft zich, ook in zijn Emile, daardoor verstrikt in de uitwerking van zijn visie. Overigens is in mijn ogen het meest heldere en radicale stuk van het boek, de “Geloofsbelijdenis van de Savoyaardse kapelaan”, waarin hij bijvoorbeeld schrijft : “De hemel zij dank, wij zijn nu verlost van al die ontzettende filosofische poespas; we kunnen immers mens zijn zonder geleerde te zijn; we hebben ons een leven gewijd aan studie van de moraal bespaard en met minder kosten een zekerder gids verworven, die ons door de onafzienbare doolhof van de menselijke opinie zal leiden. Maar het is niet genoeg dat die gids er is; we moeten hem kunnen herkennen en volgen. Waarom wordt hij door zo weinigen verstaan, als hij tot ieders hart spreekt?” Het komt allemaal op hetzelfde neer, maar bij de filosofen zul je het nooit vinden.
* * *
Het “oer”woud is het oorspronkelijke woud, waarin alles wat leeft in volstrekte harmonie met elkaar verkeert, waar alles is zoals het bedoeld is en waar antithetiek een begrip uit een andere wereld is. Daar is geen oerang oetan die denkt dat hij moslim is, geen kolibrie die denkt dat hij christen is, geen aardvarken, wat denkt dat hij een Nederlander is, geen okapi, die denkt dat hij politicus is. Daar zijn dus ook geen meningsverschillen, geen angst voor de toekomst, geen scholen waar aanslagen op gepleegd worden.
Wij zijn de voze mensen Wij zijn de opgezette mensen Leunend tegen elkaar Het kopstuk gevuld met stro. Helaas! Onze verdroogde stemmen, als We samen fluisteren Zijn zacht en betekenisloos Als wind in droog gras Of rattengetrippel over gebroken glas In onze droge kelder
Vormloze gestalte, kleurloze schaduw Verlamde kracht, gebaar zonder beweging;
Zij die de weg volgden, Met priemende ogen, naar het andere koninkrijk van de Dood Herinneren zich ons - als ze dat al doen - niet als verloren Gewelddadige zielen, maar slechts Als de voze mensen De opgezette mensen.
II
Ogen die ik in een droom niet zou willen tegenkomen In het dromenrijk van de dood Die verschijnen niet: Daar, zijn de ogen Zonlicht op een gebroken zuil Daar, zwiept een boom En stemmen zingen In de wind Verder verwijderd en plechtstatiger Dan een vervagende ster.
Laat me niet dichter bij zijn In het dromenrijk van de dood Laat me ook zulke Uitgekiende vermommingen dragen Rattenjas, kraaienhuid, gekruiste roeden In een weide Me gedragend zoals de wind zich gedraagt Niet dichter bij --
Niet die laatste ontmoeting In het koninkrijk der schemering
III
Dit is het dode land Dit is cactussenland Hier worden de stenen beelden Opgetild, hier ontvangen zij De smeekbede van een dode man’s hand Onder het geflonker van een vervagende ster.
Is het zo ook In het andere koninkrijk van de dood Waar we eenzaam waken In het uur dat we Beven van tederheid Lippen die zouden willen kussen Prevelen gebeden voor steengruis.
IV
De ogen zijn niet hier Er zijn hier geen ogen In deze vallei van de stervende sterren In deze voze vallei Deze gebroken kaak van onze verloren koninkrijken
Op deze laatste der ontmoetingsplaatsen Klampen wij ons aan elkaar vast En vermijden elk woord Terwijl we samenklonteren op het strand van de gezwollen rivier
Stekeblind, tenzij De ogen weer tevoorschijn komen Als de eeuwige ster Veelbladige roos Van het schemerige koninkrijk des doods De hoop slechts Van lege mensen.
V
En zij maakte van boter een cactusvijg Een cactusvijg, pardoes “Kzal je prikken, kzal je prikken” Zei de cactusvijg.
Tussen de gedachte En de werkelijkheid Tussen de beweging En de daad Valt de schaduw
Want Uw Koninkrijk kome
Tussen de verwekking En de schepping Tussen de emotie En het antwoord Valt de Schaduw
Het leven is erg lang
Tussen het verlangen En de kramp Tussen de kracht En het bestaan Tussen de essentie En het verval Valt de Schaduw Want Uw Koninkrijk kome
Want Uw Want leven Want Uw Koninkrijk ko...
Zo eindigt de wereld Zo eindigt de wereld Zo eindigt de wereld Niet met een knal maar met een zacht janken.
T. S. Eliot, 1925. (vertaling Willem Minderhoudt)
Elk jaar zijn er alleen al in Nederland de afgelopen tien jaar 30.000 echtscheidingen, worden tienduizend kinderen door hun ouders fysiek mishandeld, afgezien van alle geestelijke mishandeling, sterven over de hele wereld miljoenen kinderen van de honger en door ziekten, allemaal medemensen, allemaal evenveel waard, allemaal kinderen die recht hebben op een gelukkig leven, recht op liefhebbende ouders, en Theo van Gogh was daar slechts een van. Hij moest zo nodig zijn hoofd boven het maaiveld uitsteken in een wereld waarin dat niet kan, waarin kindertjes tot moslim en christen worden misvormd, met haat en agressie gevoed worden in plaats van met liefde, waarin ze leren dat ze een mening moeten hebben, die ze vervolgens moeten verdedigen en jij verbaast je erover dat in Nederland nu gebeurt wat er gebeurt, terwijl het onontkoombare logische gevolgen zijn van onze krankzinnige manier van leven. Slachtoffer en dader zijn tot elkaar gedoemd en het volk roept ach en wee en wijst met de vinger naar de schuldige en zij weten van niets. “Wir haben es nicht gewusst”. Er wordt overigens nooit beestachtig afgeslacht, want beesten doen zoiets nooit. Homo homine lupus est. Alleen verknipten steken hun hoofd boven het maaiveld en worden door andere verknipten afgeslacht. Godzijdank krijgen steeds meer mensen in de gaten dat wat zij altijd vrede hebben genoemd, gewoon oorlog is, maar dat heeft George Orwell ons in 1949 al proberen duidelijk te maken, maar wij dachten dat het over de ander ging.
Als kinderen echt de keuze zouden hebben, zouden ze massaal hun ouders ontvluchten. Kinderen zijn alleen gehecht aan hun ouders, omdat ze geen alternatief hebben, zich verantwoordelijk voor hen voelen en al heel gauw zo verkreukeld zijn dat ze denken dat ze van hun verkreukelde ouders houden, vaak de minst onveilige plek die ze in deze wereld hebben. Grote mensen slepen kinderen in hun drama’s mee.
Uit “Strategie van de ervaring” door Ronald Laing 1967
“Al lang voordat het tot een kernoorlog kan komen, hebben we onze geestelijke gezondheid al dienen te ruïneren. We beginnen met de kinderen. Het is geboden ze op tijd te pakken te krijgen. Zonder uiterst grondige en snelle hersenspoeling zouden met hun smerige breintjes onze smerige streken doorzien. Kinderen zijn nog geen dwazen, maar we zullen er net zo’n imbecielen van maken als wij zijn, indien mogelijk met een hoog IQ. Vanaf het ogenblik van de geboorte, waarop de stenentijdperk-baby zich oog in oog met de twintigste-eeuwse moeder bevindt, is de baby onderworpen aan de krachten van het geweld dat men liefde noemt, zoals dat met zijn vader en moeder het geval is geweest en daarvoor met hún ouders. Het gaat deze krachten er voornamelijk om baby’s mogelijkheden grotendeels uit te roeien. Deze onderneming slaagt over het algemeen zeer wel. Tegen de tijd dat het nieuwe mensje vijftien is, zitten we met een wezentje dat net zo is als wij zijn. Een half waanzinnig schepsel, min of meer aangepast aan een krankzinnige wereld. Dat is normaliteit in de tijd waarin wij nu leven. Eigenlijk zijn liefde en geweld polaire tegenstellingen. De liefde laat de ander in zijn bestaan, maar met genegenheid en zorg. Geweld probeert andermans vrijheid in te perken, hem te dwingen om net zo te handelen als wij willen, maar uiteindelijk zonder zich om de ander te bekommeren, zonder acht te slaan op de eigen lotsbestemming van de ander. Wij richten elkaar heel effectief te gronde door geweld dat door moet gaan voor liefde.”
Hitler was slechts boven komen drijven, zoals van Gogh ook maar is boven komen drijven, etterbulten op een gigantisch gezwel van aanhangers en volgelingen, die juichten en applaudisseerden, wiens stem zij slechts vertolkten. De gezwellen groeien als nooit tevoren en uit de poriën druipt een onstelpbare vloed etter van haat en agressie, maar niemand durft het mes erin te zetten. Ubi pus ibi evacua.
Albert Schweitzer moest zo nodig aan die arme zwartjes de “zegeningen” van de perfide Westerse geneeskunde brengen, terwijl hij godbeter een orgel naar Lambarene liet verschepen, omdat hij zo gehecht was aan Bach. Ieder volk krijgt de leiders en geneeskunde die het verdient. Schweitzer heeft een maligne voorbeeld gegeven, nagevolgd door een onafzienbare stoet van welzijns- en gezondheidswerkers, die het allemaal beter wisten en het is toch niet moeilijk om te zien wat dat in Afrika heeft aangericht. Daar zitten ze nu met door ons gebakken peren.
Omdat mensen geleerd hebben dat leven zin moet hebben en het leven op zich zinloos is, hebben ze bedacht dat ze daar dan zelf maar een zin aan moeten geven en bizarre is dat ze daar dan ook nog in geloven totdat ze er op hun sterfbed achter komen dat het allemaal voor niets geweest is en dat is op z’n minst wrang.
* * *
Een populist vertolkt het gesundenes Volksempfinden, geeft uiting aan de wil van het volk, de ergernissen, de boosheid en verontwaardiging, de vooroordelen en speculeert op angst. Fortuyn was een populist, zoals Hitler en Mussolini dat waren. De websites vertolken niet was men wil, maar wat men eigenlijk wel weet, maar verdrongen heeft. Om het even heel eenvoudig te zeggen, vertolken ze het geweten.
De enige zinnige manier om te schrijven is om een eind te maken aan het schrijven en de enige zinnige manier om te spreken is om een einde te maken aan het spreken. De aarde die van ons allemaal is, waarop de kinderen zouden moeten genieten van het leven, wordt in een steeds sneller tempo vernietigd. Zeeën worden leeggevist, oerwouden gekapt, dieren en planten sterven uit, en dat is de erfenis die wij achterlaten. Een woestenij, een onherbergzaam oord, en iedereen vindt dat het gestopt moet worden en dat moet gezegd worden.
Eerlijkheid, God, de mens, de natuur, vrijheid, liefde, heelheid, onvoorwaardelijkheid, oneindigheid, grenzeloos, zijn allemaal begrippen die je alleen kunt omschrijven door wat ze NIET zijn, per via negationis. Daarom is het zo merkwaardig dat mensen uit naam van al die inmiddels uitgeholde en loze begrippen een hele maatschappij in stand gehouden wordt. Elk klein kind weet precies wanneer het niet eerlijk is en vooral wanneer die grote mensen liegen zoals jij dat toen ook wist. Maar iedereen is al zolang geleden een van hen geworden, dat ze het niet meer weten.
SINT NICOLAAS 1938
Weer doen wij ons aan marsepein tegoed: al ligt de wereld machteloos te bloeden, God zal òns feest, òns Neerland wel behoeden. o, Sinterklaas, wij waren braaf en zoet!
Verstop de krant, die riekt naar rook en bloed: nòg walmt de puinhoop, nòg zwiept ginds de roede en striemt den Jood, wij kunnen ‘t niet verhoeden... o, speculaas, o, marsepein, zo zoet!
Vanavond deert ons vluchteling noch beul, wij zoeken slechts bij koek en snoepgoed heul, en lezen, voor ‘t naar bed gaan, ‘t woord des Heren,
dat ons, als steeds, weer ernstig stemt en sticht, maar verder vrijlaat en tot niets verplicht zolang wij koek en snoepgoed niet ontberen.
A. Marja, 1938
Er is dus niets veranderd. Midden in een crisis, de wereld ligt weer machteloos te bloeden, de kranten rieken naar rook en bloed, mensen zoeken nog steeds heul bij koek en snoepgoed, vakanties en voetbal en denken dat het hun tijd wel zal duren.
* * *
Een leugentje om bestwil, om de lieve vrede, om iemand anders niet te kwetsen, omdat je rekening houdt met de gevoeligheden van een ander, uit angst voor ruzie of straf, om afgewezen te worden, om niet aardig gevonden worden, uit angst om je bezittingen of je baan te verliezen, dom gevonden te worden, belachelijk gemaakt te worden, leert ieder kind al binnen een paar jaar. En omdat iedereen het om je heen doet en het automatismen worden, is niemand zich daar meer van bewust. Leugens zijn vanzelfsprekend. Als je met al die leugens ophoudt ben je eerlijk, maar niet meer te handhaven in deze wereld, die op leugens drijft. Zelfs onze vorstin, die volgens mij behoort te regeren, zei dat de leugen regeert. Zij regeert, de leugen regeert, dus de koningin is een leugen. Alleen kinderen en gekken durven te zeggen wat ze denken, maar kinderen en gekken hoeft niemand serieus te nemen. Onze narren, de cabaretiers, mogen ook van alles zeggen, maar zij ook maar ter vermaak. Nooit zeggen wat je denkt, dubbele agenda’s hanteren, waar je maar een van laat zien, onuitgesproken bedoelingen hebben, manipuleren, voor wat hoort wat, is allemaal niet eerlijk. Onze hele communicatie drijft op leugens. Iets anders zeggen dan je ervaart, zelfbeheersing, flink doen, zeker doen, allemaal leugens. Een ander de schuld geven, terwijl je weet dat jouw gedrag ook niet klopt, iemand anders veroordelen, terwijl je weet dat je zelf boter op je hoofd hebt, allemaal leugens. En de oorsprong van alle leugens is alleen maar angst. Als je aan niets van dat alles meer schuldig maakt, ben je pas eerlijk.
Schattige lammetjes in de wei zien en vervolgens een lamsboutje eten, hongerenden op het journaal zien en vervolgens een copieuze maaltijd genieten, iemand anders letterlijk of figuurlijk afmaken, anderen voor je laten werken, een dik honorarium opstrijken en je secretaresse afschepen met een fractie van dat bedrag, in een auto rijden, terwijl de werkster op haar brommertje komt, gelukkig proberen te worden ten koste van anderen, mensen gebruiken voor je doeleinden, wapens exporteren en vervolgens kindsoldaten met Kalasjnikovs zien lopen, aalmoezen geven, en duizend en een andere inconsequenties, allemaal dingen waar iedereen van weet dat het niet klopt, omdat je geweten je dat zegt, maar daar willen mensen niet aan denken, daar sluiten ze zich voor af, daar willen ze niet aan herinnerd worden. Maar het geweten geeft nooit op en daarom moeten ze het sussen, verdoven en overschreeuwen. Daarom moeten ze doorlopend hun gedrag goedpraten, dat ze het doen omdat iedereen het doet, dat het wel meevalt met hun leugenachtigheid, omdat ze mensen kennen die nog veel erger zijn, dat het wetenschappelijk bewezen is, dat ze nu eenmaal zo zijn, dat het genetisch bepaald is, dat ze zo zijn opgevoed, dat ze het goed bedoelen en nog een onafzienbaar aantal andere drogredenen. Eigenlijk is het dus vreselijk eenvoudig.
Als je eenmaal gezien hebt hoe relaties in elkaar zitten, kun je ze allemaal op elkaar leggen, omdat mensen vastlopen op elkaars franje en niet begrijpen wat er wezenlijk aan de hand is. Twee mensen die elkaar niet kunnen bereiken omdat beiden van alles in hun hoofd hebben en die hoofden maken ruzie om hun eigen gelijk. Verschillen over wat belangrijk, wat leuk, wat prettig, wat mooi, wat lekker, wat gezond, wat gezellig, wat zinvol, hoe de kinderen opgevoed moeten worden, wanneer er gevreeën moet worden, hoe het huis ingericht moet worden, welke auto er gekocht moet worden, hoe belangrijk de schoonfamilie is, wat voor orde er in huis moet heersen, allemaal franje, aangeleerd gedrag, wat mensen van elkaar scheidt en dat noemen ze houden van. Relaties kunnen in deze wereld helemaal niet en kinderen zijn altijd de klos.
Als je een ingewikkelde situatie wil begrijpen is het verstandig om eens heel rationeel te bekijken wat er nu precies aan de hand is, zonder je te verliezen in emotionele toestanden. Stel er zijn twee mensen: A en B, die elkaar nog nooit gezien hebben. In wezen twee autonome schepsels, waar die ander geen rol in hun hoofden speelt, omdat die er nog niet is. A en B komen elkaar, bij “toeval” tegen en voor beiden geldt dat vanaf dat moment de ander zich in hun hoofd nestelt. Beiden willen iets van elkaar, wat ze bij zichzelf missen, beiden hebben verwachtingen van elkaar, beiden denken dat ze de ander wel kunnen veranderen in de trekjes die ze eigenlijk niet accepteren, maar in het begin op de koop toenemen. Beiden zijn aanvankelijk bereid om een aantal dingen in te leveren omdat ze denken dat ze er voldoende voor terugkrijgen. Beiden willen de ander hebben en bezitten, om een scala van onduidelijke motieven. Beiden hebben een verleden, waar de ander maar weinig van weet, maar dat in alles hun doen en laten onbewust en indirect bepaalt. Beiden zijn dus vreemden voor zichzelf en voor de ander. Beiden weten niet wat zich in het hoofd van de ander afspeelt, laat staan dat ze het van zichzelf weten. Beiden hebben hun eigen geheimen, hun heimelijke wensen en hun verborgen agenda. Beiden denken ze dat ze de ander gelukkig moeten maken. Hoe is het in godsnaam mogelijk dat mensen dat liefde en houden van noemen, terwijl al die onzekerheden de basis vormen waarop mensen een relatie met elkaar aangaan, plannen maken, toekomstverwachtingen hebben en praten over voor altijd, terwijl ze overal om zich heen zien, hoe onbeholpen mensen met elkaar omgaan en hoe broos relaties zijn. Maar we moeten nog naar elkaar toegroeien, aan elkaar wennen en dan bedoelen ze dat ze moeten leren zich aan de ander aan te passen, moeten uitvechten, wie waarin gelijk krijgt, welke compromissen er gesloten moeten worden, hoe de taakverdeling zal zijn, wiens orde er zal gelden, wiens eigenaardigheden zullen winnen, wiens voorkeuren de gang van zaken zullen bepalen.
Het is begonnen als een paradijs, een hemel op aarde, en het zal eindigen als een paradijs, een hemel op aarde. In die tussentijd is het helaas een hel op aarde. Op de gevel van het huis in Rijnsburg waar Spinoza zijn Ethica schreef was een strofe aangebracht van de dichter/theoloog Dirk Rafaelsz. Camphuysen:
“Ach, waren alle menschen wijs, En wilden daerbij wel! De Aerd’ waer haer een Paradijs; Nu isse meest een Hel.”
Dat geldt ook voor ieder mens. Volmaakt geboren, bezitloos, gedachteloos, willoos, en in deze krankzinnige wereld helaas pas weer op het sterfbed.
Aan emoties gaan gedachten vooraf, aan gedachten gaat willen vooraf, want de wens of het willen is de vader van de gedachten. Als die stroom van willen, naar gedachten en vervolgens naar emoties eenmaal op gang is gebracht, kun je niet meer helder zien. Waar het dus om gaat is eerst te kijken naar wat je wilt. “Wat wil nu eigenlijk”. Even naast jezelf gaan staan en kijken hoe die hele stroom op gang komt en hoe je je daar zelf in verliest. Het is niet zo moeilijk.
Ik heb geen lichaam aangenomen. Johannes schrijft dat het woord vlees wordt en met dat woord bedoelt hij de Logos en met de Logos bedoelt hij de Vormgever die mij en jou doet zijn. De Logos is de eerstgeboren zoon van de Vader, allemaal ingewikkelde hulpconstructies in een poging om duidelijk te maken dat iets de mens doet zijn. Je zou dat ook de vierde dimensie kunnen noemen. Maar dat wat mij doet zijn, dat ben ik niet. De enige bedoeling waarom ik er ben is om te genieten van al wat is. “Toen de schepper zijn schepping had voltooid”, zo schreef Pico della Mirandola, “had hij het gevoel dat er iets ontbrak. Hij wenste dat er een schepsel was dat de structuur van zo’n geweldig werk kon overwegen, de schoonheid ervan kon beminnen en de grootsheid bewonderen”. “Waartoe zijn wij op aarde?” was de vraag uit de catechismus die kinderen op de lagere school leerden en het antwoord was: “Wij zijn op aarde om God te dienen en daardoor hier en hiernamaals gelukkig te zijn.”, maar er werd niet bij verteld hoe wij God moesten dienen en niemand was gelukkig.
Je moet het leven niet willen begrijpen
Je moet het leven niet willen begrijpen, dan zal het worden als een feest. Laat elke dag je overkomen als een kind dat voortgaat en door iedere windstoot zich vele bloesems laat schenken Om die bloesem op te rapen en te verzamelen, dat komt bij een kind helemaal niet op. Het (kind) maakt ze voorzichtig los uit de haren waarin ze zo graag gevangen waren, en steekt de lieve jonge jaren zijn handen toe.
Rilke
Wij hebben de kunst om niet om te komen in de waarheid (Nietzsche)
Als Nietzsche het echt begrepen had, had hij geschreven: “Wij scheppen kunst om niet aan de waarheid toe te komen”. In de leugen kom je om, in het zelfbedrog, maar “de waarheid maakt vrij”, maar de waarheid is zo pijnlijk, zo onthullend, zo gênant, dat mensen er niet aan durven. “Heb ik me dan mijn hele leven vergist? Heb ik dan niet gezien wat zo voor de hand ligt, heb ik me dan zo laten belazeren? dat mag niet waar zijn, dus het is ook niet waar”. Ik herinner me nog dat gevoel van schaamte, die momenten dat ik tegen beter weten in voor de lieve vrede en de gemakkelijkste weg heb gekozen, de spijt dat ik in het spel geloofd heb, terwijl ik wist dat het niet klopte, het wrange gevoel dat ik de helft van mijn leven mijn hoofd heb volgestopt met onzin.
Als je ervan uitgaat dat er littekens op je ziel zitten, ga je ervan uit dat die nooit zullen verdwijnen, maar je ziel is niet gewond, maar zoals ze dat ooit noemden “gekruisigd”, verkreukeld, gedeukt en alle kreukels en deuken kunnen weer ongedaan gemaakt worden.
Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten, En zit in ‘t binnenst van mijn ziel ten troon Over mij zelf en ‘t al, naar rijksgeboôn Van eigen strijd en zege, uit eigen krachten.
En als een heir van donkerwilde machten Joelt aan mij op en valt terug, gevloôn Voor ‘t heffen van mijn hand en heldere kroon: Ik ben een God in ‘t diepst van mijn gedachten.
schreef Willem Kloos, maar ontkracht dat meteen in zijn volgende coupletten. Kennelijk een God die zichzelf niet genoeg was en hunkerend aan de poort kleinzielig weer zwichtte:
En tóch, zo eindloos smacht ik soms om rond Úw overdierb’re leên den arm te slaan, En, luid uitsnikkende, met al mijn gloed En trots en kalme glorie te vergaan Op úwe lippen in een wilden vloed Van kussen, waar ‘k niet langer woorden vond
‘Jouw God, de God van je baas en van je schoonvader en van je baas z’n boekhouder en van den gerant van de ‘Nieuwe Karseboom’. De God van je tante, die zei, dat je moest groeten als je langs ‘t huis van je baas kwam in Delft of Oldenzaal, waar was ‘t ook weer, ook al zag je niemand, je kon nooit weten wie ‘t zag. Van je tante, die je zuster altijd liet breien. ‘Een vrouw mag niet stilzitten.’ De God van al die menschen, die zullen zeggen: ‘Dat had ik van jou niet gedacht,’ als je nog eens probeert te leven en die zullen zeggen: ‘Dat had ik altijd wel gedacht, dat kon niet goed gaan,’ als je later in ‘t werkhuis moet. De God, die niet hebben kan, dat je ‘s Zaterdagsmiddags vrij bent, de God van meneer Volmer, hoogleeraar in ‘t boekhouden en de bedrijfsleer, die vindt, dat je te veel naar de lucht kijkt. De God van allen die geen andere keus hebben dan werken of vervelen. De God van Nederland, van heel Nederland, van Surhuisterveen en Spekholzerheide, donateur van den Bond van hoofden van groote gezinnen en van de Vereeniging tot opheffing van gevallen vrouwen. (Nescio “Dichtertje”)
“De meeste zeemeeuwen geven zich geen moeite om meer te leren dan gewoon maar vliegen - van de kust naar zee om te eten en dan weer terug. Voor de meeste meeuwen betekent vliegen het¬zelfde als eten. Maar voor deze meeuw was vliegen het belangrijkst, belangrijker dan eten. Meer dan van wat ook ter wereld hield Jonathan Livingston Zeemeeuw van vliegen. Hij was tot de ontdekking gekomen, dat deze manier van denken je nu niet bepaald populair maakte bij de anderen. Zelfs zijn ouders waren ontzet omdat hij hele dagen alleen wegbleef, honderden glijvluchten makend op geringe hoogte, experimenterend. (Uit “Jonathan Livingston Seagull” van Richard Bach)
Het gesproken woord heeft evenveel met de werkelijkheid te maken als een zwartwitfoto daarvan. Een onbeholpen instrument om het onnoembare te benoemen, en je zou een bibliotheek met een oneindig aantal boeken nodig hebben om de werkelijkheid te beschrijven. Zoals Borges schrijft: “Volgens Leon Bloy zijn wij de verzen of woorden of letters van een magisch boek, en is dat onophoudelijke boek het enige dat in de wereld bestaat: beter gezegd, het is de wereld” en Sir Thomas Browne schreef omstreeks 1642: “Tweeërlei zijn de boeken waaruit ik theologie pleeg te leren: de heilige Schrift en dat universele, openbare manuscript, dat zichtbaar is voor alle ogen. Zij die hem nooit zagen in het ene, ontdekten hem in het andere.” Taal is maar een spelletje, waarmee mensen macht over elkaar en de dingen uitoefenen en heeft helemaal niets met de werkelijkheid te maken. In een ontwrichte wereld, leven alleen maar ontwrichte mensen en Derrida is daar een van en ontwrichte mensen schrijven ontwrichte schrijfsels.
Om te leven en te zijn hoef je niet alleen niets te weten, maar dat weten staat juist het zijn in de weg. Alle weten heeft slechts een functie in deze maatschappij en is nodig om het maatschappelijke spel te spelen.
Je moet wel een masochist zijn om in het sadomasochistisch universum, waarin de mensheid op dit moment zijn leven slijt, te kunnen leven. “Welcome to the jungle, watch it bring you to your knees”, zingt Guns n’ Roses en in al die hoofden speelt zich de horror af die zij overdag verdringen. En wat hebben ze het gezellig met mekaar, wat zijn ze lekker bezig en wat hebben ze het toch goed.
De apatheia is in deze maatschappij een krankzinnige toestand en als katatonen kom je ze tegen in de psychiatrische inrichting, niet meer bereid het zieke spel mee te spelen, zoals die prachtige indiaan in “One flew over the Cuckoo’s nest”. “De oorlog, (de onvrede), is de vader van alle dingen” zegt Heraclites en die onvrede is de basis van alle creativiteit en daar spruit dus ook onze elektriciteit uit voort, zodat wij onze productiviteit nog verder kunnen opvoeren. Als Wittgenstein zegt dat “als een vraag gesteld kan worden, kan zij ook beantwoord worden”, dan heeft hij het niet over de ondoorgrondelijke werkelijkheid (dat bedoelt hij met het onuitsprekelijke antwoord op de niet formuleerbare vraag), over wat is, maar over de door de mens zelf geconstrueerde schijnwerkelijkheid van de denkbeelden. Het Mystieke, het Mysterium Tremendum et Fascinans, is datgene waar wij niet over kunnen spreken, dus over moeten zwijgen.
In Het Proces van Kafka staat het prachtige verhaal van de geestelijke over de wachter en de openstaande poort en de man die daar zijn leven slijt, maar niet de juiste vragen stelt en dus niet binnengelaten wordt. Dat is de tragiek van Descartes, Pascal, Kierkegaard, Nietzsche en Wittgenstein, gesneefd in het zicht van het Al, maar de deur niet door konden omdat ze niet diep genoeg konden buigen. “Wie één el onder de oppervlakte is, verdrinkt net zo goed als wie daar honderd vademen onder is”, schrijft Seneca in zijn Vita Beata. Hun tragiek is dat zij op het punt stonden te ontdekken wat ze altijd al geweten hadden, maar uit de horror vacui de laatste strohalm niet los durfden te laten.
Het is overigens een groot verschil om je van boeken te ontdoen omdat ze overbodig geworden zijn of ze zoals Hitler te laten verbranden uit angst. Joodse rabbi’s hebben zich inderdaad tot de letter veroordeeld en zij vinden dat wel goed zo, omdat ze daar hun status en brood mee verdienen.
Voor mij is het intellect het middel om alle wetenschap als heilloze hersenspinsels te ontzenuwen, net zozeer als voor mij de taal slechts een middel is om de taal als een onbeholpen en krakkemikkig instrument waarmee mensen macht over de wereld, zichzelf en anderen pogen uit te oefenen, aan de kaak te stellen, in dienst van leugen en bedrog en halve waarheden. De enige zinnige manier om de taal te gebruiken is om die taal overbodig te maken.
In zijn autobiografie schrijft Flavius Josephus (in de evangeliën geportretteerd als Joseph van Arimathea): “And when I was sent by Titus Ceasar with Cerealins and thousand horseman, to a certain village calles tekoa, in order to know whether it were a place fit for a camp, as I came back, I saw many captives crucified, and remembered three of them as my former acquaintance. I was very sorry at this in my mind, and went with tears in my eyes to Titus, and told him of them; so he immediately commended them to be taken down, and to have the greatest care taken of them, in order to their recovery; yet two of them died under the physician’s hands, while the third recovered.” Een prachtig beeld om een mythe aan op te hangen, gekruisigd en de derde dag verrezen uit de doden.
Mensen zwelgen nog steeds in filosofen en anderen die omdat ze er zelf nooit uitgekomen zijn, beweren dat het onmogelijk is, waarmee ze slechts hun eigen onvermogen etaleren en hun lezers slechts bevestigen in hun mening. In de Hermes Trismegistos staat: “Im Fall du dich selbst also GOTT nicht kannst gleichmachen, so kannst du GOTT nicht verstehen, denn gleich wird verstanden von gleich. Du musst dich zu einer unermesslichen Grösse machen und von alle Leibern ausspringen, dich über alle Zeit erheben und die Ewigkeit werden, so wirst de GOTT verstehen. Du musst in dir nichts Unmögliches glauben zu sein, dich auch selbst unsterblich achten und dass du mächtig seiest, zu verstehen alle Kunst, alle Wissenschaft und Eigenschaft von alle Geschöpfen” Dat kan toch alleen maar geschreven zijn door iemand die dat zelf ervaren heeft. Als mensen geloven dat ze nooit over de sloot zult kunnen springen, omdat iedereen zegt dat toch niemand dat kan, zullen ze niet eens een poging wagen en blijven jammeren en klagen te midden van al die anderen.
Genie komt van het Latijnse genius, geboortegeest, de beschermende geest die bij ieder mens over geboorte en verder leven gesteld was en diens lot bestuurde. Daarom schreef Baudelaire: “Genie is herwonnen jeugd”, dus “zo ge wordt gelijk de kinderen, zult ge geniaal zijn”. Eigenlijk is het vreselijk eenvoudig.
Wij zijn vonken in de eeuwigheid, wij gloeien op en doven weer, maar tijdens het gloeien horen wij te genieten van het leven, maar uit angst voor het leven, werken wij ons dood.
How happy is the blameless vestal’s lot The world forgetting, by the world forgot Eternal sunshine of the spotless mind
Een gedicht van Rutger Kopland:
DE GOD IN MIJN HERSENEN
Toen ik al bijna ontwaakt was herinnerde ik mij dat ik die nacht in het verleden had geleefd en zonder de geringste verbazing weer geloof had dat God bestond
ik wilde hem eindelijk wel eens spreken het is een bijzonder aardige man zei iemand je kunt hem gerust eens bellen
ik belde en er klonk een stem, een heel lieve stem zodat ik mij een lieve gevleugelde vrouw voorstelde zoals je wel ziet op felicitatiekaarten
wilt u god, werd er gezegd, toets dan één wilt u god niet, toets dan niet ik toetste één
en dezelfde gevleugelde vrouw zei: er is nog één wachtende voor u en die ene bent u
ik herinnerde mij dat ik hier eindeloos over moest nadenken tot ik ontwaakte en God weer was verdwenen, ergens in mijn hersenen
Gotthold Efraïm Lessing
Uit Die Religion Christi 1780
De godsdienst van Christus
Of Christus mee dan mens is geweest is een probleem. Dat hij, wanneer hij mens is geweest, [de] ware mens is geweest en dat hij nooit heeft opgehouden mens te zijn, staat vast. Dus zijn de godsdienst van Christus en de christelijke godsdienst twee heel verschillende dingen. De godsdienst van Christus is de godsdienst die hij zelf als mens heeft gekend en geleefd; die ieder met hem gemeen kan hebben; die ieder des te meer moet wensen met hem gemeen te hebben, naarmate hij zich van Christus als mens een verhevener en beminnelijker voorstelling maakt. De christelijke godsdienst is de godsdienst die voor waar aanneemt dat hij meer dan mens is geweest en die hem daarom tot voorwerp van haar verering maakt. Hoe deze beide godsdiensten – de godsdienst van Christus en de christelijke godsdienst – in Christus als één en dezelfde persoon kunnen bestaan, is onbegrijpelijk. Dat de leerstellingen en de beginselen van beide in één en hetzelfde boek te vinden zouden zijn, is haast niet mogelijk. In ieder geval is de godsdienst van Christus kennelijk heel anders in de geschriften van de Evangelisten vervat dan de christelijke. De godsdienst van Christus is erin vervat in de meest klare en duidelijke bewoordingen. De christelijke daarentegen is zo onduidelijk en dubbelzinnig, dat er nauwelijks één tekst is waarbij, zolang de wereld bestaat, twee mensen hetzelfde hebben gedacht.
Zolang mensen in twee werelden leven zijn er twee scenario’s. Het eerste is dat alles gebeurt en iedereen zich gedraagt zoals zij willen. Dat aan al hun verwachtingen wordt voldaan en dat zij de hoofdrolspelers zijn in het toneelstuk en tevens de regisseur van alle gewillige mensen om hen heen, die zij geheel naar hun pijpen kunt laten dansen en aan al hun wensen voldoen. Een absolute monarchie, een oud-testamentische God, die alle touwtjes in handen heeft, de ultieme poppenspeler.
Een alternatief is een wereld met alleen maar mensen die precies denken zoals jij, zodat er nooit een meningsverschil is en nooit ruzie, alleen maar schilderende kunstenaars, die precies hetzelfde maken als jij. De praktische problemen die dat op zou leveren, kun je zelf bedenken.
Het tweede scenario ziet er heel anders uit. Een wereld waarin niemand iets van je wil en niemand iets van je verwacht. Waarin niemand zich met je bemoeit, niemand zegt hoe je moet leven, waarin je door niemand lastig gevallen wordt, waarin iedereen onvoorwaardelijk van je houdt, waarin niemand je veroordeelt, waarin je nooit op je hoede hoeft te zijn, zonder sleur, waarin altijd alles nieuw is, waarin niemand zijn gelijk probeert te halen en waarin iedereen het altijd met elkaar eens is.
Dat is dé wereld en dé werkelijkheid van het kleine kind, het ooit verloren paradijs, de wereld van de primitieven, de wereld van leeghoofden en van de ware romantici. Het is de wereld die je altijd gekend hebt en later altijd van gehoord hebt, dat het een fantasmagorie was, een onbereikbaar ideaal, een voor altijd paradise lost, wat je uit je hoofd en hart moest zetten en dat er toch geen weg terug meer was. En je hebt ze geloofd, zoals iedereen ze geloofd heeft. Verscheurd tussen twee werelden leven, op twee paarden rijden en dat beseffen is uiterst moeizaam. “Ook bij ons mensen ment de voerman een tweespan, doch hiervan is de één uit zichzelf schoon en goed en van zuivere afkomst, de ander echter van tegengestelde afkomst een aard. Het mennen van het span kan bij ons dan ook niet anders dan gevaarlijk en moeilijk zijn”, zegt Plato in de mythe van de wagenmenner.
Jouw wereld is jouw wereld niet, maar de wereld van de anderen, waar jij slechts een radertje in bent, dat moet meedraaien, zoals anderen dat voor jou uitmaken. En je probeert net de andere kant op te draaien, je te verzetten tegen het grote mechaniek, maar daarmee blijf je een radertje wat knarst en knoerpt omdat je onaangenaam aanschurkt tegen de andere tandwielen om je heen en je verwijt die andere tandwielen dat ze draaien zoals ze draaien. Dat levert bij jezelf heel wat slijtage op. Ik geef de keizer wat des keizers is.
Er ligt geen grens tussen waarneming en fantasie. Waarnemen doe je met je zintuigen, fantaseren is slechts spelen van je gedachten, het rondbuitelen van imaginaire beelden, virtuele masturbatie, het aaneenrijgen van hersenschimmen, de horrorfilms geprojecteerd op een fantoomdoek. Die fantasieën horen tot een niet bestaande wereld, een schijnwereld, en dat kleine kind in je moet dat allemaal zien en schudt verdrietig zijn kleine hoofdje.
Iedereen heeft zich alles wat er in zijn hoofd zit aan laten praten. Je afzetten of opstandig zijn, zorgt er alleen voor dat je een soort negatief krijgt, een tegenovergestelde, maar dat is dan per definitie ook aangepraat. Niemand is origineel, iedereen plagieert bij het leven. Mensen zijn lappendekens samengesteld uit lompen van anderen, van voorvaderen, ouders, en van iedereen waardoor hij beïnvloed is.
Je bent gestoord als je niet ziet wat je ziet en niet hoort wat je hoort. Je bent gestoord als je je gedachten je leven laat beïnvloeden. Je bent waanzinnig als je zintuigen gestoord worden door je gedachten. Dan probeer je namelijk een zin te geven aan je wanen.
Nietzsche heeft de waanzin van de wereld en de geaccultureerde mens redelijk helder beschreven. De onzinnigheid van de wetenschap, het christendom, de filosofie, maar hij faalt jammerlijk in het bieden van een andere wereld. Bovendien verkeerde hij in de illusie dat hij iets heel nieuws gevonden had, terwijl alles al zo vreselijk vaak gezegd was. Ecce Homo is een tenenkrommend gênant ijdeltuiterig boek. “Ik bezit een fijnere neus voor de tekenen van opgang en neergang dan ooit een mens heeft gehad, ik ben hierdoor de leraar par excellence” is nog maar een van de minst ijdele uitspraken
“Een paard” is iets dat alleen in je hoofd kan bestaan. Dat hoort zogezegd tot de wereld van de ideeën. Er is geen kind dat ooit de behoefte gevoeld heeft om te weten wat een paard is. Een kind, of een wijze, zien de werkelijkheid en genieten van alles wat leeft en groeit. Mensen geven alles een naam, omdat ze macht willen uitoefenen, de natuur voor hun eigen doeleinden willen gebruiken. Vervolgens ontstaat in hun hoofden het idee van “een paard”, of als ze in Engeland wonen “a horse”. Praten over paarden lijkt mij een onzinnige en overbodige bezigheid, behalve als je paardenslager of jockey bent.
‘Veroordeel niemand, voordat je je in zijn situatie hebt verplaatst.’ Dit oude gezegde maakt ieder oordeel onmogelijk, want mensen veroordelen iemand juist alleen, omdat zij zich niet in zijn situatie kunnen verplaatsen.”(Cioran), oftewel “wie zonder zonden is, werpe de eerste steen” of Matth. 7:3: “want met het oordeel, waarmee gij oordeelt, veroordeelt gij uzelf en met de maat waarmee gij meet, meet gij uzelf. Wat ziet gij de splinter in het oog van uw broeder, maar de balk in uw eigen oog bemerkt gij niet? Zoals je ziet heb ik de tekst wat gewijzigd, want zoals het er staat is het onzin.
Einstein is al weer achterhaald door de shoestring theory en de wetenschappers zeggen dat ze er bijna zijn. Dat ze bijna de Theory Of Everything hebben gevonden, nog eventjes. “Deze generatie heeft het verleden misbruikt en onteerd en zichzelf wijsgemaakt dat ze in staat is de wereld te herstellen en herscheppen — niet volgens de principes waarvan voorgaande generaties met bloed de juistheid hebben bewezen, met geduld, en met wijsheid, maar juist in strijd met die principes, met een eigen systeem van zelfgemaakte wetten, waarvan er nauwelijks één níet zal leiden tot precies die ellende en vernietiging die zij niet kent, omdat ze boven zulke dingen uit is getild door het verstand en de opofferingen van haar ouders. Deze generatie, die meer heeft gedaan dan enige andere generatie om de oude pezen door te snijden die ons in leven en welzijn hebben gehouden; deze generatie, karakterloos, koopziek en ijdel, die het vermogen is kwijtgeraakt zich te schamen, deze generatie, die de geschiedenis heeft onteerd, het woord begraven, de rust vermoord en die er alles aan heeft gedaan om de wereld tot een tekenfilm te maken, is ervan overtuigd dat ze op iets reusachtigs afstevent: convergentie, samenvoeging, theorieën van alles, onsterfelijkheid, volmaaktheid”. schreef Mark Helprin.
Jung schreef in zijn Archetypen: “Het verstand van de mens is in werkelijkheid niets anders dan de som van vooroordelen en kortzichtigheden”. En “Wie in de spiegel van het water kijkt, ziet echter eerst zijn eigen beeld. Wie tot zichzelf gaat, riskeert de ontmoeting met zichzelf. De spiegel vleit niet, hij toont getrouw wat in hem kijkt, namelijk dat gezicht dat wij nooit aan de wereld tonen, omdat wij het verbergen door de persona, het masker van de toneelspeler. De spiegel ligt echter achter het masker en toont het ware gezicht. Dat is de eerste proeve van moed op de innerlijke weg, een proeve, die genoeg is om de meesten van ons af te schrikken, want de ontmoeting met zichzelf behoort tot die tamelijk onaangename dingen, die men vermijdt zolang men al het negatieve op de omgeving kan projecteren.”
Feit komt van het Latijnse “factum”, het gebeurde of de daad, of van daaruit van het Franse “fait”, daad of handeling, maar mensen weten dat helemaal niet meer en zoals met zovele woorden gebruiken ze ook dit op volstrekt oneigenlijke manieren. Het is geen feit dat jij in A. woont, maar mensen hebben afgesproken dat ze die groep wat zij huizen noemen, daar op die plek, A. noemen. Dat is dus geen feit, maar een afspraak. Mensen hebben de oneindigheid, het onmeetbare, meetbaar gemaakt door er een stukje uit te pikken, een afspraak gemaakt wat zij een meter zouden noemen, waarmee zij vervolgens maten meten. Het is dus ook geen feit dat ik 172 cm lang ben, maar een afspraak. Meten is dus helemaal niet weten, maar categoriseren, in schema’s onderbrengen en in hokjes stoppen. Dat weten is dus relatief, gerelateerd aan afspraken die mensen gemaakt hebben. Het is een feit dat als ik de lichtschakelaar omdraai de lamp gaat branden en dat als ik een kip de nek omdraai het leven uit die kip vliedt en die feiten kan ik alleen interpreteren aan de hand van theorieën. Ik weet niet wat er gebeurt, maar met behulp van constructies die ander mensen bedacht hebben kan ik die gevolgen van mijn handelen verklaren. Zogenaamde harde wetenschap is reproduceerbaar, maar is niet op het leven toepasbaar, omdat het leven wetenschappelijk niet bestaat omdat het niet meetbaar is. Zachte wetenschap houdt zich bezig met een gereduceerde vorm van het leven en doet alsof het over het echte leven gaat. Psychologie en geneeskunde gaan uit van premissen, psyche en lichaam, en zeggen helemaal niets over de mens, laat staan over het leven, maar proberen wetmatigheden te ontdekken, die uiteindelijk slechts automatismen zijn. Zachte wetenschap is dus per definitie onwetenschappelijk. Wij kunnen niet meten, dus wij kunnen niets weten en wat mensen daarover denken te weten, zegt meer over henzelf dan over wat ze zien.
From fairest creatures we desire increase
Plant u niet voort, de wereld is te boos; de wolven jagen tot de horizon; knip alle knoppen, bottend aan de roos; wee, wie vandaag zich nageslacht gewon.
Wee, wee, de vrouw, die gij tot akker maakt van uw doemwaardig zaad in dit getij, nu waanzins uur met ondergang genaakt en toekomst overloopt in een voorbij.
Wie gij ook zijt, geen die dit uur ontgaat, reeds kronkelt aan doods onafzienbare stoet; het tijds-genoeg vervloeit in het telaat, nu het vernuft zich paart aan overmoed.
Jaag enkel nog naar een vergeten-zijn; ge spaart, wat komen kon, dan angst en pijn.
Jac. van Hattum (1900-1981)
En de wereld is alleen maar bozer geworden, de wolven jagen al niet meer aan de horizon, maar zijn onder ons, maar er worden nog steeds gewoon kinderen geboren.
Toen wij nog hele kleine kinderen waren, wisten wij nog niets (of alles) en langzamerhand is ons van alles bijgebracht wat wij in ons hoofd hebben opgeslagen. Wij leerden wat goed en kwaad was, wat normaal en abnormaal was, wat lekker en niet lekker, wat gezond en ongezond, wat belangrijk en onbelangrijk, wat waar en niet waar, wat beschaafd en onbeschaafd, wat mooi en lelijk, wat eerlijk en oneerlijk, wat natuurlijk en onnatuurlijk, wat lief en stout, wat attent en onattent, wat slim en dom, wat leuk en niet leuk, wat gevaarlijk en ongevaarlijk en wat verstandig en onverstandig was. En dat leerden wij van allemaal mensen die daar allemaal andere ideeën over hadden en zo zijn wij aan onze meningen en overtuigingen gekomen. Wij vonden en ervoeren weliswaar dat het niet zo was, maar dan zeiden ze dat we nog niet zover waren en dat we dat nog wel zouden leren en inderdaad: alles went. En met behulp van al die overtuigingen en alles wat wij hadden geleerd te geloven, gaven wij alles een plaatsje in wat wij beschouwden als ons wereldbeeld. Wij hadden zogezegd een eigen mening gevormd. Wij gruwden natuurlijk van de eerste tomaat, van de eerste sigaret en van het eerste pilsje, maar wij wilden erbij horen en leerden het lekker vinden. Wij vonden muziek eigenlijk maar vreselijk lawaai, kunstwerken maar belachelijk, grote mensen maar rare wezens, kerken en erediensten vreselijk en saai, maar wij leerden het waarderen, want met beloning en straf kun je iedereen klein krijgen. Zo sloop de dualiteit ons leven in. Het ware leren is dus afleren, alles wat je gelooft en dus niet zeker weet, elke bewering, overtuiging en mening die je jezelf hebt eigen gemaakt uiterst kritisch onder de loep nemen, aan de validiteit van alles durven twijfelen, bij jezelf nagaan of je het zeker weet, omdat je het zelf ervaren hebt, of dat je het op gezag van iemand anders geleerd hebt en zo mening voor mening ontzenuwen, tot er geen enkele meer over is.
Over primitieven:
Voor de blanke man wat wij nu Noord Amerika noemen betrad, leefden daar vele indianenstammen. Het aardige is dat je daar alle fasen van de acculturatie tegelijkertijd tegenkwam. Er waren rondtrekkende stammen, die vegetarisch leefden van wat de natuur hen schonk, vruchten, noten, zaden en knollen en dat natuurlijk lekker vonden. Die een beschutting voor de nacht maakten en rondzwierven door de natuur. Dan waren er de jagers, die geleerd hadden om van vlees te houden, die wapens hadden, krijgszuchtig waren en moordden. Tot slot waren er de stammen die zich gesetteld hadden, die huizen bouwden en zich voedden met de producten van landbouw en veeteelt. In afglijdende schaal vindt je daar een steeds verdere verstoring van het evenwicht, van primitiever naar steeds beschaafder.
Over dualiteit:
In de natuur bestaat geen dualiteit. Alles is daar gewoon zoals het is. Hoog en laag, nat en droog, koud en warm, hard en zacht, licht en donker zijn geen dualiteiten, geen eigenschappen die wij er aan toeschrijven maar eigenschappen van de natuur zelf. Alles wat in de natuur beweegt wordt niet teweeggebracht door dualiteiten, maar de rivier stroomt omdat hij stroomt en de wolken bewegen omdat ze bewegen. Wij hebben inderdaad de keuze om in de natuur te leven of er tegenover te staan en dus om de natuur te laten zoals die is ( en niet te onderhouden) of die te verwoesten. Om tegen onszelf in opstand te komen en tegen onszelf te vechten of onszelf te zijn.
Honderden miljoenen mensen leven vegetarisch en ook de wetenschap heeft nog nooit aan kunnen tonen dat een vegetarisch leven minder gezond is dan het leven van carnivore mensen. De mens hoeft dus helemaal niet te doden om in zijn energiebehoefte te voorzien. Je kunt dat zelf ervaren en als je het zelf ervaren hebt weet je dat het een geloof is dat mensen moeten doden. Overigens is het zo dat als mensen zelf dieren zouden moeten doden voor hun eigen maal het vleesgebruik drastisch zou dalen. Jij laat dat toch ook anderen voor je doen? Een aardig verband is dat vleeseters agressiever zijn dan vegetariërs en dus zeggen de wetenschappers dat het eten van vlees de agressie bevordert, terwijl het natuurlijk zoals alles in deze omgekeerde wereld andersom is. Jij neemt vanzelfsprekend een voorbeeld uit de dierenwereld dat jouw overtuiging zogenaamd bevestigt, maar waarom neem je geen grasetend hert?
Je kunt inderdaad niet definiëren of je conform het plan van de schepping of je natuur handelt. Dat kun je alleen voelen en ervaren. Alle pijn, alle emoties, alle ellende wijzen je erop als je dat niet doet. Wij zijn van nature naakt, maar de overtuigingen, vooroordelen en schaamtegevoel van onze opvoeders noodzaken dat wij ons kleden. Zo hebben ze dat vooroordeel bedacht dat je een kou op kunt lopen bijvoorbeeld. Wij kleden ons omdat het hoort, omdat het beschaafd is, om onze opgelopen onvolmaaktheden te bedekken, en zelfs omdat naaktlopen strafbaar is omdat het schenden van de eerbaarheid heet. Mensen hebben het niet koud, mensen zijn verkild en koud. Je zult je afvragen hoe wij dan hier in dit koude kikkerland de winter naakt zouden moeten overleven. Wij hebben hier ‘s winters helemaal niets te zoeken, maar wij zitten gevangen in onze banen, in onze verplichtingen, binnen onze grenzen, in onze huizen, in onze regels, in ons eigen gesmeed systeem en wij noemen dat vrijheid. Wij kunnen niet meer als het kouder wordt, zoals de trekvogels naar het zuiden en de warmte vertrekken. Dat kan alleen de elite en de AOW-ers die in het zuiden de winter doorbrengen en daar in hun kleren, hun overtuigingen, en hun eigen regels vastzitten. Je kunt je toch niet voorstellen dat een mens ooit uit vrije wil naar wat wij Lapland noemen is vertrokken en daar gebleven is omdat hij het daar zo lekker vond. Mensen hebben daar niets te zoeken, maar het zijn altijd vluchtelingen, bannelingen en verstotenen geweest die zich aan een omgeving die daar niet voor bedoeld is hebben aangepast. In het Vrijheidsbeeld in New York staat een veelbetekenende tekst waarvan de tweede strofe luidt:
“Keep, ancient lands, your storied pomp!” cries she With silent lips. “Give me your tired, your poor, Your huddled masses yearning to breathe free. The wretched refuse of your teeming shore; Send these, the homeless, tempest-tost to me I lift my lamp beside the golden door.”
Daarom heeft de mens zich gevestigd in onherbergzame gebieden, uit angst, uit wanhoop, en heeft daar geleerd om te overleven. Mensen die gevlucht zijn voor de onverdraagzaamheid, de haat, voor vervolgingen, voor slavernij, voor het ondraaglijke leven in klassenmaatschappijen en voor ketterjachten. Daar hebben ze zich aangepast en in generaties geleerd dat ook hun leven normaal was.
Over ketenen van bezit en afhankelijkheid:
De aarde is opgedeeld en altijd naar de maatstaven van de machtigen, de elite. Nederland bestaat niet. Er is een kunstmatig afgescheiden gebied van de aarde, wat mensen Nederland noemen. Op papier hebben ze een grens getekend, ze hebben slagbomen geplaatst en binnen dat gebied gelden regels en wetten, die anderen voor ons gemaakt hebben. De mensen die in dat gebied wonen denken dat ze Nederlanders zijn, omdat ze zich neergelegd en aangepast hebben aan de regels en normen die anderen bedacht hebben. Dat noemen ze hun identiteit en daarom gedragen ze zich als wezens die niets met mensen te maken hebben. Ze laten door hun strottenhoofd ook de lucht trillen waarmee ze signalen naar anderen uitzenden en dat noemen ze dan op de manier waarop zij dat doen hun eigen taal. Toen ze nog klein waren kenden ze dat kunstje nog niet en hadden ze dat ook nog helemaal niet nodig om te genieten van het leven. Als ik van Nederland naar België rijdt passeer ik op gegeven moment de grens, maar de natuur is aan beide kanten van de grens dezelfde, alleen aan de creaties van de mens merk ik dat ik een ander gebied met andere wetten en normen inrijdt, want dat zijn allemaal producten van zijn aangeleerde landsaard en niet van zijn menszijn.
Over werk:
Werk staat altijd in dienst van de maatschappij, van een onrechtvaardige wereld. Er zijn zelfs mensen die zo kortzichtig zijn dat ze hun werk leuk en zinnig vinden. Werken is altijd hoereren, jezelf verkopen en alleen prostituanten maken van de arbeid van anderen gebruik.
Over onafhankelijkheid:
Hoe meer je wil, hoe meer je denkt nodig te hebben, hoe meer aangepast aan deze maatschappij, hoe afhankelijker je van anderen bent, met alle consequenties van dien. Hoe minder je wil, hoe minder je nodig hebt, hoe onaangepaster je bent, hoe onafhankelijker je wordt. Als je niets meer wil, niets meer nodig hebt, niet meer van deze wereld bent, ben je onafhankelijk en hoe meer vrijen, onafhankelijken, hoe eerder een andere wereld
* * *
Op dit moment zie je overal om je heen dat het niet goed gaat met “Goliath.” De hele maatschappij kraakt in al zijn voegen, de oorlog in Irak wordt onontkoombaar een onoplosbaar drama, er is een gigantische onvrede onder de mensen, er zijn nog maar weinigen die in de politiek en al die deskundigen vertrouwen, de kerken waaien met alle winden mee, Bush en Saddam weten zich in hun eigen gelijk gesteund door God en Allah. Met andere woorden is het duidelijk dat het schip reddeloos verloren is en pas als mensen dat onder ogen durven te zien zullen ze bereid zijn het schip te verlaten en ook dat zal een drama, een apocalyptische nachtmerrie, een gevecht op leven en dood, worden, zoals elke cultuur altijd in wanorde en chaos is ingestort. Het is toch waanzin ten top dat deze zieke maatschappij alleen door steeds meer consumeren in stand gehouden wordt en dat de stand van de AEX en de Dow Jones aan de oorlogsverrichtingen in Irak afgelezen kunnen worden. In onze westerse cultuur kunnen de meeste mensen niet eens meer leven van wat de natuur te bieden heeft, afhankelijk als ze zijn van medicijnen, van anderen die altijd gezegd hebben hoe ze moesten leven, van gas en elektriciteit, gehecht aan hun spulletjes, aan zeep en cosmetica, aan stromend water uit de kraan, en al die andere waanzinnige overbodige luxe. Radeloos zullen ze zijn als de boel instort, en radeloosheid en angst zijn ongelofelijk goede voedingsbodems voor epidemieën en na de Aids komt nu met rasse schreden de SARS er al aan, zoals op alle slagvelden en na alle oorlogen ontredderde overlevers aan epidemieën ten prooi zijn gevallen. Mensen zijn collectief bang en dat vermindert hun weerstand en dat maakt hen kwetsbaar. De vraag is als de pleuris uitbarst hoevelen dat zullen overleven, maar zoals altijd zullen het voornamelijk de kinderen en de ouderen zijn, zoals je dat in Afrika onder de gesel van de AIDS al ziet. Zij hebben weinig te verliezen en dat geeft hen een ongelofelijk grote voorsprong.
* * *
Het is inderdaad een collectieve ziekte waardoor de hele mensheid is aangetast, alleen kun je zeggen dat wij westerlingen daar zieker van zijn dan de primitieven, maar ook zij zijn besmet. Het is heel verraderlijk hen te idealiseren. Primitieve geneeskunsten zijn vergelijkbaar met onze alternatieve, gebruikten en gebruiken ook kruiden om te pogen een verstoord evenwicht te herstellen, hebben het over boze geesten, voorouders en nog veel meer hulpconstructies en werken dus ook niet. Je kunt wel stellen dat een warm huis, voorzien van elektriciteit niet slecht is, maar het blijft een gevangenis, waar je voor moet werken om die aan te schaffen en te onderhouden, waarbij je afhankelijk blijft van duizend en een andere mensen. Verder gaat het er niet om hoe we auto’s gebruiken, maar waarom we ze gebruiken en ik kan daar met de beste wil van de wereld geen zinnige reden voor bedenken, noch voor enige andere uitvinding die in de loop van de geschiedenis is gedaan en ik ben benieuwd welke uitvinding jij zinnig vindt. En wat die compromissen betreft, dat doet mij denken aan iemand die wel naakt wil zijn maar wel zijn sokken aan wil houden. Natuurlijk zijn er compromissen mogelijk, maar je moet dan wel beseffen dat compromissen de grondslag hebben gelegd voor deze maatschappij. Compromissen dienen er uitsluitend voor om dingen goed te praten, te rechtvaardigen. Deze maatschappij draait om dualiteit, enerzijds, anderzijds, en daar stroomt geen energie langs, maar ellende.
* * *
Het lijkt me toch niet prettig om met warhoofden als Omraan en Swedenborg op een pagina te staan. Daarnaast zaaien begrippen als reïncarnatie, karma, gidsen en tweelingzielen alleen maar verwarring, omdat met name de eerste twee al eeuwen op alle mogelijke manieren misbruikt zijn en gidsen en tweelingzielen van die merkwaardige hedendaagse hersenspinsels zijn, die door mensen te pas en te onpas gebruikt worden om van alles goed te praten. Jullie beseffen onvoldoende hoe rampzalig het verspreiden van dit soort zweverijen is. De websites bieden eigenlijk een afgrijselijk verhaal, maar het is fascinerend om te merken, hoe selectief mensen het lezen. Ze vinden het aanvankelijk prachtig en hoopvol, totdat ze merken dat het ook over hen gaat en alles waar ze het niet mee eens zijn, wat ze overdreven vinden of waarin ze vinden dat we te ver gaan, zijn net die vooroordelen en het zelfbedrog, die ze niet onder ogen durven te zien. Maar besef je verantwoordelijkheid, want de uitspraak van Seneca “niemand dwaalt uitsluitend voor zijn eigen rekening, maar hij is ook de oorzaak en bewerker van het dwalen van een ander” staat nog steeds als een paal boven water. Dat wil dus zeggen als je het zelf niet precies weet en begrijpt, je anderen alleen maar op je eigen dwaalspoor mee kunt slepen. En dat maakt dus jou medeverantwoordelijk aan het de mist ingaan van vele anderen,
* * *
Om een bizarre fantasie van Swedenborg aan te halen: hij schrijft in “Vera Christiana Religio” dat “er twee bovenaardse Londens zijn. Wanneer mensen sterven verliezen ze hun aard niet. De Engelsen behouden het intieme licht van het intellect en hun respect voor gezag; de Nederlanders gaan door met handeldrijven; Duitsers zijn gewoonlijk beladen met boeken, en wanneer iemand ze een vraag stelt, consulteren ze eerst het toepasselijke deel alvorens te antwoorden. Moslims zijn het merkwaardigst van allen. Omdat de begrippen Mohammed en religie onontwarbaar met elkaar zijn vervlochten in hun zielen, zorgt God dat ze een engel ter beschikking hebben die doet alsof hij Mohammed is om hen te onderrichten”. Dit zijn toch ontegenzeggelijk uitspraken van iemand die volledig geflipt is, hoewel zijn aanhangers geloven dat hij het licht gezien heeft. En als Omraam het over tweelingzielen heeft en jij dat vervolgens herkent in het Thomasevangelie is dat voor mij een onbegrijpelijke constructie. Als ik vervolgens lees wat hij over opvoeden schrijft dat lees ik daar alleen een absoluut gebrek aan realiteitsbesef uit. Een ideaalbeeld beschrijven in een wereld waarin elk jaar in Nederland alleen 50 kinderen door hun opvoeders worden doodgeslagen is in mijn ogen absurd. Dit is een gruwelijke wereld voor kinderen, die door hun opvoeders vervormd worden naar hun beeld en gelijkenis, die niet mogen blijven wat ze zijn, die aangepast moeten worden aan deze waanzinnige wereld en voor hen hebben we eigenlijk de websites geschreven. Zij hebben geen boodschap aan al die rare verhalen van grote mensen over karma en reïncarnatie, vorige levens en andere manieren waarmee zij hun gedrag goedpraten. Zij willen gewoon een veilig nest en het recht om te blijven wie ze zijn. Zij willen gehoord en gezien worden, maar ze hebben niets in te brengen. Alles wat van waarde is, is weerloos. De wereld staat in brand, mensen maken elkaar overal af, vechten voor hun eigen belang en om hun eigen gelijk, gaan over lijken en er zijn alleen maar slachtoffers en daar helpen geen mooie woorden aan. Beleren en veroordelen is iets heel anders dan constateren van feiten, vooroordelen, overtuigingen, tegenstrijdigheden en het gebruiken van vage begrippen. Het is een uiterst sombere tijd waarin we leven. Achter alle opgewekte en vrolijke maskers, schuilt wanhoop, verdriet, niet gehuilde tranen, berusting, ingehouden agressie, ergernis, en steeds meer mensen voelen dat het zo niet langer kan, dat er iets moet gebeuren.
* * *
Je schrijft dat je altijd sporen van twijfel en onzekerheid zult behouden en dat die sporen zullen blijven. Dat houdt in dat mensen zich niet van hun verleden en van de littekens op hun ziel zouden kunnen bevrijden en dat het verleden dus het heden zal blijven bepalen en dat is wel erg pessimistisch. Onuitgewiste sporen bepalen onbewust hoe je nu leeft, reageert op anderen, wat je belangrijk, leuk en mooi vind, kortom je vanzelfsprekendheden en als je je van die vanzelfsprekendheden ontdoet, verdwijnt het spoor vanzelf. Al die dingen waren ooit nodig om te overleven en nergens anders voor en zijn nu nog slechts overbodige bagage die je vrijheid en onbevangenheid in de weg staan. Jij gaat er, van uit dat het onmogelijk is om mensen voor valkuilen te behoeden. Het probleem is dat in deze maatschappij de meest bizarre dingen normaal en belangrijk worden gevonden en dat mensen de valkuilen dus helemaal niet onderkennen. Er zijn zoveel mensen die zich keurig gedragen en trouw geleefd hebben naar de ‘deugden’ van deze maatschappij, geploeterd hebben om iets te betekenen, gezorgd hebben dat hun kinderen het ‘beter’ kregen dan zij, trouw naar de kerk gegaan zijn en veel gebeden hebben, krampachtig de lieve vrede bewaard hebben, zichzelf bedolven hebben onder spulletjes, en vreselijk de mist ingaan. Altijd geleefd zoals ze geleerd hebben dat ze moesten leven en doodongelukkig. Zouden ze zichzelf dan niet altijd voor de gek gehouden hebben en door anderen voor de gek hebben laten houden, tegen beter weten in omdat iedereen het deed? Ouders die bij god niet weten wat zich in de hoofden van hun kinderen afspeelt, echtparen die na 30 jaar niet weten wat er in de ander omgaat, niemand die het achterste van zijn tong durft te laten zien, niemand die echt durft te zeggen wat er in hem omgaat, laat staan dat ze weten wat er zich in hun eigen hoofd allemaal afspeelt. Eenzaam en onbegrepen. Zachte heelmeesters maken stinkende wonden en daarmee laat je mensen niet in hun waarde maar in hun wanen. Onder het mom van hun ongebreidelde tolerantie hebben ze geleerd respect te hebben voor de meest waanzinnige vooroordelen van anderen, zoals ze ook willen dat anderen hun vooroordelen en eigenaardigheden respecteren. Dat doen ze dan ook, maar vraag niet wat mensen daar nu echt van denken, want dan zou het spel gauw afgelopen zijn. Zij koesteren de illusie dat zij hun geluk kunnen bouwen op de ellende van anderen. Zij hebben geleerd om zich af te sluiten voor de ellende in de wereld, terwijl ze daaraan allemaal bijdragen. Zij zijn collectief verantwoordelijk voor deze onrechtvaardige wereld, collectief verantwoordelijk voor elk huilend kind, waar ter wereld ook. Ze hebben hun manier van leven opgelegd aan de hele wereld, zij laten de armen voor een hongerloontje slaven voor hun luxe, zij leveren de wapens en munitie, zij hebben ze belast met hun geperverteerde christendom, zij zuigen ze nog steeds uit, zij bepalen wat voor hen belangrijk is, zij stoppen hen de kruimels van hun overladen dis toe en slaan zich daarbij luid op de borst en begrijpen niet waarom ze niet gelukkig zijn. Aan alles wat ze bezitten kleeft bloed, slavenarbeid, werk aan lopende banden, door allemaal medemensen die daar niet voor gekozen hebben. Zij hebben onze eigen hel, hoe krampachtig mensen zich ook voorhouden dat ze gelukkig zijn, gecreëerd en geven anderen daar de schuld van, maar ze doen het ons allemaal zelf aan. Wij zijn allemaal leden van dezelfde mensenfamilie en niemand van het gezin kan gelukkig zijn als niet ieder lid van het gezin gelukkig is. Alles heeft met alles te maken. Deze cultuur is net als alle andere culturen één grote vergissing en gebaseerd op macht van de ene over de andere mens en gedoemd om net als alle andere culturen op het toppunt van hun macht ineen te storten en dat staat te gebeuren, want alle tekenen wijzen daarop. Er heerst een collectieve paranoia en onvrede. Alles draait vast en het is nog slechts een kwestie van tijd of mensen zullen er massaal uitstappen, weigeren om nog langer mee te doen aan dit zieke en heilloze spel, om nog langer hun handen vuil te maken, om nog langer hun ogen te sluiten voor wat er nu echt aan de hand is.
* * *
Misschien is het woord litteken een wat ongelukkige keuze als ik het heb over littekens op de ziel, hoewel iemand zich door een gebeurtenis gewond of verscheurd kan voelen. Wat er in wezen gebeurd is bij elke pijnlijke, angstige en kwetsende gebeurtenis in onze jeugd is dat wij daardoor automatismen aangeleerd hebben om die in het vervolg te vermijden en daardoor een overlevingsstrategie hebben aangeleerd. Wij zijn ons best gaan doen, hebben geleerd te zwijgen, in te schatten wat een ander van ons verwacht, we zijn voorzichtig en gereserveerd geworden, zijn tot de conclusie gekomen dat je anderen niet kunt vertrouwen, dat het gevaarlijk is om te zeggen wat je denkt. Wij werden gestraft en beloond, omdat wij moesten worden wat onze ouders vonden dat we moesten worden, zoals zij geworden zijn wat hun ouders vonden dat ze moesten zijn, enzovoort. Alle pijn en verdriet uit onze jeugd heeft geen littekens achtergelaten maar een scala van automatismen, reactiepatronen, waar we ons heel lang niet van bewust zijn geweest, die ons in alle analoge situaties die wij daarna tegenkwamen, lieten doen wat wij geleerd hadden om te doen om pijn en kwetsing te vermijden. Wij verscholen ons achter flinkheid, opgewekt en vrolijk doen, want wij moesten de lieve vrede bewaren omdat wij niet konden vluchten en tot onze opvoeders gedoemd waren. Elke keer als je dan weer in een analoge, want onze automatismen kennen alleen maar analogieën en stereotypieën, situatie geconfronteerd wordt, verval je weer in een automatisme dat lang geleden een beschermende functie had, maar nu je onbevangenheid in de weg staat. Het automatisme, je aangeleerde software plaats eerst de ander in een hokje, het hokje van dé man, dé vrouw, dé gelovige, dé baas, dé Marokkaan, enzovoort, en daaruit reageer je dan met alle consequenties van dien. En hun reacties triggeren dan weer pijnlijke momenten uit je verleden. Om een voorbeeld te geven. Wij hebben geleerd om attent te doen, niet omdat wij dat wilden, maar omdat wij ervaren hebben dat je dan aardig gevonden wordt. Wij doen dat dus in principe voor onszelf en zijn dus zeer teleurgesteld als de ander daar niet op reageert, zoals wij hopen dat ze reageren. Dat attent doen is een automatisme geworden en je kunt daar alleen van af komen door er mee te stoppen. Niet meer bang te zijn voor wat anderen van je vinden, niet meer doen wat je denkt dat anderen van je verwachten. Zo kun je alle automatismen ontzenuwen en blijf je uiteindelijk geheel onbevangen over. Dan ben je weer het onbevangen kind wat je ooit was. Je kunt niet van littekens groeien en veranderen, maar alleen van de pijn, angst en verdriet, dat je nú tegenkomt en dat teweeggebracht wordt door de sporen uit je verleden. Je kunt het verleden alleen begrijpen als je het heden begrijpt en als je het heden begrijpt, valt het verleden weg. Als situaties nu nog pijn doen komt dat niet door het verleden, maar doordat je een reactie uit het verleden herhaalt, in hetzelfde reactiepatroon vervalt. Als ik bang ben voor een ander, roept de manier waarop ik hem bejegen van hem een reactie op waardoor ik in mijn angst wordt bevestigd. Honden bijten alleen als ze merken dat je bang voor ze bent en je valt juist van de trap als je bang bent om van de trap te vallen. Als ik me aangevallen voel wil dat zeggen dat ik iets te verdedigen heb en dat de ander aan mijn verdedigingslinie morrelt. Voor lichamelijke littekens geldt hetzelfde. Littekens doen alleen pijn als je je eigen aandeel daarin niet accepteert en begrijpt, als er nog boosheid en verdriet achter zit en zolang dat niet is opgelost zullen ze blijven trekken. Het gaat er dus niet om dat je vergeet, maar dat je begrijpt en als je begrijpt, wil dat zeggen dat je zonder pijn en verdriet naar alles wat er in je verleden gebeurd is kunt terugkijken zonder dat het je meer raakt. Het is niet het geheugen wat waarschuwt voor grensoverschrijdingen, maar je gevoel of je geweten. Het geheugen, waarin alle onverwerkte en dus onbegrepen ervaringen liggen opgeslagen en dus al je automatismen is een loodzware ballast, waardoor je niet echt kunt kijken en luisteren, omdat je je verscholen hebt achter je muur, die ooit ter bescherming nodig was. Ik heb geen littekens, noch automatismen meer. Ik kijk en luister en ben voor niets en niemand meer bang. Als wij het helemaal met elkaar eens zouden zijn zou er geen onderscheid en afstand zijn, zoals dat er per definitie tussen mensen die het met elkaar (en zichzelf) niet eens zijn, wel is. Alleen mensen die zich niet meer in hun loopgraven, niet meer achter hun muren en overlevingsstrategieën verschuilen, kunnen elkaar echt bereiken. Alleen mensen die niets meer hebben en dus niets meer te verdedigen hebben kunnen elkaar onbevangen tegemoet treden. Er is niemand die blind of doof wil zijn, maar er zijn alleen bange mensen die niet zelf durven te denken, te kijken en te luisteren, omdat ze niet met zichzelf geconfronteerd durven te worden. Ze zijn alleen maar bang om zich bloot te geven, bang om achter het scherm en masker waar ze zich altijd veilig gevoeld hebben vandaan te komen, bang om door de mand te vallen bij zichzelf en anderen, bang om toe te geven dat ze zich vergist hebben, bang om een keer met de vuist op tafel te slaan en te zeggen dat ze het niet meer pikken, bang om de lieve vrede te verstoren, omdat dat met uitstoting gepaard gaat, bang om te zeggen wat ze denken, bang voor de vrijheid en onafhankelijkheid. Mensen hebben niet ieder hun eigen waarheid, maar alleen hun eigen leugens, hun eigen zelfbedrog, hun eigen halve waarheden, hun eigen leugentjes om bestwil, en dat is de waarheid. Als ik constateer dat iemand niet eerlijk is, iets anders zegt dan wat hij laat zien, is dat niet mijn waarheid maar dé waarheid en die is per definitie onaangenaam en mensen sluiten zich daarvoor af omdat ze dat uit angst niet onder ogen willen zien. En daarom durven ze niet te veranderen, omdat ze bang zijn om hun oude houvast te verliezen en dan nergens meer te zijn, bang voor het niets, bang om hun ego, dat hen heeft laten overleven in deze harde wereld, te verliezen. Opgeven, loslaten, tot je opeens klaar bent. Daar gaan het Thomasevangelie en de andere websites over.
* * *
Wij laten op onze websites zien hoe ziek en krankzinnig de wereld is waarin wij allemaal moeten leven en waar niemand iets van durft te zeggen. Een wereld waarin niemand durft te zeggen wat hij denkt en waarin daarom zich in alle hoofden horror, angsten, haat, agressie en wanhoop afspelen. Maar wij zijn beschaafd en hebben geleerd ons te beheersen en daarom ziet het er aan de buitenkant allemaal zo leuk en aardig uit. “Er was een tijd dat de waarheid onopgemaakt onder de mensen verkeerde, naakt als haar naam (letterlijk: de naakte waarheid). En wie haar ook maar zag, wendde zich uit angst en schaamte van haar af en zei dat ze niet welkom was. Zo trok de waarheid over de aarde, ongewenst en verworpen. Op een dag ontmoette ze de parabel, die in een mooi, veelkleurig gewaad in een gelukkige stemming op haar af kwam. ‘Waarheid, waarom ben je zo ongelukkig’, vroeg de parabel vrolijk. ‘Omdat ik zo oud en lelijk ben dat de mensen mij mijden’, antwoordde de waarheid.. ‘Onzin’, lachte de parabel, ‘dat is niet de reden waarom de mensen je mijden. Hier, neem enkele van mijn gewaden aan en zie wat er dan gebeurt’. Dus trok de waarheid enige van de prachtige gewaden van de parabel aan en zie, waar ze ook heenging, werd ze graag ontvangen! Moraal van dit verhaal: de mensen verdragen eenvoudig de naakte waarheid niet; ze geven er de voorkeur aan de waarheid aangekleed en prettig verpakt te ontvangen.” The Matrix is een parabel, een sprookje, een ontsnappingsverhaal, zoals Papillon, The Truman Show, The Cube en duizenden andere verhalen en sprookjes, die vertellen over mensen die het keurslijf niet meer aankunnen en naar een uitweg zoeken, ontsnappen en nog lang en gelukkig leefden. Niemand is tevreden met zijn leven, met zichzelf, en met de maatschappij waar we in leven, maar bijna iedereen heeft zich erbij neergelegd dat alles nu eenmaal zo is, dat een andere wereld toch niet mogelijk is en dat pijn en verdriet nu eenmaal bij het leven horen. Ontsnappen aan deze wereld is een moeizaam en pijnlijk gevecht, maar de vrijheid die je uiteindelijk toevalt is onbeschrijflijk aangenaam. The Matrix is een metafoor van deze maatschappij, waarin iedereen gestuurd en gemanipuleerd wordt en met het spel mee moet doen (en dat laat doen), op straffe van opgesloten in psychiatrische inrichtingen of uitgekotst te worden, doodgezwegen en voor gek verklaard te worden. “…Dat je een slaaf bent, Neo. Net als iedereen ben je in gevangenschap geboren, geboren in een gevangenis die je niet kunt ruiken, proeven of aanraken. Een gevangenis voor je geest.” Maar het tragische is dat mensen in de illusie verkeren dat ze in de best denkbare wereld leven, dat ze niet eens meer beseffen hoe gevangen ze zitten in relaties, verplichtingen, tradities, gewoonten, werk, hoe vast ze zitten aan hun overtuigingen en bezittingen en hoe ze de meest krankzinnige dingen geleerd hebben normaal te vinden en dat dus ook normaal vinden.
* * *
Er zijn veel mensen die de wereld waarin wij leven ziek en krankzinnig vinden, maar de enige logische consequentie die je daar alleen maar uit kunt trekken is dat iedereen die het spel meespeelt ziek en krankzinnig moet zijn. Zoals in de SIRE-spot zo helder gesteld wordt: “de maatschappij, dat ben jij”. Aanpassing levert lichamelijke symptomen en weigeren of niet in staat zijn je aan te passen, maakt krankzinnig. Vluchten kan niet, tenzij je totaal met het systeem breekt en een toeschouwer wordt. “Wordt voorbijgangers”, staat er in het Thomasevangelie (logion 42), en dat is de gruwelijke conclusie, waartoe je uiteindelijk zult komen en dat levert een totaal andere visie op gezondheid en ziekte en de rol van wat wij geneeskunde noemen. In 1928 schreef Thornton Wilder de beeldschone novelle “De brug van San Luis Rey”, waarin de hoofdpersoon Broeder Juniper ooggetuige is van het ineenstorten van een brug, waarop zich op dat moment vijf personen bevonden. “leder ander zou in stille vreugde tot zichzelf gezegd hebben-. “Binnen tien minuten zou ikzelf.... !” Maar het was een heel andere gedachte die bij Broeder Juniper opkwam: “Waarom gebeurde dit juist met deze vijf?” Indien er ook maar enig systeem in het heelal, indien er ook maar enige lijn in een mensenleven bestond, dan zou deze zeker, geheimzinnig verborgen, ontdekt kunnen worden in deze levens, die zo plotseling afgesneden waren. Of wij leven door een toeval en sterven door een toeval, òf wij leven volgens een plan en sterven volgens een plan. En op dat ogenblik besloot Broeder Juniper een onderzoek in te stellen naar het innerlijke leven van deze vijf personen, die juist toen door de lucht vlogen, en de reden van hun heengaan op te sporen,” en dat eindigde voor hem natuurlijk op de brandstapel. Niemand mag achter coulissen kijken, niemand mag weten waarom alles gebeurt zoals het gebeurt, niemand mag zeggen dat mensen zelf iets met hun ongeluk te maken hebben, niemand mag zeggen dat de keizer geen kleren aan heeft Mensen verkeren in de illusie dat ze hun geluk kunnen bouwen op het ongeluk van anderen, dat wij in het Westen van onze materiele welvaart kunnen genieten, waarmee wij ons ten koste van onze medemensen mee verrijkt hebben. De tol die wij voor die onrechtvaardigheid betalen is onze krankzinnige manier van leven, met onze pijn, verdriet, ziekten, eenzaamheid, communicatie- stoornissen, en alles wat een gelukkig en tevreden leven in de weg staat. Aan die leugenachtige wereld passen wij onze kinderen aan, door ze net zo leugenachtig te maken. De sleutelwoorden van de websites zijn eerlijkheid en rechtvaardigheid, met dien verstande dat wie maar een grein oneerlijk of onrechtvaardig is, oneerlijk en onrechtvaardig is. Het is inderdaad zwart/wit, of zoals in het evangelie staat: “omdat gij lauw zijt en noch heet, noch koud, zal ik u uit mijn mond uitspuwen”. Wij leven in een dualistische wereld van compromissen, halve waarheden en halve leugens, van enerzijds en anderzijds, van en/en en niet of/of, van eufemismen en lieve vrede, van hemel en hel, van god en mammon, van verliezers en winnaars, van daders en slachtoffers, van rijk en arm, van cultuur en natuur, van gevoel en ratio en wanhopig proberen mensen daar een middenweg in te vinden, wat natuurlijk nooit lukt. Er is wel een uitweg, en dat is iets heel anders dan de middenweg. Als je compromisloos je hart (of geweten, geef het maar een naam) volgt, zul je die uiteindelijk vinden en zoals in het Thomasevangelie staat: “Laat hem die zoekt, zonder ophouden zoeken, totdat hij vindt. En als hij vindt, zal hij in verwarring raken, en als hij in verwarring geraakt is, zal hij zich verwonderen, en hij zal heersen over het Al.”. Pijn en verdriet drukken je met de neus op het feit dat vermijden niet in je eigen belang is. Pijn en verdriet wil niet zeggen dat je het, zoals dat in deze wereld heet, niet goed doet, maar dat je dingen moet laten, wil je die pijn niet hebben. Zoals Wittgenstein zo treffend schreef: “als er een probleem is in het leven moet je het leven zo veranderen dat het problematische verdwijnt”. Maar mensen hebben geleerd dat je problemen moet oplossen, zodat ze op dezelfde manier verder kunnen leven en er dus nooit iets van leren. Het is allemaal veel eenvoudiger dan je denkt en het beschamende is, als je uiteindelijk alles begrijpt, dat je je wel voor je hoofd kunt slaan dat je niet gezien hebt wat je eigenlijk altijd al geweten hebt en wat altijd zo voor de hand liggend is geweest,
* * *
Niemand is volmaakt gezond en dat wil dus niet anders zeggen dan dat iedereen dus wel een beetje ziek is, en een beetje ziek is ziek, net zozeer als niet volmaakt wit, grijs is. En krankzinnig wil zeggen dat je zinnen krank zijn en dat betekent dat je niet hoort wat je hoort en niet ziet wat je ziet. Iemand die bijvoorbeeld “een mooi kunstwerk” ziet, ziet niet wat hij ziet, maar laat zijn denken bepalen wat hij ziet. Iemand die “economisch herstel” ziet niet wat hij ziet, maar denkt dat hij ziet wat hij ziet. Iemand die “mooie muziek” hoort, hoort niet wat hij hoort, maar heeft geleerd dat wat hij hoort mooi is. Iemand die zegt dat biefstuk lekker is, vindt dat niet lekker, maar heeft geleerd dat biefstuk lekker is en proeft dus niet wat hij proeft. “Weet je, ik weet dat deze steak niet echt is. Ik weet dat als ik hem in mijn mond steek, de Matrix mijn brein vertelt dat het sappig en heerlijk is. Weet je wat ik nu, na negen jaar, besef? Onwetendheid is heerlijk,” zegt Cypher in The Matrix. Voorbijganger zijn betekent onthecht zijn, je door niets en niemand mee laten slepen, je door niemand laten beïnvloeden, geen belangen hebben, door niemand laten bepalen hoe je moet leven, je heden niet door je verleden of toekomst laten bepalen, onafhankelijkheid van iedereen en alles, niets meer willen, maar dan ook omgekeerd: niemand meeslepen, niemand beïnvloeden, niemand vertellen hoe hij moet leven (ook je kinderen niet), niets van anderen willen, niemand vastpinnen op zijn verleden, kortom iedereen accepteren zoals hij is en je voor iedereen verantwoordelijk voelen. Maar dat betekent dat je in de ogen van de anderen krankzinnig, onverantwoord en onpraktisch bent, dat je aan de heilige spelregels komt, dat je niet mee wilt doen, een spelbreker bent. Zoals Ronald Laing schreef (in Knots):
Ze spelen een spel Ze spelen dat ze geen spel spelen Als ik ze laat zien dat ze dat doen, zal Ik de regels overtreden en ze zullen me straffen. Ik moet hun spel, van het niet zien dat ik het spel zie, spelen
Er is pas recht gedaan als iedereen rechtvaardig is en zoals de ouwe anarchist Bakoenin ooit zei: “je bent pas echt vrij als alle mensen vrij zijn.” Daar hoeft niemand iets voor te doen, maar alleen voor te laten. Je terugtrekken uit de wereld is niet letterlijk bedoeld, maar figuurlijk. Niet meer meedoen met het spel, je niet meer laten beïnvloeden, niets meer willen, beseffen dat je niets kunt weten, je mee laten drijven op het leven, alles loslaten, onthecht zijn, nederigheid en bescheidenheid en je verantwoordelijk voelen voor alles en iedereen. Het is geen drang om te vermijden, maar angst voor de confrontatie, angst om los te laten, die je dwingt om de lieve vrede te bewaren, om niet te zeggen wat je denkt, en “het lichaam spreekt als de patiënt zwijgt”, schreef de arts Victor von Weizsacker. Het lichaam laat zien wat de patiënt niet durft te laten zien. De mens is gedoemd om (gelukkig) te zijn, hoezeer hij zich daar ook tegen verzet.
* * *
Als je geen mening hebt en geen eigenbelang meer dient, heb je ook niets meer te verdedigen. Dat betekent dan ook dat je in deze wereld een buitenstaander, een alien, dus objectief bent, niet gehinderd door gedachten. In “De mens als metafoor” verwoordt Douwe Draaisma dat heel helder als hij schrijft: “De vraag naar de aard van de persoonlijkheid of het wezen van de mens komt hierop neer, dat iets in het systeem uit het systeem stapt om iets over het systeem te zeggen alsof het buiten het systeem staat.” En het wrange is dat wij altijd geleerd hebben dat vluchten niet meer kan en ontsnappen helemaal niet. Maar ieder kind wordt buiten het systeem geboren, iedereen die gedachteloos voor zich uitstaart, is even los van het systeem, elke goede trip, elke mystieke ervaring, elk orgasme is een kortstondig ontsnapping en tot slot is elk overlijden, behalve het losraken van het leven, tevens een definitieve breuk met het systeem. Al die kortstondige ontsnappingen hebben het nadeel, dat je daarna weer terugkeert in de wereld en je hoofd zich weer acuut vult met datgene waar je even van verlost was. In zijn boek “Drugs, verslag in de breedte” citeert Frank van Ree zijn collega Ladee die schrijft: : ‘Een enorm verschil tussen de ervaringen der mystici en die welke met behulp van LSD worden verkregen, is niet zozeer gelegen in de inhoud en intensiteit ervan, als wel hierin, dat men de eerste slechts deelachtig kan worden na langdurige training, ascese en groot uithoudingsvermogen, (wat in het Boeddhisme mahayana of “Het grote voertuig” genoemd wordt) en dan nog met een ruime onzekerheidsmarge; kortom na langdurig, vrijwillig zich opgelegde ontzeggingen voor een alom hooggewaardeerd doel in dienst van God of van de mensheid, voor slechts enkelen weggelegd. Thans lijkt voor velen ongeveer hetzelfde bereikbaar te zijn, zonder enige opoffering of inspanning, op een tijdstip dat het gemakkelijkst uitkomt, en zonder dat enige bijzondere wilsinspanning wordt verlangd. Dit alles plaatst deze belevingen in een totaal andere context.’ En even later vervolgt deze auteur: ‘De zo gemakkelijk bereikbare chemisch veroorzaakte belevingen waarin iemand open komt te staan voor een “grote liefde”, een religieuze openbaring, een opdracht om het mensdom gelukkiger te maken, enz., ontmoeten grote weerstand, vooral ook door de meestal weinig werkelijk hout snijdende verbaliseringen en gedachtenspinsels daarvan.’ De methode van de boeddhisten om het Nirvana of een leeg hoofd te verkrijgen is een moeizaam en ingewikkeld procedé en wij laten zien hoe eenvoudig het eigenlijk is en dat je in de wereld niet meer van de wereld kunt zijn en een objectieve toeschouwer kunt worden. En dat je daar helemaal geen ascese, kluizenaarschap, oefeningen of meditatie voor nodig hebt, maar dat je daar alleen maar eerlijk voor hoeft te zijn. Als je zelf inconsequent bent, meningen hebt, vooroordelen koestert, tegenstrijdigheden in je bergt, op gezag van anderen van alles normaal hebt leren vinden, kun je nooit de inconsequenties, meningen, vooroordelen en eigenaardigheden van een ander objectief zien, hoewel mensen zich, omdat ze projecteren, daar wel aan zullen storen en zich zullen ergeren aan eigenaardigheden van zichzelf, die ze bij anderen ontwaren. Iedereen is opgegroeid in een gezin, dat hij zelf niet uitgekozen heeft. Je kunt je de mensen in hun onderlinge afhankelijkheid voorstellen als ballen in een ballenbak. De positie van elke bal wordt bepaald door alle andere ballen. Ergens in die bak komen kindertjes terecht, en al die ballen die het omringen bepalen zijn territorium. De koek is al verdeeld en zijn komst zorgt er dus voor dat de andere ballen een plaats voor hem in moeten ruimen. Verandert ergens in het midden één bal van plaats dan moeten alle andere ballen hun positie aanpassen. Er zijn ook ballen die door het gewoel van de andere ballen naar de rand worden gedrukt en een enkele keer wordt er een over de rand geduwd. Die valt dus buiten de boot en dat is nou dat merkwaardige moment van “het licht zien,” het moment waarop de schellen van de ogen vallen, het moment waarop je als een buitenstaander naar Kolos op Lemen voeten kijkt. Het wonderlijke is dat die ballen in de bak geleerd hebben dat ze een vrije wil hebben en keuzes kunnen maken, dat ze zelf hun weg kunnen kiezen en dat ook nog geloven. Maar waar ze dus ontstaan in de bak, door welke ballen ze omringd worden, door welke motieven hun omringende ballen zich laten sturen, is nooit hun eigen keuze. Er is nauwelijks een verraderlijke mythe dan de mythe van de vrije wil. Deze wereld is een grijze wereld, de wereld van compromissen, van enerzijds/anderzijds, van en/en, van twee walletjes eten, twee paarden berijden, van de menselijke tweespalt, van dualiteiten, van goed en kwaad, van winnaars en verliezers, van rijk en arm, van meesters en knechten, van God en de mammon dienen, van zwervers tussen hemel en aarde. NLP, RET, Rodgers, en al die andere therapieën hebben tot doel mensen het spel slimmer te laten spelen, maar de vraag is niet hoe we het spel moeten spelen, maar óf we het spel nog wel mee willen spelen. Alle mensen maken deel uit van een adembenemende wereld, maar ze gedragen zich daar niet na. De mensen hebben een andere wereld geconstrueerd, die ze cultuur noemen, zijn daardoor ontworteld aan de oorspronkelijke wereld en voelen zich niet thuis in de onherbergzame wereld die ze zelf geschapen hebben en in stand houden en ook niet meer thuis in de oorspronkelijke. Die twee onverzoenlijke wereld proberen ze wanhopig met elkaar te verzoenen, een middenweg te vinden, de kool en de geit te sparen, maar als je naar jezelf en om je heen kijkt, zie je hoeveel ellende, onzekerheid, pijn en verdriet dat oplevert. Het is dus niet natuur en cultuur, echt en onecht, hemel en hel, maar de keuze tussen natuur of cultuur, echt of onecht, hemel of hel. Dat hebben alle ketters altijd verkondigd, maar je weet hoe het met hen afgelopen is. Wat zij vertelden werd in hun tijd net zo belachelijk, onpraktisch, utopisch, bedreigend en krankzinnig gevonden als wat er op de websites staat.
* * * Ik lees net in een boekje over Meister Eckehart: Wij weten dat de mensheid zich in een proces bevindt van steeds verder voortschrijdend innerlijk ontwaken en rijpen, zodat voor datgene, wat de mystici als eersten ervoeren en herkenden, alle mensen vroeger of later ontvankelijk zullen zijn en zich er bewust van worden. Jij denkt dat ook, net als zovelen met jou. Jullie denken dat de mensheid op weg is naar iets groots, dat de wetenschappers binnenkort de Theorie van Alles zullen vinden en dat als de mensheid maar doorgaat op de eenmaal ingeslagen weg een glorieuze overwinning zal behalen. Je zegt zelfs dat wij in een Gouden Tijdperk leven, maar dan leef je duidelijk in een andere wereld dan ik. Ik kan me alleen voorstellen dat je zo’n opmerking maakt als je geen kranten leest, niet naar het Journaal kijkt, je afsluit voor alle ellende in de wereld, en kennelijk ergens in een paradijselijke afzondering ergens in een ongerept stukje natuur woont. Je werkt kennelijk niet in een kippenslachterij of een psychiatrische inrichting. De aarde gaat naar de klote, de zeeën worden leeggevist, de ziekenhuizen liggen vol, de meeste mensen gaan kankerend ten onder, kunnen alleen in leven worden gehouden met medicijnen, de mensheid zit in een onoplosbare crisis, Afrika gaat aan AIDS te gronde, de rijken worden rijker en de armen armer in een wereld die is gebaseerd op hebzucht en angst. En jij denkt dat de mensheid op de goede weg is en dat aan het einde het grote licht gloort? Dan zullen alle problemen opgelost zijn, worden mensen niet meer ziek (of worden ze dan wel ziek en heeft de dokter dan voor elke ziekte een medicijn?) heeft elk mens op aarde een koelkast, een X-box, twee auto’s voor de deur, een huis met een tuin, dan is er geen armoede meer, want iedereen is rijk, is er voor iedere wereldburger een overvloed aan voedsel, geen luchtverontreiniging meer, geen mensen meer die in fabrieken werken, geen ruzies en oorlogen meer, kortom een Gouden Tijdperk, een Duizendjarig rijk van vrede en overvloed en jij zegt dat de mensheid daar nu al in zit. Ik begrijp daar helemaal niets van. Je gaat van nogal wat premissen uit. De mens zou zich moeten ontwikkelen, maar is dat ontwikkelen niet steeds ingewikkelder worden? En is de belangrijkste factor in dat ingewikkelder worden niet juist de wetenschap? Waarom zouden wij iets moeten weten over het verleden en de oorsprong van ons bestaan en dan kom ik uit bij de belangrijkste vraag: “Waarom ben jij in godsnaam op deze aarde?” Om te werken? Om je te ‘ontwikkelen’? Om een ‘kosmisch bewustzijn’ te bereiken en dan? Als je door de ogen van kind naar deze wereld kijkt (wat jij dus ook ooit hebt gedaan) zie je een absoluut krankzinnige wereld, met grote mensen die zich op een uiterst merkwaardige manier gedragen, die niet weten wie ze zijn, die niet weten wat ze in deze wereld moeten doen, die van alles geloven, vast zitten aan hun verleden, de weg niet weten en die aan anderen wijzen, en als die kinderen dan hun onbevangen vragen stellen, krijgen ze geen antwoord. Alsof een kind zich zou willen ontwikkelen, alsof het naar school zou willen, alsof het niet zou willen blijven wat het is! Ik weet echt niet wat je bedoelt met esoterisch kennis. Volgens het woordenboek is dat kennis die alleen voor ingewijden is bedoeld, wie zijn die ingewijden dan en waarom vertellen ze gewoon niet at ze weten, zodat iedereen ingewijd wordt? Wat moeten wij van oude beschavingen leren. Het belangrijkste wat wij van oude beschavingen weten is dat ze allemaal zijn verdwenen, aan onderlinge verdeeldheid ten onder zijn gegaan en dat wat ze hebben achtergelaten voor ons eerder een waarschuwing zou moeten zijn dan iets anders. Mensen kijken vol bewondering naar de piramiden, maar het enige wat je je af zou moeten vragen is hoe een volk zo collectief knettergek is kunnen worden dat ze met bloed zweet en tranen dit soort krankzinnige bouwwerken (door slaven) hebben kunnen bouwen. Dat ze de onzin van het priesterdom voor zoete koek hebben geslikt en voor die mafkezen van heersers, dit soort waanzinnige dingen hebben kunnen doen. Maar mensen vinden het nog steeds prachtig, vinden het prestaties, bewonderenswaardig, maar je hoeft je maar te verplaatsen in zo’n slaaf, die daarbij betrokken was om je te realiseren hoe bizar dit soort dingen zijn. Beschavingen ontstaan alleen maar als er ongelijkheid onder mensen is, als er ‘ingewijden’ zijn, machthebbers, ordebewaarders, legers, politie, belastingen worden geheven, er rijken en armen zijn en alle onaangepasten, ketters, mensen die het niet eens waren met de status quo werden afgemaakt, verbannen, opgesloten en jij denkt dus dat die oude beschavingen iets kunnen leren. En dan nog iets: mensen die oude beschavingen onderzoeken, zijn niet objectief omdat ze representanten zijn van onze beschaving en dus een heleboel dingen als vanzelfsprekend en normaal beschouwen en door die gekleurde bril proberen zij aan de hand van overblijfselen te construeren hoe en waarom die mensen destijds leefden zoals ze leefden, terwijl ze zelf niet eens weten waarom ze zelf zo leven. Ik weet ook niet wat je bedoelt met mensen die geestelijk meer ontwikkeld zijn. Hebben die een academisch opleiding gehad, zijn die heel geleerd en hebben dus meer kennis in hun hoofd gestopt? Zijn die ingewijden geworden in kennis die voor het gewone volk niet toegankelijk is, omdat ze nog alleen maar heel ingewikkeld kunnen praten? Je kunt inderdaad aan het uiterlijk van mensen zien dat ze allemaal in hun hoofd hebben en als je door de stad loopt en ziet wat dat allemaal heeft aangericht met hun lijven stemt dat toch niet echt vrolijk, hoe goed ze het ook proberen te camoufleren, maar op het strand zie je hoe deformerend, invaliderend en vernietigend het leven in een cultuur is. Je kijkt met stille bewondering naar de zegeningen van de technologie, maar hoe zit het dan met al die wapenen, schepen die ze zee leegvissen, kettingzagen die de oerwouden omzagen, fabrieken en auto’s die deze aarde vervuilen, dat is toch ook allemaal een resultaat van wetenschap en technologie? Dan schrijf je ‘een zuiver mens met zuiver weten behoeft geen ego.’ Je vergeet dan dat elke beschaving drijft op ego’s, leugens en bedrog, manipulatie en macht en dat als er teveel ‘zuivere mensen’ zouden komen deze hele beschaving onherroepelijk in moet storten. Daarbij komt dan ook nog dat bij ‘zuivere mensen’ een zuivere balans tussen ‘geest en lichaam’ bestaat, en dat die dus niet meer ziek worden en wat moet je dan met die hele farmaceutische industrie, al die ziekenhuizen en die hele hulpverlening? En wie moet dan de coltan voor jouw mobiel, de benzine voor je auto, de katoen voor je spijkerbroek, het vlees voor je maaltijd en al die andere dingen waarvoor jij afhankelijk bent van anderen, leveren? We leven inderdaad in een heel spannende periode, deze maatschappij staat op instorten, deze toren van Babel brokkelt af, wankelt op zijn grondvesten, scheurt aan alle kanten en dan heb je echt niets aan esoterische kennis, chakra’s, kristallen, spiritualiteit, mineralen, en zogenaamd gezond eten. Kijk nou eens gewoon zo onbevangen mogelijk om je heen, lees eens een krant, kijk eens naar het journaal, hoor wat onze redders allemaal beloven, terwijl ze er zelf niet in geloven, misschien kun je het allemaal toch wat anders zien.
* * *
Ik zal je eerst proberen duidelijk te maken wat ‘geloven’ eigenlijk betekent. Mensen geloven iets op gezag van anderen, en dat wil zeggen dat ze dat voor waar aannemen, terwijl ze het eigenlijk niet echt weten, want als ze het zouden weten, zou het geen geloven meer zijn. Als ik zo om mij heen mijn oor te luister leg, hoor ik iedereen van alles beweren (aardig woord overigens: als waarheid uitspreken) terwijl ze het helemaal niet weten, maar alleen geloven. Zo wordt er al duizenden jaren lang een steeds uitdijender complex van geloven, meningen en overtuigingen overgedragen, waarin mensen geloven. Ze hebben al die dingen niet gezien, niet zelf ervaren, maar ze geloven dat allemaal omdat anderen dat zeggen. En het tragische van de complex van meningen of geloven is, dat het ook nog elke keer verandert. Je zou het dus de waan van de dag kunnen noemen. Jij gelooft vreselijk veel: In jouw ogen zijn er toonaangevende filosofen. Die zijn er inderdaad, maar dat toon aangeven wil alleen maar zeggen dat ze de waan van de dag beïnvloeden met oude onzin in nieuwe zakken. Je mag ze dus geen filosofen noemen, want dat zijn het niet, het zijn namelijk sofisten, letterknechten, systeembouwers, mensen die denken dat ze iets nieuws brengen en in hun kielzog slepen ze allerlei goedgelovigen mee. Blinden die blinden leiden en je weet wat er dan gebeurt. Om voor mij volstrekt onduidelijke redenen geloof je kennelijk in al die praatjes van wetenschappers, archeologen en onderzoekers, die met hun kokerblik iets zoeken wat ze nog niet hebben gevonden. Je gelooft in de lariekoek van zogenaamde elitaire ingewijden, terwijl elke eenvoudige boer meer gezond verstand heeft dan welke ingewijde dan ook. Op een of andere manier wordt je geïmponeerd door ingewikkelde theorieën van misvormde breinen, die pretenderen iets over het leven te kunnen vertellen, sterker nog, dat zij zouden weten hoe jij moet leven. Je gelooft in het kwakdenken van de salveologie. Weer iemand die denkt dat hij iets nieuws heeft bedacht en een gat in de markt heeft ontdekt. Elke goeroe heeft zijn giro. Je gelooft dat je je lichaam moet ontwikkelen. Ik kan mij daar echt niets bij voorstellen. Je gelooft dat mensen een vrije wil hebben. Dat heb je nooit zelf ervaren, maar je gelooft dat en denkt dus ook dat mensen vrije keuzes kunnen maken. Je gelooft dat mensen waarheden willen weten, maar dat is echt het laatste waar ze aan durven. Mensen durven helemaal niet te veranderen, mensen zoeken hun ‘eigen’ gelijk. Je gelooft dat het lichaam verborgen capaciteiten heeft. Ik kan mij ook daar weer helemaal niets bij voorstellen. Je gelooft kennelijk in buitenaardse wezens die hier op aarde piramides zouden hebben gebouwd. Dat weet je niet, maar kennelijk zijn er mensen geweest die dit soort fantastische hersenspinsels naar buiten hebben gebracht. Je kunt ze inderdaad alleen maar op hun woord geloven, maar weten is iets anders. Je gelooft dat de wetenschap iets kan bewijzen en dat het dan waar is. De wetenschap kan helemaal nooit iets bewijzen en als ze dan zeggen dat ze iets hebben bewezen, dan hebben ze een aantal bewerkingen uitgevoerd volgens regels die ze zelf hebben opgesteld. Je gelooft in een zogenaamd kosmisch bewustzijn, maar kennelijk heb je dat zelf niet, dus moet je ook dat weer geloven op gezag van anderen. Je gelooft in een 4d niveau, want dat kun je je helemaal niet voorstellen, want ook dat is een hersenspinsel, dat alleen maar in je hoofd kan zitten. En dan zou je ook nog op een 4d niveau bewust moeten denken. Ik kan mij daar wederom helemaal niets bij voorstellen. Je gelooft dat je bewust gebruik kunt maken van de creatie van 24 beelden per seconde. Ik weet niet door wie je dit soort abracadabra op de mouw hebt laten spelden, maar dit heeft echt helemaal niets meer met gezond verstand te maken. Dat geloof je dus allemaal, dat weet je niet, want dat heb je nooit zelf ervaren. Ik ben er dus eigenlijk benieuwd naar wat je zelf vindt, want daar heb ik nog niets van gehoord. Ik heb geen enkele boodschap aan wat al die andere mensen vinden. Toen je een heel klein jongetje was vond je niets, geloofde niets en dacht niets. Je leefde toen gewoon en ik begrijp dat er sinds die tijd heel veel met je is gebeurd,
* * *
Jij denkt dat er een zogenaamde esoterische wijsheid is, die geheim wordt gehouden, onderdrukt wordt en niet aan het licht mag komen. Alles wat ooit esoterisch was en daar nog steeds voor doorgaat kun je echter overal op het internet vinden, alles is geheel vrij toegankelijk. Er is dus geen enkel geschrift wat niet op een of andere manier verkrijgbaar is, en er is ook geen wereldwijd complot om mensen dom te houden. Er is namelijk iets heel anders aan de hand, iets wat trouwens de hele mensengeschiedenis door heeft gespeeld en dus nog steeds speelt. Wat jij esoterisch noemt bestaat in wezen gewoon uit taboes, dingen die niet gezegd mogen worden, op straffe van voor gek verklaard te worden, voor klokkenluider uitgemaakt te worden, naar de psychiater te moeten, doodgezwegen te worden, uitgestoten te worden. Deze maatschappij, deze vorm van leven, wordt bepaald (overigens zoals altijd) door de elite, door de rijken, door het establishment, door de machthebbers, die slechts uit zijn op het handhaven en versterken van hun eigen positie. Zij bepalen de normen, zij bepalen wat goed en fout is, zij weten wat normaal is (dat zijn zijzelf namelijk), zij maken uit of je erbij mag horen en als je ketterse meningen verkondigt vlieg je er gewoon uit. Dat geldt voor alle groepen, beroepsgroepen, godsdiensten, ministeries, regeringen, families, gezinnen, niemand mag zeggen wat hij denkt. En wat iedereen denkt, en niet mag zeggen, dat is de esoterische kennis die jij bedoelt en wat in het verleden gewoon ketterijen werden genoemd, waar mensen de brandstapel voor opgingen en werden afgemaakt en waar mensen tegenwoordig gewoon voor worden opgesloten in psychiatrische inrichtingen, want zoals je weet spreken alleen kinderen en gekken de waarheid, gekken moeten aan de pillen en kinderen zeggen zo’n leuke dingen, waar je om kunt glimlachen. Mundus vult decipi, ergo decipiatur, de mensheid wil bedrogen worden, dus laten wij haar bedriegen. Maak het volk bang, houdt het dom, geeft het brood en spelen, maar laat ze in godsnaam niet zelf denken, geef ze de kans niet om deze wereld van leugen en bedrog te doorzien en de bedriegers te ontmaskeren, maar laat ze zichzelf maar voor de gek houden. En de grote truc van de elite is om een esoterisch jargon te hanteren, ingewikkelde taal die alleen voor ingewijden is bestemd, die heel knap klinkt en waardoor de leken zich laten imponeren. Zo hebben kerk en wetenschap een esoterisch jargon, dat mensen eerst moeten leren praten, om erbij te mogen horen, een taal die aan strenge, door de beroepsgroep zelf, vastgelegde normen moet voldoen, een soort script, dat de noviet zich eigen moet maken, en een manier van denken, die dwingend is, voordat hij ingewijde kan worden. Zo bezit jij dus een heleboel “esoterische” kennis over het gezin waar jij uitkomt, over je familieleden, over je buren, vrienden, bekenden, de mensen op je werk, en eigenlijk iedereen waarmee je in contact komt, maar waar je nooit iets over mag zeggen, omdat dat ongenadig wordt afgestraft, want je mag het spel niet verstoren, want dan ben je een spelbreker en zo wordt alles met de zogenaamde mantel der liefde bedekt, en rot en gist het daaronder verder. Dat is dus geen esoterische kennis, maar dat zijn gewoon taboes, waar niemand aan mag komen. Niemand mag zeggen dat het gedrag van kinderen iets te maken heeft met het gedrag van hun opvoeders, niemand mag zeggen dat ziekten iets te maken hebben met een bepaalde manier van leven, niemand mag zeggen dat mensen medeverantwoordelijk zijn voor hun eigen ellende en de ellende in de wereld, niemand mag zeggen dat De Keizer Geen Kleren Aan Heeft en dat mensen in deze wereld alleen maar elkaar bezighouden, en dat het allemaal flauwekul is. Dat is de esoterische kennis, die occult gehouden moet worden. Er rust een enorm taboe op eerlijkheid. Zo eenvoudig is het,
* * *
Jij bedoelt met ‘esoterische kennis’ dus de kennis van het spirituele en dan heb ik geen enkel idee wat je met dat spirituele bedoelt. Ik zie in de Dikke van Dale dat spiritualiteit: het onstoffelijke, het geestelijke, is en daar zou ik dan kennis over moeten verkrijgen. Ik kan me daar helemaal niets bij voorstellen. Ik zou dus iets zinnigs over het onstoffelijke of geestelijke, wat dus door geen enkel zintuig kan worden waargenomen, moeten kunnen zeggen. Voor mij is dat onmogelijk. Laat ik je proberen uit te leggen wat esoterisch en spiritueel vroeger en nu betekent en welke rampzalige rol de zogenaamde mystiek en de mystici daarin hebben gespeeld. We zijn het er beiden over eens dat ‘esoterische kennis’ kennis is die voor ingewijden bestemd is, maar daar moet een reden voor zijn. Óf het is een elitaire bedoening, waarbij mensen die zich beter, knapper of wijzer vinden dan anderen, iets weten wat de anderen niet mogen weten omdat anders de positie van de ingewijden in gevaar zou kunnen komen. Óf het is kennis die voor de bezitters van die kennis gevaarlijk is, omdat de gevestigde orde zich daardoor bedreigd voelt. In het eerste geval gaat dat op voor alle filosofen, theologen, wetenschappers, elitaire genootschappen zoals de Tempeliers, Vrijmetselaars, Rozenkruisers, Theosofen en dat soort genootschappen. Zij hebben eigenlijk helemaal niets te verbergen, want ze hebben allemaal duistere, zelfs voor henzelf ontoegankelijke constructies bedacht, waar zij alleen een rol in spelen. Zij hebben dus allemaal goeroes, leiders, voorgangers, theoretici, rituelen, tradities en voor hen heilige geschriften, waarvan zij zeggen dat ze esoterisch zijn, maar die uiteindelijk allemaal uit gebakken lucht bestaan. Zoals Chuang Tzu dat 2500 jaar geleden al zei: Het eenvoudige, eerlijke volk wordt veracht en de schoonschijnende verzinsels van onrustige geesten met graagte opgenomen (maar dus niet door de eenvoudigen van geest). Dat is de categorie die het over Geest, Ziel, spiritualiteit, esoterie, God, Hemel en Hel, en al die vele hersenspinsels heeft. Dan heb je die tweede categorie en dat zijn de ketters, die over “geheime kennis” beschikken, dat wil zeggen, kennis die bedreigend is voor de gevestigde orde. Dat zijn dus mensen die de krankzinnigheid en onrechtvaardigheid van de gevestigde orde doorzien hebben en weten dat ze dat voor hun eigen veiligheid geheim moeten houden. Dat zijn geen groepen, maar individuen, revolutionairen, ketters, onaangepasten, mensen die zich los hebben gemaakt van de maatschappij en maar één doel voor ogen hebben en dat is een andere wereld, namelijk gewoon een rechtvaardige en eerlijke wereld. En die twee groeperingen worden verbonden door het gekweel van mystici, die iets hebben ervaren en denken dat ze iets nieuws hebben ontdekt, wat niet in woorden is uit te drukken, maar dat toch doen, met alle consequenties van dien. Zij beseffen dat ze een onbegrijpelijke taal spreken, maar houden toch niet hun mond. En dat heet tegenwoordig esoterisch, maar het is per definitie geleuter. Jij blijft je bewondering uitspreken over de wetenschap en staart je blind op de zogenaamde zegeningen ervan. Jij kijkt naar een waterval en ziet H2O naar beneden stromen en vraagt je af wat voor rendement eruit te halen valt en dat noem je vervolgens evolutie. Het wordt misschien wat gemakkelijker als de dingen gewoon omkeert en dus anders benoemt. Jij noemt het beschaving en ziet dat als evolutie en vooruitgang, ik noem dat ontaarding en degeneratie en zie het dus als teruggang. Jij denkt dat als mensen kennis vergaren, dat ze zich ontwikkelen en knapper worden. Ik zie dat als mensen kennis vergaren, ze alleen maar ingewikkelder worden en dommer. Jij denkt dat de wetenschap heilzaam is, in mijn ogen is wetenschap rampzalig. Jij laat je imponeren door het verhaal over DNA, terwijl dat gewoon boerenbedrog en rampzalige onzin is, waardoor mensen alleen maar valse hoop wordt gegeven, een gat in de markt is, en bovendien iedereen tot mutant bestempelt. Vrouwen laten preventief hun borsten amputeren omdat ze geloven in die onzin. Angst en stress geeft DNA-veranderingen, en als mensen dus maar bang genoeg worden gemaakt krijgen ze vanzelf waar ze bang voor waren. ‘Wat de goddeloze vreest, dat overkomt hem,’ staat in Spreuken 10:24, en tegenwoordig heet dat een self-fulfilling profecy.
* * * Eerst een taalkundige opmerking, over iets dat uiterst gangbaar is maar in wezen onjuist. Jij gebruikt regelmatig het woord wij, en dat kan per definitie niet. Jij staat op een andere manier in de wereld dan ik, jij kijkt anders tegen van alles aan dan ik dat doe, en dat wil zeggen dat je niet over wij kunt spreken. Als jij en ik het volkomen met elkaar eens zouden zijn, dus als jij en ik op dezelfde manier naar de wereld zouden kijken, pas dan is er sprake van wij, maar dat is nog niet zo. Jij weet niet wat ik bedoel, jij denkt dat ik iets zoek en dat ik nadenk. Dat doe jij dus, maar je weet niet hoe dat bij mij is. “Wij” bestaat dus niet en al die mensen, echtparen, gezinnen, groepen, die ‘wij’ gebruiken doen dat onterecht. Je kunt dus alleen maar over jezelf praten en eigenlijk nog niet eens over jezelf, maar alleen over alles wat er in je hoofd zit en dat ben jij helemaal niet. Je schrijft: Als ik jouw perspectief van schrijven niet zou begrijpen, dan zou ik constateren dat er in het verleden tot heden alleen maar tbv het ego is gehandeld door iedereen, ten aller tijde en dat een ieder die meent iets te weten of te begrijpen over ( wat nog steeds door niemand is bewezen of beantwoord aan ons )het onstoffelijke/niet-materialistische ( c.q. esoterische/spiritualistische ) per definitie nooit volledig de waarheid vinden omdat dit niet wezenlijk door je zintuigen kan worden waargenomen?!? In mijn ogen is het volkomen juist dat in het verleden tot op heden alleen maar vanuit en ten behoeve van het ego is gehandeld. Je zou in plaats van dat ego, ook gewoon eigenbelang of egoïsme kunnen schrijven. En al die mensen die zo druk met anderen, hulpverlening, ontwikkelingshulp, enz. bezig zijn, doen dat op de eerste plaats uit eigenbelang: je krijgt er zoveel voor terug, dankbaarheid, gevoel voor eigenwaarde, waardering en dan ook nog betaald worden. Moeder Theresa was daar een afschrikwekkend voorbeeld van. Jij zoekt naar het verleden, (je eigen of dat van het mensdom?) maar de oplossing ligt niet in het verleden, maar in het heden. Als je het heden begrijpt, begrijp je ook het verleden. Dus het heeft geen enkele zin om je met het verleden bezig te houden, zolang je niet weet wie je bent, want zolang je dat niet weet kijk je door een gekleurde bril naar je eigen verleden en de geschiedenis van het mensdom. Ik begrijp ongeveer wat je bedoelt als je schrijft dat je eerst de waarheid van het ledige moet begrijpen voordat je het onledige kunt begrijpen, maar in mijn ogen is het juist omgekeerd. Jouw hoofd zit nog boordevol meningen en overtuigingen, dus met gedachten en pas als je begrepen hebt dat die meningen en overtuigingen op niets anders zijn gebaseerd dan op geloven, kun je je van daarvan ontdoen en pas als je hele hoofd leeg is kun je het ledige begrijpen. Lao Tzu heeft helaas ook nog al wat onzin geuit (of het is natuurlijk later ‘aangepast’) en een van die onzinstukken is nou net wat je hebt geciteerd. Je zou bijvoorbeeld daaruit kunnen afleiden dat hij het gebruik van wielen, vaten en huizen als iets zinnigs beschouwt, en wat nog verraderlijker is dat hij het heeft over nut en bruikbaarheid, terwijl hij juist het niet-doen als leidraad beschouwt. Als je het over nut en bruikbaarheid hebt, kom je onherroepelijk uit bij nut en bruikbaarheid van andere mensen en dat is de basis waar deze wereld op steunt. Bovendien kom je dan terecht bij wat jij ‘alle mogelijkheden van de mens’ noemt. Is leven dan niet genoeg? Waarom zou ik iets anders moeten? Er is geen enkel schepsel dat iets anders doet dan leven, maar mensen moeten zo nodig iets doen. Ik kan geen enkele reden bedenken waarom ik meer over water zou moeten weten dan dat het water is. Wat heb ik eraan als ik weet dat mensen het punt waarop het vast wordt 0 graden noemen en als er belletjes in ontstaan 100 graden? Ik hoef alleen te eten als ik honger voel en als ik dorst heb, water dat aan dat onbehaaglijke gevoel een einde maakt, maar verder hoef ik echt niets te weten over water. Jij stelt dat er nooit iemand is geweest die wezenlijk heeft kunnen uitleggen hoe wij zijn ontstaan en ons uitgelegd heeft wat het doel van ons bestaan is. Word ik daar gelukkiger van als ik dat zou weten? Wordt ik gelukkiger als ik weet dat de maan om de aarde draait? Heeft het enige zin dat ik dat zou weten? Ik vind overigens het beeld dat je schetst van al die draadjes die over je heen zijn gespannen een aardig beeld. Het is dus alsof je in een cocon zit, opgesloten in je eigen spinsel, maar er is geen enkele vlinder die eerst alle draadjes gaat verwijderen, maar hij vreet er gewoon een gat in en dan is het meteen gepiept. Dat lijkt me ook veel efficiënter.
* * *
Verder is het in mijn ogen niet zinnig om tegen de “bierkaai” te schoppen, want die schopt dan alleen maar terug. Waar het om gaat is om de “bierkaai te ondermijnen, dat wil zeggen het fundament ervan bloot te leggen en te laten zien dat het allemaal op zand is gebouwd. Bovendien moet je je realiseren dat alle godsdiensten op angst zijn gebouwd en angstige mensen hun strohalm afpakken zonder dat je alternatief biedt is vragen om problemen. Ook loop je het gevaar dat je uitsluitend voor eigen parochie preekt, want bange mensen (Wie bang is kan niet denken!) sluiten zich per definitie af voor alles wat hun schijnzekerheden, die voor zekerheden houden, aan het wankelen kan brengen. Mensen lezen namelijk doorgaans uitsluitend wat hun wereldbeeld (en zelfbeeld) bevestigt of versterkt wat daar niet mee strookt weigeren ze te lezen. Op de Downloadpagina staat een fraai verhaal van William Clifford, die daar al heel lang geleden op wees. Tot slot is ook zinnig om je te realiseren dat de functie van de Godsdienst en het priesterdom sinds de zogenaamde Verlichting naadloos door Wetenschap en met name de Geneeskunde en het artsendom is overgenomen, maar alleen nog veel slimmer en ondoorzichtiger. Zij zijn de nieuwe hogepriesters, de nieuwe heilbrengers, die eerst de mensen bang en ziek maken en hen vervolgens tegen betaling het nieuwe heil beloven. Zo slim zijn zelfs de Jezuïeten niet geweest. Alle andere parallellen kun je zelf wel bedenken. En zo is er een nieuwe categorie van gelovigen ontstaan, die geloven in de evolutietheorie in plaats van het creationisme, in de genetica in plaats van de erfzonde, in medicijnen in plaats van gebeden, in chemotherapie en operaties in plaats van de hel, in gezond eten en vitamines in plaats van de tien geboden, die geloven dat je van roken longkanker krijgt, die geloven dat sporten gezond is (want ze hebben gehoord dat je van een gezond lichaam een gezonde geest krijgt), die geloven dat de dokter weet wat goed voor je is, die denken dat de dokter hun problemen kan oplossen, die geloven dat je van medicijnen beter wordt, die geloven dat als mensen ingewikkeld praten en moeilijke woorden gebruiken ze ook wel heel knap moeten zijn, die geloven in vooruitgang, kortom die van alles geloven wat ze niet zien en denken dat ze het wel zien. Dat is de nieuwe waanzin, mensen die aan hun wanen zin proberen te geven en ze geloven het ook nog. Als je je fixeert op de religie vergeet je dus waar het echt om gaat. Mensen zijn verleerd om zelf te kijken en te luisteren omdat ze hebben geleerd dat er deskundigen, meerderen, geleerden, en leiders zijn die weten wat goed voor hen is. Ze schreeuwen om nieuwe leiders, die de problemen die ze zelf maken zullen oplossen, die hen leiden in de mist. De blinden roepen om andere blinden die hen hun zelfgecreëerde doolhof uit zullen leiden. Het is nog allemaal veel waanzinniger dan je denkt,
* * * Er zijn twee verbondenheden, of webben, waar wij allemaal deel van uitmaken. De ene is het oorspronkelijke ecosysteem, de Natuur zoals ze vroeger zeiden, waarin alle mensen verbonden zijn, voor zover ze mens zijn, en waarin iedereen dus gelijk, gelijkwaardig en onafhankelijk is. Liberté, egalité, fraternité. Maar dat oorspronkelijke web is overdekt door een ander web, een kunstmatig web, verband, of verbondenheid, een door mensen zelf gecreëerde afhankelijkheid van elkaar, het kunstmatige netwerk waarin iedereen zijn plaats heeft en waar elke daad van elk persoon zich over het hele netwerk uitbreidt. Dat is een web dat is gebaseerd op macht van de een over de ander. Daarin leven geen mensen maar leiders, arbeiders, priesters, de paus, bouwvakkers, schrijvers, bakkers, secretaressen, dokters en al die andere rollen. Zoals Shakespeare in zijn As you Like It schreef:
De hele wereld is een schouwtoneel En mannen en vrouwen allemaal slechts spelers Zij komen op en gaan weer af En in zijn leven speelt ieder vele rollen
Dat verband wordt in stand gehouden (en iedereen doet daar aan mee) door de evenzeer kunstmatige verbale communicatie in woord en geschrift, waarmee mensen elkaar beïnvloeden, macht over elkaar uitoefenen, elkaar manipuleren en elkaar op hun plaats houden. Als je ooit een spinnenweb hebt bekeken heb je kunnen zien dat elke, zelfs de meest geringe beweging zich over het hele net verspreidt. Alle mensen zijn radertjes in het wereldomvattende zelfgecreëerde mechaniek en dat wil dus ook zeggen dat je aanwezigheid in dat mechaniek het mechaniek draaiende houdt. Dat geldt evenzeer voor de bouwvakker als voor de hoogleraar, maar ook voor de outcasts, de randfiguren en de Chorea Huntingtonianen. Dat wil dus ook zeggen dat de kracht die wordt opgewekt door de vleugelslag van een vlinder in China, medeverantwoordelijk is voor het ontstaan van een orkaan in het Caraïbische gebied, alhoewel dat tot het oorspronkelijke verband behoort. Maar in het kunstmatige verband is het de buurman die boos wordt op zijn zoon, waardoor dat jong zich chagrijnig op zijn kamer terugtrekt, zijn vriendin belt die op haar fiets springt, aangereden wordt door een auto, waarin de bestuurster net op weg was naar een vergadering, daardoor te laat komt, waardoor er een order gemist wordt, waardoor etc. Uiteindelijk kom je tot de conclusie dat één boosheid, die veroorzaakt werd door (en dan kun je weer een eindeloos verhaal vertellen), een verstoring in het hele web veroorzaakt, waardoor uiteindelijk in Moghadishu een huisvader zich suïcideert, omdat daar het verhaal samenkomt. Zo plant ook elke daad die jij verricht zich voort over het hele web, jij draagt daardoor bij aan een minuscule verandering in het web, die uiteindelijk grote gevolgen kan hebben. Jean Paul Sartre zei ooit dat iedereen vuile handen heeft en dat komt dus omdat iedereen deel uit maakt van het mechaniek, dat wapens levert aan Soedan, hongersnood veroorzaakt omdat maïs wordt gebruikt om biobrandstof te maken, en waardoor priesters zich aan kleine kinderen vergrijpen. Jij ademt niet alleen, maar jij kleedt je ook met dingen die in China voor een rotprijsje worden vervaardigt, je maakt gebruik van een PC die is gemaakt van grondstoffen die door slaven zijn gedolven, je bent van iedereen afhankelijk om je spel te kunnen spelen en daarom ben jij medeverantwoordelijk voor het seksuele misbruik. Jij bent dus een radertje in het wereldwijde raderwerk dat kritiek uitoefent op andere radertjes, die mede door jou toedoen ronddraaien op een manier waar zij niet voor hebben gekozen, net zomin overigens als je voor je eigen manier van meedraaien in het mechaniek hebt gekozen. Hoe krankzinnig de Evangeliën ook zijn, de uitspraak “Wie zonder zonden is werpe de eerste steen” is een ijzersterke. Lang geleden heb ik wel eens het plan opgevat om mijn eigen hele verhaal te beschrijven, met mijn verleden, met alles wat mij beïnvloed heeft, met mijn relaties, mijn werksituatie, met mijn familieverbanden, maar ik begreep dat het er op neer zou komen dat als ik alles zou moeten beschrijven, ik het hele netwerk zou moeten beschrijven en dat ik daar dan een oneindig dik boek voor nodig zou hebben. De paus is ook maar een radertje in het mechaniek, dat alleen kan draaien omdat het aan honderden miljoenen radertjes zijn draaiing ontleent en al die radertjes zijn medeverantwoordelijk voor alle beslissingen die de paus neemt, terwijl het hele web er medeverantwoordelijk voor is dat er een behoefte is aan de schijntroost die de religies bieden. In een gelukkige en rechtvaardige wereld bestaat helemaal geen behoefte aan welke religie dan ook. In dat wereldwijde mechaniek zitten ook radertjes die ze artsen en wetenschappers noemen en hun functie is om alle radertjes die beschadigd raken en kapotdraaien weer op te lappen en dat op een wetenschappelijke manier te doen, zodat ze weer kunnen meedraaien. Die artsen, die zelf deel uitmaken van het mechaniek en dat niet beseffen, zijn dus onontbeerlijk om het mechaniek door te laten draaien. Ze hebben helemaal geen boodschap aan het waarom, maar bestuderen de beschadigingen, classificeren ze, en plakken uiteindelijk een etiket en aan dat etiket kleeft een behandelingsplan vast, medicijnen, operaties, vervanging van beschadigde tandjes en transplantaties. Dan zijn er ook nog therapeuten en psychiaters, die radertjes die ontdekt hebben dat ze radertjes zijn weer wijs moeten maken dat ze zich vergissen en dat het meedraaien in het mechaniek het hoogste goed is wat een radertje zich maar kan wensen en daar hebben ze ook medicijnen voor. Maar dat is dus allemaal taboe, dat mag niemand weten en nooit iemand zeggen want dan ben je gek. Zo zijn er dus ook radertjes die het etiket Chorea van Huntington hebben gekregen en die dus op die manier door de hulpverleners worden behandeld. Ze hebben zelfs een fabricagefoutje bij die radertjes ontdekt en kunnen zich niet voorstellen dat die zwakke plek erin is gekomen door de plaats waar die radertjes moesten draaien, namelijk in gezinnen en families waar meer van de geëtiketteerde radertjes draaien en daardoor de nieuwkomers met hun kromme tandjes beschadigen, waardoor ze net zo’n kromme tandjes krijgen als de zieke radertjes. Wetenschappers zeggen dan dat het erfelijk is. Maar ook dat is taboe, dat mag nooit iemand zeggen, want je moet medelijden hebben met die radertjes, die in het grote mechaniek, waar je zelf deel van uitmaakt, worden vermalen. Dus jij bent ook medeverantwoordelijk voor al die Huntingtons. In deel I van The Matrix (jammer dat deel II en III bestaan) zegt Morpheus: Het is de wereld die je ogen bedekt om je blind te maken voor de waarheid. Neo: Welke waarheid? Morpheus: Dat je een slaaf bent, Neo. Net als iedereen ben je in gevangenschap geboren, geboren in een gevangenis die je niet kunt ruiken, proeven of aanraken. Een gevangenis voor je geest.
En vervolgens laat Morpheus hem de
werkelijkheid zien en
zegt: Er zijn akkers, eindeloze akkers, waar menselijke wezens niet
langer
geboren worden, maar worden gekweekt. Ik heb het heel lang niet willen
geloven,
totdat ik de velden met eigen ogen zag. Zag hen de doden vloeibaar
maken zodat
ze intraveneus aan de levenden gevoerd konden worden. En ik stond daar,
oog in
oog met die zuivere huiveringwekkende precisie, en ik werd me bewust
van de
overduidelijke waarheid. Wat is de Matrix? Controle. De matrix is een
computergegenereerde droomwereld, gebouwd om ons onder controle te
houden met
de bedoeling een menselijk wezen hierin te veranderen.
Kinderen worden opgevoed tot consumenten, tot radertjes in het mechaniek, worden vergiftigd met denkbeelden van de huidige en vorige generaties (doden die vloeibaar zijn gemaakt) en alleen maar om deze gedrochtelijke wereld in stand te houden. Er moeten zelfs meer kinderen worden verwekt om straks al die oude en versleten radertjes, die niet meer op eigen kracht kunnen draaien in beweging te houden, maar niemand mag iets van die waanzin zeggen, dat is taboe. Maar er is hoop. Bij de spoorwegstaking van 1903 werd overal het veelbetekenende affiche opgeplakt met de woorden: “Gans het raderwerk staat stil, als uw machtige arm dat wil.” Maar er waren veel teveel onwillige radertjes en het gold bovendien maar voor een gedeelte van het raderwerk, dat hoe dan ook door moest blijven draaien en dus nog steeds doordraait en Huntingtonnen produceert en alle andere ellende die je om je heen ziet,
* * * Als Stephen Hawking stelt dat ‘the human race is likely to be wiped out by a doomsday virus before this Millenium is out, unless we set up colonies in space’ dan begrijp ik daaruit dat hij weinig inzicht heeft in het waarom van pandemieën en dat brengt mij eigenlijk meteen bij wat jij schreef over de Chorea van Huntington. Jij schrijft dat de Chorea Major wordt veroorzaakt door een afwijkend gen op het 4e chromosoom en dat weet jij omdat de wetenschap jou dat heeft verteld en omdat jij dat gelooft. Zoals je weet is de geneeskunde op de eerste plaats gebaseerd op een scheiden van de mens in een lichaam en geest en vervolgens ook nog op het causaliteitsdenken. Dat zijn twee premissen waarin je moet geloven omdat je anders niet mee mag doen. Het causaliteitsdenken is een merkwaardige en bizarre constructie. Zoals je weet is zelfs de wetenschap er inmiddels achter dat alles met alles samenhangt en heeft daartoe de stringtheorie bedacht op weg naar de Theory of Everything, die alwetendheid zal opleveren. Het causaliteitsdenken houdt dan in dat je uit een eindeloze reeks oorzaak/gevolg een heel klein stukje haalt en daarmee vervolgens de oorzaak van een ziekte vaststelt. Maar het is nog veel erger want wat de geneeskunde doet is stiekem van statische verbanden causale verbanden maken en ze geloven dat ook nog. Dat geldt dus ook voor de chorea. Een chromosomale afwijking vinden en vervolgens beweren dat je de oorzaak van de ziekte hebt gevonden is even bizar als de bellen in kokend water beschouwen als de oorzaak van het koken en gevoeglijk buiten beschouwing laten dat je eerst het pannetje op het vuur hebt gezet. In 2002 kregen Barry J. Marshall en J. Robin Warren zelfs de Nobelprijs omdat ze met hun helicobacter pylori de “oorzaak” van maagzweren hadden gevonden, terwijl zelfs de leek weet dat je een maagzweer kunt krijgen als je stront met je baas hebt en Selye schreef vijftig jaar geleden al ‘dat chronische emotionele prikkels precies als chronisch infectieuze, traumatische of toxische prikkels tot reproduceerbare functionele stoornissen en organische laesies, bij voorbeeld hypertensie of een ulcus, kunnen leiden.’ En hij toonde dat ook nog aan door ratten vast te binden en vervolgens te pesten, wat toch heel erg lijkt op de kantoorsituatie met een baas en een onderdaan. Ooit hoorde ik een baas zeggen: ‘ik krijg geen maagzweer, ik zorg wel dat de anderen er een krijgen.’ Zo krankzinnig is die Nobelprijs en dat causale denken. Zo zijn er statische verbanden tussen roken en longkanker, een te hoog cholesterol en hart en vaatziekten, homoseksualiteit en het kwabje van Swaab, borstvoeding en borstkanker, voetballen en meniscuslesies, vlees eten en agressie, het houden van volièrevogels en longkanker, en zo kun je er nog honderden opnoemen, maar om daar dan causale verbanden van te maken is absurdistisch. Er is ook een statistisch verband tussen het aantal artsen en het aantal zieken, namelijk hoe meer artsen hoe meer zieken en misschien is dat wel een causaal verband, want hoe meer artsen er komen hoe meer patiënten ze moeten hebben, zeker nu ze sinds de marktwerking in de zorg per verrichting worden betaald. We weten al lang dat langdurige stress zijn tol van de gezondheid en van het uiterlijk eist, maar inmiddels blijkt vreet het ook aan de basis van het bestaan, het DNA, dat daardoor verandert, waarmee ik niet wil zeggen dat stress de oorzaak is van DNA-veranderingen, omdat aan die stress in de oorzaak/gevolgreeks allerlei andere mechanismen vooraf gaan. Stel je nou voor dat in een, wat door de wetenschap een Huntington-gezin (alle ziekten overigens!) is gedoopt, een kind wordt geboren dat opgroeit in een uiterst bizarre situatie met een uiterst merkwaardig manier van communiceren, waar angst als een grote schaduw doorlopend aanwezig is en het gedrag van de gezinsleden bepaalt, wat weer hun communicatie beïnvloedt enzovoort tot in het oneindige. Dat wil dus zeggen dat het kind een uiterst merkwaardig voorbeeld krijgt van hoe mensen met elkaar omgaan en vol wordt gestouwd met memen, die op den duur zijn manier van denken bepalen. De appel valt nooit ver van de boom. Het is dan een soort van vorm van verraad als het niet aan dat circus meedoet en geen Huntington krijgt. Artsen, deze nieuwe biologische deterministen, hebben doorgaans helemaal geen boodschap aan hoe mensen met elkaar omgaan en met elkaar communiceren, want dat valt buiten hun paradigma, daar zijn ze niet voor ingehuurd. Zij moeten diagnoses stellen en liefst evidence based, zoals dat tegenwoordig heet, de “ziekte,’ zoals zij hun eigenhandig geplakte etiket noemen, behandelen. Mensen zijn niet ziek, maar hebben een ziekte. Dat ADHD, PDD-NOS, ADD, en het syndroom van Asperger ook maar iets te maken zouden hebben met de manier waarop ouders met hun kinderen omgaan is even taboe als het hebben over de schizofrenogene communicatie in een gezin dat een zogenaamde schizofreen oplevert, ondanks alles wat Bateson, Laing en Cooper daarover hebben gezegd. De hele geneeskunde is op drijfzand gebouwd, op bizarre hypothesen, op valsheid in geschrifte, op ijdelheid, op het verketteren en negeren van mensen die hun vinger op de zere plek durfden en durven te leggen, op een hermetisch abracadabra, op macht en afhankelijkheid. En ook de geëtiketteerde Huntingtons zijn daar een levend voorbeeld van en aanklacht tegen. In 1974 schreef Ivan Illich, een van de mensen van de kritische denktank in Cuernavaca, het boek Medial Nemesis, waarin hij onmiskenbaar de verwoestende werking van de geneeskunde schildert maar Illich is vergeten net als Prick, Bastiaans en Groen die het waagden om te stellen dat Multiple Sclerose tussen de oren zit, net als het myocardinfarct en diabetes mellitus. 60 Jaar geleden was het algemeen bekend dat astma een neurose was, aanvankelijk van de ouders en dus ook van het kind, maar je krijgt op de eerste plaats de patiëntenvereniging op je nek en vervolgens de farmaceutische industrie als je daar ook maar naar zou verwijzen. Van eczeem, colitis ulcerosa, maagzweren, psoriasis, acne, sinusitis, hoofdpijn, diabetes mellitus, hypertensie, coronairsclerose en vele andere “ziekten” hebben we lang geweten dat ze tussen de oren zaten en een aardig bewijs daarvoor is dat ze allemaal gunstig op valium reageren. Maar niemand mag dat meer zeggen. Mensen hebben volgens de wetenschap helemaal niets meer met hun ziek zijn te maken, zij zijn de toevallige dragers van symptomen, genetische mutanten, pechvogels, minkukels, materiaal om een fraai inkomen mee te verwerven, zomaar slachtoffers die ook nog dankbaar zijn voor alles wat hen door de medische kaste of andere kwakzalvers wordt aangedaan. En boven dat alles spelen de godsdiensten een even fnuikende rol door dat artsenwerk te legitimeren. De aidswezen en straatkinderen zijn niet het gevolg van de richtlijnen van het Vaticaan wat betreft het gebruik van condooms, maar die kinderen zijn toch echt verwekt door neuken, gepaard met promiscue gedrag. In 2000 opende de Zuid-Afrikaanse president Thabo Mbeki het 13de Wereld Aids Congres met zijn controversiële standpunt dat armoede, en niet HIV, de belangrijkste reden van AIDS was en hij heeft gedeeltelijk gelijk. Neuken is namelijk, in de omstandigheden waarin de Zuid-Afrikanen leven, een van de weinige escapes die ze hebben uit de ellende waar ze in zitten, net als alcohol en drugs en het Westen is voor een groot deel debet aan die ellende. Het libido is namelijk, net als seksueel misbruik, een cultureel artefact dat wordt gevoed door machtsverhoudingen. Deze wereld is gebouwd en wordt in stand gehouden door mensen en de hoekstenen van die wereld zijn de gezinnen. Daar gebeurt het allemaal, daar worden de kiemen gelegd voor agressie, haat, het oog om oog tand om tand, anderen en omstandigheden de schuld geven, niet zelf kijken en luisteren, achter wetenschappers aanlopen omdat ze zo knap zijn, voor afhankelijkheid, niet je gezond verstand gebruiken, hebzucht, geen verantwoordelijkheid nemen voor je eigen gedrag, achter leiders aanlopen, oogkleppen op doen en je afsluiten voor wat je niet wil horen en zien, dingen leuk, lekker en belangrijk vinden, een zogenaamde eigen mening hebben, macht uitoefenen, onderdanig zijn, je eigengemaakte problemen door iemand anders op laten lossen, beter zijn dan anderen, presteren, iets worden, accepteren dat lijden nu eenmaal tot het leven behoort, je aanpassen, en dat niet alleen maar geloven maar zelfs op den duur weten. Ik verbaas mij er nog steeds over wat mensen allemaal “weten” terwijl ze alles alleen maar geloven, omdat ze het ergens hebben gelezen, van iemand anders hebben gehoord, omdat iedereen dat zegt en de grootste dooddoener: omdat het “wetenschappelijk is bewezen”. Het is allemaal boerenbedrog.
Wat overigens het boek van Krijbolder betreft: het belang van het boek is in mijn ogen dat hij een helder beeld schetst van de manier waarop de krankzinnige evangeliën zijn ontstaan als een product van een aantal geflipte mystici, die dachten dat ze het ei van Columbus hadden gevonden en toen een pamflet in elkaar hebben geknutseld. Een soort Tom Poes en Ollie B. Bommel verhaal, waarin karakters worden gepersonifieerd,
* * * Wat de Zeitgeist over de godsdiensten vertelt klopt vrijwel helemaal, maar ze vertellen niet waarom mensen behoefte hebben om een God te creëren. Ze gaan eigenlijk helemaal aan de vraag naar het waarom voorbij en dat is de zwakte van de film. Wat ze over de godsdiensten vertellen is al honderden jaren bekend, beschreven, onlangs nog door Freke en Gandy’s De mysterieuze Jezus, waar dat allemaal vrijwel letterlijk in staat. Mensen willen bedrogen worden, zegt men dan, maar ze beseffen dan niet hoe bang mensen zijn om uit de groep te vallen of te worden gestoten, of dat nou de familie, de voetbalclub of welk subcultuurtje dan ook is en daarom passen ze zich aan, slikken wat ze eigenlijk helemaal niet willen slikken, en leren de meest krankzinnige dingen normaal vinden. Dat is geen complot en daarom is Zeitgeist een onzinnige en gevaarlijke film. In het begin van de vorige eeuw werd in Rusland De protocollen van Zion geschreven, waarin werd gefingeerd dat er een wereldwijd complot van Joden bestond die de macht wilden grijpen en dat bewust creëren van een vijand werd door vele antisemieten dankbaar aangegrepen en je weet waar dat uiteindelijk toe heeft geleid. Winston Churchill schreef daarover in 1920: “Deze beweging onder de Joden is niet nieuw. Vanaf de tijd van Spartacus-Weishaupt, tot die van Karl Marx en verder naar Trotski (Rusland), Bela Kun (Hongarije), Rosa Luxemburg (Duitsland) en Emma Goldman (V.S) is deze wereldwijde samenzwering om de beschaving omver te werpen en een reorganisatie van de maatschappij te bewerkstelligen op basis van een tegenhouden van ontwikkeling, afgunstige kwaadwillendheid en onmogelijke gelijkheid, gestaag gegroeid.” www.libertytothecaptives.net/protocols_elders_zion_forgery.html Zeitgeist doet in wezen niets anders, schuldigen aanwijzen, complotten zien waar ze niet zijn, angst en onrust verspreiden, zondebokken creëren, paranoia en haat zaaien. Als de makers zich uitsluitend tot de feiten hadden beperkt, zonder daar hun eigen invulling aan te geven, was het een verhelderende film geworden, maar nu schiet die zijn doel volstrekt voorbij. Feitelijk is de film dus juist, maar de invulling is bizar en heeft absoluut niets te maken wat er op de websites staat. Als je het complotdenkend van Zeitgeist gelooft, zie ik niet waarom je niet zou geloven dat de hele opvoeding die jouw ouders jouw hebben gegeven ook niet deel uitmaakt van een complot. Het is namelijk het wereldwijde complot van de grote mensen om hun kinderen te indoctrineren. Je bent toch met me eens dat dat ook onzin is. * * * |