BEKENTENISSEN VAN EEN ENGELSE OPIUMSLIKKER

Uit het “London Magazine” van September1821.

AAN DE LEZER

Ik doe u hier, welwillende lezer, verslag van een opmerkelijke periode uit mijn leven: ik vertrouw erop dat het, zoals ik die heb beschreven, niet alleen een interessant verslag zal zijn, maar ook in grote mate nuttig en leerzaam is. Met die hoop heb ik het opgeschreven; en dat moet mijn verontschuldiging zijn voor het verbreken van dat broze en achtenswaardige voorbehoud dat ons grotendeels weerhoudt van het openbaar maken van onze eigen dwalingen en zwakheden. Voor het gevoel van de Engelsman is eigenlijk niets zo stuitend als het tafereel van iemand die opdringerig onze aandacht vraagt voor zijn morele etterbuilen en littekens, en dat “keurige gordijn” wegtrekt dat tijd of toegeeflijkheid voor de menselijke zwakheid daar voor zou hebben kunnen schuiven; vandaar dat het grootste gedeelte van onze bekentenissen (dat wil zeggen, spontane en niet voor de rechtbank afgelegde bekentenissen) kennelijk gedaan wordt door wereldse lieden, avonturiers of zwendelaars. Voor al die nodeloze zelfvernederende uitingen van mensen van wie verondersteld kan worden dat zij welwillend staan tegenover het fatsoenlijke en zichzelf respecterende deel van de maatschappij, moeten we kijken naar de Franse literatuur of naar het deel van de Duitse, dat aangetast is door de onechte en gebrekkige sentimentaliteit van de Fransen. Ik heb daar zoveel last van en ben zo gevoelig voor het verwijt dat ik me daar ook schuldig aan zou kunnen maken, dat ik maandenlang geaarzeld heb of het wel gepast is als dit of een ander gedeelte van mijn relaas het publiek nu al onder ogen zou komen, of pas na mijn dood (als het in zijn geheel om uiteenlopende redenen gepubliceerd zal worden); en niet zonder angstvallige afweging van de argumenten voor en tegen deze stap, heb ik tenslotte toch besloten die te nemen.

Uit een natuurlijk instinct schrikken schuld en ellende terug voor de aandacht van het publiek: ze vragen om geheimhouding en eenzaamheid; en zelfs bij het kiezen van hun graf zullen zij zich af en toe afzonderen van de gewone bevolking van het kerkhof, alsof ze de aanspraak op het lidmaatschap van de grote mensenfamilie afwijzen en (in de aangrijpende woorden van Wordsworth)

Nederig uiting willen geven

Aan boetvaardige eenzaamheid.


Zie voor de complete tekst: www.verbodengeschriften.nl