ERNST WILHELM ESCHMANN
CARL CHRISTIAN BRY – Poging tot een
portret
I
Toen, na het einde van de grote kapitaalvernietiging, het bruisende begin van de jaren twintig van de twintigste eeuw overging in het rustigere en aanvankelijk gestabiliseerd lijkende midden, wist men nog niet precies genoeg hoe arm men in werkelijkheid was geworden; want het mooie nieuwe geld met het dollarteken voorspelde een welstand, die pas veel later, na vreselijke catastrofen en crisissen zou worden bereikt.
Juist dat gevoel van zekerheid van de jaren 1924/25 maakte de jeugd onrustig. Zou de stabilisering van het muntstelsel, zoals Erich Maschke destijds schreef, tegelijkertijd de stabilisering van de ziel betekenen? Zou alles, dat sedert het einde van de Eerste Wereldoorlog aan dynamiek en uitdagingen, aan voorspellingen en verkondigingen opgekomen en uitgebroken was, nu ten einde zijn gekomen, in zichzelf opgelost zijn: het expressionisme in schilderkunst en poëzie, het geloof in een nieuwe mensheid, dat zelfs de politici bij tijd en wijle wel moesten aanroepen, een nieuwe religiositeit en veranderde onderlinge verhouding tussen mensen, een nieuwe broederschap?
En paar jaar later bleek al dat van dat alles niets terecht was gekomen en dat mensen die destijds jong en niet gerustgesteld waren, dat duidelijker voelden dan de na de eerste grote oorlog begrijpelijkerwijze meer rust behoevende oudere generaties. De jeugd, scholieren en studenten, jonge arbeiders en ambtenaren voelden echter dat die uitdagingen, verwachtingen en oproepen nog steeds van kracht waren. Zij vroegen om socialisme en communisme; aan de rechterkant om verschillende nationalismen, van het bescheiden Pruisisch-nationale tot het nadrukkelijk anti-Pruisische ideaal van het “volk” of zelfs tot een wereldwijde Arische bloedbroederschap, die op een geheimzinnige manier ten grondslag zou liggen aan alle daadwerkelijke cultuurverrichtingen der mensheid. Er werd opgeroepen tot staatsvernieuwing of levenshervorming, die op verschillende aangeprezen manieren, door het juiste eten, drinken en kleding, slapen en ademen bereikt zou kunnen worden, maar die zelf niet minder eiste dan dat men zich daar helemaal en onvoorwaardelijk over zou geven. Er werd opgeroepen tot een internationale vredesbeweging of sportieve versterking van de Duitse jeugd, bijvoorbeeld door middel van het net in zwang komende skiën, meteen al van tevoren bedacht voor toekomstige discussies over de leefruimte. Sinds een eeuw bestonden weer de eerste, nog verkeerd begrepen, fors opgeblazen en toch tot luisteren uitnodigende ideeën van Oosterse religiositeit en hun mogelijke betekenis voor het Westen; er was sprake van de eerste stormaanvallen van abstraherende en abstracte kunst; er waren, hoewel zij in elkaar leken te zakken, de nawerkingen van de eigenaardige innerlijke opwinding, waarmee de Duitser zich voor de tweede keer als een vreemde te midden van zijn buren bevond — misschien met uitzondering van de Russen — waarvan de kunstzinnige uiting het expressionisme was, dat vreemd genoeg pas laat en ook nog via waardering in het buitenland, naar Duitsland terugkeerde, misschien juist omdat het zo Duits was.
Zie voor de complete
tekst: www.verbodengeschriften.nl