Tegenwoordig is er niets dat minder kost dan het verwerven van de titel van filosoof. Een duister en teruggetrokken leven, - een beetje onaangepast - en een beetje lezen is voldoende voor mensen die die titel, die zij zich tot een eer rekenen, verwerven zonder dat zij die verdienen. Anderen, die de kracht hebben gehad om zich te ontdoen van de vooroordelen op het gebied van de godsdienst, beschouwen zichzelf als de enige ware filosofen. Sommige vanzelfsprekende inzichten van het verstand, en sommige beschouwingen over de geest en het menselijke hart, hebben hen doen inzien dat geen enkel opperwezen van de mensen verering verlangt, dat de veelheid van godsdiensten, hun onaangenaamheid, en de uiteenlopende veranderingen die ze allemaal ondergaan, een duidelijk bewijs zijn van het feit dat er nooit een enkele is geopenbaard, en dat de godsdienst slechts een menselijke hartstocht is, zoals de liefde, de dochter van bewondering, angst en hoop; maar zij zijn blijven hangen bij die enkele gedachte, en dat is tegenwoordig voldoende om door een groot aantal mensen als filosoof te worden beschouwd. Anderen bij wie de vrijheid van denken de plaats inneemt van het redeneren, beschouwen zichzelf als de enige echte filosofen, omdat zij de heilige grenzen, die door de religie zijn bepaald, hebben durven slechten, en zij de belemmeringen die het geloof hun had opgelegd hebben verbrijzeld. Trots omdat zij de vooroordelen van hun opvoeding hebben overwonnen, zien zij de anderen minachtend als zwakke schepsels, onderdanige personen, kleingeestige zielen, die zich bang laten maken door de consequenties van de manier van leven zonder religie, en die de cirkel van de gevestigde waarheden geen moment durven te verlaten, geen nieuwe wegen durven bewandelen en indutten onder het juk van het bijgeloof.
Maar men moet een breder en juister idee hebben van de filosoof, en ziehier het karakter dat wij hem toeschrijven.
De filosoof is net als een ander mens een menselijke machine, maar hij is een machine die, door zijn mechanische structuur, over zijn eigen bewegingen nadenkt. De andere mensen zijn bepaald om te handelen zonder te ervaren, zonder de oorzaken te kennen die hen doen bewegen, zelfs zonder te denken dat die bestaan. De filosoof daarentegen ontwart de oorzaken, voor zover hij daarmee heeft te maken, vaak voorkomt hij ze en hij houdt zich daar met kennis mee bezig, zoals een horloge dat zichzelf, als het ware, nu en dan opdraait. Zo vermijdt hij onderwerpen die bij hem gevoelens kunnen opwekken die noch met zijn welzijn, noch met een verstandig bestaan stroken en ziet uit naar onderwerpen die bij hem gevoelens kunnen opwekken die passen bij de toestand waar hij zich in bevindt. De rede is voor de filosoof wat in de leer van Augustinus de genade voor de christen is. De genade bepaalt het handelen van de christen, de rede bepaalt dat van de filosoof, zonder hem de neiging naar de vrije wil te ontnemen.