door
Nathaniel Hawthorne
Wij, die geboren zijn in dit wereldwijde kunstmatige bestel, kunnen nooit precies weten hoe weinig er natuurlijk is in onze huidige toestand en omstandigheden, en hoeveel slechts het resultaat is van een geperverteerd menselijk brein en hart. Kunst is een tweede en hechtere natuur geworden, een stiefmoeder, wier sluwe tederheid ons geleerd heeft de vrijgevige en heilzame hulp van onze echte moeder te versmaden. Alleen door middel van onze verbeelding kunnen wij die ijzeren boeien, die wij waarheid en werkelijkheid noemen, losser maken en ons er zowaar deels van bewust worden hoezeer wij gevangen zitten. Stel dat de uitleg van de profetieën door die beste eerwaarde William Miller juist is gebleken. Over de hele aarde is de Dag des Oordeels losgebarsten en heeft de hele mensheid weggevaagd. Uit steden en velden, zeekusten en bergstreken in de binnenlanden, uitgestrekte continenten en zelfs de verste verwijderde eilanden in de oceanen, is elk levend wezen verdwenen. Geen enkele ademtocht van een geschapen wezen, verstoort de aardse atmosfeer. Maar de woonplaatsen van de mens, en alles wat hij tot stand heeft gebracht, de voetafdrukken van zijn dwaalwegen en de resultaten van zijn geploeter, de zichtbare symbolen van het cultiveren van zijn intellect en zijn morele vooruitgang, — kortom, al het stoffelijke dat blijk kan geven van zijn toestand op dat moment — zal onaangeroerd blijven voor het ingrijpen van het lot. Laten wij ons vervolgens voorstellen dat, om deze verwoeste en onbewoonde opnieuw te bevolken, een nieuwe Adam en Eva worden geschapen, met een volledig ontwikkelde geest en hart, maar zonder weet te hebben van hun voorgangers, noch van de verziekte omstandigheden die zich als een korst om hen heen hadden gevormd. Dat tweetal zou meteen het verschil zien tussen het kunstmatige en de natuur. Hun instinct en intuïtie zouden onmiddellijk de wijsheid en eenvoud van de laatste begrijpen; terwijl het eerste, met zijn uitgebreide perversiteiten, hen voortdurend voor raadsels zou stellen.
Laten we proberen, in een half speelse en half bedachtzame stemming, het spoor te volgen van deze denkbeeldige erfgenamen van onze sterfelijkheid, tijdens hun wederwaardigheden op die eerste dag. Pas gisteren was de vlam van het menselijke leven uitgedoofd; er is een ademloze nacht geweest; en nu breekt er een nieuwe morgen aan, die de aarde niet minder verlaten verwacht aan te treffen dan de dag tevoren.
Zie voor de complete tekst: www.verbodengeschriften.nl