Georg Büchner

1813 - † 1837

De Hessische Landbode


Inleiding van de vertaler:

En daar zitten ze dan, de “rijken” en “voornamen” in hun schouwburgen, theaters en muziektempels, royaal gesubsidieerd met belastingpenningen van het volk, en genieten van Büchners toneelstukken en Alban Bergs opera Wozzeck, maar hebben niet in de gaten dat juist zij daarin worden aangeklaagd. In wezen een nogal masochistische bezigheid, ware het niet dat zij zich echt van geen kwaad bewust zijn. Het gaat in hun ogen over heel iets anders en de belangrijkste reden van die verblinding is, dat ze niet kunnen vergelijken, dat ze geen patronen kunnen herkennen, dat ze denken dat het altijd over anderen gaat. Maar zij zijn het die nog steeds een maatschappij in stand houden, die aan de lopende band Wozzecks uitbraakt, zij zijn de Eloi die een onderwereld van Morlocks hebben gecreëerd, zij zijn de

Houyhnhnms die over de ruggen van Yahoos hun eigen elitaire wereldje bevolken, blind voor het onrecht in deze maatschappij. Büchner klaagt hen nog steeds aan.

________________________________________________________________

Eerste Mededeling [Juli-versie]

Darmstadt, juli 1834


Woord vooraf

Deze krant moet het Hessische land op de hoogte stellen van de waarheid, maar wie de waarheid vertelt, wordt verhangen. Zelfs iemand die waarheid leest wordt misschien door meinedige rechters gestraft. Daarom moet iedereen die deze krant in handen krijgt het volgende in acht nemen:

  1. Je moet het blad zorgvuldig buitenshuis voor de politie verstoppen;
  2. Je mag het alleen aan betrouwbare vrienden geven;
  3. Mensen die je niet vertrouwt, zoals je jezelf, mag je het alleen stiekem geven;
  4. Wordt het blad toch bij iemand aangetroffen, die het heeft gelezen, dan moet hij toegeven dat hij het net naar de districtsraad had willen brengen;
  5. Wie het blad niet heeft gelezen, als het in zijn bezit wordt aangetroffen, treft natuurlijk geen blaam.

Vrede aan de krotten! Oorlog aan de paleizen!


Het ziet ernaar uit dat in 1834 de Bijbelse leugens worden afgestraft. Het ziet ernaar uit alsof God op de vijfde dag de boeren en handarbeiders en op de zesde dag de vorsten en voorname mensen heeft geschapen en alsof de Heer tot hen heeft gezegd: heerst over alle gedierte, dat op aarde rondkruipt, waarbij hij de boeren en burgers tot de wormen heeft gerekend. Het leven van de hooggeplaatsten is één lange zondag, ze wonen in mooie huizen, dragen sierlijke kleren en hebben bolle gezichten en een eigen taal. Voor hen ligt het volk als mest op de akker. De boer loopt achter de ploeg en laat die door de os trekken. Maar de rijke loopt achter hem aan en neemt het graan en laat hem de stoppels. Het leven van de boer is één lange werkdag. Vreemden putten onder zijn ogen zijn akker uit, zijn lijf is vereelt en zijn zweet is het zout op de dis van de hooggeplaatste.


Zie voor de complete tekst: www.verbodengeschriften.nl