Nathaniel Hawthorne
Inleiding:
John Bunyan (1628 – 1688) was een Engelse puriteinse prediker. Hij was van eenvoudige afkomst. Hij werd op latere leeftijd prediker in baptistische gemeenten. Zijn prediking was eenvoudig, direct en bijbels. Hij heeft verschillende boeken geschreven. Zijn bekendheid is vooral gebaseerd op zijn boek The Pilgrim's Progress (1678) in het Nederlands vetaald, onder de titel “Een christenreis naar de eeuwigheid.” Het boek is een allegorisch verhaal over het leven van een christen, zoals dat op aarde zou moeten zijn. In wezen gaat zijn verhaal niet over christenen, maar over zoekers, pelgrims, die zich afwenden van de wereld en zich op hun louteringsweg ontdoen van alles wat hen aan die wereld heeft gebonden. Afrekenen met hun verleden, met hun begeerten, met hun ondeugden, en op reis gaan naar de apatheia, de Hemelse Stad, het Nirvana, met andere woorden, die zichzelf zoeken.
Maar de werkelijkheid is helaas anders. Gezwicht voor de wereldse geneugten, gaan de mensen die zich christen noemen, naar hun kerken in de stad IJdelheid, gaan zich te buiten aan alles waar hun eigen boek voor waarschuwt, zijn trots op hun ijdelheid en hun bezittingen, en beschouwen echte pelgrims als dwaze onbenullen, die in een psychiatrische inrichting thuishoren.
Daar gaat deze vlijmscherpe satire van Nathaniel Hawthorne over.
|
Nathaniel
Hawthorne De Spoorweg naar de Hemel |
Niet lang geleden passeerde ik de poort der dromen en bezocht dat aardse gewest, waar de beroemde stad Verderf ligt. Het wekte mijn grote belangstelling toen ik hoorde, dat er door de gemeenschapszin van een aantal inwoners, onlangs een spoorweg was aangelegd tussen deze dichtbevolkte en bloeiende stad en de Hemelse Stad. Omdat ik wat tijd over had, besloot ik mijn ruime nieuwsgierigheid te bevredigen door er een uitstapje naartoe te maken. Zo gezegd, zo gedaan en op een mooie ochtend betaalde ik de rekening van het hotel, gaf de portier opdracht om mijn bagage achter op het rijtuig te pakken, nam in het rijtuig plaats en vertrok naar het station. Ik trof het dat ik in het prettige gezelschap was van een heer – ene mijnheer Zand-erover – die, hoewel hij eigenlijk de Hemelse Stad nooit eerder had bezocht, toch zeer goed op de hoogte was van haar wetten, gebruiken, principes en statistieken, net als van die van de Stad van Verderf, waar hij geboren en getogen was. Bovendien was hij een van de directeuren en een van de grootste aandeelhouders van de spoorwegmaatschappij, en was dus in staat mij over die verdienstelijke onderneming, alle gewenste informatie te verstrekken.
Zie voor de complete tekst: www.verbodengeschriften.nl