HISTORISCHE EPIDEMIEËN
Uit: Anomalies and Curiosities of Medicine
door
George M. Gould, M.D., Walter L. Pyle, M.D.
Een beknopte geschiedenis van de belangrijkste epidemieën, waaronder de beschrijving van de daarvan afwijkende en tegenwoordig veelal uitgestorven vormen, en de waardevolle kennis die tenslotte tot hun verdwijnen leidde, de buitengewoon hoge sterftecijfers die door deze epidemieën werden veroorzaakt en veel andere verwante belangrijke punten, zouden een geschikt besluit van de in dit boek verzamelde observaties vormen. Zoals de befaamde Hecker zei, werd in de geschiedenis van elke epidemie, vanaf de vroegste tijden, altijd de onderzoeksgeest gewekt om het mechanisme van dergelijke ontzagwekkende vernietigingswerktuigen te leren kennen; en zelfs in de vroegste tijden ontbrak het niet aan moed en onderzoeksijver. “Toen de builenpest voor het eerst als een wereldwijde epidemie ten tonele verscheen, openden, terwijl de lafhartigeren, gekweld door visionaire angsten, zich opsloten in hun kamers, sommige artsen in Constantinopel verbijsterd over de verschijnselen de builen van de overledenen. Dat vond zowel vroeger als tegenwoordig plaats, niet zonder veelbelovende resultaten voor de Wetenschap; sterker nog, gerijptere inzichten wekten een vurig verlangen op om gelijksoortige of nog grotere zegeningen van de Ouden te leren kennen, maar zoals latere tijden er altijd dol op waren om naar de Griekse oudheid te verwijzen, namen de geleerden uit die tijd uit een vooringenomen en schamele voorliefde, genogen met de beschrijvingen van Thucydides, zelfs waar de natuur, in een oneindige verscheidenheid, de werking van haar krachten had onthuld.”
Bij iedereen met een medisch geschoolde geest moet tegenwoordig wel een vanzelfsprekende belangstelling bestaan voor de schaarse beschrijvingen van de door epidemieën aangerichte rampzalige verwoestingen, die gelukkig in ons verlicht hygiënisch tijdperk volledig verdwenen zijn. In de geschiedenis van dergelijke epidemieën valt de naam van Hecker zo opvallend in het oog, dat elke opmerking over dat onderwerp min of meer ontleend is aan zijn geschriften, die uitgebreide verhalen bevatten over de zwarte dood, de dansziekte en zweetziekte. Er zijn maar weinig historici die het waard hebben gevonden meer dan een terloopse opmerking te maken over een zo enorme gebeurtenis als de zwarte dood, die in de veertiende eeuw onder de mensheid miljoenen slachtoffers maakte en vooral in Engeland vreselijk huishield. Hume heeft daar maar een enkele paragraaf aan gewijd en anderen zijn daar even beknopt over geweest. Defoe heeft ons over die plaag een dagboek gegeven, maar dat is niet in een echte wetenschappelijke geest geschreven; en Caius heeft ons in 1562 een gebrekkige verhandeling over de zweetziekte nagelaten. Het is te danken aan de vertaling van Heckers “Epidemieën in de Middeleeuwen” door Babbington, mogelijk gemaakt door behartiging van de Sydenham Society, dat een groot gedeelte van de kennis van het Engelslezende publiek over dit onderwerp daaraan is ontleend.