HANS MAGNUS ENZENSBERGER

LAS CASAS
OF
EEN TERUGBLIK IN DE TOEKOMST


Uit: Kurzgefasster Bericht von der Verwüstung der Westindischen Länder. Heruitgegeven door Hans Magnus Enzensberger, Insel Verlag Frankfurt am Main 1966

Voorwoord bij: kort relaas van de verwoesting van de west-indische landen

Vertaald door Michel van Nieuwstadt

Uitgeverij De Arbeiderspers 1969


1


Of waar is, wat in dit boek Staat, of de auteur verdient, dat wij hem geloven, daarover smeult, brandt, laait al vierhonderd jaar lang een eindeloze strijd. Die strijd wordt uitgevochten door geleerden. Zij hebben met hun traktaten en dissertaties, hun onderzoeken en commentaren complete bibliotheken gevuld. Nog tot in onze dagen is een generatie van specialisten in Spanje, in Mexico, in Zuid-Amerika en in de Verenigde Staten met de vergeelde drukken, brieven en manuscripten uit de pen van de dominicaner monnik uit Sevilla bezig. Toch is de strijd rond Las Casas geen academische aangelegenheid. Wat ter discussie staat, is een volkerenmoord, gepleegd op twintig miljoen mensen.
Een dergelijk onrecht verdraagt zich slecht met de contemplatieve distantie van een geschiedschrijving sine ira et studio, en het is daarom weinig verwonderlijk, dat de vakbroeders van de monnik, de theologen, historici en juristen, in het kiezen van hun wapens alle reserves overboord wierpen. Waar argumenten ontbraken, grepen zij naar roestige messen. Die zijn, zoals wij zien zullen, vandaag nog altijd in gebruik. Nauwelijks was het Kort Relaas verschenen, of de hofhistoriograaf van Keizer Karel V, de beroemde dr. Juan Ginés de Sepúlveda, vervaardigde een pamflet Tegen de voorbarige, scandaleuze en ketterse beweringen, die Fray Bartolomé de Las Casas in een boek over de verovering van de West-Indische landen gedaan heeft, dat hij zonder toestemming van de autoriteiten liet drukken. De titel al bevat een niet mis te verstane wenk in de richting van de censuur en de inquisitie. Later is Las Casas als pleger van hoogverraad en Lutheraan gekwalificeerd. In 1562 bericht de raad van de stad Mexico in een verzoekschrift aan de koning, dat zijn geschriften zo’n beroering hebben verwekt, dat men de juristen en godgeleerden van deze stad opdracht heeft moeten geven tot het schrijven van een rapport tegen deze ‘onbeschaamde pater en zijn leerstellingen’: of de koning Las Casas openlijk zou willen berispen en zijn boeken verbieden. Een paar jaar later schrijft de vice-koning van Peru: ‘De boeken van deze fanatieke en boosaardige bisschop brengen de Spaanse heerschappij in Amerika in gevaar.’ Ook hij wenst een koninklijk verbod, ook hij geeft opdracht tot een weerlegging: voor de officiële historici wordt de strijd tegen Las Casas een bloeiend bedrijf. De rapporteur, ene Pedro Sarmiento de Gamboa, drukt zich als volgt uit: ‘De duivel heeft een doortrapte zet gedaan, door deze man uit de Kerk tot zijn werktuig te maken.’ In het jaar 1659 is de censor van de inquisitie-instantie van Aragon van oordeel: ‘Dit boek maakt melding van zeer verschrikkelijke en wreedaardige handelingen, die in de geschiedenis van andere naties hun gelijke niet hebben, en schrijft die toe aan de Spaanse soldaten en kolonisten, die door de katholieke koning waren uitgestuurd. Naar mijn opvatting zijn dergelijke meldingen beledigend voor Spanje. Zij moeten daarom verhinderd worden.’ In vervolg daarop kondigde het Heilige Tribunaal in Saragossa eindelijk, in het jaar 1660, een verbod van het boek af. Maar steeds weer duiken nieuwe uitgaven op: in 1748 laat de handelskamer van Sevilla een Latijnse vertaling in beslag nemen, en nog in 1784 eist de Spaanse ambassadeur in Parijs confiscatie van een herdruk.


Voor de complete tekst zie: www.verbodengeschriften.nl