Freek de Jonge - "Het narrenschip"
Er vaart een schip met gekken
Op Waddenzee en Noord
"Wie normaal is kan vertrekken
Die springt maar overboord
Ik heb geen juk meer nodig"
Schreeuwt de stuurman zonder doel
"Het kompas is overbodig
Ik vaar op mijn gevoel"
Er vaart een schip met dwazen
Op Keteldiep en IJsselmeer
De kapitein roept: "Kamikaze"
En schiet de stuurman neer
Doch hij heeft misgeschoten
De stuurman roept: "Ik leef"
Maar het schip is naar de kloten
Want de romp lekt als een zeef
De kapitein roept: "Hozen"
Maant de bemanning tot meer spoed
Dan roepen de matrozen:
"We zijn wel gek, we zijn niet goed"
Dat zit kappie niet lekker
Hij zet de blaffer op zijn slaap
Spant zijn vinger om de trekker
En verdomd, recht door zijn raap
Dan is niemand meer te stuiten
Dat rukt, dat toept, dat drinkt
Gaat zich te buiten, slaat aan het muiten
Terwijl het scheepje langzaam zinkt
Zo gaat het zootje naar de haaien
En wat is nu de moraal
Zelfs een gek wordt aangeraaien:
Doe alsjeblieft normaal
HET NARRENSCHIP
door Ted Kaczynski,
24 Augustus 1999, geschreven in de gevangenis.
Te publiceren door OFF! Magazine, een tijdschrift gemaakt door studenten aan de SUNY Binghamton en uitgegeven door Tim LaPietra.
Er waren eens een kapitein en matrozen op een schip, die zo trots op hun zeemanschap en zo hoogmoedig waren geworden, en zichzelf zo fantastisch waren gaan vinden, dat ze gek werden. Ze verlegden de koers van hun schip naar het Noorden en zeilden door tot ze ijsbergen en gevaarlijke ijsschotsen tegenkwamen, maar ze bleven maar noordwaarts doorzeilen naar steeds gevaarvolle wateren, alleen maar om zichzelf in de gelegenheid te stellen om nog virtuozere staaltjes van zeemanschap te verrichten.
Toen het schip steeds noordelijkere breedtegraden bereikte, gingen passagiers en bemanning zich in toenemende mate onbehaaglijk voelen. Ze begonnen onder elkaar ruzie te maken en te klagen over de omstandigheden waaronder zij verkeerden.
"De duvel hale me,” zei een matroos eerste klas, “als dit niet de beroerdste reis is die ik ooit heb gemaakt. Het dek is spekglad van het ijs; als ik op de uitkijk sta snijdt de wind als een mes door mijn pak; elke keer als ik het voorzeil reef bevriezen die verrekte handen van me bijna; en het enige wat ik er voor krijg zijn die klote vijf shilling per maand.
Zie voor de complete tekst:
www.verbodengeschriften.nl