Interview met Ted Kaczynski

Vertaling van: www.primitivism.com/kaczynski.htm


Kaczynski’s verhaal heeft de vorm van een parabel:

"Er was eens een streek, bedekt met een prachtige ongerepte wildernis, waar reusachtige bomen uittorenden boven weelderig begroeide berghellingen en rivieren wild en vrij door woestijnen stroomden; waar roofvogels rondzweefden en bevers hun werkzaamheden verrichtten en mensen in harmonie met de wilde natuur leefden. Zij verrichtten de taken die elke dag bracht, maakten alleen gebruik van stenen, botten en hout en wandelden rustig rond over de aarde. Toen kwamen de ontdekkingsreizigers, veroveraars, missionarissen, kooplieden en immigranten met hun geavanceerde technologie, geweren en regering. Het wilde leven, dat duizenden jaren had bestaan, begon te sterven, vermoord door een ziekte die teweeggebracht werd door vreemde manieren van vooruitgang, arrogante ideeën over een klaarblijkelijke bestemming en een uit de hand gelopen utilitaire wetenschap.

"In amper 500 jaar zijn bijna alle reuzebomen omgekapt en vergiftigen chemicaliën nu de rivieren; de adelaar wordt met uitsterven bedreigd en het werk van de bever is verdrongen door het Legerkorps van de Genie. En hoe is het de mensen vergaan? Wat iemand daarover zegt hangt heel waarschijnlijk af van hoe het hem zelf economisch, emotioneel en fysiek afgaat in deze prestatiegerichte technologische wereld en in de mate waarin hij door het systeem wordt bevoorrecht. Maar voor degenen die een diepe verbondenheid voelen met, liefde voor en hunkering naar de wildernis en wildheid van weleer, voor de miljoenen die nu samengepropt zitten in steden, arm en onderdrukt, niet in staat om een duidelijk doelwit voor hun woede te vinden, omdat het systeem ogenschijnlijk almachtig is, met deze mensen gaat het niet goed. Overal om ons heen lijden de wilde natuur en de schepsels van Moeder Aarde, als gevolg van menselijke hebzucht en gebrek aan respect voor het hele leven. Deze schepsels zijn de slachtoffers van de industriële maatschappij.

"De navelstreng doorsnijden, dat is wat we voelen, de uitzinnige vreugde van het onafhankelijk zijn, een wedergeboorte terug in de tijd en naar de oorspronkelijke vrijheid, naar de vrijheid in de meest eenvoudige, letterlijke, primitieve zin van het woord, de enige betekenis die echt telt. Bijvoorbeeld de vrijheid om een moord te begaan en er ongestraft van af te komen, met geen andere last dan zwierige stralenkrans van het geweten.

"Mijn God! Als ik toch bedenk wat een ongelofelijke troep wij voor het grootste deel van ons leven hebben gemaakt, — de huiselijke sleur, de stompzinnige, zinloze en vernederende baantjes, de ondraaglijke arrogantie van gekozen functionarissen, het geraffineerde bedrog en de walgelijke reclame van zakenmensen, de eentonige oorlogen waarin wij onze eigen maten afmaken in plaats van onze echte vijanden, daar in de hoofdstad, in de vuile, verziekte en afschuwelijke steden en dorpen waarin wij wonen, in de onophoudelijke kleingeestig tirannie van wasautomaten, auto’s, Tv-apparaten en telefoons —! Jezus Christus!....wat een ondraaglijke rotzooi en wat een absoluut onzinnige troep, waarin wij onszelf dag in dag uit begraven, terwijl we tegelijkertijd geduldig de steeds strakker wordende wurggreep pikken van de witte boord en rijke, wurgende maar keurige stropdas!

"Dat zijn mijn gedachten — jij zou het geen gedachten noemen, of wel? — zo voel ik dat, een mengsel van weerzin en verrukking, als wij over de rivier wegdrijven en voor een tijdje alles achter ons laten wat we het meest hartgrondig en blijmoedig verafschuwen. Dat is wat de eerste ervaring met het wilde met iemand doet, nadat hij te lang in de stad opgesloten heeft gezeten. Geen wonder dat de Autoriteiten de wildernis zo graag smoren onder asfalt en stuwmeren. Ze weten wat ze doen. Op veilig spelen. Allemaal alleen maar met de klok meedraaien. Laten we met z’n allen leuk maken.”

Uit: Edward Abbey, Desert Solitaire, 1968

Zie voor de complete tekst: www.verbodengeschriften.nl