Kurt Gödels
Wiskundige en Wetenschappelijk Visie over het Goddelijke:
Een Rationele Theologie
Door Hector
Rosario, Universiteit van Porto Rico
Kurt
Gödel, de uitmuntende wiskundige logicus van de twintigste
eeuw, is het meest bekend door zijn befaamde
Onvolledigheidsstellingen; toch hield hij er ook een diepzinnige
rationele theologie op na, die de moeite waard is om aandacht aan
te besteden. “De wereld is rationeel,” (Wang, 1996:
316) beweerde Gödel, waarbij hij een filosofisch
theïsme opriep, “waarmee de wereld de orde
weerspiegelt van het Opperbrein dat haar bestuurt”
(Yourgrau, 2005: 104-105).
Gödels
Onvolledigheidsstellingen zijn een “uitzonderlijke reactie
op het verband tussen de opdracht van de wiskunde en de manier
waarop zij haar deducties formuleert” (Mazur, 2006: 3-4).
Zij zijn geïnterpreteerd als een begrenzing van de
rationaliteit, omdat een mogelijke betekenis voor de resultaten
is dat er, in elk axiomatisch en consistent systeem dat in staat
is om wiskunde te bedrijven, waarheden bestaan die binnen dat
systeem niet kunnen worden bewezen. Dit heeft zeer vergaande
filosofische implicaties, die de verwachtingen van menig
wiskundige en filosoof van vroeger, waaronder denkers van het
kaliber van David Hilbert, Bertrand Russell, en Ludwig
Wittgenstein, de grond in hebben geboord. Ondanks alle
tegenwerking heeft “[Gödels] werk over de grenzen van
de logica onder wiskundigen en zeker onder theoretische
wetenschappers” (Davis, 2002: 22).
Een van de theoretische wetenschappers, die door Gödel werd beïnvloed, was zijn vriend Albert Einstein. Tussen de jaren 1940 en 1955 ontwikkelden zij een innige relatie als collegae aan het Institute for Advanced Study in Princeton. Volgens hun college Oskar Morgenstern, de mede-opsteller van de Speltheorie, ging Einstein, toen de gedrevenheid voor zijn eigen werk verdwenen was, alleen nog maar naar zijn kantoor “om het voorrecht te hebben met Kurt Gödel naar huis te wandelen” (Wang, 1996: 57). Gödel was, volgens zijn collega op het Instituut, de natuurkundige Freeman Dyson (de ontdekker van de combinatorische bewijzen van Ramanajuns beroemde deelindentiteiten), “de enige die op hetzelfde niveau als Einstein sprak en wandelde” (Dyson, 1993: 161). Ik zou echter willen beweren dat het intellect van Gödel in veel opzichten subtieler was dan dat van Einstein, niet alleen wat betreft de filosofie maar misschien zelfs ook de natuurkunde.
Zie voor de complete tekst: www.verbodengeschriften.nl