OVER WIJN EN HASJ
Charles
Baudelaire
1851
1. WIJN
Een zeer beroemd man, die tegelijkertijd een
grote dwaas was,—iets
wat kennelijk heel goed samengaat, zoals ik ongetwijfeld meer dan eens het
pijnlijke genoegen zal hebben aan te
tonen,—heeft in een
boek over de Dis, samengesteld met het oog op zowel gezondheid
als vermaak, het volgende durven schrijven onder het kopje
wijn: “De
aartsvader Noach gaat door voor de ontdekker van de wijn; het is
een alcoholische drank die gemaakt wordt van de vrucht van de
wijnstok.” En verder? Verder niets: dat is alles. Je kunt
het boek doorbladeren, het in alle richtingen omslaan, het van
achter naar voren, ondersteboven, van rechts naar links en van
links naar rechts lezen, je zult niets anders over de wijn vinden
in de Fysiologie van de Smaak van de zeer bekende en zeer
geachte Brillat-Savarin dan: “De aartsvader
Noach....” en “het is een alcoholische
drank….”
Ik stel me voor dat een bewoner van de maan of andere ver verwijderde planeet, die over onze wereld rondtrekt en moe is van zijn lange dagreizen, denkt over het verfrissen van zijn verhemelte en het opwarmen van zijn maag. Hij wil zich op de hoogte stellen van de genoegens en gewoonten op onze aarde.
Hij heeft vagelijk horen spreken over heerlijke alcoholische dranken waarmee de bewoners van deze aardkloot zich naar believen moed en vrolijkheid verschaffen. Om zekerder te zijn bij zijn keuze, slaat de maanbewoner het orakel van de smaak op, de beroemde en onfeilbare Brillat-Savarin, en vindt er, in het hoofdstuk wijn, de volgende kostbare mededeling: De aartsvader Noach... en deze alcoholische drank wordt bereid... Het dient uitsluitend ter bevordering van de spijsvertering. Dat is zeer verhelderend. Het is onmogelijk, na het lezen van deze zin, niet een juist en helder idee te hebben over alle wijnen, over hun verschillende eigenschappen, over hun nadelen, over hun werking op maag en hersenen.