Het boek Prediker is een
wijsheidsgeschrift uit de Bijbel. Lang geleden heette het nog
Qohelet, wat waarschijnlijk "verzamelaar" betekent, maar het was
Luther die de titel omdoopte in "Der Prediger". De Engelstaligen
gebruiken de naam "Ecclesiastes", het in de kerk gelezen
boek.
Het boek is ongeveer 2250 jaar
geleden opgeschreven, waarschijnlijk in Jeruzalem, maar de
schrijver is, zoals bij zo vele controversiële geschriften,
anoniem gebleven. Wel doet hij, om zijn woorden kracht bij te
zetten, alsof hij koning was (wat we overigens ook bij Boeddha
vinden). In ieder geval heeft hij tot de geletterde elite
behoord, de kringen waar hij de holheid en schone schijn van
doorprikt.
Prediker is een tijdloos verhaal
omdat het de zoektocht beschrijft van de mens die gaat twijfelen
aan vanzelfsprekendheden en gevestigde opvattingen en die
antwoorden probeert te vinden op de vraag naar het
waarom.
Het Gilgamesh-epos, ongeveer 4000
jaar oud, beschrijft dezelfde zoektocht die net als in het
Evangelie van Thomas (logion 2) een prachtig eindpunt heeft en
begint daarom met de strofen:
"Ik, die alles gezien heb, zal
het bekend maken aan de volkeren
Ik zal over hem die dit alles
ervaren heeft onderwijzen
gelijk Anu (de vader der goden)
hem de kennis van het Al verleende
Hij aanschouwde de Geheimen en
ontdekte het Verborgene
Hij heeft bericht van de tijd
vóór de zondvloed
Hij heeft een verre tocht
ondernomen vol moeite en verdriet
Maar kwam tot
rust
Waarna hij al zijn zwoegen op
stenen tafelen grifte"
Wij weten niet hoezeer de
oorspronkelijke tekst in al die eeuwen veranderd en aangepast is
aan de tijd. zeker is dat alle geletterden, vertalers,
kopieerders, priesters en schriftgeleerden in alle culturen
altijd tot de hogere geprivilegieerde klassen hebben behoord,
zoals dat nog steeds het geval is. De klassen van de
vrijgestelden, de rijken en machthebbers, die zich hoog verheven
voelden boven het gewone volk. Mensen die gebaat waren bij de
handhaving van de gevestigde orde, hun bevoorrechte positie en
hun eigen belangen. Met name zij voelen zich bedreigd door
geschriften die de poten onder hun pluche zetels vandaan zagen.
Zij zijn de honden, die op de ossenkrib liggen (Thomasevangelie,
logion 102) en die de sleutel der kennis hebben weggenomen (Lucas
11:52). Vanuit hun bevoorrechte positie en vanuit hun daarbij
passend denkraam interpreteren zij de schriften en kunnen, ziende
blind en horende doof, niet anders concluderen dan dat de
schrijver zich vergist en het ongetwijfeld anders bedoeld heeft
en zo vervuilen zij de teksten. Maar ook in die kringen slaat bij
enkeling wel eens de twijfel toe.
Zo iemand is Prediker
geweest.