(De afbeeldingen worden niet
weergegeven)
Uit:
Van Emotie naar Laesie
Fundamentele beschouwingen over de fysiologie en pathofysiologie van psychofysische betrekkingen met inbegrip van therapeutische aspecten.
F. Hoffmann-La Roche & Co.
Aktiengesellschaft
Bazel
1969
De groeiende kennis van de relaties der
emoties met de normale en gestoorde
lichamelijke functies, eist van de moderne
arts, dat hij emotionele conflicten als
even reëel beschouwt als micro-organismen
F. Alexander, 1950
Dat chronische emotionele prikkels bij
patiënten, die hiervoor gedisponeerd zijn, tot een
functionele stoornis en tenslotte tot een organische ziekte
kunnen leiden, is een experimenteel en klinisch bewezen feit.
(ALEXANDER, BIKOVV, BONFILS, BOSS, CANNON, CANNON et al.,
CONDREAU, DELAY, DUNBAR, F. HOFF, IVANOV-SMOLENSK, RAYNAUD,
SELYE, STAEHELIN, WOLF, WOLF et al.).
De experimentele onderzoekingen van CANNON,
CANNON et al., die als eersten de emotionele en hormonale
uitingen van de nood-reactie waarnamen en door prikkeling van het
diencephalon een ulcus konden veroorzaken, alsmede die van SELYE,
welke de biologische verschijnselen van de alarmreactie en het
Algemeen Adaptatiesyndroom beschreef, waren een wezenlijke
prikkel tot het onderzoek van deze fundamentele
samenhangen.
De geniale onderzoekingen van SELYE, die nieuwe inzichten in de
tot dusverre onbekende samenhangen gaven en veel essentieels
bijdroegen tot de opheldering van de relaties tussen emotie en
laesie, begonnen met relatief simpele waarnemingen bij het
dierexperiment. Omstreeks 1936 stelde SELYE vast, dat injectie
van ovarium-extract bij het proefdier hypertrofie van de
bijnieren, acute atrofie van het thymolymfatische weefsel en
gastrointestinale ulceraties ten gevolge had.
Hij kon verder waarnemen, dat het organisme op prikkels,
onverschillig of het ovarium-extract of
‘Reizkörper’ van welke aard dan ook betrof op
onspecifieke wijze reageerde. SELYE kon aantonen, dat deze
niet-specifieke algemene reactie de resistentie van het lichaam
ten opzichte van de meest verschillende traumatische, toxische,
infectieuze of emotionele prikkels uit de buitenwereld, dat wil
zeggen ten opzichte van de meest verschillende, stress
verwekkende factoren, verhoogt. De stress (van distress,
districtie, distringere = folteren, uitelkaarscheuren) is volgens
SELYE niets anders dan de toestand van inspanning van het
organisme, dat zijn afweerkrachten moet mobiliseren om aan een
dreigende situatie het hoofd te kunnen bieden.
SELYE heeft het geheel van alle onspecifieke
algemene reacties van het organisme, die door chronisch
inwerkende traumatische, toxische
infectieuze of emotionele prikkels uit de buitenwereld worden
opgewekt, het algemene adaptatiesyndroom genoemd en heeft het
wetmatige verloop van deze biologische processen gedetailleerd
beschreven.
De stressor brengt in het organisme een alarmreactie teweeg; het
shock-stadium, dat door bloeddrukverlaging, hypothermie,
hypoglykemie, vermindering van de alkalireserve,
hemoconcentratie, vermindering van de diurese, hypochloremie,
hyponatramie, hyperkalemie en lymfocytose wordt gekarakteriseerd,
wordt gevolgd door het stadium van de tegenshock,waarin de
neurovegetatieve en humorale reacties worden omgekeerd. In de
fase van de tegenshock valt een verhoogde vorming van ACTH,
hetgeen op zijn beurt de bijnierschors tot een versterkte vorming
van corticoïden aanzet, waar te nemen. Als men het dier
gedurende de alarmreactie, tijdens het stadium van de tegenshock
doodt, vindt men hypertrofie van de bijnierschors, acute atrofie
van het thymolymfatische weefsel, alsmede maag- en darmulcera
(afbeelding 10).
Dat de alarmreactie speciaal met cerebrale, neuro-endocriene,
diencephalo-hypofysaire mechanismen samenhangt, blijkt hieruit,
dat de beschreven neurovegetatieve en humorale veranderingen bij
proefdieren, bij welke men de hypofyse of een deel van het
diencephalon had vernietigd, niet meer konden worden gevonden
(experiment van HUME) (DELAY).
De alarmreactie, die met de nood-reactie van CANNON, CANNON et
al. overeenkomt, wordt gevolgd door de aanpassingsfase. SELYE
definieert deze aanpassingsfase als de som van alle onspecifieke
aanpassingsreacties en compensatie-mechanismen van het organisme
op chronische prikkeling.
In deze fase bereikt de weerstand tegen de voortdurende
stressoren een maximum, waarbij diencephalo-hypofysaire en
adreno-corticale mechanismen een belangrijke rol spelen.
Op de afweer- of compensatiefase kan de uitputtings- of
decompensatiefase volgen, indien aan het adaptatievermogen van
het organisme door bovenmatige prikkels voortdurend te grote
eisen worden gesteld (afbeelding 11).
Samengevat is SELYES conceptie als’volgt: Het organisme
reageert op de meest verschillende stressoren met een reeks
wetmatig op elkaar volgende fysiologische afweermechanismen, die
vooral van de intactheid van de bijnierschors afhangen; waarbij
adaptatiemechanismen, die het doel voorbij schieten,voor
adaptatieziekten verantwoordelijk zijn. Aan het organisme wordt,
door het exces van zijn eigen afweermechanismen, schade
berokkend.
Zie voor de complete tekst: www.verbodengeschriften.nl