WAS JOZEF VAN ARIMATHEA FLAVIUS JOSEPHUS?
(Jozef ben Matthias)
Jeruzalem, 37 n. C.
– Rome, ± 100 n. C.
Uit mijn
Leven
Engelse vertaling, uit het
Grieks, door William Whiston (1667 – 1752)
Daarna werd ik door keizer Titus, samen met Ceralius en duizend ruiters naar een dorp gestuurd, dat Tekoa heette. Ik moest daar gaan bekijken of het een geschikte plek voor een legerkamp was. Toen ik terugreed zag ik een groot aantal krijgsgevangenen, die aan kruisen hingen. Drie daarvan herkende ik als vroegere kennissen. Ik was zeer ontdaan en in tranen ging ik naar Titus toe en vertelde hem wat ik had gezien. Hij gaf meteen opdracht om hen van het kruis te halen en hen zo goed mogelijk te verzorgen, zodat ze weer zouden kunnen herstellen. Twee van hen stierven onder de handen van de arts. De derde overleefde het.
Nadat Titus een eind had gemaakt aan de onlusten in Judea, had hij mij daar een landgoed in de vlakte geschonken. Hij had namelijk bedacht dat ik aan het landgoed dat ik in Jeruzalem bezat niets meer had, omdat daar een garnizoen, dat die streek moest beschermen, zijn kampement zou opslaan.
INLEIDING:
Flavius Josephus en de
Joodse geschiedenis
Zomer 71 liepen de
inwoners van Rome massaal uit voor de grote processie waarmee hun
toenmalige keizer Vespasianus en zijn zoon Titus luister
bijzetten aan de triomf die zij hadden behaald in hun oorlog
tegen de Joden van het toen al meer dan vijftig jaar door de
Romeinen bezette Judea en Galilea. Die oorlog was begonnen nadat,
in de zomer van 66, Joodse religieuze leiders na een periode van
oplopende spanningen hadden besloten niet-Joden uit te sluiten
van de offerdienst in de Tempel in Jeruzalem. Ook — en
juist — offers uit naam en ten behoeve van Romeinen en van
de keizer werden geweigerd.
De Joodse opstand had een
evident religieus karakter. Het was in hoge mate een
messianistische beweging. Dat de opstandelingen met zo’n
ongekende en verbijsterende hardnekkigheid hebben gevochten,
hangt samen met het feit dat ze er heilig in geloofden dat God
aan hun kant stond en dat God, nadat hij zijn volk eerst in zijn
trouw aan hem en in zijn bereidheid om voor hem te vechten tot
het uiterste op de proef had gesteld, zelf handelend zou
ingrijpen en zijn getrouwen naar de overwinning zou voeren. Bij
dat ingrijpen van God zouden de Romeinen en iedereen die met de
Romeinen collaboreerde weggevaagd worden, de heerschappij van de
keizer zou plaatsmaken voor de heerschappij van God, die zich
daarbij zou bedienen van een messias, een koning, die namens hem
die heerschappij zou uitoefenen en vrede op aarde zou
brengen.
Een poging van de Romeinen om het opstandige Jeruzalem weer onder
controle te krijgen liep op een mislukking uit. Pro-Romeinse
Joden verlieten daarop de stad of lieten zich door de
anti-Romeinse Joden ertoe overreden zich bij de opstand aan te
sluiten. De totale oorlog was niet meer te vermijden. Bij de
verdeling van de leidende posities en militaire taken werd de
jonge Jozef ben Matthias — op dat
moment 27 of 28 jaar oud
— belast met de leiding over de Joodse militaire operaties
in Galilea. Dat hij later onder de Romeinse naam Flavius Josephus
bekend zou worden, lag in die zomer van 66 niet bepaald in de
lijn der verwachting. Als telg uit een vooraanstaande
priesterfamilie behoorde hij tot de geboorteadel van Jeruzalem.
Militaire ervaring had hij niet, wél schreef hij later
over zichzelf dat hij al op jeugdige leeftijd de reputatie genoot
over een hoge intelligentie te beschikken..
Zie voor de complete tekst:
www.verbodengeschriften.nl